LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging Pinksteren, 20 mei 2018

Lezingen
Handelingen 2, 1-11
Psalm 104
1 Korinthe 12, 3b-7.12-13
Johannes 20, 19-23

Welkom
Welkom op dit oogstfeest. We vieren de voltooiing van het verbond tussen God en mensen. Het Joodse volk viert vandaag naast het oogstfeest het vernieuwde verbond met Noach en het geschenk van de Torah op de Sinaï vijftig dagen na de Exodus uit Egypte. Wij vieren de voltooiing van de verrijzenis in het geschenk van de Geest. Het fundament dat door de verrijzenis van Christus gelegd is, krijgt zijn beslag in de leerlingen, die getuigenis afleggen van Gods liefde voor alle mensen. Het wonder van de verstaanbaarheid van de leerlingen is een belangrijk teken: Gods Woord verbindt en verzamelt en dat is sterker dan de gescheidenheid van volken, talen en culturen. Er is zoveel dat verdeelt, maar wij vinden onze ene bron in Gods Woord, dat niet ons bezit is, maar ons geschonken wordt zoals de Tora aan Mozes en het volk. Hoe gaan we met dit geschenk om? Houden we het angstvallig voor onszelf, of willen we het delen met anderen die oprecht zijn en naar Gods Liefde verlangen?

De afgelopen weken is er in Duitsland een discussie over eucharistische gastvrijheid gevoerd, die ook naar de Nederlandse bisschoppen is overgeslagen. Anders dan in Duitsland praat men hier via de media. Dat vind ik als herder lastig. Wij bidden om de kracht van de heilige Geest, dat deze ons bijeenhoudt en wij ons niet laten verdelen. Bidt vurig om die Geest en laten we in ons eigen spreken en handelen steeds de eenheid van de kerk en het heil van mensen voor ogen houden.

Homilie
De weg van Babel naar het Jeruzalem van Pinksteren is een lange weg. Het is een weg van verdeeldheid naar eenheid, een overgang van onverstaanbaarheid naar verstaanbaarheid, van tribalisme en nationalisme naar broeder/zusterschap in Christus en eenheid van de gehele bewoonde wereld. In het Grieks is dat de oecumene. Pinksteren herinnert ons aan het perspectief van de kerk: zij heeft de roeping om heel de wereld in Gods liefde te verzamelen.

De weg van Babel naar Jeruzalem is evenzeer een weg van bekering. Het is een weg van mensen die zich realiseren dat zij niet zelf bron en oorzaak zijn van de geschiedenis en de gebeurtenissen, maar dat zij zich laten invoegen in het gebouw van Gods Liefde: een bekering van versteende en verstarde mensen tot levende stenen die zich door God laten gebruiken om instrument van eenheid en verbondenheid te zijn. Het is een bekering van manipulerende mensen met hun eigen plannen tot gelovigen die zich overgeven aan Gods heilsplan.

De verdeeldheid die Paulus in Korinthe aantreft, heeft dramatische vormen aangenomen. Er zijn leiders opgestaan die hun eigen autoriteit claimen en hun eigen volgelingen aan zich binden. Er is in Korinthe een vreselijke discussie ontstaan, die het ene lichaam van Christus tot op het bot verdeelt. Paulus brengt hen weer terug naar de bron: Christus. Ik kan me goed voorstellen dat de mensen in Korinthe deze brief van Paulus, een van de oudste die we hebben, bewaarden en keer op keer herlazen. Ze hebben elkaar met de woorden van Paulus aangesproken om de opdracht tot eenheid waar te maken.

Er is één Heer Jezus Christus, er is één heilige Geest die ons tot belijdenis brengt, er is één Vader die in ons werkt. De kerk is geroepen die eenheid uit te dragen. Wat doet die ene God met ons? Op de eerste plaats openbaart God met Pinksteren dat Hij definitief in ons wil wonen. Hij woont al in ons door de sacramenten van doopsel, vormsel en eucharistie. Maar in het Pinksterfeest vieren we dat de oogst van deze aanwezigheid van God in ons effectief en zichtbaar wordt. Het feest helpt ons God meer en dieper en sterker te ervaren. God maakt ons tot zijn levende tempel: ons hart, ons verstand, onze ziel, onze geest worden zo geraakt door zijn aanwezigheid dat wij in plaats van onze eigen impulsen, het evangelie van Christus kunnen volgen. Dat Evangelie roept op tot vergeving, barmhartigheid en gastvrijheid. Samen zijn wij die tempel: niet ik ben die tempel, maar als kerkgemeenschap zijn wij die tempel. Aan die evangelische levenswandel kun je de ware kerk herkennen.

