LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 2 november 2018, Allerzielen

Welkom
We delen met elkaar ons verdriet. Soms is dat verdriet hard en pijnlijk. Soms overheersen dankbaarheid en vrede en berusting. Welkom aan u die in de rouw bent vanwege het overlijden van uw ouders, het overlijden van uw echtgenoot of echtgenote, het overlijden van een partner, een familielid of van een goede vriend. Welkom als u het overlijden van een kind gedenkt.

We gedenken ook de vele doden in de wereld, slachtoffers van het geweld jegens de christenen en andere minderheden die in het Midden-Oosten gedood zijn. We gedenken de vluchtelingen die omgekomen zijn, we gedenken de naamloze kinderen die te vroeg gestorven zijn. De naamloze gestorvenen bevelen wij aan bij God, zij die zonder zorgende mensen om hen heen, het leven hebben losgelaten. We gedenken de daklozen en thuislozen voor wie de hemel nu en werkelijk thuis geworden is.

Als wij samen komen, noemen we de naam van God. Als we onze doden gedenken, doen we dat met dezelfde adem als waarmee we Gods naam uitspreken, met dezelfde liefde die in ons hart door Hem is uitgezaaid, een onmetelijke liefde die de ruimte is die Christus bereid heeft. Het noemen van de namen doen wij in het aangezicht van God. Moge die liefdevolle blik het leven van ons allen verlichten. Laten wij ruimte maken voor Gods stem in ons eigen leven. Laten we gaan staan om in stilte onze dierbaren en alle doden te gedenken.

Homilie
In het evangelie lezen we dat de Joden naar Marta en Maria komen om hen te troosten met het verlies van hun broer. Nabijheid is troostend. Mensen weten niet altijd wat te zeggen bij een overlijden. Maar toch helpt het om medeleven te laten merken door op bezoek te komen, een uitvaart bij te wonen of een tijd na het afscheid ook nog contact te zoeken. Dat kan veel betekenen. Zo ook vandaag, Allerzielen: we komen bij elkaar om elkaar te troosten. Dat kan door samen naar de begraafplaats te gaan, of samen naar de kerk te gaan of elkaar thuis op te zoeken.

Soms zijn er geen woorden te vinden om verdriet uit te drukken, maar ook dan is simpelweg aanwezigheid al een gebaar van troost. Wanneer iemand een hoge leeftijd heeft bereikt of wanneer de dood een bevrijding van pijn en ziekte betekent, blijft het feit dat een mens niet meer in onze werkelijkheid en uit de tijd getreden is, zoals dat heet. We zullen zijn/haar gezicht niet meer zien, zijn/haar stem niet meer horen en dat blijft altijd een gemis. Al zijn er woorden van vrede en dankbaarheid, anderzijds blijft er het mysterie van het leven dat tot een einde gekomen is.

Voor datzelfde mysterie staan Marta en Maria: hun geliefde broer is er niet meer en dat slaat de basis weg onder hun leven. U weet dat in die tijd het leven veel minder zekerheden kende dan nu en twee vrouwen die alleen achterblijven, moeten maar afwachten wie er voor hen zal zorgen. Meer dan die materiële zorgen, u weet dat die ook in onze tijd nogal eens voor hoofdbrekens en spanningen kunnen zorgen, is er de religieuze vraag naar wat het leven nu eigenlijk voorstelt, omdat het zo vergankelijk is. Of een leven nu vele jaren duurt of veel te vroeg door een ongeluk of een ziekte wordt afgebroken: ieder leven is van tijdelijke en van voorbijgaande aard.

Als Jezus op het toneel verschijnt, kan hij dat niet wegnemen. Ook zijn leven is van voorbijgaande aard. De huivering die te lezen valt op het gezicht van Jezus maakt indruk op de aanwezigen. De evangelist Johannes maakt er in het verhaal expliciet melding van dat Jezus huivert en verdriet heeft, u moet het hele hoofdstuk 11 van Johannes er maar op na lezen. Het verhaal gebeurt niet voor niets vlak voor het sterven van Jezus. Het rotsgraf dat in het tweede deel van het verhaal genoemd wordt, verwijst naar het graf van Jezus zelf, waar hij enkele dagen later zal liggen.

Ook Jezus is gekomen om te troosten. Maar is Hij niet te laat? Had Hij niet iets kunnen doen tijdens het ziekbed van Lazarus? Deze vraag van Marta is een vertrouwde vraag die mensen aan God kunnen stellen: God waar was u toen ik het moeilijk had? Ook wanneer mensen overigens het geloof in God verlaten hebben, gebruiken ze deze vraag naar Gods aanwezigheid in menselijke nood en ellende, of beter gezegd zijn veronderstelde afwezigheid in menselijke ellende en dood, als argument om God af te schrijven. Maar de vraag is dezelfde: “God waar bent U?”

De aanwezigheid van God is altijd een mysterie: God is niet op afroep beschikbaar om aan onze verlangens te voldoen. Gods aanwezigheid is van een andere aard: wanneer God verschijnt, komt de eeuwigheid om de hoek kijken en daar kunnen we amper begrip van hebben. De eeuwigheid gaat boven ons voorstellingsvermogen uit. Maar de weg om er toch een glimp van te mee te krijgen zit in de ontmoeting met Christus zelf.

Het gesprek dat Marta met Jezus voert, ontwikkelt zich van een eenvoudig rouwgesprek naar een geloofsgesprek, tot aan een openbaring van geloof: “Ik ben de verrijzenis en het leven.” In de ontmoeting, in het gesprek openbaart zich de aanwezigheid van God zelf: Jezus is immers het gelaat van de levende God. Daarom is een ontmoeting, een gesprek waar werkelijk ruimte is voor geloof, meer dan alleen een troostend gesprek. Het is een instrument om de aanwezigheid van God te ervaren. In de ontmoeting tussen mensen kan de Geest van troost ervaren worden. Het gesprek van Jezus met Marta is voor ons een voorbeeld. De ontmoeting krijgt in onze viering van vandaag nog een extra dimensie doordat we de eucharistie vieren, waarbij de aanwezigheid van Christus in de gaven van Brood en wijn ook de link naar Gods eeuwigheid legt.

Laat ons samenzijn vandaag ook een teken zijn van de troostende aanwezigheid van Gods Geest. In die Geest willen we samen zijn, en dan kunnen we raken aan de eeuwigheid waar onze dierbaren al zijn en met wie wij verbonden blijven telkens als we hen in Gods naam gedenken. Amen