Het is vandaag 5 September 2010
VERKONDIGING 5 SEPTEMBER 2010 23E ZONDAG DOOR HET JAAR
Lezingen
Wijsheid 9, 13-18b
Psalm 90
Filemon 9b-1-.12-17
Lucas 14, 25-33
WELKOM
Welkom bij dit uur van wijsheid, een uur om wijsheid op te doen. Een uur voor wijsheid van God die ver uitreikt boven wat wij mensen voor mogelijk achten. De wijsheid die Christus ons gebracht heeft, stelt ons in staat voor ons leven een fundament te leggen dat bestand is tegen crises, tegenslagen en teleurstellingen.
Deze wijsheid plaatst mensen in een nieuwe relatie tegen over elkaar: mensen moeten geen bedreiging zijn voor elkaar. Leerling zijn van Christus betekent je kruis opnemen, en dus kwetsbaar zijn.
Durven we die uitdaging aan?
Keren we ons tot God om ons opnieuw te richten op zijn wijsheid en om onze wegen te laten leiden door Hem.
HOMILIE
Het wonderlijke en ontroerende briefje van Paulus aan Filemon, de tweede lezing, maakt melding van een bijzonder gebeuren. Misschien is deze tekst niet in eerste instantie voor onze ogen bestemd; het lijkt eerder op een vriendschappelijke aanbeveling aan een goede vriend. Toch is het een bijzondere tekst omdat deze ons deelgenoot maakt van de zorgzaamheid van Paulus. Hij brengt op een heel concreet punt de boodschap van het evangelie in praktijk. De passage betreft een slaaf die gevlucht is en door Paulus terug wordt gezonden naar zijn vroegere eigenaar. Slavernij maakt in deze eerste eeuwen van onze jaartelling deel uit van de samenleving: christenen wezen deze niet principieel af, maar zorgden wel voor een zeer humane omgang met slaven. In Gods ogen is er geen onderscheid en ieder mens heeft op dezelfde wijze toegang tot de belofte van Christus en iedereen kan deel uit maken van de Kerk waarbinnen geen onderscheid behoort te zijn, er is een gelijkwaardigheid die in het doopsel verankerd is.
Paulus schrijft over de slaaf Onesimus. Deze is weggevlucht en heeft zijn toevlucht tot Paulus genomen. Hij is nu geen slaaf meer, maar is door het geloof een broeder geworden van Filemon en hij mag daarom rekenen op vergeving en barmhartigheid. Zijn oude leven met de daarbij horende slaafse verhoudingen is voorbij: mensen staan naast elkaar, zij zijn elkaars naaste geworden. In nieuwe verhoudingen komt Onesimus terug naar zijn vroegere meester Filemon. Welke verschillen er tussen mensen ook kunnen bestaan: in Gods ogen zijn ze niet relevant. Maar kunnen mensen ze ook werkelijk loslaten?
Het belang van deze brief van Paulus schuilt in de vraag hoe wij mensen elkaar ruimte kunnen bieden en broeders en zusters van elkaar kunnen zijn? Mensen kunnen elkaar gevangen houden in een netwerk van verplichtingen en verwachtingen. We trachten een wereld van zekerheden te bouwen, en daarbij leren we dat we voor onszelf moeten opkomen, dat we sterk moeten staan. Competitie en groei zijn basisconcepten daarbij. Het zou echter wel eens kunnen zijn dat het evangelie ons een andere manier van leven en handelen aanreikt. En dat het evangelie ons uitnodigt om deze bekende en veilige categorieën los te laten.
De afgelopen dagen hebben we heel vaak het woord ‘vertrouwen’ kunnen horen: is er wel vertrouwen, of is er geen vertrouwen. Misschien bent U het met mij eens dat hoe vaker het woord vertrouwen valt, dat dit eerder duidt op wantrouwen en angst, dan op vertrouwen. Mensen kunnen elkaar in een houdgreep houden om zelf gelijk te krijgen, om macht over de ander uit te kunnen oefenen, om de zwarte piet naar de ander uit te spelen. Het is een spel om macht waarbij de aandacht voor de inhoud naar de achtergrond lijkt te verschuiven. Er wordt dan gesproken van vertrouwen, maar de werkelijkheid daaronder is anders.