God is bovendien de bron van kracht om sterk te staan tegen de verleidingen van de wereld. Dat zijn vandaag de krachten die ons verdelen en ons tegen elkaar opzetten en die zeggen: “kijk die christenen kunnen onderling niet eens de eenheid bewaren.” De lijfrok van Christus is verdeeld en we eigenen die ons toe als ons bezit. De verleiding kan groot zijn om de ander op afstand te houden omdat hij/zij misschien niet helemaal onze opvatting deelt. Ten diepste is het onze zwakheid en onzekerheid die ons verleiden tot het benadrukken van het onderscheid met anderen en onze eigen waarheid te willen beschermen ten koste van de ander en de eenheid. Ten derde is onze God een heiligende God: hij maakt ons heel en vervult ons bestaan. Waar wij beschadigd zijn door verdeeldheid, schenkt Hij de genade om weer vanuit die eenheid te denken en te werken. Veel mensen praten over elkaar en niet met elkaar. Juist in de oecumenische beweging spreken mensen over hun geloof en over hun geraakt zijn door het evangelie. Morgen vieren we overigens het 50 jarig bestaan van de Raad van Kerken in Nederland. Dat broederlijke gesprek mogen we nooit vergeten: op die weg zendt God ons, om Babel te overwinnen en de richting naar Jeruzalem in te slaan. Als we denken te weten wat de ander gelooft zonder met de ander te spreken, dragen we niet bij aan de eenheid van Gods Kerk, maar houden we de verdeeldheid in stand.

Met het feest van Pinksteren mogen we een beroep doen op Gods Helper die ons tot de volle waarheid brengt: die volheid van de waarheid is niet gelegen in mijn eigen particuliere waarheid, maar in de waarheid van de gehele kerkgemeenschap. Wij zijn daar nog naar onderweg! Laten we de moed hebben om die weg daadwerkelijk in te slaan en ons daarin door Gods Geest te laten leiden. Dan is het niet zomaar één dag per jaar Pinksteren, maar is het een houding en een levenswijze om voortdurend open te staan voor wat de Geest ons ingeeft en de vele kanalen die Hij kiest open te houden. Dat vraagt moed, bekering en vertrouwen. Bidden we dat Gods heilige Geest ons daartoe in beweging houdt. Amen.

Verkondiging zevende zondag van Pasen, 13 mei 2018

Lezingen
Handelingen 1, 15-17.20-26
Psalm 103
1 Johannes 4, 11-16
Johannes 17, 11b-19

Welkom
Wachten op de Geest is niet de gemakkelijkste bezigheid. Waar wachten we op? Hoe zullen we de Geest herkennen? Waaraan zullen we de Geest herkennen? In de Handelingen lijkt het soms erg duidelijk te zijn wanneer de heilige Geest werkzaam is in mensen. In onze tijd lijkt daar meer twijfel over te bestaan, zelfs in onze eigen kerk is er discussie.

Het bijzondere voor de leerlingen bij elkaar is dat de crisis die het verraad en de dood van Judas nagelaten heeft, leidt tot een bezinning en tot herstel. Ze blijven niet zitten in het probleem van de weggevallen apostel, maar ze werken aan herstel: het twaalftal moet weer compleet worden. Het twaalftal is het fundament van onze kerk. We noemen onze kerk de apostolische kerk en dat verwijst ook naar dit twaalftal. De kerk heeft een fundament nodig en de apostelen bouwen dit samen op. Wij zijn op hen gevestigd en op onze beurt houden wij onze geloofsgemeenschap bij elkaar: onze parochie en onze eigen geloofsgemeenschap. Dat vraagt dat ieder zijn of haar steentje bijdraagt.

