LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 10 december 2017, 2e zondag advent

Lezingen
Jesaja 40, 1-5.9-11
Psalm 85
2 Petrus 3, 8-14
Marcus 1, 1-8

Welkom
Welkom op deze tweede stap naar Kerstmis. De lezing voert ons vandaag de woestijn in om te luisteren naar Johannes de Doper die aankondigt hoe de boodschapper van Gods Koninkrijk zal komen. Hij komt langs de wegen die recht gemaakt zijn en langs paden die door mensen begaanbaar gemaakt zijn. Hoe begaanbaar zijn de wegen die mensen banen? Is er ruimte of zijn er obstakels? Als wij ons leven inrichten, leggen we dan hindernissen neer voor anderen of maken we juist ruimte? Het is ook een gewetensvraag voor de viering van Kerstmis: is er ruimte voor anderen? Vieren we Kerst misschien een keer anders dan anders, en met anderen dan anders?

Wie in Israël de woestijn ingaat, ziet van een afstand de stad Jeruzalem liggen. We richten na de gebeurtenissen van de afgelopen week onze blik op Jeruzalem en we bidden voor deze stad en voor al haar inwoners om vrede.

Homilie
De advent is een periode van wachten en iedereen weet wat wachten betekent: saai en leeg. We wachten niet graag, want dat lijkt op een lege tijd. Wanneer gaat er nu eindelijk iets gebeuren? Zo kunnen we ook naar de geschiedenis kijken: hebben we het idee dat de geschiedenis nog een beetje vooruit gaat? Iedere tijd opnieuw worden er stappen gezet, soms vooruit en soms achteruit.

Vandaag is het een bijzondere dag: 10 december is de dag van de mensenrechten. Het is de bedoeling dat vandaag de geschiedenis een stap vooruit geholpen wordt. Het is een hoopvol teken dat vandaag de Nobelprijs van de vrede gaat naar de internationale organisatie van de vredesbeweging vanwege de inzet tegen de verspreiding van kernwapens in de wereld. Ook de katholieke organisatie Pax Christi werkt daarmee samen. Er zitten dus ook vertegenwoordigers van de katholieke kerk straks in Oslo in de zaal bij de ontvangst van de Nobelprijs. In een periode waarin misschien net als in de Koude Oorlog, explicieter zelfs, met kernwapengekletter wordt gedreigd, is dit een hoopvol teken.

Weinigen in Nederland hebben meegekregen dat er enkele weken geleden een grote conferentie was over de problematiek van kernwapens in de huidige wereld. Paus Franciscus heeft de deelnemers toegesproken om hen te bemoedigen en een hart onder de riem te steken. De katholieke kerk brengt ook rond dit onderwerp vele mensen en organisaties samen om na te denken over onze verantwoordelijkheid in de wereld. Dat helpt de geschiedenis weer vooruit.

Ik geloof dat de gebeurtenissen rond Jeruzalem de afgelopen week niet echt helpen om de wegen van vrede rechter te maken en de weg te banen voor de vredestichters. Toch geloof ik in de kracht van mensen die de stem van Johannes de Doper hebben verstaan en vanuit deze overtuiging blijven bouwen aan de vrede.

Dat is de overtuiging van de advent: het vredesvisioen is niet een vroom dromen, maar het vertelt van de toekomst die door God geschonken wordt. Het verwachten van die droom maakt ons actief en daadkrachtig. We weten immers waar we naar toe werken. Onze daden zijn geen druppels op een gloeiende plaat. Onze daden zijn de dauw van Gods gerechtigheid over de hele wereld.

Het probleem is dat we geneigd zijn te tellen en te meten volgens onze maatstaven. We willen het effect berekenen van onze daden en onze inzet. Maar Petrus leert ons dat dat Gods tijd een andere tijd dan de onze is. Gods tijd is geen voortschrijden van dagen en weken en maanden en jaren. In Gods tijd bestaat de nieuwe wereld al lang. Het is onze tijd die daar nog niet van vervuld is. In de advent willen we ruimte maken voor het geduld dat nodig is om anders in de tijd te gaan staan. Het is een cyclus van vier weken die een cirkel maakt. De vraag is aan ons of we steeds weer op hetzelfde punt uitkomen, of steeds weer een stapje verder komen.

