LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging zesde zondag van Pasen, 26 mei 2019

Lezingen
Handelingen 15,1-2.22-29
Psalm 67
Openbaring van Johannes 21, 10-14.22-23
Johannes 14, 23-29

Welkom
Welkom op deze zondagochtend. Jezus spreekt ons vandaag aan op onze kant van het verbond. Als we zijn liefde ontvangen, volgt daaruit dat we zijn evangelie navolgen. Woorden van liefde hebben niet alleen betrekking op het gevoel, maar zijn ook bouwstenen voor de stad van de mens, voor de stad waarin Gods Geest zijn intrek neemt. De Openbaring van Johannes die in de lezingenreeks van Pasen tot een conclusie komt, vertelt van de stad die opgebouwd wordt, een stad waar de mens na alle beschreven ellende zijn/haar thuis kan vinden. Het is een stad die dankzij veel poorten toegankelijk, open en gastvrij is. Wij gaan in het voetspoor van de leerlingen die ondanks hun onenigheid toch de eenheid niet loslaten. Laten we hier de vrede ervaren die Christus ons schenkt, een vrede die ons tot broeders en zusters maakt, tot verkondigers van het ene evangelie.

Bijzonder welkom aan Jos Laus en zijn familieleden en vrienden die dit weekeinde zijn gouden jubileum viert als kerkmusicus, welkom aan pater van Ulden, onze gastspreker, gisteren met een prachtig orgelconcert, en vandaag met orgel en zang die hij dirigeert We danken God voor zoveel talent dat al vijftig jaar dienstbaar is aan de mensen in deze kerk, en aan God.

A warm welcome to our guests from abroad who want to celebrate the Eucharist with us today, especially those who are here to celebrate the Tulipsball in the Kurhaus. I hope you feel united through our prayers and our music and singing.

Laten we door de herinnering aan ons doopsel ons commitment aan het evangelie vernieuwen.

Homilie
In de eerste lezing blijkt er een grote onenigheid tussen de apostelen te zijn. Er is sprake van een felle woordenwisseling over de vraag wat er van nieuwe gelovigen gevraagd moet worden. Het gaat om de kwestie van de eventuele afschaffing van de wet van Mozes. Zijn alle gebruiken en wetten van de traditie van Mozes nu voorbij? Is Jezus daadwerkelijk iets nieuws begonnen zodat al het oude voorbij is? Of wilde Hij slechts dat de oude wetten van een nieuwe Geest vervuld werden?

Het is uitzonderlijk dat het boek van de Handelingen der Apostelen dat behoort tot het Nieuwe Testament, een openbarende tekst, zo’n discussie weergeeft. Al vanaf het vroegste begin is het aan de leerlingen om de woorden en daden van Jezus te interpreteren en in de huidige context een plaats te geven. We zien hier de heilige Geest aan het werk die slechts in en door mensen werkt. De leerlingen verzamelen zich vanuit verschillende plaatsen en met name Antiochië om samen in Jeruzalem over deze vraag te debatteren. De uiteindelijke beslissing betekent een nieuwe weg voor de christelijke kerk en een definitieve afstand tot het Jodendom.

De apostelen vertrouwden bij deze beslissingen op de kracht van de consensus. Sindsdien blijft dit een fundament bij grote kerkvergaderingen: in de consensus openbaart zich de Geest, niet in de afscheidingen. Zo werd ook bij het Tweede Vaticaanse concilie met grote meerderheid over de documenten gestemd. Er werd steevast bij het begin van de vergaderingen tot de heilige Geest gebeden in het besef dat men in de voetsporen van dit eerste concilie van Jeruzalem ging.

Christus heeft immers zijn leerlingen niet verweesd achter gelaten. Er zijn periodes in de geschiedenis waarin dat wel zo leek en de kerk de oriëntatie wellicht kwijt was. Gelukkig zijn er momenten dat de kracht van de Geest de kerk helpt om weer op het spoor van het evangelie te komen. Met vertrouwen op Gods voorzienigheid worden grote vernieuwende beslissingen genomen. De Geest helpt ons om vooruit te kijken.

De drie gaven die Jesus aan zijn leerlingen meegaf, worden genoemd in de afscheidsrede van Johannes, die een reflectie is van de eerste christengemeente over de nalatenschap van Jezus.

