LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 20 januari 2019, 2e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 62, 1-5
Psalm 96
1 Korinthe 12, 4-11
Johannes 2, 1-12

Welkom
De gewone reeks van de zondagen start dit jaar met het verhaal van de bruiloft van Kana: een cruciaal moment in het evangelie van Johannes. Een openbaringsmoment, het eerste van de zeven tekenen die Jezus stelt om het belang van het teken bij uitstek, zijn sterven aan het kruis, te onderstrepen.

Bij een vreugdevolle bijeenkomst zoals een bruiloft wordt Jezus uitgenodigd. Dat geeft aan dat we Jezus en zijn Vader niet alleen bij moeilijke momenten hoeven op te zoeken, ook in de vreugde van ons leven is Hij aanwezig. Laten we God danken voor de overvloed van leven die Hij ons schenkt en waarvan het eenvoudige brood van de Eucharistie het paradoxale teken is: klein en onbeduidend in vorm, maar een afspiegeling van de onmetelijke liefde van God, een liefde die wij niet mogen begrenzen.

Homilie
Een van de rode draden in de Bijbel is dat God voortdurend zijn verbond aanbiedt. De relaties tussen mensen, in het bijzonder het huwelijk tussen man en vrouw, weerspiegelen dit verbond van onmetelijke trouw. Het scheppingsverhaal in Genesis loopt uit op het verbond tussen de eerste man en de eerste vrouw. Dat verbond wordt door God gegeven en is de bron van het leven van heel de mensheid. De Bijbel eindigt met de beschrijving van de bruiloft van de mensheid met het Lam. Dat is de bestemming van de mensheid. In het evangelie van Johannes begint Jezus met zijn zeven tekenen tijdens een bruiloft. Dus Jezus plaatst zijn boodschap onder het teken van het verbond dat mensen ontvangen uit de handen van God. Jezus is de middelaar van dat verbond. Hij reikt het ons aan. Hij verdiept het en vernieuwt het. Dat deze bruiloft dreigt te verwateren is een voortdurende zorg van de profeten: de bronnen van de mens dreigen op te drogen. Maar dat gebeurt voor hij er zelf erg in heeft. De nieuwe wijn die geschonken wordt in Kana, maakt duidelijk dat de oude wijn geen beste wijn was. Dus we moeten constateren dat het leven van deze wereld eigenlijk voor veel mensen geen feest meer is. De mensen in Kana dachten een prachtige bruiloft mee te maken, maar eigenlijk weten ze niet wat feest vieren is. De interventie van Jezus maakt duidelijk dat er een heel ander feest, een heel ander leven nog te ontdekken valt. Dus we mogen wel wat vragen stellen bij de mooie kanten van onze wereld; is dat werkelijk wel zo’n feest?

Twee voorbeelden geef ik waaruit dat duidelijk moge worden. De katholieke jongeren die nu in Panama zijn, maken een heel andere kerk mee, een heel ander volk. In dat Midden-Amerikaanse land waar honderdduizenden jongeren volgende week met elkaar het geloof vieren en de paus zullen ontmoeten, blijkt de kerk een groot feest te zijn en mensen op de been te brengen. De vieringen en de ontmoetingen met priesters die druk bezig zijn met het verbeteren van levensomstandigheden van mensen, openen voor jongeren nieuwe perspectieven die hier goed voor hen verborgen zijn gehouden en die we misschien zelf ook al lang vergeten waren. Dat geloof en kerk zo kunnen zijn, is een goed bewaard geheim.

Wat is er met de kerk gebeurd, dat ze zo stil is geworden? Ik voel door de foto’s en filmpjes en andere berichten de kracht en de warmte van mensen die geraakt zijn. Ik snap dat we dat niet zomaar op de Nederlandse kerk kunnen planten, maar het geeft wel te denken.

Het andere voorbeeld is de oecumene. Deze week is de gebedsweek voor de eenheid. Een eenvoudige viering in Den Haag en ook op andere plekken, brengt mensen van verschillende kerken bijeen. Ook hier zal zo’n gebedsviering de realiteit van de verdeeldheid van de kerken niet veranderen. We zijn erg gehecht aan onze gebruiken en onze theologie en we willen die niet zomaar opgeven. We vinden ook snel wat van andere kerken en christenen. Daarmee zie we eigenlijk niet welk feest er nog in de toekomst verscholen ligt. Oecumene is dromen van een nieuw verbond tussen de kerken dat in staat is om de wereld te omvatten en te dragen. Kerken bouwen aan eenheid, niet voor zichzelf, maar uiteindelijk om een beter getuigenis van het evangelie af te leggen. Uiteindelijk zal de eenheid van de kerken kunnen bijdragen aan een steviger fundament voor de wereld.