Onze leven hoeft niet altijd een rechte weg naar voren te zijn, maar de cyclus van de advent nodigt ons uit om stapjes te zetten. Ook kleine stappen hebben betekenis in Gods ogen. Kleine stappen kunnen het begin zijn van een grote verandering. De stap van Johannes de woestijn in, was geen lange reis, maar een enorme overgang. Opgegroeid in de drukte van de stad en in de elite rond de tempel, was Johannes het zicht op de tijd van God vergeten. Hij stapte uit die ruimte en zag weer de tijd van God die als het ware verborgen in onze tijd al zichtbaar is.

Dat vraagt een evangelische blik, een blik waar we volgens de boodschap van Petrus die nieuwe wereld al zien verschijnen. Er kunnen mensen zijn die roepen en schreeuwen, er kunnen mensen zij die hun belangen verdedigen en die zelfs oproepen tot geweld, maar wij weten door de boodschap van het Kind dat gaat komen, dat uiteindelijk allen onder de dauw van Gods gerechtigheid zullen staan. Daarom ontsteken we steeds weer een extra kaars, daarom zingen we het Rorate en daarom blijven we geloven in de vrede. Wij helpen de geschiedenis steeds weer een stap verder wanneer wij de vrede verkondigen en vanuit de vrede leven. Als het moet tegen de verdrukking in. De wereld is in Gods hand en de tijd is van God. Laten wij ons leven dan ook aan God toevertrouwen. Amen

Verkondiging 26 november 2016, 34e zondag, Christus Koning

Lezingen
Ezechiël 34, 11-12.17-17
Psalm 23
1 Korinthiërs 15, 20-26.28
Mattheüs 25, 31-46

Welkom
Welkom op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar: omdat heel de jaarcyclus is opgebouwd rond de mysteriën van Christus, is de titel van deze laatste zondag gewijd aan het Koningschap van Christus: Hij is door de Vader gezonden om ons opnieuw te verbinden met Hem die de oorsprong van de schepping is. Onze wereld is beschadigd, de schepping van God wordt geen recht gedaan. Christus is ons voor gegaan op de weg om te helen en te herstellen. Zijn wij in staat om te herkennen waar wij kunnen herstellen en wie wij kunnen herstellen? Onze wereld staat bol van mensen die zich gekwetst voelen op vele manieren; er komt veel verdriet en pijn boven. In plaats van dat verdriet te voorkomen – lijkt me erg moeilijk – zoeken we wegen van herstel. Dat is gelegen in de barmhartigheid die mensen elkaar betonen. Daar gaat ook de parabel over die we straks in het evangelie horen. Laten we ons gebrek aan barmhartigheid erkennen en God vragen om vergeving.

Homilie
Waarom wil een koning soms incognito blijven en zich niet altijd bekend maken, zoals in de parabel van vandaag? Een koning die niet meteen herkend wordt, kan ontdekken hoe de mensen werkelijk over hem denken. Hij kan ontdekken welke gedrag mensen werkelijk laten zien, buiten de invloed van zijn aanwezigheid. Het koningschap is mooi, maar wat denken de mensen in de omgeving van de koning echt over hem? Iedereen is vol lof, maar is dat werkelijk oprecht en eerlijk? Proberen de mensen de koning niet te paaien en te pleasen? Zodra koningen of presidenten aftreden, lijkt er soms een compleet nieuw tijdperk aan te breken, dat eerder volkomen buiten beeld bleef.

Mensen kunnen de koning ook benaderen om iets van hem gedaan te krijgen. Zij proberen soms mee te liften op zijn macht om daar een graantje van mee te pikken, voor hun eigen voordeel of voor anderen. Dit geldt voor koningen, maar ditzelfde is net zo goed van toepassing op organisaties waar een strakke hiërarchie bestaat: in de kerk, maar ook in bedrijven en bij de overheid. Soms is het maar beter om buiten beeld te blijven. De oefening die de parabel van de werken van barmhartigheid ons biedt op dit feest van Christus Koning, is zien en herkennen. Het gaat er niet om dat we telkens de Koning herkennen in de ontmoeting met de kleinen. De Koning heeft zich juist uit de wereld teruggetrokken, om de ruimte te laten aan de mens zelf en aan de werken van de mens. Het gaat er juist om dat we de kleinen en kwetsbare mensen zien en herkennen als lotgenoten, als broeders en zusters.

