LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 17 maart 2019, 2e zondag in de veertigdagentijd

Lezingen
Genesis 15, 5-12.17-18
Psalm 27
Filippenzen 3, 17 - 4,1
Lucas 9, 28b-36

Welkom
Deze zondag wordt ons een voorproeve van Pasen geboden, zonder dat we echt weten wat die betekent: Jezus in een verheerlijkte gedaante. Hoe moeten we dat ons voorstellen, terwijl de wereld weer opnieuw door een aanslag op gebedshuizen opgeschrikt is. Nu zijn het moskeeën, maar er zijn vele andere religieuze gebouwen aangevallen, kerken, tempels en moskeeën. Dit zijn plaatsen waar mensen samenkomen om de naam van de Eeuwige te eren en zich te laten inspireren om de naastenliefde kracht bij te zetten. Blijkbaar roepen deze heilige plekken agressie en boosheid op. De priester uit de centraal Afrikaanse republiek die bij ons te gast was en zelf ooggetuige was van een aanslag tijdens een eucharistieviering, waar 26 bezoekers omkwamen, vertelde dat de mensen onverminderd hun kracht vinden in hun geloven en in grotere getale naar de kerk komen. Vandaag geldt ons meeleven de moslimgemeenschap. We willen geen ruimte geven aan extremistische krachten die mensen uit elkaar drijven. Het visioen op de berg houdt ons gericht op het perspectief van Pasen.

Homilie
De transformatie waar de drie leerlingen getuige van zijn, is een onbegrijpelijk gebeuren. Vanouds wordt de link gelegd met het lijden van Christus en zijn opstanding. De transformatie raakt echter niet alleen Jezus, maar ook onszelf en onze wereld.

Deze transformatie heeft dus drie aspecten. Ten eerste Christus zelf: de leerlingen hebben Jezus leren kennen als rabbi, een leraar die zelfs wonderen verricht. Er is in Hem een kracht aanwezig die ook Nicodemus in het evangelie van Johannes verbaast. Hoe kan deze mens dergelijke krachten te weeg brengen? Die krachten hebben de leerlingen gefascineerd waardoor zij op zijn roepstem zijn ingegaan en Hem op zijn wegen zijn gevolgd. Een moeilijke weg omdat ze zijn woorden en gebaren niet altijd hebben begrepen. Dit leidde tot spanningen in de groep rondom Jezus die zelf regelmatig uitriep: “Hebben jullie het nu nog niet begrepen?” Dit visioen van Tabor is voor sommigen een verhaal dat pas na Pasen duidelijk werd. Daarom is dit geen letterlijk verslag, maar een beschrijving hoe de drie leerlingen terugkijken naar hun ervaringen met Jezus. Na Pasen hebben ze eindelijk begrepen welke werkelijkheid er in hem verscholen was. God zelf heeft zich geopenbaard in deze mens Jezus, die Gods Zoon blijkt te zijn. Dit visioen is niet voor iedereen bestemd, maar alleen voor degenen die hem ook in zijn lijden nabij zijn geweest: de drie leerlingen waren dicht bij Jezus in de hof van Gethsemane. De achterliggende gedachte is: pas wanneer je Christus in zijn lijden nabij bent geweest, kun je de werkelijke betekenis van zijn goddelijke krachten vatten.

Dan komen we vanzelf op de tweede transformatie: die van de leerlingen zelf. De drie leerlingen zijn symbool van alle leerlingen, ook van de leerlingen van vandaag. Het zijn leerlingen die onderweg zijn in hun leven en die zich voortdurend afvagen in welke richting hun geloof hen brengt. Natuurlijk maken leerlingen zelf hun keuzes en ook wij maken voortdurend keuzes om wel of niet met ons geloof verder te gaan. Maar ook merken de leerlingen dat er in henzelf een stem is, een motivatie, een inspiratie die hen verder drijft. Durven wij ons daardoor te laten leiden? Er is veel dat ons van deze weg afleidt: teleurstellingen in mensen, teleurstelling in de kerk, maar ook angst voor aanslagen en geweld, angst voor de haat van andere mensen. De aanslag op de moskeeën staan niet op zichzelf: er worden ook talloze kerken en tempels aangevallen. Mensen die geloven en daarvan getuigen, maken zich kwetsbaar. Dat heeft het voorbeeld van Jezus wel laten zien. De verheerlijking op de berg is een bemoediging voor onszelf, opdat wij ook een beroep kunnen doen op die krachten die het lijden overstijgen en zelfs overwinnen. Hiervan hebben de bisschoppen van de Centraal Afrikaanse republiek een voorbeeld laten zien: zij hebben duidelijk gemaakt dat zij niet mee willen in de stroom van geweld en haat en ondanks de aanvallen geen wraakoefeningen en vergeldingen willen. Zij willen de weg van de vrede bewandelen. Het is een bemoediging om in deze geloofsovertuiging een weg te vinden om in het licht van Gods liefde barmhartig te zijn en anderen te beminnen, niet vanuit haat en rancune te leven, maar een mens te worden die verbindt, heelt en herstelt. We doen dat niet uit onszelf maar vanuit de kracht die God ons geeft en die in Christus zichtbaar is.

