LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 15e zondag door het jaar, 15 juli 2018

Lezingen
Amos 7, 12-15
Psalm 85
Efeziërs 1, 3-14
Marcus 6, 7-13

Welkom
Van harte welkom in deze viering. De tocht die Jezus voor zijn leerlingen voorziet, is een tocht van verkondiging. Maar ze worden wel in hun eigen kracht gezet. Ze moeten niet steunen op anderen, niet steunen op hulpmiddelen, maar op de kracht van God.

Zijn de wegen die wij in ons leven gaan wegen van verkondiging? Verkondiging is niet zozeer een werkopdracht die Jezus meegeeft. Het is een levenshouding die je kunt aannemen, of je nu wel op vakantie gaat of niet, of je nu oud bent of jong. Je kunt steeds de eenvoud van het evangelie aanleren die geen franje en buitenkant nodig heeft. Je kunt steeds weer de beweging maken om datgene wat we eigenlijk niet nodig hebben, los te laten. Het is een voortdurend uitzuiveren van je leven, dat je regelmatig weer moet opnemen. Dat is nooit voor je hele leven klaar.

Homilie
Het lijkt wel alsof Israël God is kwijt geraakt. De eerste lezing uit het profetenboek Amos is een scherpe tekst. De hele infrastructuur die bij het geloof hoort, staat overeind: een tempel, de prachtige liturgie met overvloedige offers, het koningshuis is erop gevestigd. Men is zelfs trots op de georganiseerde religie, bijeengehouden door de geboden en verboden die door het profetengilde in de gaten worden gehouden. En toch ontbreekt er iets. De profeet Amos stelt fundamentele vragen naar de inhoud van het geloof en niet naar de vorm. De vorm is dienstbaar aan de inhoud. Daar worden de gevestigde profeten onrustig van en zelfs boos. Voor hen is Amos een nare buitenstaander die lastige en kritische vragen stelt, maar het zijn wel relevante vragen.

De leerlingen worden ook als buitenstaanders de wereld in gezonden. Geen hulpmiddelen en speciale voorzieningen mogen ze meenemen: de profeet spreekt immers vanuit zijn of haar eigen hart. De eigen persoonlijkheid, de eigen overtuiging is de bagage die voldoende moet zijn. Zoals Teresa van Avìla zegt: God alleen is al genoeg. Al het andere is ballast die afleidt en die het zicht op God zelf kan verduisteren.

Volgens Paulus is er een principe dat alles bij elkaar houdt. De wereld is verdeeld en mensen zijn elkaars opponenten. Daar is niets mis mee. Juist daarin schuilt dynamiek, daardoor is er dialoog en uitwisseling. Maar dat werkt zolang er een fundament van eenheid is, zolang er een kader is, of een perspectief van eenheid. De verschillen en onderscheidingen worden bijeengehouden door het scheppende woord dat God aan het begin van alles heeft gesproken en nog steeds spreekt. Dat is Christus. Paulus worstelt met het grote probleem: hoe om te gaan met het grote probleem van het onderscheid tussen Joden en heidenen. Dat wordt door het evangelie overwonnen. Dit onderscheid doet er niet toe in het evangelie. Wij mogen daarvan leren dat ook niet alle verschillen tussen mensen echt relevant zijn. Die eenheid is het hart van de boodschap van Amos, van Paulus en van Christus.

De leerlingen ontdekken door de opdracht van Jezus dat zij niet alleen leerlingen zijn, maar ook apostelen. Juist dat evenwicht is belangrijk: leerlingen en apostelen tegelijk. Uit de adviezen van Jezus mogen we afleiden dat hun boodschap uit vier bouwstenen bestaat. Er is sprake van een zekere wereldvreemdheid: de stof die je van je voeten moet schudden als je niet ontvangen wordt, geeft aan dat we ons niet zomaar vereenzelvigen met de wereld waarin we leven. Soms is het nodig afstand te houden tot die wereld en kritisch te zijn, zoals ook Amos kritisch was tegen een samenleving die netjes leek te zijn ingericht, maar die ondertussen haar hart vergeten was.

Twee aan twee: de leerlingen/apostelen worden twee aan twee uitgezonden omdat een waarheid altijd twee getuigen nodig heeft. Dat getuige zijn betekent dat er geen afstand tussen boodschap en getuige bestaat: de getuige toont in zijn of haar leven, in woorden en in gedrag de verwezenlijking van de boodschap. Ieder christen laat zien hoe die in het persoonlijke leven kan uitwerken. In die zin is de boodschap nooit abstract, maar altijd concreet zichtbaar in het eigen leven.