'Recht voor ogen' is het thema van de gebedsweek dit jaar. Hebben wij het recht voor ogen, of zijn we bezig met onszelf? Zien we de noden van de mensen om ons heen en verder weg, of klagen we over de toestand in de kerk? Recht voor ogen herinnert aan de opdracht waar Jesaja van spreekt. Niet zwijgen, maar stem geven aan gerechtigheid opdat de zwaarden worden omgesmeed tot ploegscharen, opdat de wapens in Jemen zwijgen, opdat we bij dossiers van vluchtelingen kijken naar de mens en niet naar de juridische hindernissen. Die zijn er om geslecht te worden. Ik hoop dat de discussie rond het kinderpardon nu in een stroomversnelling zal komen en er beweging komt in een groot aantal dossiers van kinderen. Dat is ook de vrucht van een protestant initiatief dat oecumenisch gedragen wordt.

De bruiloft van Kana opent voor de mensen een nieuwe visie op wat een feest echt betekent. Zo mogen we als christenen, ook verbonden met andere christenen, de mensen de ogen en de harten openen om hen te herinneren aan hoe de wereld ook kan zijn: een wereld gedragen door het verbond waar de Schrift bol van staat. We hebben nog een lange weg te gaan, maar als we putten uit de bronnen die Christus in Kana geopend heeft, dan is alles mogelijk. Amen

Verkondiging 13 januari 2019, Doopsel des Heren, 1e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 40, 1-5.9-11
Psalm 104
Titus 2, 11-14; 3, 4-7
Lucas 3, 15-16.21-22

Welkom
De laatste fase van de openbaring des Heren als afsluiting van de kersttijd komt met het doopsel in de Jordaan: het slotakkoord is de bekendmaking van Christus aan de mensen om Hem heen. Het doopsel door Johannes is een moment van beslissing van de mens en van acceptatie door God. Het doopsel weerspiegelt wat er gebeurt in de mens, die geen stilstaand wezen is van wie de identiteit zomaar gegeven is. Die identiteit ontwikkelt zich en wordt beïnvloed door keuzes en uitdagingen. We horen de stem van God tot Jezus: dit is mijn Zoon de welbeminde. Ik zou het iedereen toewensen om Gods stem te verstaan: “je bent een geliefd kind van de Eeuwige.” Vanuit die Liefde kunnen we onze eigen identiteit opbouwen. Dat is soms een worsteling en zoeken, maar God staat wel aan de kant van de mens. Mogen wij ook in deze eucharistie verstaan dat God ons wil voeden opdat wij blijven bouwen aan onszelf en aan onze relaties met elkaar.

Homilie
De scene van het doopsel van Jezus brengt ons bij ons eigen doopsel. Voor Jezus was zijn doop een keerpunt in zijn leven. Hij verliet zijn stad Nazareth en Hij begon te prediken en rond te trekken. Dit herinnert ons eraan dat ook ons eigen doopsel de betekenis van een keerpunt heeft. Ook als dit vlak na je geboorte is gebeurd en door je ouders besloten is, plaatst het ons leven onherroepelijk in het Licht van Christus’ levensweg, die wij navolgen. Dat houdt ook een keuze in die we steeds weer vernieuwen: dit keerpunt is niet eenmalig, maar wordt telkens vernieuwd.

Theologen van alle eeuwen hebben zich afgevraagd welke betekenis het doopsel van Jezus heeft. Christus hoefde toch niet gereinigd te worden? Waarom is Hij dan toch gedoopt? Twee aspecten zijn vandaag voor ons van belang. De doop van Jezus kijkt terug en kijkt vooruit. Ten eerste is het doopsel een moment van openbaring. De geboorte van Jezus krijgt in de doop zijn nadere invulling: Hij heeft in Nazareth dertig jaar verborgen geleefd. Vandaag betreedt Hij het toneel van Israël en de gehele wereld om boodschapper en instrument te zijn van Gods liefde die de mensheid herstelt. Het doopsel openbaart de opdracht die Jezus al in de moederschoot ontvangen heeft. Het is de eerste bevestiging van Godswege in zijn leven. Jezus wordt nu al aangeduid als de Christus, de gezalfde des Heren. In zijn doopsel baant Hij de weg voor ons allen. Het tweede aspect van de doop is zijn solidariteit met de mensen. Jezus wordt niet gedoopt omdat Hij reiniging nodig had, maar het is een teken dat God zelf te midden van de mensen wil leven. God heeft zich klein gemaakt. Hij heeft zich klein gemaakt als een Kind in de kribbe. Hij heeft zich machteloos gemaakt. Hij is kwetsbaar en ontvankelijk geworden en op die manier laat God zich vinden. Die neerdaling gaat vandaag een stap verder door af te dalen in de Jordaan en ten onder te gaan in het water dat vandaag al de dood symboliseert. Dus daarin wijst de doop vooruit. Jezus zal de dood ondergaan waarbij de neerdaling zal voortgaan in zijn lijden en dood aan het kruis en zijn graflegging.

