Het is vandaag 7 Februari 2012
VERKONDIGING 5 FEBRUARI 2015 3e ZONDAG DOOR HET JAAR
Lezingen
Job 7, 1-4.6-7
Psalm 147
1 Korintiërs 9, 16-19.22-23
Marcus 1, 29-39
WELKOM
Op deze koude ochtend beseffen we des te meer dat mensen warmte nodig hebben. De warmte die we hier zoeken, is de warmte van Gods liefde en trouw. Warmte die Hij schenkt in zijn nabijheid die we mogen ontvangen in zijn woord en zijn sacrament. Natuurlijk kan een mens zonder beschutting niet leven. Mensen hebben een dak nodig boven hun hoofd en een plek waar ze kunnen schuilen tegen de kou. Maar dat is nog niet leven in de zin van het Evangelie. Die zin schuilt in wat er vandaag met de schoonmoeder van Petrus gebeurt: zij staat op van haar ziekbed en wordt dienstbaar.
Ook wij worden geroepen om op te staan uit cynisme en apathie om dienstbaar te zijn aan de samenleving, aan de kerk, aan elkaar. Daartoe wil God ons voeden.
Laten we bidden en zingen dat de Heer zich over ons zal ontfermen
HOMILIE
Een diagnose moet zorgvuldig gemaakt worden. Als de diagnose niet klopt, dan zal de behandeling niet aanslaan. Je kunt allerlei medicijnen tot je nemen, maar als men niet weet welke kwaal de pijn veroorzaakt, zal het je niet helpen. Het lijkt me voor artsen soms knap ingewikkeld om uit de klachten die mensen hebben en uit de aanduidingen over hoe zij zich voelen, een zuivere en juiste diagnose te stellen. Ondanks de technische vooruitgang en de vele apparaten die mensen ter beschikking staan, moet een arts ook terdege luisteren naar de patiënt en met hem/haar spreken om te weten te komen wat er daadwerkelijk aan de hand is.
De kwaal van de schoonmoeder van Petrus lijkt niet zo ernstig in vergelijking met die van vele andere zieken en gehandicapten en bezetenen die zich met hun kwaal en klachten tot Jezus richten. Een lamme of blinde zal toch hoger op Jezus prioriteitenlijstje staan, dan een schoonmoeder met koorts, zou je denken. Die koorts gaat wel weer over.
Uit het vervolg blijkt echter hoe ernstig haar kwaal is en dat de interventie van Jezus zeker nodig is. De omkering kan niet groter zijn. De passiviteit van de patiënt is opvallend. Hier is geen gesprek over geloof en vergeving. De vrouw richt zich niet tot Jezus met het verzoek om haar te genezen. Er wordt slechts over haar gesproken. Is ze nog wel te redden? Ze kan niet eens meer om hulp vragen. Al in het oude testament wordt bij de profeten van het koortsige Israël gesproken dat het zich van God heeft afgewend. Jezus grijpt in en vervolgens staat de vrouw op en bedient hen. Van passiviteit tot dienstbaarheid. Aanstonds staat erbij, ofwel meteen. Het is een klein bijwoord dat Marcus bij voorkeur gebruikt om de kracht van de wonderen van Jezus te onderstrepen.
De diagnose van Jezus was juist: de koorts die zij had was geen koorts die voorbij zou gaan. Het ging om de koorts van de apathie, van de angst die mensen verlamt en die leidt tot de geestelijke dood en leegte. Het is de koorts van het zelfmedelijden omdat het leven je tegen zit.
Het is de houding waartoe de vrienden van Job hem willen verleiden. Met hun goedbedoelde adviezen, raakt Job nog meer in de put van depressiviteit en erger nog: hij raakt verder verwijderd van zijn geloof. Wie dit boek leest met de ellenlange commentaren van de vrienden, wordt zelf ook ongeduldig. Je vraagt je af: “Waar is God?” Hoe langer hoe meer merk je hoe de vrienden tussen God en Job in staan. Zij verhinderen het contact. Maar Job laat zich het geloof niet afnemen. Hij gaat aan zijn lastige vrienden voorbij en richt zich tot God zelf. Diens barmhartige antwoord geneest en brengt vrede en herstel.
