LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 2 maart 2014, 8e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 49, 14-15
Psalm 62
1 Korinthiërs 4, 1-5
Mattheüs 6, 24-34

Welkom
In de lezing van de Bergrede die we vervolgen stelt Jezus een kritische vraag: laten we ons in onze zorgen voor het leven niet meeslepen door wat de wereld van ons verwacht: groei in rijkdom en inkomen, toename op allerlei terreinen? Is dat wat we willen? Gaat de essentie van het leven dan niet aan ons voorbij? Jezus richt ons op de gerechtigheid die van God komt. Het lijden van vandaag is groot, kijk maar naar de Oekraïne en centraal Afrika. Dat is niet zomaar oplosbaar. De belangen zijn groot.

In de eucharistie willen we ons opnieuw openstellen voor wat God aan ons geeft en beseffen dat daarin voldoende is om te leven en gelukkig te zijn. Hier is de weg van vrede en geluk. Voor die keren dat we dat niet beseften en tegen Gods plannen ingingen, belijden we onze schuld.

Homilie
De kerk leeft in het Licht van het koninkrijk dat Jezus verkondigd heeft. Het kan soms gebeuren dat we dit uit het oog verliezen. Dan denken we dat de kerk het koninkrijk is. We kijken dan niet verder dan de kerk. We kunnen ook het risico lopen ons terug te trekken binnen onze kerkelijke geloofsgemeenschap, zonder nog bezig te zijn met de noden van onze samenleving. We maken ons bezorgd om het overleven van de kerk, terwijl Jezus ons bemoedigt en ons wil openen voor de gave van zijn heilige Geest.

Is het wereldvreemd om zo onbezorgd te leven als Jezus ons adviseert in de Bergrede: geen zorgen om geld en goed? Wie kan zich dit in tijden van economische tegenwind veroorloven? Ook parochies en het bisdom moeten alle zeilen bijzetten om gezond te blijven in pastoraal en financieel opzicht. Het gaat niet vanzelf.

Het gaat in de Bergrede echter niet om zorgeloosheid, maar om oriëntatie, om richting. De wereld zoekt garanties en zekerheden en daar waar grenzen zijn wordt bezuinigd. Dit kan voor de overheid en de samenleving gelden, soms met drastische humanitaire gevolgen, maar het koninkrijk dat Christus verkondigt heeft een andere focus. De richting die Jezus ons voorhoudt is die van de mens die beseft dat hij/zij leeft van de overvloedige liefde van God en dat hij/zij daar altijd van kan uitdelen. Een christen deelt niet uit van anderen, maar wil altijd geven van zichzelf. Het gaat om zelfgave.

Paulus maakt duidelijk in zijn brief aan de Korinthiërs dat de opdracht die we van Christus ontvingen ons allen geldt. We zijn allen helpers van Christus. Wij dragen de boodschap van Christus met ons mee. Dat vraagt ook zelfreflectie: wat heeft de boodschap van Christus met onszelf gedaan? Waarom vinden we het waard om die boodschap rond te bazuinen in woord en daad? Waarom zouden daden die voortkomen uit het evangelie daden van Liefde moeten zijn en van gerechtigheid?

De primaire, natuurlijke focus van de mens is niet altruïstisch, de mens is niet automatisch op de ander gericht. De mens moet open gemaakt worden, de mens moet uit zijn cocon van zijn/haar eigen veilige leven gehaald worden. Daartoe spreekt Jezus deze Bergrede tot de menigte, de wereld en niet alleen tot zijn leerlingen. De noden in de wereld, van de Oekraïne tot aan de vluchtelingen problematiek in ons eigen land, geven ons geen rust. Terecht niet. Maar beseffen we ook inzake de stad waar we leven en de mensen die we ontmoeten voldoende dat het evangelie vreugde en goedheid kan bieden? Dat we als kerkgemeenschap een bijdrage leveren aan een menswaardiger samenleving? We hebben niet het monopolie daarop, maar wel een eigen geluid.

Het eigene van het evangelie is dat de christen zich nooit achter anderen verschuilt, niet naar een ander verwijst die iets zou moeten oplossen of regelen. Een christen maakt zijn/haar eigen leven tot inzet van de boodschap. Dat ging bij Jezus zover dat Hij zijn leven gaf voor zijn vrienden, voor het koninkrijk, voor de mensheid. Wij vieren in deze eucharistie dat deze levensgave ook ons bevrijdt en dat zou ons voldoende zekerheid en vertrouwen moeten geven dat wanneer wij wat van onszelf geven in naam van Christus, dit vruchten zal dragen.

In de komende vastenperiode kunnen we oefenen in die zelfgave, kunnen we concrete doelen stellen voor onszelf om af te zien en in te zien, om los te laten en te ontdekken. De tijd is voorbij dat de pastoor voorschrijft hoe iedereen moet vasten, maar dat maakt de uitdaging voor ieder van ons niet minder. Integendeel je kunt nu laten zien wat het voor jezelf betekent. We laten ons niet bepalen door wat de wereld van ons vraagt, we gebruiken andere criteria van waarde en menswaardigheid dan in een materialistisch wereldbeeld. We laten dit bepalen door het evangelie van Christus en we mogen dit uitdragen. We zitten niet stil, we komen in beweging, we volgen het pad dat Christus ons gebaand heeft. Mogen wij als kerk deze weg met vreugde en vruchten gaan.

Amen