Op de eerste plaats is daar de liefde, allerminst vanzelfsprekend, omdat veel mensen godsdienst met plicht en onvrijheid verbinden: er zijn religieuze autoriteiten die anderen lasten opleggen. Wie de boodschap van Jezus verstaat, beseft echter dat de liefde van Christus die Hij getoond heeft in zijn leven en met name in zijn lijden en sterven, het fundament van ons geloven is. Dat leidt tot consequenties, tot commitment. Niet omdat een pastoor of een paus dit oplegt, maar omdat het onze roeping is een antwoord te geven op de liefde die wij ontvangen, een gave die zichtbaar wordt in de eucharistie die ons voedt.

De tweede gave is die van de heilige Geest, de levensadem die Jezus in onze wereld aanwezig laat zijn. Als wij de Naam van Christus dragen en ons willen spiegelen aan zijn voorbeeld, dan mogen we ons laten inspireren door de Geest die in ons hart en ons geweten tot ons spreekt, een Geest die ons open maakt voor de naaste en voor de geloofsgemeenschap. Het is als het ware de antenne die ons in staat stelt de eerste gave, die van de liefde, te ervaren.

Ten derde is er de vrede die Christus ons schenkt. In iedere eucharistie herhalen we die gave die ons met elkaar verbindt. We reiken elkaar de hand of omhelzen elkaar in de vredeswens om ons verbonden te weten door de ene Geest van Christus die ons optilt uit ons individuele bestaan en denken. Gelovig zijn betekent deel zijn van een geloofsgemeenschap die gefundeerd is op het evangelie, we horen bij elkaar en we laten elkaar niet los. Als er onenigheden zijn zoals in Jeruzalem, is het deze vrede die maakt dat we ons niet door de noden van deze wereld uit elkaar laten spelen.

Hoe kunt je nog meer die aanwezigheid van de Geest ervaren? Vandaag denk ik natuurlijk ook aan de muziek die ons kerkgebouw wekelijks vervult. Muziek en zang zijn talenten die de Schepper ons heeft geschonken om de harten van mensen te troosten en te bemoedigen en om vreugde met elkaar te delen. De katholieke traditie is rijk en veelvormig aan muziek en zang. We zijn dankbaar dat onze Jos Laus daar al vijftig jaar gestalte aan geeft. Hij weet hoe ik me altijd verheug op een schitterend orgelspel na de zegen, dat uit den hoge op ons neerdaalt, zoals de lenteregen uit de psalmen. We danken God voor deze schoonheid en de Geest die ons zo die aanwezigheid doet ervaren. Amen

Verkondiging derde zondag van Pasen, 5 mei 2019

Lezingen
Handelingen 5, 27b-32.40b-41
Psalm 30
Openbaring van Johannes 5, 11-14
Johannes 21, 1-19

Welkom
Welkom op deze bevrijdingsdag. Na het herdenken van de doden gisteren, vieren we de vrijheid. Voor ons christenen is de vrijheid verbonden met de gave van Pasen, waar we de gave van het leven vieren die de dood heeft overwonnen. Wat doe we met dit besef? Maakt die gave ons gevoelig voor onze maatschappelijke verantwoordelijkheid, voor Nederland, voor Europa? Of kiezen we voor een exit? We kunnen ons dat niet veroorloven.

De apostelen kunnen niet meer zwijgen. Hun ontmoetingen met de verrezen Heer, maken hen tot nieuwe mensen die leven brengen, die inspiratie brengen, die de angst verdrijven. Dat roept tegenkracht op, zoals ook in onze tijd. Laten we hier de Heer ontmoeten die zich aan ons toont in de gaven van brood en wijn en die ons in zijn woord oproept de vrijheid te vieren en te verdiepen.

Homilie
Bevrijdingsdag gaat over dood en leven. De verhalen over de oorlog die deze dagen verteld worden, laten de grenzen van het menselijk bestaan zien. Het zijn hartverscheurende verhalen van vervolging en van verzet, boeiende verhalen van ontsnapping en trieste verhalen van vervolging, discriminatie en moord. Mensen worden soms, maar niet altijd, boven zichzelf uitgetild. Zij worden soms helden genoemd omdat zij waarden hebben verdedigd die hun ter harte gaan, waarden die de pijlers zijn onder de samenleving. Het zijn waarden die de menselijkheid zelf verdedigen. Het zijn de waarden die het mogelijk maken dat wij mensen genoemd kunnen worden. Bevrijdingsdag vieren betekent dat we het als samenleving ook waard zijn om deze vrijheid te genieten. Maar is dat wel zo?