De doop staat vandaag in die beweging van God die afdaalt om tot in het diepst van de duisternis de mens nabij te zijn. En u kent misschien de icoon uit de oosterse kerken van de verrijzenis: diep in de onderwereld neemt Jezus Adam en Eva bij de hand om hen terug te voeren naar het leven. Zo mogen wij ook weten dat we in de diepste duisternis mogen rekenen op Jezus, die ons nabij blijft en ons meeneemt.

Daarmee is het gedenken van ons eigen doopsel ook een moment om de stem van God te verstaan, die zegt dat we geliefde kinderen van God zijn. Dat is een belangrijk gegeven in een week waarin nogal wat gediscussieerd wordt over de identiteit van de mens. Het doopsel zegt ons dat we onszelf als een geschenk uit Gods hand mogen verstaan en dat we van daaruit ons leven opbouwen. Dat is geen vrijbrief om vrijblijvend te leven. Het doopsel vertelt dat we evenzeer voor elkaar een opdracht hebben.

De evangelische waarden van trouw en naastenliefde staan daarin centraal: die worden in iedere tijd en cultuur weer opnieuw ingevuld. Dat is geen stilstaand water, maar net als de Jordaan een stromende rivier. De mens moet zich in zijn levenswandel voortdurend spiegelen aan de liefde voor de naaste en voor God. Dat betreft ook de mens in zijn intieme relaties: is daarin ruimte voor de liefde van God en eerbied voor de ander? Dat vind ik een wezenlijk criterium, meer dan allerlei opgeplakte etiketten.

Een bijzonder aspect van het verhaal van vandaag wil ik niet vergeten. Dat is het gebed van Jezus. Tijdens dit gebed gaat de hemel open en komt de hemelse boodschap tot Jezus zelf en tot de mensen die er bij staan: “Dit is Gods Zoon, de welbeminde.” Het maakt duidelijk wat bidden voor Jezus betekent: het is een manier om contact te zoeken met de diepere innerlijke bron. Het is niet het herhalen van teksten die we uit het hoofd geleerd hebben, maar het gebed is de aanwezigheid van de liefde waarin de mens opgenomen wordt. Laten we als gedoopten ook die momenten van stilte en bezinning zoeken om de stem van Gods liefde in ons hart te verstaan. Die verbindt ons met andere gedoopten, ja met alle mensen. Op die manier is ons doopsel niet een privilege voor onszelf, maar een uitnodiging van God om net als Jezus het toneel van de wereld te betreden als instrument en boodschapper van Gods liefde. Moge de Geest ons op die weg voortdrijven! Amen

Verkondiging 6 januari 2019, Openbaring des Heren

Lezingen
Jesaja 60, 1-6
Psalm 72
Efeziërs 3, 2-3a.5-6
Mattheüs 2, 1-12

Welkom
Welkom aan alle koningen, waar dan ook vandaan. Ze komen meestal uit het Oosten, maar in onze tijd kunnen koningen uit alle richtingen komen. Iedereen is welkom. De koningen wijzen ons de weg, niet omdat zij de juiste weg weten, maar omdat zij de juiste geschenken bij zich hebben: geschenken die vertellen welke overtuiging ze hebben. Ze zijn ervan overtuigd dat zij in dit Kind een teken van de hemel hebben ontvangen dat onze mensenwereld verder kan helpen. Wij volgen hen na en weten dat de hemel nabij is.