De tekst van het evangelie die we hebben gelezen is een aansporing van Jezus aan het adres van zijn leerlingen om goed te beseffen welke weg zij gaan. Jezus is met zijn leerlingen op weg gegaan naar Jeruzalem. Dat is een belangrijke wending waarbij de sfeer en de toon anders worden. Op weg naar Jeruzalem groeit het verzet en het onbegrip: de Zoon van God die in het land van Galilea nog herkend werd zal meer tegenwerking ontmoeten.
Is er op die weg bij de leerlingen voldoende basis om met Jezus mee te gaan? Het gaat nu niet alleen meer om de verkondiging van Jezus zelf, maar ook om de leerlingen: draagt het woord van Jezus voldoende vruchten bij hen? Ook zij zullen met diezelfde tegenwerking geconfronteerd worden. Zullen ze stand houden? De vergelijking met een strijd die gevoerd wordt tussen koningen die hun krachten met elkaar meten, gebruikt Jezus niet toevallig: er is wel degelijk sprake van een strijd die Jezus tegemoet gaat. Hij wil echter op een andere wijze die strijd voeren. Hij heeft andere ‘wapens’: Hij is niet uit op aardse macht, aanzien en populariteit is niet wat Hij zoekt.
Hij wil de mens weer in relatie brengen met de Vader en daartoe wil Hij de mens bevrijden van het spel van macht en aanzien dat voortdurend gevoerd wordt en de mens verhindert om daadwerkelijk zijn gezicht aan de ander te laten zien en een naaste voor de ander te zijn.
De rechte wegen waartoe het boek wijsheid de mens oproept, zijn wegen die mensen slechts samen kunnen bewandelen. Zolang zij in de ogen van de ander niet een bondgenoot of een medestander kunnen herkennen, zal er geen koninkrijk van vrede kunnen groeien. Dan zal het wantrouwen steeds weer de kop op steken, dan zal er altijd iemand zijn die het onderspit moet delven, die buiten spel komt te staan.
Hoe Filemon gereageerd heeft op de brief van Paulus, is niet bekend. Laten we deze wijsheid als een uitnodiging beschouwen voor onszelf om meer open te staan voor mensen die we ontmoeten.
Amen
VERKONDIGING 15 AUGUSTUS 2010 MARIA TEN HEMEL OPNEMING
Lezingen
Apocalyps 12, 1-6a,19a
Psalm 45
1 Korintiërs 15, 20-26
Lucas 1,39-56
WELKOM
Op deze feestdag van de Moeder Gods worden we uitgenodigd om het lied van Maria mee te zingen. De liturgie legt ons vandaag de woorden van het Magnificat in de mond. Op deze manier wordt ons geloof en ons vertrouwen in God versterkt en vernieuwd: onze geschiedenis is zijn hand en als we die hand herkennen, worden wij uitgenodigd et als Maria ons fiat te geven, ons ja-woord.
Willen wij net als Maria meegaan met wat God van mensen vraagt: opstaan voor kleine en arme mensen, vol aandacht en vrijgevig voor menen in nood? Niet bezorgd om eigen aanzien en rijkdom?
Het ja-woord van Maria heeft voor God de weg vrij gemaakt om zijn Zoon aan ons te schenken. Laten wij in deze viering onze dankbaarheid tonen jegens God voor Maria die ons inspireert om haar voorbeeld te volgen.
HOMILIE
Vandaag vieren we dat het leven van Maria voltooid wordt. Ook haar lichamelijkheid krijgt een plaats bij God die haar met ziel en lichaam heeft opgenomen in zijn wereld van vrede en licht. Zij wordt in de hemel opgenomen en leeft dus in volkomen eenheid met God. We zien dit prachtig uitgebeeld in het Maria altaar van onze kerk waar we zien dat Christus bij het sterfbed van Zijn Moeder weer te midden van zijn leerlingen komt en Maria meeneemt naar de Vader in de vorm van de kleine gestalte die Hij in zijn handen draagt. Zo wordt al eeuwenlang het geloof van de Kerk van Oost en West uitgebeeld dat Maria niet het bederf van de dood heeft gekend, maar direct wordt thuis gebracht in het eeuwige huis van de Vader.