Jezus wijst ons op Zijn antwoord op de crisis van de apathie en het zelfmedelijden, dat is de dienstbaarheid jegens anderen. De evangelische dienstbaarheid is echter niet simpelweg goed zijn voor de ander, maar dat is bewust je eigen kwetsbaarheid aanvaarden en accepteren. Het is de weg van de kleinheid.
Paulus schrijft daarover in zijn brief aan de Korintiërs. In tegenstelling tot Uw pastores vandaag de dag, leeft Paulus van de opbrengst van zijn eigen werkzaamheden. Hij krijgt geen salaris. En toch heeft hij die onafhankelijke positie niet uitgebuit. Integendeel hij heeft zich tot slaaf of dienaar van de gemeenschap willen maken, om nog meer op Christus te lijken.
Wie durft dat aan? Wie durft dat te kiezen? Gaat dat niet in tegen de wetmatigheden van onze tijd, waarbij je juist moet zorgen op de voorgrond te treden en zichtbaar te zijn? De kwetsbaarheid van het evangelie betekent echter niet verstoppen, betekent niet dat we ons licht onder de korenmaat moeten zetten. Het gaat erom dat we beseffen waaruit we ons kracht halen. Die komt niet uit onze eigen berekening of slimme strategie, maar uit de kracht die God geeft.
De schoonmoeder van Simon Petrus komt tot dienstbaarheid omdat Jezus haar bij de hand genomen heeft. Job herstelt wanneer hij weer zijn relatie heeft hersteld tot God. De mens die van die relatie leeft, komt tot dienstbaarheid en tot inzet voor de mensengemeenschap en ontvangt daar zelf op zijn beurt kracht en bemoediging van. De mens die zichzelf durft weg te geven zal ook van het evangelie terug ontvangen. Zoals Paulus schrijft: ik doe alles voor het evangelie om er zelf ook deel aan te krijgen. Het evangelie is niet ons bezit. Niet vanuit onze eigen zekerheid en overtuiging zullen we anderen bekeren, maar vanuit het gemeenschappelijk besef dat we allen door het evangelie nader tot de Vader gebracht zullen worden. Naar Hem zijn wij allen onderweg. Mogen wij ervaren dat Jezus ons bij de hand neemt om ons te doen opstaan tot onderlinge dienstbaarheid en dienstbaarheid jegens de samenleving waarin wij leven.
Amen
VERKONDIGING 22 JANUARI 2012 3e ZONDAG DOOR HET JAAR
Lezingen
Jona 3, 1-5.10
Psalm 25
1 Korintiërs 7, 29-31
Marcus 1, 14-20
WELKOM
In de week voor eenheid en gebed zijn we meer dan anders verbonden met andere christenen die zich in gebed richten tot God en zich opstellen voor de eenheid die Hij ons voorhoudt.
“Winnen met gevouwen handen" is het thema van de gebedsweek dit jaar. Christenen in Polen hebben ons deze woorden aangereikt om ons te helpen nadenken over de kracht van het gebed. Als weinig andere landen hebben de Polen ervaren dat de kracht van het gebed de basis kan vormen voor een nieuwe toekomst. Zij hebben in de moeilijke eeuwen van hun geschiedenis steeds weer toevlucht gezocht in gebed tot God en velen ook in het gebed tot Maria. Zij gaan ons nu voor in gebed en vertrouwen. God wijst ons een weg.
Wij sluiten ons aan bij dit gebed en maken ons hart ruim voor God die ons nodigt aan zijn tafel.
We beseffen dat de eucharistie die teken en sacrament van eenheid is, nog niet door alle christenen samen gevierd kan worden. Toch nodigt Jezus al zijn leerlingen aan een tafel, zoals de profeten verhalen van de belofte van God dat alle volkeren ooit samen zullen komen om door God zelf gevoed te worden.
