LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 24e zondag door het jaar, 16 september 2018

Lezingen
Jesaja 50, 5-9a
Psalm 116
Jacobus 2, 14-18
Marcus 8, 27-35

Welkom
De passages van vandaag brengen ons bijna bij Goede Vrijdag. De eerste lezing wordt ook op die dag voorgelezen. De lezing van het evangelie kondigt het gebeuren van het dramatische einde van het leven van Jezus aan. De profeet Jesaja vertelt hoe het goede van de dienaar des Heren onzichtbaar gemaakt wordt. De negatieve krachten zijn zo groot, dat de dienstbaarheid in het niets lijkt te verdwijnen. Wij zijn hier om te ervaren dat God zijn inspiratie en zijn kracht aan ons geeft. Laten we stil zijn om rust en vrede en bemoediging te vinden als leerlingen van Jezus.

Homilie
De vraag van Jezus aan zijn leerlingen over zijn identiteit, staat opgetekend in het hart van het evangelie van Marcus. Zij wordt ook bij de andere synoptici vermeld. Zij nodigt uit tot een antwoord van de leerlingen. Van dat antwoord hangt veel af. Het is een antwoord dat volgens de schrijver van de brief van Jacobus ook in daden zichtbaar moet worden. Hij beseft heel goed dat er mensen zijn die met uiterlijk vertoon de Heer navolgen, maar er ondertussen een heel ander leefpatroon op na houden.

Het antwoord dat Petrus en de leerlingen gaven, is de basis van het vervolggesprek dat Jezus met hen voert. Blijkbaar vindt Jezus dat deze belijdenis de leerlingen klaar maakt om de consequenties te aanvaarden. De erkenning dat Jezus de Christus is, blijft niet zonder gevolg. Dat de leerlingen zover zijn dat ze Jezus als Christus herkennen, veronderstelt een engagement en een trouw die Jezus bemoedigen om de volgende stap te zetten, de stap naar Jeruzalem. De belijdenis van vandaag door de leerlingen zal weerstand, onbegrip en zelfs tegenwerking oproepen wanneer Jezus en zijn leerlingen in Jeruzalem komen. Vandaag is het keerpunt in het evangelie. De belijdenis door de leerlingen vormt de basis van dit keerpunt.

Terwijl de eerste periode in Galilea voor Jezus en zijn leerlingen een heerlijke periode van succes was, waarbij de critici machteloos waren en niet op konden tegen het succes van Jezus die mensen genas en met gezag aan wist te spreken. De komende fase in Jeruzalem zal laten zien hoe omstreden de boodschap van Jezus is. Hij spreekt de mensen aan op hun gedrag en dat betekent scherpe kritiek op hun leven. Dan is het met de populariteit van Jezus snel gedaan. Ook nu beseffen we hoezeer onze keuze voor het evangelie omstreden is. De tegenwerking komt zelfs van binnen uit.

We beseffen heel goed dat mensen die de naam van Christus dragen, niet zijn weg bewandeld hebben. Christus zelf heeft ons al daarvoor gewaarschuwd: de schriftgeleerden die voor in de synagoge staan en zichzelf rein achten, blijken niet de rechtvaardigen te zijn die Gods weg bewandelen. Dat is pijnlijk en verdrietig. Ik voel het zelfs als verraad. Ik voel me in de steek gelaten door de lieden die misbruik hebben gepleegd en door degenen die dit toegedekt hebben. Toch belemmert het me niet om de weg naar Jeruzalem in te slaan en voortdurend met het evangelie in de hand de mens op de weg ten leven te wijzen.

Het kwade dat in de mens huist en tot foute daden leidt, moet onder ogen gezien worden, ook wanneer dat betekent dat we er zelf onder lijden. Ook de lijdende dienaar van Jesaja voelt zich verraden, zoals ook Jezus zelf zich verraden en in de steek gelaten voelt in de Hof van Olijven. Hij vindt dan zijn toevlucht in zijn relatie tot God zijn Vader, die Hem riep, die hem het leven gaf, die hem zijn heilige Geest schonk.