Maria heeft in haar leven de hand van God herkend die ingreep om zijn volk de weg te wijzen. Dat is niet gemakkelijk omdat zij net als Johannes de geïnspireerde schrijver van de Apocalyps, allerlei draken zag rondwaren. Draken van het kwaad. Machten die de Woorden van God verdraaiden, machten die uit waren op eigen macht en aanzien, machten die rijkdommen verzamelden ten koste van anderen. Langs al deze wegen wordt Gods heilsplan gedwarsboomd, zo lijkt het wel.
Maar Maria’s geloof wordt niet aan het wankelen gebracht. Integendeel: met spoed reist zij direct na haar jawoord als antwoord op de boodschap van de engel Gabriel, door het bergland om haar geloof te delen met Elisabeth, die andere vrouw die ondanks de tekens van het noodlot – kinderloze ouderdom – haar geloof in de reddende aanwezigheid van God niet heeft verloren. Beide vrouwen zijn vervuld met de vruchten van Gods Geest. Al in de moederschoot is het kind, dat we later zullen kennen als Johannes de Doper, een profeet en wijst hij de Messias aan die nog verborgen is in de schoot van zijn Moeder. Terwijl nog niemand het kan zien, herkennen Maria en Elisabeth al dat God reddend aanwezig is. Daarover zingt Maria haar lied, haar Magnificat.
Draken zoals in de Apocalyps beschreven worden, zien we ook in onze tijd: draken van natuurrampen in Pakistan, Rusland en China. Plekken waar mensen ook nog willen profiteren van de ellende van anderen, waar juist de armen het meest te lijden hebben. De beelden zijn schrijnend en kunnen mensen wanhopig maken, omdat zij geen redding meer zien. Maar het kwaad is ook dichterbij zichtbaar, op kleinere, maar niet minder dramatische schaal: een wanhopige moeder die vier keer met haar zwangerschap geen raad weet en in volstrekte eenzaamheid haar kinderen heeft laten sterven. Wanneer mensen wanhopig zijn, kunnen zij tot onbegrijpelijke daden komen. Talrijke voorbeelden die U nog zult kunnen aanvullen uit uw eigen ervaring.
Juist in die wanhoop wordt ons vandaag met het hoogfeest van Maria ten hemelopneming het teken geschonken van de vrouw die ondanks haar kwetsbare en penibele situatie vlak voor de bevalling, bekroond wordt met de hemellichamen. Zon, maan en sterren omgeven haar als versierselen. Het zijn geschenken van God die wil tonen dat de hemelse machten deze vrouw zullen ondersteunen en redden. Deze vrouw staat niet alleen, maar God staat naast haar en brengt haar in veiligheid. De mens staat niet alleen, maar God wil de mens redding brengen.
In dit teken van de vrouw herkent de Kerk Maria als eerste van ons allen, als eerste leerling van Christus. Dit teken kan ons inspireren om het vertrouwen in de goede afloop niet te verliezen. Maria heeft tot het einde toe volhard en heeft, toen zij onder het kruis van haar Zoon stond, als het ware de draak van het kwaad in de ogen gezien en zij is niet teruggedeinsd, ondanks haar pijn en verdriet. Zij heeft haar kracht gevonden in de belijdenis die zij al eerder bezong in haar Magnificat. Deze belijdenis dat de ware vrede en het echte volle leven van God komen en dus zullen overwinnen. Dat is geen vaag geloof dat het wel goed zal komen, maar een inspiratiebron tot leven en handelen en werken, tot inzet en trouw.
Paulus brengt dit onder woorden in zijn beschrijving van de betekenis van de opstanding van Christus: die opstanding betekent diens heerschappij over de dood. Wie deze naam draagt en Christen is, belijdt daarmee het geloof dat Christus ons voorgaat op de weg van het leven en de machten van het kwaad zal vernietigen.
Wij zullen in onze wereld nog niet snel bevrijd worden van de draken van het kwaad die rondwaren, maar Maria zegt ons dat de hemel naar ons toe komt. Zij heeft in haar ja–woord de hemel dichter bij de mens gebracht. De voltooiing van haar leven die we vandaag vieren, wijst al vooruit naar de voltooiing van ons eigen leven. Laten wij zelf in ons eigen leven ondanks de machten van het kwaad en de ellende die we in de wereld zien, getuigenis afleggen van de belofte van Maria’s Magnificat: “Zijn barmhartigheid duurt in eeuwigheid”.
Amen
Laatste nieuws Katholiek Nederland
Links