De derde transformatie is die van onze wereld. We weten dat die nog ver verwijderd is van het Koninkrijk Gods. Het nationalisme en het populisme, de haat tegen religies en tegen alles wat vreemd is, maakt ons niet positief. Maar dit visioen is wel de basis van de hoop en wijst ons op het visioen van ons vaderland, zoals Paulus zegt. Niet deze wereld in haar dagelijkse hardheid is ons vaderland, maar er is een ander vaderland, zegt Paulus. Er is een wereld die geregeerd wordt door de liefde van Christus. Deze wereld is nog niet zichtbaar, integendeel. Wij worden echter door dit visioen van de Tabor opgeroepen getuigen te zijn van die nieuwe wereld, ook al zien we die niet. In Christus wordt die zichtbaar, door de handen van de leerlingen en andere mensen van goede wil wordt deze nieuwe wereld zichtbaar. Dat is de weg die we willen gaan. Amen

Verkondiging 10 maart 2019, 1e zondag van de veertigdagentijd

Lezingen
Deuteronomium 26, 4-10
Psalm 91
Romeinen 10, 8-13
Lucas 4, 1-13

Welkom
Welkom bij deze eerste stap in de richting van Pasen, een stap die ons naar de woestijn voert om de duivel te ontmoeten. Die duivel kunnen we op allerlei momenten tegenkomen. Het is zaak om hem te herkennen en te weten dat zijn woorden en zijn gedachten niet van God zijn, maar ons op een verkeerd spoor zetten. Die uitzuivering wordt van ons gevraagd deze weken, opdat we straks met Pasen voldoende ruimte hebben om het leven van God te ontvangen. We gaan met goede moed de woestijn in omdat we weten dat we niet alleen zijn. Mogen ook deze viering ons helpen bij het onderscheiden van de Geest.

Homilie
Het tafereel van de duivel die zich aan Jezus presenteert en hem een aantal verleidingen voorlegt, is de ouverture van de veertigdagen tijd. Het is de periode waarin we de verleidingen onder ogen willen zien. We willen groeien in onze kracht om daar antwoord op te geven. De tweede lezing maakt duidelijk waarom de verleidingen serieus genomen moeten worden: Paulus richt zich op de bekeerlingen uit het jodendom en uit het heidendom. Natuurlijk zal onze reactie kunnen zijn: “Ach, dat gaat niet over mij, omdat ik van geboorte af aan al katholiek ben” - enkele uitzonderingen daargelaten. Maar ik wil u er op wijzen dat we allemaal bekeerlingen zijn. We kunnen geen van allen ontkomen aan de vraag waarom we bij de kerk horen. Wanneer we het geloof met de paplepel ingegoten kregen, maar ook wanneer dat anders was, zullen we ons de vraag moeten stellen: wat doe ik hier eigenlijk? Waarom ga ik naar Pasen toe? Wat verwacht ik van deze weg?

De eerste verleiding is te denken dat we geen bekering nodig hebben, dat het geloof goed is zoals het is en we rustig kunnen voortgaan op onze weg. Dat geldt niet voor u alleen, dat geldt ook voor mij. Gisteren werd ik na een viering aangesproken door een mevrouw die de papieren op haar bureau had liggen om zich uit te schrijven uit de katholieke kerk. Ze vroeg zich af of ze nog bij die kerk wil horen gelet op de problemen. Ze vroeg advies aan mij. Het enige antwoord dat ik kon geven was: denkt u dat het voor mij en andere pastores gemakkelijk is om er bij te blijven horen? De verleiding is er om mijn functie maar routinematig te vervullen en niet meer daadwerkelijk te investeren. Maar natuurlijk is het geloof meer dan de kerk, en is de kerk van Christus groter dan de zichtbare institutionele kerk en is de katholieke kerk meer dan de priesters en bisschoppen die de verkeerde weg zijn gegaan. Dus in mijn afwegingen richt ik me op de goede krachten in het evangelie en in de kerk en probeer ik daar zelf kracht aan te ontlenen en probeer ik die goede krachten te ondersteunen en zichtbaar te maken en daar woorden en daden aan te geven. Dus wees gerust, ik zal die verleiding doorbreken door weer opnieuw te zeggen dat ik blij ben dat ik voor u sta en dat we samen de bronnen van het evangelie en van de eucharistie mogen delen.