Durven wij dat onder ogen te zien? Durven wij zien hoe het kwaad binnen is gedrongen in onze wereld en in onze kerk? Kunnen we dan net als de lijdende dienaar Gods rechtvaardigheid inroepen? Het lijden dat we nu ondergaan weegt niet op tegen het lijden van slachtoffers die er nu in onze samenleving zijn, op allerlei terreinen en bij allerlei andere organisaties. Maar het lijden dat we ondergaan dient wel onze ogen te openen opdat we blijven bouwen aan een veilige en gezonde kerk die getuigenis van het evangelie aflegt.

We blijven Jezus belijden als de Christus, de Zoon van de levende God, ook wanneer ons dat hoon en verwijten oplevert. Onze belijdenis is echter een inspiratie om getuigenis af te leggen van het evangelie en aan te wijzen waar dit te grabbel gegooid wordt en mensen beschadigd raken. We moeten niet zwijgen over het kwade en toch belijden dat Christus de Weg ten leven is. Amen

Verkondiging 23e zondag door het jaar, 9 september 2018

Lezingen
Jesaja 35, 4-7a
Psalm 146
Jacobus 2, 1-5
Marcus 7, 31-37

Welkom
Van harte welkom in deze viering. Het evangelie vertelt van mensen die door de omstandigheden van het leven doof en stom gemaakt zijn, die de kracht niet meer hebben om te communiceren, die lam geslagen zijn. Soms doen mensen elkaar de vreselijkste dingen aan, soms is het leven zelf zwaar en ingewikkeld. De ontmoeting met Jezus geeft vandaag aan de doofstomme man nieuw leven. Je kunt deze man vergelijken met een woestijn. Er lijkt geen leven meer in te zitten. Toch blijkt na een regenbui dat het leven, diep verscholen, deze woestijn in bloei kan zetten. Zo kan een mens die tot een woestenij geworden is, weer tot leven komen. Mogen wij hier in deze eucharistie ook die levenskracht ervaren in de ontmoeting met de Heer zelf.

Homilie
De achtergrond van de doofstomme man wordt niet verteld. Hij leeft buiten Israël. Of hij een Joodse man is of niet, dat weten we niet. Jezus begeeft zich in dit hoofdstuk van Marcus aan de grens van Israël. Hij staat aan de rafelranden van het volk. U weet dat de Joodse leiders erg bezorgd waren om het volk rein en zuiver te houden. De voorschriften van de wet waren bedoeld om heldere lijnen te trekken. Uit de ontmoetingen van Jezus blijkt dat niet goed mogelijk te zijn: mensen die buiten het volk staan, laten een groot en fris geloof zien, vandaag opnieuw. Jezus betrekt de doofstomme man uit de Dekapolis, een Grieks gebied aan de rand van Israël, opnieuw bij het beloofde land: blijkbaar wordt het Joodse volk voor Jezus niet bepaald door geboorte, maar door openheid voor Gods koninkrijk. Die brengt een mens tot spreken en tot leven.

Waar Jezus voortdurend op stuit, is dat de zuiverheid waar de Schriftgeleerden van spreken, eigenlijk niet bij mensen past: mensen die goede bedoelingen hebben, overtreden toch de wet; mensen die vol liefde zijn, worden toch door het kwaad overvallen. We leven in een open wereld en toch plaatsen we soms mensen buiten onze grenzen omdat onze wet hen blijkbaar niet toelaat, een wet die we in Nederland zelf hebben opgesteld. Onze kerk die een veilige haven moet zijn voor kleine en kwetsbare mensen, heeft diezelfde opdracht tot veiligheid niet altijd waar gemaakt.