In zijn reflecties over oorlog en bevrijding schrijft Arnon Grunberg dat hij merkt dat het gewone leven van onze tijd nu niet altijd het banale overstijgt. Hij herinnert zich mensen die uitspreken dat ze met een zeker verlangen terug zien naar de tijd van de oorlog. Dat was de tijd en de situatie waarin er duidelijke doelen en verlangens waren, die richting gaven aan het bestaan, aan het denken en het handelen. In de extremiteit komt de mens misschien wel het meest tot zijn recht. Het was een tijd waarin de mens kon laten zien waartoe hij/zij in staat was, indrukwekkende mensen die we gedenken. Waar zijn zij gebleven? Gelukkig is die tijd voorbij, maar wat doen we met onze tijd? Brengt deze tijd van de normaliteit ons wel tot de nodige hoogte van het leven? Is de normaliteit niet banaler en leger dan de tijd van het extreme?

Deze paastijd is voor ons christenen ook een tijd van leven en dood. De dood van Christus heeft de leerlingen wakker geschud, maar de opstanding van Christus heeft hen pas in beweging gebracht. Zonder Christus leek hun leven zonder richting en zonder betekenis. Ze bleven zich liever verstoppen in de bovenzaal van het laatste avondmaal. Nog vervuld van schaamte van hun verdeeldheid op de laatste avond en hun afwezigheid onder het kruis. Het verstoppen in de Bovenzaal betekent niet meer en niet minder dan de kop in het zand steken van de geschiedenis, de nostalgie.

Er zijn ook in onze tijd nog voldoende leerlingen voor wie geloof en kerk een hulpmiddel zijn om stil te vallen, om te blijven hangen in de bovenzaal van het verleden, het verlangen naar een tijd die voorbij is. Maar na het herdenken komt het feest van de bevrijding. Deze Paastijd is een bevrijdingstijd die ons vraagt om ons dagelijks leven voortdurend te laten bepalen door de verrezen Christus. We zijn geroepen om Hem present te stellen. In het sociaal denken van de katholieke kerk hebben de katholieken de opdracht om de samenleving te bewaren voor de leegheid en banaliteit. Natuurlijk kunnen we ons stevige vragen stellen of we deze opdracht nog wel waar kunnen maken in de huidige situatie van de kerk, maar wat we uitdragen is niet de kerk. We verkondigen het evangelie van het leven, het evangelie waarin de mens vervuld van Gods Geest tot grote daden in staat is.

Met de verkiezingen voor ogen heeft een aantal Europese bisschoppen, de Nederlandse ontbraken, opgeroepen om de stem van het evangelie te verstaan als een aansporing om de eenheid van Europa als project van eenheid en vrede, als een project van menselijke waardigheid te verdedigen, Europa als ruimte van solidariteit en barmhartigheid, van gastvrijheid en toekomst voor allen.

Bevrijdingsdag herinnert ons aan de kwestie van dood en leven. Ons handelen van vandaag is nooit waardevrij: in onze keuzes laten we zien wat wel en niet belangrijk is, belangrijk voor onszelf en voor Europa. Laten we net als de leerlingen in vrijheid de wereld ingaan, niet bang om smaad te lijden, luisterend naar de stem van de geest van Christus in ons midden, in ons hart, in ons leven. Laten we voor die weg ten leven kiezen, dan zullen we deze gewone wereld kunnen vervullen van het leven dat Christus onze wereld van vandaag bracht. Amen

Herdenking 4 mei 2019

Aan wie heeft u net gedacht bij het monument? Dat is geen gewetensvraag om te weten of uw herdenking past in de doelstelling van het nationale comité 4 en 5 mei. Het is ook niet een vraag die bedoeld is om de herdenking zuiver en dichtbij de oorlog van toen te houden en anderen uit te sluiten. De laatste jaren wordt de discussie gevoerd over wie er nu herdacht mogen worden op deze dag. Wordt het niet een verwaterde herdenking indien we alles en iedereen gaan herdenken. Wie heeft u herdacht?