We zijn mensen die meer ontvangen dan geven. We ontvangen het leven zelf, Het is een gave van God. Zoals we ook de sacramenten als gaven van God ontvangen. Ieder sacrament is een levensbron. Het ontvangende leven is dus een sacramenteel leven.

Tot slot geeft de boodschap ons een nieuwe identiteit. Die ontvangen we van God: kinderen van Christus zijn we geworden: Christus leeft in onszelf. Onze levensweg vervolgen we als kinderen van het evangelie. Sommigen gaan misschien zomers reizen maken, dichtbij of veraf. Weet dan dat Christus altijd meegaat en dat u in uw persoon de boodschap zichtbaar maakt. Moge de Geest ons daartoe inspireren. Zijn we God kwijt geraakt? Laten we deze zomer weer aangrijpen om die band weer te vernieuwen en van God te getuigen. Amen

Verkondiging 14e zondag door het jaar, 8 juli 2018

Lezingen
Ezechiël 2, 2-5
Psalm 123
2 Korinthe 12, 7-10
Marcus 6, 1-6

Welkom
Van harte welkom in deze viering. Aan het begin van de zomer kunnen we wat meer tijd inruimen om te luisteren naar de stem van de profeten. Zij zetten ons op het spoor van het koninkrijk. Hopelijk beseffen we onze eigen verantwoordelijkheid om dit koninkrijk te bewaren en de kracht daarvan te delen met de mensen om ons heen. Jezus keert terug in het dorp waar Hij is opgegroeid en ontmoet er weinig enthousiasme. Dat maken we allemaal mee, pastores en gelovigen, ons enthousiast spreken over geloof wordt niet altijd gehoord en verstaan. Kunnen we dan toch trouw blijven?

Homilie
Wanneer mensen van een verre reis thuiskomen, zijn de thuisblijvers - en zeker de familie - blij met het weerzien. In het evangelie van vandaag is dat allerminst het geval. De grote verhalen die over Jezus de ronde doen, maken weinig indruk: zijn dorpsgenoten kennen zijn geschiedenis en zij kennen zijn familie. Er is weinig ruimte voor de bijzondere ervaringen die anderen weten te vertellen. Zij hebben blijkbare andere beelden van wat geloof moet zijn. Het bezoek aan de synagoge van Nazareth loopt uit op een grote teleurstelling.

Het onderscheid tussen geloof en ongeloof is trouwens niet eenvoudig. De profeten van het eerste testament in wier voetsporen Jezus optreedt, zijn voortdurend bezig om dit gelovig vertrouwen, de verwachting van wat God ons aanreikt, open te houden. Bidden is in dat opzicht een houding waarin je de mogelijkheid open houdt dat God op een krachtige manier ingrijpt in je leven. Die open houding versterkt je leven en maakt de mens weerbaar voor tegenslagen. In plaats van het nukkig volk dat de profeet Ezechiël beschrijft, wordt een basis gelegd voor het Koninkrijk.

Hoe ontvangen wij die boodschap eigenlijk? Zijn wij als de inwoners van Nazareth die de fascinatie voor het geloof hebben verloren en voor wie het geloof routine is geworden? Waar is de weerbaarheid die het geloof biedt? De profeten verkondigen dat er in de grote tegenslagen van het bestaan een antwoord is: God wijst ons altijd weer op onverwachte manieren een uitweg. Hij maakt ons minder afhankelijk van de perfectie die we soms nastreven: meer nadruk op ontvangen dan op zelf organiseren.

Het bericht dat deze week in de media te beluisteren was over het hoge aantal jongeren dat overlijdt na suïcide, is een schokkend bericht. Er zijn allerlei analyses op losgelaten: blijkbaar voelen veel jongeren zich zo ongemakkelijk in dit bestaan dat ze geen uitweg meer zien. Er wordt veel van hen verwacht waar ze niet aan kunnen voldoen. Zij verwachten zelf ook enorm veel van het leven dat perfect en volledig moet zijn. Jongeren vergelijken hun leven met elkaar en geven hoog op over hun persoonlijke ervaringen. Daar zit een mooie kant aan: mensen kunnen elkaar stimuleren en versterken, maar dit kan ook in het tegendeel verkeren, met tragische gevolgen. Zo is het ook met geloof: mensen associëren dit vaak met een overvloed aan regels en voorschriften: een zwaar juk dat op de schouders van mensen wordt gelegd. Ook dat kan een averechts effect hebben: mensen voelen zich beperkt en geknecht. Terwijl juist de profetische boodschap van het evangelie niet bedoeld is als een juk, maar als een ladder om hoger te komen. De inwoners van Nazareth die Jezus aan het werk zien in de synagoge, willen helemaal niet verder komen. Ze willen geen ladder beklimmen. Ze verstaan niet de aansporingen van Jezus om hun leven op een hoger plan te brengen. Integendeel: ze vinden het wel goed zoals het nu is.

