LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 32e zondag door het jaar, 11 november 2018

Lezingen
1 Koningen 17,10-16
Psalm 146
Hebreeën 9, 24-28
Marcus 12, 38-44

Welkom
Vandaag is het een bijzondere dag voor Europa. Het einde van de Eerste Wereldoorlog wordt herdacht. Regeringsleiders verzamelen zich in Parijs. Ook onze premier is daarbij. Ook al nam ons land er strikt genomen geen deel aan, de oorlog ging niet onze deur voorbij, al was het maar vanwege de massaal opgevangen Belgische vluchtelingen. Die opvang van massale groepen vluchtelingen ging toen makkelijker.

Toch is er in het verdrag van Versailles ook het zaad gezaaid voor de Tweede Wereldoorlog. Het betekent dat het beëindigen van een oorlog één ding is, het bouwen van vrede is iets anders. Echte vrede ging pas dagen toen aan 1945 aan Europa gebouwd werd. Sowieso kan vrede niet gebouwd worden achter bureautafels. Dat kan alleen met commitment en toewijding en een eigen inbreng van mensen zelf. Daartoe roept Christus ons op en ook de paus in zijn exhortatie om heilig te worden. De icoon van vandaag is de weduwe. Twee weduwen passeren de revue vandaag. Beiden zijn icoon van gastvrijheid en vrijgevigheid. Bezinnen we onszelf op ons eigen leven: wat hebben wij te geven?

Homilie
De kwestie van oorlog en vrede houdt Europa deze dagen meer dan anders bezig. Voor ons christenen is vrede onze core buisiness: het eerste woord van Christus in het evangelie van Lucas is ‘vrede’. Het is het herkenningswoord van de verrezen Heer. En het is de opdracht van hen die zijn naam dragen, om teken van vrede te zijn. Ook christenen zouden herkenbaar moeten zijn aan hun inzet voor de vrede, ja zelfs dat zij zelf drager zijn van de vrede. Vrede verbindt en dat vraagt ruimte maken voor de ander niet vanzelfsprekend en zeker niet vrijblijvend. Vrede is dan meer dan iets waar je aan werkt, het is een manier van leven. Het is het fundament onder hoe we leven, welke besluiten we nemen en hoe we ons opstellen naar de mensen om ons heen. Er is geen weg naar vrede, maar vrede is de weg!

Normaal zouden we denken dat de weduwe in het evangelie en de weduwe met haar zoon bij de profeet Elia geen ruimte hebben voor dergelijke hoogdravende zaken. Zij hebben wel wat anders aan hun hoofd: overleven. Als iedere bescherming in het leven wegvalt door het overlijden van je echtgenoot, als er geen ander inkomen gevonden wordt dan alleen wat je bij elkaar sprokkelt, dan wordt leven niet meer dan overleven. Wat is dan nog het verschil tussen leven en dood? Dat is het perspectief dat de weduwe die gastvrijheid verleent aan de profeet Elia, uitdrukkelijk onder woorden brengt: we kunnen nog één maaltijd delen en dan wacht ons de dood. Met dat perspectief voor ogen, kun je geen gastvrijheid verlenen: je biedt dan valse hoop en voor je het weet maakt de ander misbruik van je vrijgevigheid. Ook in onze wereld leven talloze mensen met dat perspectief: als onze omstandigheden niet veranderen, dan wacht ons de dood. Dat kan door oorlog en vervolging, door honger of natuurrampen, door armoede of door eenzaamheid, door leegte en zinsloosheid. Dan is er niets meer om te delen, is er geen ruimte meer voor gastvrijheid. En toch laten de twee weduwen zich niet daardoor weerhouden om gastvrij en vrijgevig te zijn. Integendeel: ze geven alles wat ze bezitten. Welke bron hebben de twee vrouwen om vrijgevig te zijn? Ondanks haar problemen, geven ze van hun armoede weg wat hen rest. Het is de evangelische paradox: hij die geeft, ontvangt, en wie wil binnenhalen, zal zichzelf en zijn leven verliezen. In die zin zijn beide vrouwen profeten van hun tijd en zijn zij teken van het koninkrijk Gods. Zij worden op die manier zelf een perspectief ten leven. Zij kiezen om op een manier te leven die teken van leven is. Zij worden zelf teken van leven.

Welk perspectief hebben wij als mensen van vandaag? Zien we een perspectief van dood of van leven? Zijn we ook kritisch op het perspectief waar mensen mee leven? Ook daar komen we veel tegen wat vol leven lijkt te zijn, maar misschien met echt leven weinig te maken heeft: veel is illusie en vluchtig. In mijn deel van de nachtwake afgelopen nacht in het kader van kerkasiel in Buurt- en Kerkhuis Bethel, waar ook een aantal koorleden en andere parochianen aan deelnamen, zijn we geëindigd met het perspectief van Pasen. Na de verhalen van vluchten - we spraken met name over de vlucht van Jacob naar Bethel en de vlucht van Jezus naar Egypte - kwam uiteindelijk de ontknoping met het paasverhaal, waar de vlucht van Christus en de vlucht van het Joodse volk, en daarmee de vlucht van mensen in het algemeen, tot een ontknoping gebracht werd in het verhaal van het lege graf en de boodschap dat Christus tussen de doden niet te vinden is. Aan de leerlingen wordt de opdracht gegeven om op weg te gaan. De weg is geen vlucht, maar een levensweg. Deze vraagt om op weg te gaan, de weg naar Galilea, de weg naar de ontmoeting met de verrezen Heer, de weg van het leven. Deze weg kunnen we niet gaan als we om ons heen slechts bedreiging zien en angst, wanneer we muren willen bouwen en onze schijnbare veiligheid willen beschermen. Dat is allemaal illusie en zal op zand gebouwd zijn.

Zowel de twee weduwen van de verhalen vandaag, als de herdenking van de wapenstilstand van 1918, nopen ons tot reflectie: beseffen we dat we geroepen zijn om te leven met het perspectief van leven? En beseffen we wat dit betekent voor onze houding ten opzichte van elkaar? De twee weduwen zijn bron van hoop. Zij mogen ons inspireren vandaag om zelf dat perspectief van leven vast te houden en elkaar voor te houden. In dat perspectief kunnen we allemaal een beetje meer gastvrij en vrijgevig worden. Amen