Waarom trekt Jezus zich terug met de man naar de eenzaamheid? We weten dat Jezus niet van spectaculaire tekens houdt. Hij is geen populist. De grootste tekens gebeuren in de kleine kring van een selecte groep van leerlingen, zoals de opwekking van de dochter van Jaïrus. Ook deze genezing gebeurt buiten de kring van het volk. Het geeft aan dat ieder van ons een persoonlijk geloof en een eigen band met God heeft. Het aangeraakt worden door het evangelie is als het ware een intiem gebeuren, dat niet afhankelijk moet zijn van de omstandigheden in kerk en wereld, anders maken we ons geloof afhankelijk van gebeurtenissen en daden.

Opvallend is dat jonge mensen die voor het geloof en voor de kerkgemeenschap kiezen, zulke eigen bronnen weten aan te boren. Zij laten zich niet zozeer verstoren door de buitenkant van de kerk en door de teloorgang van de grote geschiedenis die de kerk heeft gekend. Het kan oudere gelovigen overkomen dat ze stom worden en lam geslagen door de gebeurtenissen van de afgelopen jaren. En er zijn ook mensen die liever willen dat we zwijgen over ons geloof en onze kerk, omdat deze heeft afgedaan. Juist dan is het mooi om jonge mensen te zien die putten uit hun persoonlijke vriendschap met Christus zelf.

Hoe kunnen wij allen weer tot spreken komen? Dat kan alleen als we ons laten raken door Christus en de vriendschap van zijn evangelie te omarmen. Zoals mgr de Korte zegt in zijn brief aan de gelovigen van zijn bisdom: juist door trouw te blijven, juist door ons te laten voeden door de sacramenten die in de geloofsgemeenschap gevierd worden. De vriendschap met Christus is het fundament dat we mogen uitdragen en dat ons een opdracht geeft voor de wereld van vandaag. De kerk moet de wereld voorgaan in de weg van vernieuwing en zuivering. Ook in de wereld gebeuren de vreselijkste dingen. De eerste opdracht is om dit zelf onder ogen te zien en te erkennen dat we gefaald hebben. De reactie om naar anderen te wijzen helpt niet en dat zal ook de wereld niet helpen. Ook de wereld en de samenleving zullen de problemen onder ogen moeten zien. Er zijn te veel mensen die doofstom gemaakt zijn in deze wereld, door allerlei omstandigheden. Wij zijn geroepen om de hand en de stem van Christus te zijn die mensen weer tot leven brengt. Moge de heilige Geest ons inspireren bij die opdracht. Amen

Verkondiging 22e zondag door het jaar, 2 september 2018

Lezingen
Deuteronomium 4, 1-2.6-8
Psalm 15
Jacobus 1, 17-18.21b-22.27
Marcus 7, 1-8.14-15.21-23

Welkom
Van harte welkom in deze viering. Ik ben blij dat u er bent, dat we opnieuw bij elkaar komen, om de bemoediging van Christus en van elkaar te ontvangen. We hebben elkaar nodig en we hebben nodig dat Gods woord ons opricht en vrij maakt. De kerkgemeenschap betekent dat we ons gezamenlijk laven aan de bronnen van ons geloof en ons begeven in de aanwezigheid van Christus, opdat we die mee de wereld in dragen. Ik nodig u uit om een minuut stil te zijn om in gebed God om wijsheid te vragen.

Homilie
De uitval van Jezus aan het adres van de farizeeën en de schriftgeleerden laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Leden van de elite houden zich aan uiterlijke voorschriften, maar leiden ondertussen in het verborgen een liederlijk leven en lappen de regels feitelijk aan hun laars. Het is een verschijnsel van alle tijden en van alle organisaties dat mensen er hun eigen moraal op na houden en hun foute gedrag voor zichzelf rechtvaardigen. Ook in de hele samenleving van vandaag komen we dit tegen.