Met vertrouwen op die belofte bidden we God om ontferming
HOMILIE
Jona is geen gewillige profeet. Wie dit kleine boekje in alle rust leest en de inhoud tot zich door laat dringen, leert een profeet kennen, van wie men zich kan afvragen waarom God deze man heeft uitgekozen. Op de eerste plaats weigert hij aan zijn roeping te voldoen. Hij vlucht, hij verstopt zich. Hij scheept zich in en gaat diep in het ruim van het schip onder zeil. Wanneer de storm op zijn hevigst is maken de andere opvarenden, angstig geworden door de hoge golven, hem wakker. In hun gesprek dat daarop volgt blijkt dat de opvarenden nog nooit gehoord hebben van de God die hemel en aarde gemaakt heeft. Zij geven vervolgens blijk van groter ontzag dan Jona zelf die zich overboord laar werpen, zodat het schip met de scheeplui gered wordt.
Op de derde dag is hij zich weer terug bij af; hij bevindt zich op het punt waar hij vertrokken is: God roept hem opnieuw. Met grote tegenzin begeeft Jona zich de stad in om de inwoners van de stad voor wie hij geen goed woord over heeft, te waarschuwen. Hij maakt zich er gemakkelijk van af: hij trekt niet de hele stad door: één dag vindt hij wel genoeg. Hij gelooft immers niet in zijn opdracht. Hij gelooft dat Ninive zich nooit zal bekeren. Hij vraagt zich af waarom God zich zoveel moeite getroost om zich met deze mensen bezig te houden en dat hij probeert hen te redden en te bevrijden. In de ogen van Jona zijn zij gedoemd om ten onder te gaan. Hij kan er echter niet warm of koud van worden en gaat op een hoogte zitten om het spektakel van de ondergang mee te maken. Het toppunt van leedvermaak. U weet het: de stad komt tot inkeer en tot teleurstelling van Jona wordt de weg vrij gemaakt voor verzoening.
Het gedrag van Jona lijkt in veel opzichten op dat van Israël zelf. Hij is symbool voor het gelovige volk dat door God uit Egypte is bevrijd en zich heeft gevestigd in het beloofde land. Het is niet geïnteresseerd in het lot van anderen. Zijn eigen redding is het enige wat telt. Maar de profeten hebben dit begrepen en zij waarschuwen Israël. De profeet Hosea (7,11) zegt: Israël is als een onnozele duif. Vredelievend op zijn best, maar hij kijkt niet verder dan zijn korte snaveltje lang is. Het Hebreeuwse woord voor duif is – U raad het misschien al – jona. Het verhaal van de profeet Jona kan gelezen worden als het verhaal van het volk Israël zelf.
Het belang van de gebedsweek voor de eenheid is gelegen in het besef dat Gods Geest onze werkelijkheid opentrekt. De werkelijke eenheid zoals God die bedoeld heeft omvat zijn hele kosmos, zijn totale oecumene, de gehele bewoonde wereld. Gods interesse reikt verder dan een institutionele eenheid. De eenheid van de christenen en de kerken is immers een instrument voor een dieper liggende eenheid tussen de volken van alle stammen, rassen en talen. De leerlingen van Jezus worden geroepen om aan die eenheid te bouwen. Jezus noemt dit “vissen van mensen”. Niet om de mensen gevangen te houden, maar om ze met elkaar te verbinden. Aan dat werk van die twaalf eerste apostelen is voorlopig nog geen einde gekomen. Wij gaan in hun voetsporen.
Eenheid met je vrienden is eenvoudig: het is goed om die te onderhouden en die te vieren. De eucharistie die we hier iedere zondag vieren, is ook een viering van dankbaarheid dat wij samen in Christus broeders en zusters zijn, die aan de ene tafel van de Heer mogen komen en zich mogen laten voeden door zijn Woord en zijn Sacrament. We zijn blij dat we dat met velen mogen vieren en dat mensen ook door dit samenzijn rondom Christus worden bemoedigd en gesterkt in hun eigen leven waarin zij verloren kunnen lopen en eenzaamheid ervaren.