Homilie
Magiërs zijn zieners, maar ze hebben toch hulpmiddelen nodig om hun blik zuiver te krijgen. Deze onderzoekende lieden uit het Oosten worden door Bijbelkenners gezien als vertegenwoordigers van alle volkeren der aarde die Jezus herkennen als Zoon van God, Zoon van Maria en als Koning. Zij zijn dus vertegenwoordigers van ons allen. De drie gaven die zij meetorsen, maken duidelijk hoe de magiërs het jonge Kind op de schoot van zijn Moeder zien. De magiërs worden soms geholpen, soms hebben ze tegenslagen. De zieners worden vooruit geholpen door de ster in het Oosten, ze worden verblind door de machtige koning in Jeruzalem; ze worden weer verder geholpen door de ster die een soort lichtbaken is geworden. Door de ontmoeting met het Kind wordt hun levensweg definitief veranderd.

Zijn wij zieners? Welke sterren kunnen wij lezen en verstaan? Waardoor worden wij verblind? Die gewetensvragen stellen we onszelf voortdurend en het is niet gemakkelijk om in een tijd waarin zieners schaars aan het worden zijn, het pad vast te houden. De mogelijkheden om verblind te raken zijn groot.

De tocht van de magiërs is risicovol. Niet vanwege de gewone risico's van de weg en het reizen, maar vooral omdat de magiërs nieuwe bronnen van kennis willen aanboren. Zij willen nieuwe vormen van kennis vinden. Het feit dat de magiërs op reis gaan geeft al aan dat zij naast hun gebruikelijke bronnen, de sterren, nieuwe bronnen willen aanboren. Niet alleen intellectuele kennis, maar ook kennis die zij kunnen gebruiken voor een levensovertuiging. Daarom gaan ze op zoek.

Zo zijn wij ook steeds op zoek naar nieuwe bronnen. Als we opgroeien geven ouders bronnen mee, later zoeken we op eigen kracht nieuwe bronnen, soms verlaten mensen de bronnen van hun jeugd. Soms komen er nieuwe bronnen voor in de plaats, soms blijft er niets van dat alles over. De viering van Kerstmis en deze reflectie op het Kerstfeest die het feest van de Openbaring des Heren ons geeft, is een noodzakelijke terugkeer tot onze bronnen, of beter gezegd, tot de vraag naar de betekenis van onze bronnen. De ontmoeting met het Kind wil ons duidelijk maken dat Hijzelf die bron is, een pasgeborene die al vanaf het begin onbegrepen is en voortdurende door mythen en legendes omgeven wordt. Zoals het recente mooie programma van Kalef Allush op de EO over Jezus ons in vier afleveringen dichter bij de historische Jezus wilde brengen, wil deze Jezus, dit Jezus-Kind, ons dichter bij het mysterie van God zelf brengen. Dat is een God die een schuilplaats bij ons is komen zoeken, een verblijfplaats bij de mensen. Zoals het Kind zijn schuilplaats vond bij Maria en Jozef, zoekt God zijn schuilplaats bij ons. Waarom zou God dit zo doen, zijn schuilplaats zoeken te midden van mensen? Volgens mij omdat Hij zo het best een bron van leven en liefde kan zijn, een uitnodigende bron, die niet overweldigt of met machtsvertoon werkt. Dat laat God aan de machtigen over, de ‘Herodessen’ van onze tijd, maar zij leven met een illusie. Macht is de verkeerde bron. Velen klampen zich eraan vast. Dan heb ik het niet alleen over politieke macht, maar ook over andere vormen van macht, kerkelijke en pastorale macht, familiaire macht, economische macht. In al die relaties kan sprake zijn van macht en dan kan het goed fout gaan tussen mensen.

Vandaag reikt dit Kind ons een andere bron aan. Deze bron is minder gemakkelijk te hanteren, een bron van ontvankelijkheid, openheid. Maar als we beseffen dat dit Kind ook in ons leeft, dat dit Kind ons het vermogen geeft om Kind van God te zijn, dan is het mogelijk om al die vormen van macht los te laten. De paus roept ons voortdurend daartoe op, zoals ook zijn recente brief aan de Amerikaanse bisschoppen. Macht, ook in de kerk, leidt tot misbruik, tot vernedering, tot kleinering, tot afhankelijkheid van andere mensen. Dat is niet de weg van onze God. Te vaak hebben mensen de weg van Herodes gekozen, ook in de kerk, ook wijzelf. Het is nodig dat we als parochianen en als kerk een andere weg inslaan. Een weg van echte dienstbaarheid. Dat is een risico, maar als onze God het aandurft, zullen wij dan in zijn voetsporen durven gaan? Amen