Homilie
Het eenvoudige dat gevraagd wordt van de nieuwe apostel is getuige van de verrijzenis te zijn. Op het eerste gezicht is dat helder omdat de twaalf apostelen het paasgebeuren van lijden en sterven en van opstanding meegemaakt hebben. Zij hebben het lege graf gezien en dus zijn zij getuigen van de verrijzenis, maar wat hebben zij eigenlijk gezien? De evangeliën zijn het niet over alle details eens: het aantal engelen en de volgorde van de gebeurtenissen is niet bij alle vier de evangelisten gelijk. Voor buitenstaanders die de vier rapporten van de getuigen willen lezen als een soort proces verbaal helpt het niet erg als we de verschillen benadrukken. Waarin zij overeenstemmen is dat niemand Jezus uit het graf heeft zien komen. Niemand zag dat de steen weggerold werd en dat men naar binnen ging om te kijken waar het lichaam gebleven was. Eigenlijk is de paasboodschap in essentie zeer sober: de grote steen is weggerold en het graf is leeg, terwijl de doeken er nog liggen. Dat is de boodschap: “Hij is niet hier bij de doden, maar Hij leeft.” Deze boodschap wordt soms door één en soms door twee engelen of mannen uitgesproken. Daarna begint een periode van ontmoetingen en verschijningen met bijzondere boodschappen van vrede en vergeving. In die periode worden bouwstenen gelegd voor de kerk. In de getuigenissen van de evangelisten en de andere apostelen zien we de contouren van de eerste apostolische kerk. Vanaf dit verhaal in de eerste lezing wordt Mattias bij de apostelen gerekend. Vaak wordt Paulus als de twaalfde beschouwd, maar strikt genomen is hij dit niet: hij is er pas later bij gekomen.

Met Mattias wordt het twaalftal weer hersteld en kan het apostelcollege getuigenis afleggen van de boodschap van Christus die het hele volk vernieuwt. Dat is de betekenis van het vervulde twaalftal: er is niet iets compleet nieuws gekomen, maar de aartsvaderlijke belofte aan Abraham van een talrijk nageslacht krijgt een nieuwe wending en een nieuwe dimensie. In plaats van de twaalf stammen uit de kinderen van Israël/Jacob kiest God zijn kinderen uit alle volkeren. Het twaalftal verwijst naar onze gedachte dat het fundament in het Joodse volk niet is weggenomen of zijn betekenis verloren heeft: nee, God blijft zijn belofte trouw en maakt deze nog overvloediger.

Getuige zijn van de verrijzenis is niet zo simpel: het betekent niet ooggetuige zijn van een kaal objectief feit en dat doorvertellen. Naast feitenkennis vraagt het ook getuigenis en dat is meer dan vertellen. Het is “martyrion” en dat betekent vanuit je eigen innerlijk delen hoe deze verrijzenis je eigen leven veranderd heeft. Wat maakt de apostelen tot getuigen? De paastijd is voor de leerlingen een dynamiek waarin de ontmoetingen, gesprekken, genezingen en wonderen van het leven van Jezus een nieuwe betekenis krijgen in de opstanding van Jezus die de Christus blijkt te zijn. Op dat moment blijkt de verrijzenis daarin al aangekondigd te zijn. In woorden en gebaren heeft Jezus al onthuld wat er stond te gebeuren. Voor de leerlingen was het nog onbegrijpelijk: “Wat betekent dat opstaan uit de doden nu precies?” vragen zij zich af. Ze vragen het Jezus keer op keer. Nu snappen zij dit en nu lezen zij met nieuwe ogen van geloof de gebeurtenissen van vóór Pasen. Wij kennen het verhaal van na Pasen en wij hebben dus die beweging van de leerlingen niet meegemaakt: wij zijn toeschouwers van grote afstand. Daar schuilt nu juist het risico: dat we de verrijzenis als een feit accepteren dat ooit gebeurd is en dat we accepteren omdat we nu eenmaal gelovig zijn.