Contemplatie en actie komen in dit verhaal bij elkaar. Ze zijn niet tegengesteld aan elkaar. Juist vanwege de blik op de kwetsbaren, door het zien en herkennen komt de mens in actie. Contemplatie is het uitgangspunt: niet meteen oordelen en veroordelen en oproepen tot protestmarsen, maar je laten aanspreken door het gelaat van de ander die in nood is, de mens die beschadigd is. Contemplatie vraagt ook de moed om die mens in de ogen te kijken, zonder je af te wenden, zonder je te laten ontmoedigen of uit het veld te laten slaan omdat we denken dat het lijden onafzienbaar groot is. Tenminste, dat is de hoop van Jezus.

De combinatie met de tweede lezing over de opstanding en het einde der tijden, laat ook zien wat er op het spel staat bij de werken van barmhartigheid: de mens is zelf ook betrokken bij de strijd tegen de machten en heerschappijen die hem klein houden en beschadigen. Dat zijn machten en heerschappijen die de wereld lijken te regeren en de mensen in hun greep lijken te houden. In de termen van Ezechiël: dat zijn de bokken die de wereld denken te kunnen regeren. Maar hun rol zal uitgespeeld zijn.

Volgens Paulus werkt God naar een toekomst toe waar God alles in allen zal zijn, een uitdrukking die verwijst naar het slot van de geschiedenis in de Apocalyps waar God allen verlicht. Opstanding is meer dan leven na de dood en opstaan uit het graf. Het is het begin van een nieuw bestaan dat Christus al met de doop bij ons heeft uitgezaaid. Het is een leven dat aanstekelijk kan zijn, als we beseffen dat dit leven door Christus vanuit de Vader en in de kracht van Geest ons toevertrouwd is. De barmhartigheid die betoond wordt aan de kwetsbaren die we tegenkomen in dit verhaal van Mattheüs betreft het laten delen in de gaven die we van God ontvangen hebben. Dat is meer dan een gave in de collecte of het kopen van een straatkrant. Het is het wegschenken van iets van je eigen leven, omdat je beseft dat je het zelf ook hebt ontvangen van God de Vader. Dat verbindt ons met elkaar, en met alle kwetsbare mensen en dat helpt meer dan protesten en demonstraties. Dat verbindt en geeft leven. Dat is de weg die ons vandaag wordt voorgehouden. Moge de onzichtbare koning die in ons mensenhart tot ons spreekt, ons inspireren tot die contemplatie en tot die manier van ons leven delen. Amen

Verkondiging 19 november 2016, 33e zondag door het jaar, Werelddag voor de Armen

Lezingen
Spreuken 31, 10-13.19-20.31-31
Psalm 128
1 Thessalonicenzen 5, 1-6
Mattheüs 25, 14-30

Welkom
Deze weken staan de lezingen van het evangelie in het teken van het naderende oordeel: iedereen zal de balans moeten opmaken hoe het evenwicht tussen naastenliefde en eigenliefde is, de vraag welke talenten wij tot ontplooiing brengen en welke talenten wij begraven. Voor deze periode heeft paus Franciscus een Werelddag voor de Armen in het leven geroepen, de laatste zondag vóór Christus Koning, niet zozeer een bezinningsdag, maar een actie dag, want de paus roept ons op om allereerst de armen te beminnen met daden en dan eventueel met woorden. U vindt in de kerk een aantal quotes en ik vraag om daar over na te denken in deze viering. Denk niet: daar kan ik niets mee: de teksten worden niet voor niets aan u gegeven. Laten we onze tekorten erkennen en God om vergeving vragen.

Homilie
We kunnen ons afvragen waarom de Heer nu zo boos is op de dienaar die zijn talent verstopt heeft. Is deze derde dienaar niet de echte arme die zich geen raad weet met wat hem toevertrouwd is? Moeten we geen medelijden hebben met hem en hem juist aanvaarden? Is hier vergeving niet op zijn plaats? De hardvochtigheid lijkt toe te nemen, zo naar het einde van het evangelie, maar als we die houding aannemen, blijven we vast zitten in een moralistische uitleg van het evangelie: het evangelie zou gaan over je best doen en als dat niet lukt, dan moeten we daar begrip voor hebben. Uiteindelijk zal de mantel der liefde alles en iedereen bedekken. Maar dat is niet zoals ik het evangelie lees en versta. Het evangelie is een analyse van onze samenleving. Het is een spiegel en een instrument om onze werkelijkheid te begrijpen. Het is een aansporing om de wereld vooruit te helpen; om zelf vooruit te komen als leerlingen van Christus en zijn evangelie. Het gaat vandaag over de plaats die armoede en vooral de armen hebben in onze wereld en in ons eigen hart: zien we hen als een belasting voor ons geweten? Zien we hen als mislukkelingen omdat ze blijkbaar niet goed hebben gereageerd op hun problemen? Vinden we soms dat ze te laat om hulp hebben gevraagd en het aan zichzelf te danken hebben? Zijn de armen degenen die er eigenlijk niet zouden moeten zijn, omdat armoede in onze moderne wereld niet hoeft?