Kunnen we ons geloof zo gebruiken dat jongeren en anderen zich juist meer kunnen ontwikkelen tot mensen die met hun kwetsbaarheid kunnen omgaan? Ook Paulus had daar mee te kampen, blijkt uit de tweede lezing. Wat die doorn in zijn vlees was, is onbekend, Er wordt wel over gespeculeerd, maar niets is met zekerheid over te zeggen. Dat is ook niet echt nodig, maar het leert ons wel dat we er als mensen niet onder gebukt hoeven te gaan wanneer ons leven niet compleet en perfect is. Het streven naar heiligheid dat Jezus ons ook voorhoudt, is daarmee niet in tegenstelling.

De perfectie komt in ieder geval van God. We mogen die iedere keer ontvangen wanneer we hier aan de tafel van Jezus zitten. Ons gebed is een teken van de openheid voor dat ontvangen van Gods barmhartigheid. We mochten dat gisteren ook vieren in Brielle met de herdenking van de martelaren van Gorcum. Dat waren heus geen helden, maar in de vervolging hielp hun geloof om te groeien in plaats van kleiner te worden. De uitdaging van de vervolging deed hen meer vertrouwen op de kracht die God gaf en daarom herdenken wij jaarlijks hun getuigenis om zelf ook te groeien in geloof. Zij vormen een mooie voorbeeld van eenvoudige mensen die zich niet lieten afschrikken door de tegenslagen van hun tijd, maar konden groeien in geloof en leven, niet zoals de inwoners van Nazareth, maar zoals leerlingen die oog houden op de werkzaamheid van God in Christus en dus ook in onszelf. Laten we voor deze tijd gelovige profeten zijn die de nukkigheid verminderen ten behoeve van meer barmhartigheid! Amen

Verkondiging 13e zondag door het jaar, 1 juli 2018

Lezingen
Wijsheid 1, 13-15; 2, 23-24
Psalm 30
2 Korinthe 8, 7-9.13-15
Marcus 5, 21-43

Welkom
Van harte welkom in deze viering. Oorspronkelijk zou vandaag de pausmis gehouden worden, maar door organisatorische omstandigheden kan deze niet doorgaan. Toch vieren wij vandaag op de zondag na Petrus en Paulus dat vijf jaar geleden op 13 maart Paus Franciscus tot bisschop van Rome gekozen werd. En hoe kunnen we dat beter vieren dan met tafels die tot op het kerkplein reiken en met gasten voor wie paus Franciscus voortdurend aandacht vraagt! Er is uiteindelijk maar één tafel. Christus heeft de tafel van de eucharistie verbonden met de tafel van de wereld. Zijn brood is gebroken om heel de wereld te voeden. Zijn levensoffer is de onmetelijke bron van barmhartigheid. Daardoor is Hij teken geworden van de onmetelijke liefde die de Vader voor heel de wereld bestemd heeft.

Wij vieren vandaag de eucharistie in het besef dat door deze viering Christus de wereld wil vervullen van zijn aanwezigheid. Brood en wijn worden door Gods Geest getransformeerd tot Lichaam en Bloed van Christus, opdat wij zelf getransformeerd worden tot leerlingen van Christus, tot getuigen van die onmetelijke liefde. Wij zijn kwetsbare instrumenten en zondaars, maar samen bouwen we de kerk van Christus die gastvrij wil zijn en helend. Van die helende kracht van Christus lezen we vandaag in het evangelie. We bidden dat we de helende kracht van Christus mogen doorgeven aan de mensen die straks aanschuiven aan de tafels en bij de koffie. Keren we ons tot God om vergeving te vragen voor die keren dat wij niet probeerden die helende kracht door te geven.

Homilie
Waarom neemt Jezus Petrus, Johannes en Jacobus met zich mee de kamer in van de dode dochter van Jaïrus? De andere keren dat Jezus hen meenam waren op de berg Tabor en in de hof van Gethsemane: twee tegengestelde momenten die echter twee zijden van één werkelijkheid zijn: Christus als Zoon van de levende God. Hij toont zijn heerlijkheid zowel in zijn hemelse heerlijkheid, als in zijn menselijke doodsangst.

