LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 28e zondag door het jaar, 14 oktober 2018

Lezingen
Wijsheid 7, 7-11
Psalm 90
Hebreeën 4, 12-13
Marcus 10, 17-30

Welkom
Van harte welkom in deze viering. De ontmoeting tussen Jezus en de rijke man draait uit op een teleurstelling. Terwijl Jezus hem liefdevol aankijkt, raakt hij toch teleurgesteld. Zijn de verwachtingen van Jezus te hoog? Ook Jezus lijkt teleurgesteld en uit zijn negatieve gedachten over de combinatie rijkdom en evangelie: moeilijk te verenigen. Op zijn minst laadt de rijke een grote verantwoordelijkheid op zich, maar de bijbel reikt ons meer aan dan alleen een les in vrijgevigheid: de Bijbelteksten en de liturgie van vandaag nodigen ons uit om binnen te treden in de wijsheid van God die een fundament is voor heel ons leven, ons bidden, ons denken en ons handelen. Laten we ons open stellen voor die wijsheid die ons in het doopsel geschonken is.

Homilie
Wie een huis wil bouwen zal eerst voldoende middelen moeten verzamelen om dit project te kunnen voltooien: materiaal en geld en bovendien mensen die het daadwerkelijke werk gaan doen: een huis bouwen doe je niet alleen. Hoe meer middelen je hebt, hoe groter het huis kan zijn. Wanneer je de huizen bekijkt die in onze steden en dorpen staan, kun je aflezen hoeveel middelen de mensen verzameld hebben. Een huis kan dan ook de uitdrukking zijn van het leven dat iemand leidt. De rijke jongeman vandaag heeft niet alleen een mooie rijkdom opgebouwd. Hij heeft het huis van zijn leven ook mooi ingericht met de navolging van de geboden. Het huis is dus niet alleen mooi aan de buitenkant, maar ook aan de binnenkant. Hij heeft zich aan de geboden van de naastenliefde gehouden. Is dat niet wat we van een mens mogen verwachten? Horen we dat niet vaak zeggen: “Het komt erop aan of je een goed mens bent!”? Jezus noemt de geboden: het zijn de geboden die de relatie tussen mensen betreffen. Wat dit betreft kan de jongeman tevreden zijn.

Maar het Evangelie is kritisch op zo’n leven dat er op het eerste gezicht goed uitziet. De balans tussen het goede handelen en het goede geloven, levert immers voortdurend een spanning op. Voor het Evangelie zijn de goede daden van mensen als de vruchten van een goede boom. Terwijl het niet altijd mogelijk is om de kwaliteit van een boom zelf te herkennen, kun je deze wel herkennen aan de vruchten van die boom. Hoe kan je van een mens die goede daden verricht, zeggen dat het een slecht mens is? Daarom is Jezus hoopvol gestemd over deze jongeman die het huis van zijn leven aan Jezus presenteert: het is mooi van binnen en van buiten. Toch is er iets dat ontbreekt. U leest de zes geboden die de relatie tussen de mensen betreffen. Maar waar zijn de geboden gebleven die onze verhouding met God betreffen?

Zouden we die het fundament kunnen noemen? Als Jezus hem aanspreekt op zijn rijkdom, blijkt hier een essentieel fundament te ontbreken. Zijn geld en vermogen zijn de instrumenten waarmee hij goed doet. Maar Jezus vraagt meer van de jongeman en meer van ons. Onder ons goede leven en onder onze goede intenties om wat van ons leven te maken, dient een fundament te zijn. Dat fundament wordt ons aangereikt in de twee andere lezingen: de Wijsheid en de Hebreeënbrief vertellen ons van het Woord van God dat de Wijsheid is. Dat Woord is als een tweesnijdend zwaard dat de kern van ons leven blootlegt. Dat woord voedt ons met kennis en liefde. Het laat ons weten wie onze naasten zijn: dat zijn immers niet onze vanzelfsprekende vrienden, maar juist de onverwachte mensen die op ons pad komen en een beroep op ons doen, of het nu de slachtoffers van de Tsunami in Sulawesi zijn, of slachtoffers van oorlogsgeweld in Syrië of de vluchtelingen die hier zijn komen wonen. De Wijsheid van God laat ons weten dat die zorg voor de naaste een band schept, een band die ons door God zelf wordt aangereikt. Die band met de naaste bepaalt ook wie wij zijn.

De jongeman vervult de geboden, maar of het hem raakt in zijn hart en ziel, wordt niet echt duidelijk. Worden de mensen voor wie hij zorgt nu een onderdeel van zijn leven en van zijn identiteit? Wordt hij werkelijk broeder van de naaste die hij ontmoet? Zijn rijkdom functioneert als zijn bolwerk van veiligheid en belemmert hem om vanuit zijn geloof in God te handelen. Dat zijn immers de geboden die niet genoemd worden: de liefde voor God en de eerbied voor Gods naam en voor de sabbat. Juist daar waar de liefde om de hoek komt kijken, lijkt de jongeman niet thuis te geven.

Ook wij onderzoeken onze liefdadigheid. Straks hebben we de kans voor de extra collecte voor Sulawesi. Maar ook in gebed zijn we met de mensen daar verbonden. U zult zeggen: er komt geen einde aan de rampen in de wereld. Dat klopt! Zoals er ook geen einde is aan de liefde: de liefde blijft immer! De aansporing van Jezus is helder: het huis van ons leven moet niet alleen mooi zijn van buiten en binnen, maar dient ook gevestigd te zijn op het fundament van de liefde voor God. Daarin vinden we onze inspiratie om steeds weer op pad te gaan naar de naaste en ons niet op te sluiten in ons eigen veilige leven. Dan zal ons huis stevig staan! Amen