Het evangelie is echter geschreven voor een wereld die niet af is, een wereld die nog uitziet naar de wederkomst des Heren, een wereld die nog niet beantwoordt aan het Koninkrijk van God. Juist voor deze realiteit is de Werelddag van de Armen bedoeld. De boodschap van paus Franciscus is een weinig populaire boodschap: we dienen de armoede niet zozeer uit de wereld te helpen, maar we dienen haar te omarmen. Wordt armoede dan goed gepraat? Ik denk al lezend en nadenkend dat we over twee vormen van armoede kunnen spreken: er is de mensonterende armoede die mensen slachtoffer maakt en in de schulden helpt, er is armoede die relaties beschadigt en mensen tot wanhoop en soms zelfs suïcide drijft. Deze armoede dienen we niet te accepteren en als kerk zoeken we naar middelen en mogelijkheden om hier wat aan te doen. De PCI is één van de vele manieren om daar wat aan te doen. We hebben een bescheiden PCI in onze parochie, maar het zijn toch tienduizenden euro’s per jaar die op zorgvuldige wijze besteed worden. Er is ook een armoede die te maken heeft met een sobere levensstijl, met verstandig en voorzichtig omgaan met de goederen van deze wereld, van de schepping, Het is de eenvoud van het hart, het betekent ontvangen wat er geschonken wordt in plaats van opeisen wat je wilt hebben. Het is een besef dat wij mensen, ondanks de grote verschillen, ook inzake financiële mogelijkheden, toch broeders en zusters zijn. Ook al maken mensen verschillende keuzes en zijn het soms de verkeerde keuzes die gemaakt worden: de mensheid is een geheel en we dienen elkaar niet los te laten.

Als wij die tweede manier van leven een plek kunnen geven in onze bestaan, betekent dat niet dat we zelf de keuze van Franciscus van Assisi moeten maken, en zelf aan de bedelstaf moeten geraken. Maar we kunnen wel ons leven kritisch bekijken en ons afvragen wat we nu echt nodig hebben en wat we los kunnen laten. Op die manier kunnen we dichterbij de mensen van de eerste vorm van armoede komen. Dat is de opdracht die de paus ons vandaag geeft op de Werelddag van de Armen, dus niet uitgaan van tegenstellingen, niet denken: zij zijn ongelukkig en arm en wij zijn gelukkig en tevreden, maar uitgaan van onze verbondenheid.

In de eucharistie vieren we ook de armoede van Christus. Hij heeft namelijk zijn armoede gedeeld met zijn leerlingen, niet een gebrek aan geld en eten. Hij had immers een groep mensen om zich heen die hem ondersteunde. Hij hoefde zich om de materiële kant van het bestaan misschien totaal geen zorgen te maken. Zíjn armoede is dat hij zijn eigen lichaam liet breken en zijn bloed uitgoot. Hij gaf zichzelf. Uiteindelijk is die armoede van de eucharistie onze rijkdom geworden, niet omdat we door deze eucharistieviering rijk zullen worden, maar omdat we door deze eucharistie een verbondenheid ervaren met Hem en allen die net als Christus in deze wereld gebroken zijn door armoede, door tegenslagen, door angst en oorlog en noem maar op. Wij aanvaarden de gebrokenheid van zijn lichaam, zoals we de gebrokenheid van deze wereld aanvaarden. Maar uiteindelijk zijn we allen in de hand van de Vader die ons een huis bereid heeft. Laten we openstaan voor de armoede en eenvoud van Christus en laten we wat we hebben ontvangen in de wereld en deze schepping delen met elkaar. Amen