Het is een treffend teken van het liturgisch jaar dat we in deze onrustige tijden waarin zoveel lijden van mensen aan de oppervlakte komt en waarin blijkt hoezeer mensen in de kerk niet hun verantwoordelijkheid genomen hebben, deze tekst uit het Marcusevangelie ons aangereikt wordt door de liturgie. Als je niet beter zou weten zou je kunnen denken dat de paus deze passage uit heeft gekozen om te laten voorlezen en te overwegen: maar dat is niet zo. Het liturgische rooster reikt deze tekst aan voor deze zondag. Wereldwijd wordt die voorgelezen. Ook priesters en bisschoppen die door de mand gevallen zijn en die vandaag in stilte en afzondering de eucharistie vieren, moeten deze tekst tot zich nemen.

Ik heb geaarzeld en gedacht dat het misschien beter is om deze passage in stilte te overwegen in het kader van de actualiteit van vandaag. Toch is het de bedoeling van liturgie om ons te bemoedigen en ons nieuwe wegen te wijzen. Er dient dus toch meer gezegd te worden, woorden en gedachten die ons verder helpen. De passage van Deuteronomium geeft een kader van regels die God ons aanreikt. Het is de weg naar een nieuw land. Dat ligt onder de hele Bijbel en zeker onder het evangelie: de mensheid is onderweg naar een nieuw land en een nieuw bestaan. Een nieuwe wereld is het perspectief, een wereld waar rechtvaardigheid en barmhartigheid in het hart van mensen gegrift zijn en mensen geen geschreven normen meer nodig hebben om zich daaraan te houden, maar vanuit die waarden leven en de menselijke verhoudingen volgens die waarden gestalte geven.

Heel de periode in de woestijn is voor het volk een oefenperiode om straks in het beloofde land de belofte gestalte te geven. Het binnentrekken in het beloofde land is voor Israël een nieuw begin, het is de uitdaging om nu op eigen kracht de belofte van God waar te maken en zelf die samenleving volgens die waarden in te richten. Het behoeft geen uitleg om te beseffen dat in de geschiedenis van vallen en opstaan die belofte van de waarden van rechtvaardigheid en barmhartigheid steeds weer opnieuw bevochten en herontdekt moet worden. Profeten staan op om het volk daaraan te herinneren, soms zijn harde woorden nodig!

Het evangelie van Christus heeft diezelfde profetische woorden en waarden, maar Christus geeft meer dan dat. Hij geeft ons de overtuiging mee dat we nooit meer helemaal bij nul hoeven te beginnen. De kerkgemeenschap heeft een fundament dat niet verloren gaat en dat maakt dat dit nieuwe rijk, dat door Mozes en de profeten beloofd is, al begonnen is. Het zal ons niet kunnen worden afgenomen, welke schandalen ons ook overkomen. Het fundament is onze eigen roeping en onze eigen gelovige inspiratie; onze eigen persoonlijke band met Christus, waar niemand tussen kan komen. Daar is de bron die we zelf mogen koesteren.

Het fragment uit de brief van Jacobus herinnert ons aan het geschenk van het leven dat God zelf aan ieder van ons toevertrouwd heeft. Het geschenk is een verantwoordelijkheid. Zoals het Woord van God in Christus mens geworden is, zal ook onze roeping, die we met ons leven van God gekregen hebben, ook zichtbaar moeten worden en gestalte moeten krijgen in ons leven. Dat is waarheid: dat je daden en woorden in overeenstemming zijn met de verheven roeping die we van God gekregen hebben. Als we ondervraagd worden over de situatie van de kerk, kunnen we de situatie eerlijk onder ogen zien, maar er ook op wijzen dat de hele moderne wereld en huidige samenleving verre van rechtvaardig en veilig zijn voor kwetsbare mensen. De akelige feiten van het verleden maken ons waakzaam om de hoge moraal van het evangelie niet uit het oog te verliezen en elkaar daarop aan te spreken. Dat vraagt wijsheid, geduld en duidelijkheid. Bidden we om wijsheid! Amen