LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 2 februari 2014, opdracht van de Heer in de tempel

Lezingen
Maleachi 3, 1-4
Psalm 24
Hebreeën 2, 14-18
Lucas 2, 22-40

Welkom
bij dit feest van de opdracht van de Heer in de tempel, waarmee de kersttijd eigenlijk wordt geëindigd. U kunt nu uw kerststallen opruimen.......

De verwachtingen zijn altijd hoog gespannen bij de geboorte van een kind: wat zal er van hem/haar komen? Hoe zal zijn/haar leven eruit gaan zien? We vieren dat met de komst van het kind Jezus de mensheid nieuwe perspectieven en nieuwe kansen krijgt. De liefde zal in Hem overwinnen. Wat doet dit geloof met ons leven? Blijven geloof en vertrouwen als franje bij ons bestaan of vormen die ook de kern van de opdracht van ons eigen leven? Om God te erkennen dat we onvoldoende onze opdracht waar maken en vaak in onszelf opgesloten blijven, belijden we onze schuld.

Homilie
Mocht er nog enige twijfel bestaan over hetgeen veertig dagen geleden gebeurd is, dan wordt die vandaag weggenomen. Maria en Jozef gaan naar Jeruzalem om aan de voorschriften van het Oude Testament te voldoen. Daar blijkt dat er op Hem gewacht wordt. In de profetie van Simeon en Hanna wordt de identiteit van het Kind onthuld.

Deze definitieve ontknoping van het Kerstverhaal vindt plaats op de meest toepasselijke plek die we ons kunnen voorstellen: de tempel van Jeruzalem. Deze tempel is in het evangelie volgens Lucas het oriëntatiepunt. Daarheen is Jezus in het evangelieverhaal onderweg en vandaar trekken de leerlingen in de Handelingen van de apostelen de wereld in.

De tempel is volgens de Joodse traditie zo’n heilige plek dat men nog steeds de tempelberg midden in de oude stad Jeruzalem niet wil betreden omdat men niet op Gods plek wil komen. God heeft immers zijn plaats in de tempel en de mens kan die niet innemen. Dat is de kern van de eerbied voor het heilige der Heiligen in de tempel.

Met de komst van Christus krijgt de tempel een andere betekenis: Christus neemt voortaan de plaats van de tempel in. In Hem ontmoeten God en mens elkaar. De oude tegenstelling wordt in Christus opgeheven en verzoend.

Mens en God staan niet meer tegenover elkaar, maar de mens is door God op een nieuwe manier als zijn kind aangenomen. De mens die drager is van de belofte van een nieuw rijk van vrede, wordt door Christus’ liefde in staat gesteld om die belofte uit te dragen. De tempel en in het voetspoor daarvan, het kerkgebouw, is de plek waar God en mens elkaar ontmoeten, hun verbond met elkaar vernieuwen, opdat deze ontmoeting en dit verbond ook in de wereld gestalte krijgen.

Jezus wordt naar deze heilige plek gebracht en vandaar wordt Hij uitgezonden, de wereld in: “Laat, Heer, Uw knecht in vrede gaan!” zingt Simeon en de kerk zingt dit met Hem mee. Vanuit de tempel stroomt de vrede de mensheid tegemoet, verkondigt God zijn belofte aan de mens en bevrijdt hem van al het kwade en van de duisternis. Christus wordt vanuit de tempel de wereld ingezonden en zijn leerlingen gaan Hem achterna. Aan het einde van Jezus’ leven, wanneer Hij sterft aan het kruis, scheurt het grote gordijn, dat het allerheiligste van de rest van de tempel afschermt, middendoor zodat opnieuw zichtbaar wordt dat God zich niet meer van de wereld afzijdig houdt, maar dat Christus de aanwezigheid van God de wereld in brengt.

Wat betekent dit voor ons die de naam van Christus dragen? Brengen wij Gods presentie in de wereld? Wat dragen wij bij aan de vrede tussen God en mensen en tussen mensen onderling? Dit feest van de Opdracht van de Heer in de tempel is een bezinning op onze opdracht in de wereld. Jezus is aan God opgedragen en wij die gedoopt zijn, willen onze opdracht in de wereld niet los zien van onze opdracht aan God.

De mens leeft met een opdracht en ieder van ons zal die opdracht kunnen ontdekken en gestalte geven. Vandaag krijgen de kinderen die het afgelopen jaar gedoopt zijn speciale aandacht. Er wordt voor hen een kinderzegen uitgesproken en een zegen voor de ouders. Ook voor hen bidden we: laat hen in vrede de wereld ingaan.

Wanneer kinderen geboren en gedoopt worden, geven we mooie wensen aan het kind mee. Maar het is in de eerste plaats aan ons om deze opdracht voor te leven. Er is geen plaats voor vrijblijvendheid of de indruk dat mensen het zelf maar uit moeten zoeken. Zij worden te gemakkelijk beschadigd wanneer zij op zichzelf worden teruggeworpen, wanneer hun sociale verbanden, gezinnen of families of vriendschappen worden verbroken.

Christus is gekomen om de mensheid te herstellen en ons op het spoor te zetten van diezelfde opdracht. Mogen wij het ook als een opdracht verstaan om vanuit deze heilige plek, onze kerk, en vanuit de viering van de eucharistie met de liefde van Christus de wereld in te gaan.

Amen