Getuigen van de verrijzenis is meer dan dat: dat is je eigen leven herlezen vanuit de boodschap van Pasen. Juist deze periode van wachten op de Geest geeft ons de gelegenheid om weer even stil te staan bij die momenten van ons leven waardoor de verrijzenis een bijzondere betekenis gekregen heeft. Op welk moment is de verrijzenis van doorslaggevende betekenis geworden in je leven? Welke beslissing kon je toen nemen? Voor mij heeft het bijvoorbeeld te maken met mijn beslissing om priester te worden, en de latere stappen die ik als priester heb gezet, maar ook in het vrede vinden in het overlijden van dierbaren, zoals mijn ouders. Zoals vaak bij uitvaarten probeer ik duidelijk te maken dat het geloof er niet alleen over gaat dat het leven na de dood voortgezet wordt, want dat zou niet zo interessant zijn. Verrijzenis betekent dat in dit leven van ons in deze wereld het eeuwige leven uitgezaaid wordt en zichtbaar kan worden. Zien we als gelovige mensen die sporen en helpen die ons vanuit die verrijzenis te leven in het besef dat ons leven nu al van God is?

Getuige zijn van de verrijzenis betekent getuigen dat ons leven nu al aan God toebehoort en dat dit een opdracht is voor de wereld en de samenleving van vandaag: de verrijzenis als een dynamische kracht die ons leven nu al vernieuwt in de richting van het Koninkrijk van God. Amen

Verkondiging zesde zondag van Pasen, 6 mei 2018

Lezingen
Handelingen 10, 25-26.34-35.44-48
Psalm 98
1 Johannes 4, 7-10
Johannes 15, 9-17

Welkom
Welkom in deze dagen van Pasen. Na de dagen van dodenherdenking vragen we ons af wat de samenleving bijeenhoudt en één maakt. De diversiteit in ons land is groot: iedereen mag van alles denken, er komen mensen wonen met allerlei andere achtergronden. De cohesie lijkt te verdwijnen. Bovendien lijkt het of mensen steeds minder makkelijk iets van anderen verdragen. Mensen zijn kritischer en laten dit publiekelijk blijken.

De kerkgemeenschap die groeit in de Handelingen van de apostelen staat voor de vraag hoever het evangelie reikt en wie er gerekend mag worden tot de leerlingen van Jezus. Welke grenzen zijn er? Beter is de vraag: Welk fundament ligt er? Daar ligt een verschil. Christus houdt ons het gebod van de liefde voor, maar wat betekent dat en hoever gaat die liefde? Voor die keren dat we niet geïnteresseerd waren in de ander en onze verbondenheid met de anderen veronachtzaamd hebben, vragen we om vergeving.

Homilie
Twee werelden ontmoeten elkaar in Ceasarea, de kustplaats in Israël. Petrus en Cornelius komen van twee verschillende achtergronden en culturen en religies. De wereld van de Tora, de joodse wijsheid, door Jezus nieuw leven ingeblazen, staat met Petrus aan de ene kant. Tot leven gewekt is Christus de mensgeworden belichaming van de oude Joodse wijsheid geworden. Aan de andere kant staat de Romeinse beschaving die heel andere accenten legt in ethiek en gebruiken. Deze twee mannen ontmoeten elkaar en de barrières zijn groot. Van het evangelie weten we dat Jezus enerzijds zeer onder de indruk kon zijn van het geloof van Romeinen: “één woord van U is voldoende”, zei de honderdman wiens knecht ziek geworden was. Aan de andere kant voelde Jezus zich vooral geroepen tot de mensen van het Joodse volk.

Wat heeft Petrus dus te zoeken bij de Romeinse Cornelius? Deze vertegenwoordigt immers de Romeinse bezetter die met Pasen geholpen had Jezus om het leven te brengen. De stap van Petrus roept verderop in de Handelingen bij de andere leerlingen vragen op en het komt hem op scherpe kritiek te staan. Maar aan de vruchten herkent men de boom: de Romeinse legerofficier blijkt vervuld te raken van Gods Geest en verkondigt Gods grote daden. Dat is het teken dat de leerlingen verstaan en waardoor zij accepteren dat ook vreemdelingen het evangelie kunnen aannemen en gedoopt kunnen worden. Het is een belangrijke stap op weg naar een christendom dat voor alle volkeren bestemd is.