Maar er is nog een hele wereld om ons heen, een wereld waarin mensen zijn die net als de schippers van Jona, nog nooit van God gehoord hebben die hemel en aarde gemaakt heeft. Het is niet een andere wereld, het is onze wereld. Wij zijn net zo goed inwoners van Ninivé, een stad die van God verstoken lijkt te zijn, maar toch – wonder boven wonder – vatbaar blijkt te zijn voor de boodschap van Jona. Ondanks Jona zelf, blijkt de boodschap vruchten te brengen.
Hebben wij de wereld opgegeven en beperken we ons in onze gesprekken en ontmoetingen tot dezelfde oppervlakkigheid zoals Jona – slechte één dagreis ver – en nemen we genoegen met de feitelijke eenheid die we hier vieren?
Het is niet onze eenheid die we verkondigen, het is niet onszelf die we prediken. Het is Christus die we zichtbaar moeten maken. Dan gaat het zoals Paulus schrijft niet om partijvorming en verdeeldheid zoals hij die in Korinte aantreft. Dan gaat het om de eenheid die door Christus gegeven wordt. Laat je invoegen in het gebouw als levende stenen schrijft Petrus.
Het gebed waar de gebedsweek van de eenheid toe uitnodigt in verbondenheid met de kerken van Polen, kan ons helpen dat we ons oor te luisteren leggen bij de roepstem van God die ons heel de wereld toont als het moderne Ninive waar wij geroepen worden Gods boodschap van onmetelijke liefde vrede en verzoening te brengen. Brengen we die voldoende of spreken we van verdeeldheid, van verdorde moraliteit, van onbarmhartige gestrengheid?
Wij zijn geroepen instrumenten van Gods boodschap te zijn en laten we beginnen om mensen van gebed te zijn en zo mensen voor God en het Evangelie van Christus te winnen met gevouwen handen. Amen
VERKONDIGING 1 JANUARI 2012 MOEDERSCHAP VAN MARIA - VREDESZONDAG
Lezingen
Jona 3, 1-5.10
Psalm 25
1 Korintiërs 7, 29-31
Marcus 1, 14-20
WELKOM
In de week voor eenheid en gebed zijn we meer dan anders verbonden met andere christenen die zich in gebed richten tot God en zich opstellen voor de eenheid die Hij ons voorhoudt.
“Winnen met gevouwen handen" is het thema van de gebedsweek dit jaar. Christenen in Polen hebben ons deze woorden aangereikt om ons te helpen nadenken over de kracht van het gebed. Als weinig andere landen hebben de Polen ervaren dat de kracht van het gebed de basis kan vormen voor een nieuwe toekomst. Zij hebben in de moeilijke eeuwen van hun geschiedenis steeds weer toevlucht gezocht in hun gebed tot God en velen ook in het gebed tot Maria. Zij gaan ons nu voor in de week erna gebed en vertrouwen. God wijst ons een weg.
Wij sluiten ons aan bij dit gebed en maken ons hart ruim voor God die ons nodigt aan zijn tafel.
We beseffen dat de eucharistie die teken en sacrament van eenheid is, nog niet door alle christenen samen gevierd kan worden. Toch nodigt Jezus al zijn leerlingen aan een tafel, zoals de profeten verhalen van de belofte van God dat alle volkeren ooit samen zullen komen om door God zelf gevoed te worden.
Met vertrouwen op die belofte bidden we God om ontferming
HOMILIE
Jona is geen gewillige profeet. Wie dit kleine boekje in alle rust leest en de inhoud tot zich door laat dringen, leert een profeet kennen, waarvan men zich kan afvragen waarom God deze man heeft uitgekozen. Op de eerste plaats weigert hij aan zijn roeping te voldoen. Hij vlucht, hij verstopt zich. Hij scheept zich in en gaat diep in het ruim van het schip onder zeil. Wanneer de storm op zijn hevigst is maken de andere opvarenden, angstig geworden door de hoge golven, hem wakker. In hun gesprek dat daarop volgt blijkt dat de opvarenden nog nooit gehoord hebben van de God die hemel en aarde gemaakt heeft. Zij geven vervolgens blijk van groter ontzag dan Jona zelf die zich overboord laar werpen, zodat het schip met de scheeplui gered wordt.