Ik hoop dat het herdenken zojuist een rijke ervaring was waarbij een veelheid van personen en beelden in uw herinnering voorbij is gekomen. Wie de kranten leest en programma’s ziet, wordt geconfronteerd met veel verhalen van mensen die net wel of niet aan de dood zijn ontsnapt. Het zijn verhalen die aan de vergetelheid worden ontrukt. We willen ontsnappen aan de wetmatigheid van de vergetelheid in de geschiedenis die de verhalen van het verleden in de marge van ons denken duwt. Arnon Grunberg schrijft vanmorgen in de NRC: de oorlog blijft een schimmenrijk.

Herdenken betekent dat we ons verzetten tegen deze wetmatigheden van de verleden tijd en de “vergeten tijd”. Herdenken betekent dat onze herinnering sterker is dan de vergetelheid die zich aan ons opdringt. Christenen mogen beschouwd worden als specialisten van herdenken omdat ze wekelijks de dood van één persoon herdenken. Die ene persoon staat centraal, maar dat is geen exclusiviteit; integendeel: de herdenking van die ene persoon omvat tegelijk de gehele mensheid, ja zelfs de gehele geschiedenis. Ik plaats daarin mijn mensen en mijn beelden die ik niet wil vergeten. Bij die zondagse herdenking in kerken komt een veelheid van personen en beelden voorbij en dat vinden we verrijkend en verdiepend. Christenen noemen dat heiligend, helend, genezend. Juist door zoveel mogelijk ruimte te scheppen voor de personen en beelden in je herinnering, blijft het herdenken van de ene persoon van 2000 jaar geleden zinvol. Aan wie heeft u gedacht bij het monument?

Dit herdenken overstijgt de tijden en de plaatsen van vandaag. Het herdenken brengt ons dichterbij de verzetsmensen die gevangen zaten in het Oranjehotel en op de Waalsdorpervlakte doorgeschoten zijn; het brengt ons dichterbij de homoseksuelen en Roma die afgevoerd en vermoord zijn omdat zij anders zijn; natuurlijk ook dichtbij de joodse Haagse kinderen en volwassenen die vermoord zijn in vernietigingskampen, maar evenzeer dicht bij de blauwhelmen die omgekomen zij bij vredesmissies in de afgelopen tientallen jaren.

Aan wie heb ik gedacht bij het monument? Ik denk ook aan mijn medebroeder Xyste uit de Centraal Afrikaanse Republiek, die nog dagelijks leeft met de angst dat het geweld vandaag weer losbarst, of de advocaat Arsene uit Congo, die via Justice en Peace bij mij gelogeerd heeft in het kader van Shelter City en voor wie verkiezingen levensgevaarlijk zijn en voor wie nu ebola de ramp groter maakt. Ik kan geen rem zetten op mijn herinneringen en gedachten. Ik zou aan iedereen wel willen denken, maar dat wordt onzinnig en leeg. Nee concrete gezichten en namen, beelden van documentaires en verhalen, van een Joodse vriend die als kind was ondergedoken, van mijn moeder die als onwetend en naïef meisje krantjes rondfietste waarvan ze amper begreep wat er in stond, totdat haar ouders het haar verboden omdat het te gevaarlijk was. Ze woonde naast de legerbasis aan de Brasserskade bij Delft. Ik denk aan Anna Mathilda Lansberg, een Joods meisje van 14 jaar, voor wie ik een bloem heb neergelegd bij het Joodse kindermonument vorige week. De lijst is een open lijst en kan verrijkt worden.

Wie weet van herdenken, is een rijk en gezegend mens. Wie weet van herdenken, kan ontkomen aan het schimmenrijk van de geschiedenis Aan wie weet van herdenken, zal de geschiedenis niet ontnomen worden. Wie weet van herdenken, bouwt aan zijn/haar identiteit. De twee minuten stilte kan het meest rijke moment van het jaar zijn dat we met elkaar in Nederland delen. Laten we dat moment altijd bewaren, koesteren en verzorgen.

Ad van der Helm, voorzitter Haagse Gemeenschap van Kerken

Den Haag 4 mei 2019