LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 22e zondag door het jaar, 2 september 2018

Lezingen
Deuteronomium 4, 1-2.6-8
Psalm 15
Jacobus 1, 17-18.21b-22.27
Marcus 7, 1-8.14-15.21-23

Welkom
Van harte welkom in deze viering. Ik ben blij dat u er bent, dat we opnieuw bij elkaar komen, om de bemoediging van Christus en van elkaar te ontvangen. We hebben elkaar nodig en we hebben nodig dat Gods woord ons opricht en vrij maakt. De kerkgemeenschap betekent dat we ons gezamenlijk laven aan de bronnen van ons geloof en ons begeven in de aanwezigheid van Christus, opdat we die mee de wereld in dragen. Ik nodig u uit om een minuut stil te zijn om in gebed God om wijsheid te vragen.

Homilie
De uitval van Jezus aan het adres van de farizeeën en de schriftgeleerden laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Leden van de elite houden zich aan uiterlijke voorschriften, maar leiden ondertussen in het verborgen een liederlijk leven en lappen de regels feitelijk aan hun laars. Het is een verschijnsel van alle tijden en van alle organisaties dat mensen er hun eigen moraal op na houden en hun foute gedrag voor zichzelf rechtvaardigen. Ook in de hele samenleving van vandaag komen we dit tegen.

Het is een treffend teken van het liturgisch jaar dat we in deze onrustige tijden waarin zoveel lijden van mensen aan de oppervlakte komt en waarin blijkt hoezeer mensen in de kerk niet hun verantwoordelijkheid genomen hebben, deze tekst uit het Marcusevangelie ons aangereikt wordt door de liturgie. Als je niet beter zou weten zou je kunnen denken dat de paus deze passage uit heeft gekozen om te laten voorlezen en te overwegen: maar dat is niet zo. Het liturgische rooster reikt deze tekst aan voor deze zondag. Wereldwijd wordt die voorgelezen. Ook priesters en bisschoppen die door de mand gevallen zijn en die vandaag in stilte en afzondering de eucharistie vieren, moeten deze tekst tot zich nemen.

Ik heb geaarzeld en gedacht dat het misschien beter is om deze passage in stilte te overwegen in het kader van de actualiteit van vandaag. Toch is het de bedoeling van liturgie om ons te bemoedigen en ons nieuwe wegen te wijzen. Er dient dus toch meer gezegd te worden, woorden en gedachten die ons verder helpen. De passage van Deuteronomium geeft een kader van regels die God ons aanreikt. Het is de weg naar een nieuw land. Dat ligt onder de hele Bijbel en zeker onder het evangelie: de mensheid is onderweg naar een nieuw land en een nieuw bestaan. Een nieuwe wereld is het perspectief, een wereld waar rechtvaardigheid en barmhartigheid in het hart van mensen gegrift zijn en mensen geen geschreven normen meer nodig hebben om zich daaraan te houden, maar vanuit die waarden leven en de menselijke verhoudingen volgens die waarden gestalte geven.

Heel de periode in de woestijn is voor het volk een oefenperiode om straks in het beloofde land de belofte gestalte te geven. Het binnentrekken in het beloofde land is voor Israël een nieuw begin, het is de uitdaging om nu op eigen kracht de belofte van God waar te maken en zelf die samenleving volgens die waarden in te richten. Het behoeft geen uitleg om te beseffen dat in de geschiedenis van vallen en opstaan die belofte van de waarden van rechtvaardigheid en barmhartigheid steeds weer opnieuw bevochten en herontdekt moet worden. Profeten staan op om het volk daaraan te herinneren, soms zijn harde woorden nodig!

Het evangelie van Christus heeft diezelfde profetische woorden en waarden, maar Christus geeft meer dan dat. Hij geeft ons de overtuiging mee dat we nooit meer helemaal bij nul hoeven te beginnen. De kerkgemeenschap heeft een fundament dat niet verloren gaat en dat maakt dat dit nieuwe rijk, dat door Mozes en de profeten beloofd is, al begonnen is. Het zal ons niet kunnen worden afgenomen, welke schandalen ons ook overkomen. Het fundament is onze eigen roeping en onze eigen gelovige inspiratie; onze eigen persoonlijke band met Christus, waar niemand tussen kan komen. Daar is de bron die we zelf mogen koesteren.

Het fragment uit de brief van Jacobus herinnert ons aan het geschenk van het leven dat God zelf aan ieder van ons toevertrouwd heeft. Het geschenk is een verantwoordelijkheid. Zoals het Woord van God in Christus mens geworden is, zal ook onze roeping, die we met ons leven van God gekregen hebben, ook zichtbaar moeten worden en gestalte moeten krijgen in ons leven. Dat is waarheid: dat je daden en woorden in overeenstemming zijn met de verheven roeping die we van God gekregen hebben. Als we ondervraagd worden over de situatie van de kerk, kunnen we de situatie eerlijk onder ogen zien, maar er ook op wijzen dat de hele moderne wereld en huidige samenleving verre van rechtvaardig en veilig zijn voor kwetsbare mensen. De akelige feiten van het verleden maken ons waakzaam om de hoge moraal van het evangelie niet uit het oog te verliezen en elkaar daarop aan te spreken. Dat vraagt wijsheid, geduld en duidelijkheid. Bidden we om wijsheid! Amen