Op de derde dag is hij zich weer terug bij af; hij bevindt zich op het punt waar hij vertrokken is: God roept hem opnieuw. Met grote tegenzin begeeft Jona zich de stad in om de inwoners van de stad voor wie hij geen goed woord over heeft, te waarschuwen. Hij maakt zich er gemakkelijk van af: hij trekt niet de hele stad door: één dag vindt hij wel genoeg. Hij gelooft immers niet in zijn opdracht. Hij gelooft dat Ninive zich nooit zal bekeren. Hij vraagt zich af waarom God zich zoveel moeite getroost om zich met deze mensen bezig te houden en dat hij probeert hen te redden en te bevrijden. In de ogen van Jona zijn zij gedoemd om ten onder te gaan. Hij kan er echter niet warm of koud van worden en gaat op een hoogte zitten om het spektakel van de ondergang mee te maken. Het toppunt van leedvermaak. U weet het: de stad komt tot inkeer en tot teleurstelling van Jona wordt de weg vrij gemaakt voor verzoening.
Het gedrag van Jona lijkt in veel opzichten op dat van Israël zelf. Hij is symbool voor het gelovige volk dat door God uit Egypte is bevrijd en zich heeft gevestigd in het beloofde land. Het is niet geïnteresseerd in het lot van anderen. Zijn eigen redding is het enige wat telt. Maar de profeten hebben dit begrepen en zij waarschuwen Israël. De profeet Hosea (7,11) zegt: Israël is als een onnozele duif. Vredelievend op zijn best, maar hij kijkt niet verder dan zijn korte snaveltje lang is. Het Hebreeuwse woord voor duif is – U raad het misschien al – jona. Het verhaal van de profeet Jona kan gelezen worden als het verhaal van het volk Israël zelf.
Het belang van de gebedsweek voor de eenheid is gelegen in het besef dat Gods Geest onze werkelijkheid opentrekt. De werkelijke eenheid zoals God die bedoeld heeft omvat zijn hele kosmos, zijn totale oecumene, de gehele bewoonde wereld. Gods interesse reikt verder dan een institutionele eenheid. De eenheid van de christenen en de kerken is immers een instrument voor een dieper liggende eenheid tussen de volken van alle stammen, rassen en talen. De leerlingen van Jezus worden geroepen om aan die eenheid te bouwen. Jezus noemt dit “vissen van mensen”. Niet om de mensen gevangen te houden, maar om ze met elkaar te verbinden. Aan dat werk van die twaalf eerste apostelen is voorlopig nog geen einde gekomen. Wij gaan in hun voetsporen.
Eenheid met je vrienden is eenvoudig: het is goed om die te onderhouden en die te vieren. De eucharistie die we hier iedere zondag vieren, is ook een viering van dankbaarheid dat wij samen in Christus broeders en zusters zijn, die aan de ene tafel van de Heer mogen komen en zich mogen laten voeden door zijn Woord en zijn Sacrament. We zijn blij dat we dat met velen mogen vieren en dat mensen zich ook door dit samenzijn rondom Christus worden bemoedigd en gesterkt in hun eigen leven waarin zij verloren kunnen lopen en eenzaamheid ervaren.
Maar er is nog een hele wereld om ons heen, die net als de schippers van Jona, nog nooit van God gehoord hebben die hemel en aarde gemaakt heeft. Het is niet een andere wereld, het is onze wereld. Wij zijn net zo goed inwoners van Ninivé, een stad die van God verstoken lijkt te zijn, maar toch – wonder boven wonder – vatbaar blijkt te zijn voor de boodschap van Jona. Ondanks Jona zelf, blijkt de boodschap vruchten te brengen.
Hebben wij de wereld opgegeven en beperken we ons in onze gesprekken en ontmoetingen tot dezelfde oppervlakkigheid zoals Jona – slechte één dagreis ver – en nemen we genoegen met de feitelijke eenheid die we hier vieren?