De andere verleiding is natuurlijk om te denken dat God de wereld verlaten heeft, zoals jaren geleden Harry Mulisch veronderstelde dat God zijn verbond met de mensheid zou intrekken, gelet op de puinhoop die de mensheid van de wereld gemaakt heeft. Zeer verleidelijk: misschien zijn we wel aan onszelf overgeleverd, en moeten we het daarmee doen. Maar die verleiding gaat uit van de gedachten dat God en mens elkaar tegenstanders, zelfs elkaars vijanden zouden zijn, alsof God de vrijheid van de mens beperkt en hem maakt tot een onvrij wezen die maar heeft te slikken wat het leven biedt aan geluk en veel ongeluk, aan een klein beetje liefde en veel hardheid. Die tweede verleiding wil ik doorbreken door mensen te laten zien en zelf te doen ervaren dat God aan hun kant staat, dat de duistere krachten in de wereld en in de mens zelf alleen aangepakt kunnen worden door een keuze te maken, een keuze voor een gemeenschap van mensen die verbonden zijn met elkaar, die het goede met elkaar delen, van welke religie en overtuiging ze ook zijn. We bundelen de krachten en we mogen daarin ervaren dat de krachten van de Eeuwige aan onze kant staan. Het is een strijd en geen gemakkelijke overwinning: maar we zien vele mensen die zich inzetten voor het goede en God staat aan onze kant.

De derde verleiding die ik terug zie in de kerk en ook bij mijzelf herken is om cynisch te gaan denken over de mensen. Ze weten niets meer van hun tradities, het is hun niets meer waard. Wat weten de mensen nog van tradities en van hun eigen geschiedenis? De mensen zijn alleen uit op winst en op genieten. Het is de waan van de dag die regeert. Een wereld waar een campagne nodig is om de mensen te corrigeren in hun gedrag. We kunnen somberen en negatief zijn, maar net als Paulus kunnen we ook de nieuwe mens verkondigen, die krachtiger is dan de verleidingen, die ervoor kiest om de tradities levend te houden en weer inhoud te geven. We kunnen met Jezus ons dienstbaar opstellen jegens de ander, jegens de samenleving, jegens de kerk. De Heer onze God dienen is inclusief de naaste, want juist in de kwetsbare mens mogen we God herkennen. Als we elkaar dat voorhouden, die manier van leven, zullen we niet teleurgesteld worden, zal er redding voor de mensheid zijn. Amen

Verkondiging 3 maart 2019, 8e zondag door het jaar

Lezingen
Jezus Sirach 27, 4-7
Psalm 92
1 Korinthe 15, 54-58
Lucas 6, 39-45

Welkom
Het laatste weekeinde voor het begin van de veertigdaagse vasten heeft als thema de spanning tussen de binnenkant en de buitenkant van de mens. Mensen doen zich met Carnaval graag anders voor dan ze zijn, maar misschien komt deze verhulling wel dichter bij wie ze echt zijn of willen zijn. Carnaval is soms een zeer serieus spel. Jezus houdt ons vandaag in zijn toespreek weer een spiegel voor: de vergelijking tussen de balk en de splinter is overbekend, maar voortdurend vallen we in die valkuil. Laten we ons bezinnen op onze omgang met elkaar. In navolging van de eerste lezing, zullen we vooral nadenken over het spreken over elkaar. Laten we aan het begin van de viering een moment stil zijn om na te denken over woorden die we tot elkaar spreken; misschien zijn er wel woorden bij waar we spijt van hebben.