Vandaag zijn we getuige van het derde moment van openbaring: het doodsbed van het jonge meisje. De drie leerlingen zien de levenwekkende kracht van Christus: als Christus spreekt komt er leven. Als God spreekt komt de Schepping tot stand. Paus Franciscus heeft de afgelopen vijf jaar de mens herhaaldelijk gewezen op wegen die voor de wereld doodlopen. In zijn wereldwijd invloedrijke encycliek Laudato sì wijst hij op de afbraak van het gemeenschappelijke huis waarin we leven. De aarde kent een kwetsbaar evenwicht dat fundamenteel verstoord geraakt is. De mens denkt deze schepping te kunnen manipuleren en er naar hartelust uit te kunnen putten. De wereld en de werkelijkheid zijn maakbaar en we zullen de schade dus wel kunnen repareren. De mens lijkt te zijn vergeten dat hij zelf ook onderdeel uitmaakt van deze schepping en hetzelfde kwetsbare evenwicht in zich meedraagt. De moderne mens kan dat moeilijk accepteren: ons leven moet van begin tot einde maakbaar zijn. De economische machten zullen de wereld niet redden. Technieken zullen de weg van de mensheid niet kunnen keren. De grote ongelijkheid die in de wereld bestaat en die bron is van onrust, geweld, oorlog en bijna ontelbare vluchtelingen, wordt slechts marginaal aangepakt.

Een nieuwe levensstijl is nodig. Uiteindelijk komen veranderingen ten goede voort uit het bekeerde hart van de mens die in de schepping Gods scheppende hand ontdekt, die de naaste als een broeder of zuster beschouwt. Sterker nog: die de ogen van de ander als een spiegel ziet waarin hij zichzelf herkent. Veranderingen komen uit het hart van degene die, zoals Sant’ Egidio zegt, vriendschap heeft gesloten met de arme en kwetsbare mens. Langs de weg van die vriendschap en het accepteren van het eigen kwetsbare evenwicht, kan de mens echt mens worden.

Het dochtertje van Jaïrus is symbool van de mensheid die levenskracht en bezinning mist. Zij is de mensheid die de kaders verloren heeft en niet verder kijkt dan de vervulling van de eigen belangen. Zij is de mens die amper beseft wat het betekent mens te zijn zoals God dat bedacht had. Als Jezus haar bij de hand neemt, verbindt Hij haar met zijn Geest, die de levenwekkende Geest van de Vader is.

Deze boodschap van het evangelie is een levensboodschap voor de wereld en daarom zoekt paus Franciscus voortdurend het contact met het brede wereldpubliek. Hij probeert de mensen te inspireren met deze boodschap van Christus die een universele betekenis heeft. Daarom is het goed om de verjaardag van de pauskeuze op Petrus en Paulus aan te grijpen om de boodschap van het evangelie concreet gestalte te geven door een openbare lunch op het kerkplein. We hebben de vrienden van Paus Franciscus uitgenodigd om straks aan te schuiven. Een van de beelden van het koninkrijk dat Jezus aan zijn leerlingen voorhoudt, is de bruiloft waar onvoorziene gasten genodigd worden. Dit beeld herinnert ons aan de onmetelijke gastvrijheid van God. Regelmatig wordt aan Jezus gevraagd wie de eerste genodigden zijn van het Koninkrijk. “Vele laatsten zullen de eersten zijn, en vele eersten de laatsten” is zijn antwoord. De wereld wordt omgedraaid en op onvermoede plaatsen wordt God ontmoet.

Daarom is deze tafel van de eucharistie één met de Franciscustafel buiten. Zonder de tafel buiten verliest de tafel binnen betekenis. De tafels buiten vinden voor ons, leerlingen van Christus, hun bron en betekenis in deze tafel van de eucharistie, Christus die zich wegschenkt opdat de wereld bevrijd wordt van de machten die anders de mensheid kunnen beheersen. In het offer van Christus blijkt dat die nieuwe levensstijl mogelijk is en zelf bron is van nieuw leven, van opstanding. Het dochtertje van Jaïrus staat op uit de dood.

Ook wij mogen opstaan en elkaar doen opstaan. Vandaag is het sleutelwoord gastvrijheid. De Franciscustafel, een naam die ook Sant’ Egidio gebruikt, is geen gaarkeuken of maatschappelijke hulpverlening. Het is de tafel van de vriendschap, de tafel waar de wijsheid zichtbaar wordt dat God de mensheid geschapen heeft om te leven. Gerechtigheid is onsterfelijkheid. Als dat het fundament is van ons geloof, zullen we er naar handelen. Dan zal de nieuwe wereld zichtbaar kunnen worden en van die wereld zijn wij de getuigen. Amen