Het is niet onze eenheid die we verkondigen, het is niet onszelf die we prediken. Het is Christus die we zichtbaar moeten maken. Dan gaat het zoals Paulus schrijft niet om partijvorming en verdeeldheid zoals hij die in Korinte aantreft. Dan gaat het om de eenheid die door Christus gegeven wordt. Laat je invoegen in het gebouw als levende stenen schrijft Petrus.
Het gebed waartoe de gebedsweek van de eenheid toe uitnodigt in verbondenheid met de kerken van Polen, kan ons helpen dat we ons oor te luisteren leggen bij de roepstem van God die ons heel de wereld toont als het moderne Ninive waar wij geroepen worden Gods boodschap van onmetelijke liefde vrede en verzoening te brengen. Brengen we die voldoende of spreken we van verdeeldheid, van verdorde moraliteit, van onbarmhartige gestrengheid?
Wij zijn geroepen instrumenten van Gods boodschap te zijn en laten we beginnen om mensen van gebed te zijn en zo mensen voor God en het Evangelie van Christus kunnen winnen met gevouwen handen. Amen
VERKONDIGING 1 JANUARI 2012 MOEDERSCHAP VAN MARIA - VREDESZONDAG
Lezingen
Numeri 6, 22-27
Psalm 67
Galaten 4, 4-7
Lucas 2, 16-21
WELKOM
Op deze eerste dag van het nieuwe jaar leggen we ons leven weer opnieuw bij God en vragen Hem om zijn zegen.
Op voorspraak van Maria, Koningin van de vrede, bidden we dat het Woord van haar Zoon ons inspireert om aan vrede te blijven werken. Vrede en gerechtigheid.
Een bijzonder welkom aan mgr Francois Bacqué, apostolisch nuntius in Den Haag. U neemt afscheid van Uw diplomatieke post in Den Haag en U gaat met emeritaat. Tien jaar lang was U dienstbaar aan de relatie van de katholieke kerk van Nederland met de Apostolische stoel. Woonachtig binnen onze parochie heeft U ook een bijzondere relatie met de parochie opgebouwd.
Voor onze parochie is de relatie met de paus een zeer belangrijk aspect van ons geloof. De opvolger van Petrus laat de stem van het evangelie in heel de wereld klinken en herinnert ook de wereldlijke overheden aan hun verantwoordelijkheid voor het heil en welzijn van allen. Aan die apostolische missie heeft U in Nederland en in andere landen Uw bijdrage geleverd.
Samen met heel de parochiegemeenschap wens ik U zegen, gezondheid en vrede voor het jaar 2012, maar ook voor de komende jaren in Uw leven.
Laten we God danken voor alles wat hij ons heeft geschonken en om zegen voor de parochie, voor onze stad en al onze dierbaren.
Laten we bidden dat God vrede over ons zal neerdalen.
HOMILIE
In zijn nieuwjaarsboodschap voor de vrede richt paus Benedictus XVI zich uitdrukkelijk tot de jonge mensen. De actuele situatie van de mensheid verkeert in duisternis vanwege de crisis. De paus kenmerkt deze als primair een culturele en antropologische crisis en daarmee geeft hij aan dat voor hem deze crisis fundamenteler is dan slechts een economische crisis. Het gaat immers niet alleen om onze welvaart, maar allerlei menselijke waarden staan op het spel. De economische crisis komt voort uit een morele onevenwichtigheid.
In deze duisternis kan de nieuwe generatie licht brengen, omdat jonge mensen enthousiasme en idealisme kennen die een bron van vitaliteit zijn. Deze jonge mensen moeten gevormd worden en educatie krijgen. Het oorspronkelijke woord educare of educatio betekent dat door opleiding en opvoeding de jonge mensen geleid worden om boven zichzelf uit te stijgen en zich te verdiepen in de realiteit van het bestaan. Educare is dus niet simpelweg kennis en vaardigheden bijbrengen, maar op het spoor brengen van waarheid en wijsheid. Voor die educatie zijn getuigen nodig die het leven waar zij van spreken ook zelf daadwerkelijk beleven. Wanneer we spreken in onze samenleving van kwaliteit van onderwijs, gaat het om getuigen, om mensen die met hart en ziel, en vanuit hun eigen bestaan aan jonge mensen hun levenswijsheid overbrengen. Educatie dient gericht te zijn op gerechtigheid en vrede.