De unieke combinatie van Dodenherdenking en Bevrijdingsdag zorgt in Nederland jaarlijks voor een bezinning op onze geschiedenis en op onze toekomst. Dat is een spannend gebeuren omdat de herinnering aan de geschiedenis op 4 mei juist kan leiden tot het oproepen van vijandsbeelden en tot pijnlijke geschiedenissen. Het kan stimuleren om daders aan te wijzen en de behoefte om een zuivere scheidslijn te trekken tussen goed en kwaad. Herdenken maakt kwetsbaar en dat kan zelfs twee minuten stilte in gevaar brengen. Bevrijdingsdag roept de vraag op: waartoe zijn we bevrijd en waar gebruiken we deze vrijheid voor? Na de bevrijding stonden landen tegenover elkaar. Uit de pijnhopen van een verdeeld Europa stonden mensen op die niet wilden voortgaan op de bekende weg en weer naties herbouwen als bolwerken naast elkaar. In mei 1948 werd hier in Den Haag onder voorzitterschap van Winston Churchill op het eerste naoorlogse Europa congres het fundament van een nieuw Europa gelegd. Met andere woorden: mensen hebben de vrijheid gebruikt om een keuze te maken die allerminst vanzelfsprekend was. Het Europa was toen bedoeld als instrument voor een hervonden menselijkheid. Na de mensonwaardige verwoestingen en vervolgingen gerechtvaardigd door goddeloze ideologieën, moest de menswaardigheid opnieuw worden uitgevonden.

Op die fundamenten staan wij nu. Wat is nu fundament van menswaardigheid? Jezus geeft een essentiële sleutel om zijn begrip van menswaardigheid te verstaan: “geen groter liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden”. Ons leven en onze vrijheid zijn geen individueel bezit. Vrijheid is meer dan zijn wie je bent en doen wat je wilt. Vrijheid is de keuze om te leven uit de liefde die zover gaat dat je bereid bent je leven te geven.

Tijdens de dodenherdenking van de Haagse Gemeenschap van Kerken hebben we een jonge vrouw aan het woord gelaten die de oorlog uit eigen ervaring kent. Na de stilte op het plein bij het Vredespaleis, is er behoefte aan woorden, behoefte aan gedachten en bezinning. Deze woorden kwamen van een stem uit de Syrische oorlog en deze vertelde ons dat de oorlog mensen verscheurt en tegenover elkaar plaatst. Mensen die samenleefden, werden tegenstanders die bang werden voor elkaar. In die zin kan oorlog steeds opnieuw opduiken waar mensen ruzie zoeken, waar mensen meningsverschillen op de spits drijven, waar sociale en economische verschillen in belangen gebruikt worden om ontevredenheid te verspreiden en te versterken. In die zin is oorlog nooit helemaal weg uit mensenharten.

De stap die Christus heeft gezet om in onze werkelijkheid God stem te laten klinken, biedt een andere uitweg: namelijk in elkaar blijven, met elkaar blijven, verbonden blijven. Ondanks de verschillen bouwen aan een gemeenschappelijk fundament. Het gaat niet zozeer om grenzen om ons land of ons continent, maar om ons fundament, onze inspiratie, onze bronnen. We hebben als kerk veel te bieden, niet alleen voor geloofsgenoten of voor mensen van andere religies, maar ook voor andere mensen van goede wil: Petrus neemt de overstap naar Cornelius omdat hij in hem het goede herkent dat hij van Jezus had ontvangen: de liefde.

Na Bevrijdingsdag 2018 is het onze opdracht als leerlingen van Jezus dat we ons geloof, onze kerk en ons leven willen inzetten voor het welslagen van onze samenleving. Wij zijn niet op onszelf gericht maar op het vruchtbaar samenleven van mensen in deze wereld. Dat is de Paasboodschap van Christus. We staan op uit een wereld die trompettert van onoverbrugbare tegenstellingen, op weg naar een wereld waar mensen als Petrus en Cornelius elkaar de hand reiken. Amen