Homilie
“Het zijn maar woorden”. Dit klinkt vergoelijkend, wanneer iemand beledigd wordt of wanneer over iemand beschuldigend en beschadigend gesproken wordt. Woorden kun je laten vervliegen en links laten liggen. Bij geschreven woorden is dat moeilijker. Wanneer er scherp en negatief over mensen gesproken of geschreven wordt om hen persoonlijk aan te vallen, kan het goed zijn om dit te relativeren. Er is ongetwijfeld reden om slecht over de katholieke kerk te schrijven en over sommige van haar geestelijken. Soms is er echt een reden, soms weerspiegelt dit spreken andere motieven en andere achtergronden die minder eerlijk en oprecht zijn. Het is niet altijd gemakkelijk om woorden en de motieven ervan helder te onderscheiden. Niet alles wat op hoge toon gezegd wordt, hoeven we tot ons te nemen. Ook ons eigen spreken en schrijven moeten we onderzoeken. Want ongetwijfeld zijn niet al onze woorden over anderen altijd terecht of eerlijk. De lezingen roepen ons vandaag op om dit eigen spreken te onderzoeken. Ons spreken onthult immers welke schat we in ons innerlijk meedragen. Welke schat is dat? Aan de vruchten herken je de boom en aan het spreken kun je het innerlijk van de mens herkennen. Ook in ons eigen hart zit natuurlijk graan en kaf en we dienen ons eigen hart, onze eigen innerlijke schat te onderzoeken. Wat treffen we daar aan? Wat is het hart van ons leven, van ons mens-zijn en van ons christen-zijn? Wat inspireert ons om christen te zijn? Wie inspireert ons daarbij? Wat hebben we daadwerkelijk nodig om die schat te versterken? En wat kunnen we beter loslaten? Straks begint de veertigdagentijd en dat mag een intensieve tijd van eerlijke groei zijn. Waardoor wordt ons innerlijk verarmd en verschraald en waardoor wordt het verrijkt? Gebruiken we voldoende bronnen om dit innerlijk te verrijken?

De teksten van de toespraak van Jezus en ook de verzen van zijn naamgenoot, Jezus ben Sirach, maken duidelijk dat onze woorden onthullen waarvan ons innerlijk vervuld is. Jezus ben Sirach was een tekstverzamelaar uit de tweede eeuw voor onze jaartelling. Hij leefde waarschijnlijk in Jeruzalem. Hij putte uit de wijsheidstraditie en wilde daarmee de mensen van zijn tijd wapenen tegen de opkomende cultuur van de Griekse wereld. De Griekse wereld was niet geworteld in de gedachte van een bevrijdende God. Voor Jezus ben Sirach was de bron van de mens het verbond met de eeuwige God die de mens bevrijdt van slavernij; dat is een innerlijke bron die ook het spreken van de mens beïnvloedt. Getuigt je spreken van die innerlijke bron, weerspiegelt je spreken van het vertrouwen in die eeuwige bevrijdende God van Liefde? Als we de boodschap van Paulus uit de tweede lezing hierbij betrekken, die voortborduurt op het thema van de verrijzenis, dan kun je zeggen dat de verrijzenis het hart van ons geloven is, de kern van ons innerlijk: wij zijn vergankelijke mensen, maar onze kern is de onvergankelijke liefde van God die ons met het doopsel geschonken is. Ook al wordt ons leven bepaald door de vergankelijkheid, we dragen het leven van Christus nu al in ons mee.

Onze roeping en onze opdracht is om in ons spreken en natuurlijk meer nog, ons handelen, van die verrijzenis, van het nieuwe leven te getuigen. Dat betekent dat het kwaad niet het laatste woord heeft over de mens, dat ook een slecht mens nooit aan het kwaad overgeleverd wordt, dat er altijd ruimte is voor een nieuw begin, dat iedereen recht heeft op bekering en genezing. De verrijzenis gaat niet alleen over onze opstanding na de dood, maar ook over de nieuwe mens die in Christus zichtbaar is. Kan ons leven die nieuwe mens weerspiegelen? Is ons spreken en ons handelen gericht op die nieuwe mens? Of houden we vast aan de oude mens?

De psalm nodigt ons uit om God te loven. Die lofprijzing verheft de mens en geeft een breder en ruimer perspectief op de mens zelf. Als er kwaad gesproken wordt, als onze samenleving bol staat van negatieve berichten, kan de lofprijzing van God ons helpen om Hem niet uit het zicht te verliezen en onze wereld en onze werkelijkheid te blijven zien als een geschenk uit zijn hand. Hij zal toch niet het werk van zijn handen verloren laten gaan? Laten we daarom in ons spreken en handelen getuigen van dat vertrouwen. Dan zullen onze inspanningen niet tevergeefs zijn. Amen