Het gezin is de eerste plek waar gerechtigheid en vrede worden geleerd omdat het gezin een plek is van vergeving en vreedzaam samenleven, solidariteit, waardering van gemaakte regels en onderlinge afspraken. Ouders geven door het voorbeeld van hun eigen leven aan hun kinderen het eerste voorbeeld van hoop en vertrouwen op God, die de enige bron is van authentieke gerechtigheid en vrede.
Iedere instelling van educatie dient een plaats te zijn van openheid voor het transcendente en voor de andere mens, een plek van luisterbereidheid, dialoog en cohesie. Het is een maatschappelijke opdracht voor overheden om de voorwaarden te scheppen voor dergelijk onderwijs dat werkelijk dienstbaar is voor het common good, het algemeen welzijn.
De paus haalt Augustinus aan wanneer hij hem citeert: wat verlangt een mens meer en inniger dan waarheid? Deze waarheid betreft ook de identiteit van de mens. Wie is de mens? Het is de vraag van psalm 8: “als ik de schepping zie en bewonder, het werk van Gods handen in maan en sterren, waarom heeft God dan zoveel zorg voor de mens die een sterfelijk wezen is?” De mens draagt een dorst naar het oneindige in zich. Uiteindelijk ligt daarin de gelijkenis met God. De mens die in dit verlangen Gods aangezicht herkent, is op het spoor van de waarheid. De mens treedt zo in relatie met God en begrijpt dus het belang van menselijke vrijheid die in zijn relatie met God geworteld is. Deze vrijheid is geen verabsolutering van de eigen wil en verlangens, maar een vrijheid die zoekt om in harmonie te leven met de naaste en met God. Vrede is gebaseerd op een juist gebruik van vrijheid die ook de naastenliefde omvat en vergevingsgezindheid.
Gerechtigheid heeft evenzeer transcendente wortels en is meer dan een menselijke categorie die in wetten is neergelegd. De stad van de mens is niet uitsluitend gebouwd op rechten en plichten, maar ook op de relatie van het gratuite, compassie en communio. Dat zijn niet de categorieën van “voor wat hoort wat”, niet van de commerciële samenleving waarin alles in economische waarden wordt vertaald. Maar van Gods onmetelijke liefde die ons om niet wordt geschonken.
Net als gerechtigheid is ook vrede niet alleen een geschenk dat wordt gegeven, het is ook een opdracht om vredestichters te zijn. Vrede voor allen is de vrucht van gerechtigheid voor allen. Dit is geen ideologie die onze wereld zal redden, maar dit is een leefwijze die gericht is op de levende God die onze schepper is en die garant staat voor onze vrijheid.
De jonge mensen zijn een geschenk voor onze samenleving, en zij zijn ook een bron van inspiratie voor de andere mensen, juist door hun enthousiasme om ongerechtigheid en corruptie te overwinnen om ene betere toekomst te bouwen. De spreekt zijn vertrouwen in de jeugd en wil jonge mensen stimuleren om zich te richten tot Christus die zelf Gerechtigheid en Vrede is.
Mogen wij allen op deze internationale dag van vrede geïnspireerd worden om naar het voorbeeld van Maria elkaar aan te moedigen om op tocht te blijven, een tocht naar een meer menselijke en broederlijke wereld, waar we ons allen verantwoordelijk weten voor de huidige en toekomstige generaties.
Moge deze gedachten van de paus rond vrede en gerechtigheid ons allen inspireren.
Zalig Nieuwjaar. Amen.
U vindt de tekst onder:
http://www.vatican.va/holy_father/benedict_xvi/messages/peace/documents/hf_ben-xvi_mes_20111208_xlv-world-day-peace_en.html
Laatste nieuws Katholiek Nederland
Links