LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 1e zondag van de Advent, 9 december 2018

Lezingen
Baruch 5,1-9
Psalm 126
Filippenzen 1, 3-6.8-11
Lucas 3, 1-6

Welkom
Welkom op deze adventsweg van ontmoeting. Het licht gloort over ons om de angst voor het duister weg te nemen. Als mensen angstig worden, kunnen ze deze angst proberen te overschreeuwen met boosheid. We zien dat in Frankrijk, maar ook op veel andere plaatsen. Boosheid verhult angst. Laten we elkaar meenemen op de weg van de advent en in vertrouwen op elkaar de weg gaan.

Gisteren is er een nieuwe bisschop gewijd in Roermond. Ik mocht er bij zijn en het was een indrukwekkende viering. U heeft het misschien kunnen zien op TV. Ook hij wil de weg gaan samen met de mensen van het bisdom, zoals ook paus Franciscus dat heeft aangekondigd bij zijn verkiezing. Wij hebben daarin ons eigen aandeel, parochievicaris, pastoraal team, vrijwilligers, kerkgangers. Wij haken niet af, wij blijven betrokken en wij kiezen om samen de weg te gaan. Johannes De Doper wijst ons vandaag de weg en dat is een belangrijke correctie aan het adres van de machtigen van deze wereld. Luister maar naar de opening van het evangelie vandaag!

Homilie
De cameraman van het evangelie van Lucas corrigeert onze blik. We kijken naar de tijd waarin Jezus optreedt. We willen precies weten wanneer dat gebeurde: het keizerschap van Tiberius komt voorbij, alsmede de landvoogd (van wie onlangs trouwens een zegelring is teruggevonden en geïdentificeerd), gouverneurs, en hogepriesters: Tout le beau monde, ofwel iedereen die er toe doet, wordt genoemd, maar het Woord Gods dat een handelend Woord is, een Woord dat zijn intrek neemt in mensenharten en mensenhanden tot daden aanspoort, dat woord “geschiedt”, het gebeurt en wordt zichtbaar in Johannes de Doper die in de woestijn is. Niet in de paleizen en machtige vertrekken van de lieden van de Quote 500 gebeurt het, nee het Woord Gods gebeurt in de woestijn.

In de woestijn worden wegen getrokken, worden kronkelpaden recht gemaakt. Daar wordt de mens aangesproken op zijn/haar vermogen om de ander recht te doen. Als we dat niet doen, gaan we ten onder in deze wereld die een woestijn is geworden, want ondanks onze welvaart heeft onze samenleving ook iets weg van een woestijn, tenminste voor sommigen! Maar laten we ook kijken naar de woestijn van ons hart. Welke plantjes van vertrouwen groeien er nog? Welke stromen van solidariteit stromen er nog? Hoe praten we over de wereld en over de andere mensen die wij in de samenleving zien? Hoe overwinnen we teleurstellingen in andere mensen, teleurstellingen in politiek, in kerk in andere instituties? In de woestijn van Frankrijk is er een enorme boosheid te zien. Dat maakt zichtbaar dat niet alleen onze samenleving soms een woestijn is, maar ook het mensenhart zelf. Misschien is Johannes daarom wel de woestijn in getrokken om de mensen van zijn tijd daarop te wijzen: kijk, jullie hart is net zo’n woestijn geworden als je hier om je heen ziet. De woestijn waar een mens zelfgenoegzaam is en zijn/haar eigen daden de maatstaf zijn van wat juist is. De woestijn waar de mens zegt: “Ik ben de maatstaf van mijn gerechtigheid. Wat ik wil, zal geschieden. Wat ik verlang moet vervuld worden.” Natuurlijk is het menselijke verlangen een fundamentele graadmeter voor de menselijke ontwikkeling: roeping groeit uit verlangen, idealen groeien uit verlangen, maatschappelijke doelen en ambities groeien uit verlangen om iets te bereiken. Het verlangen is dus geenszins een vies woord.

Maar Johannes spreekt ons aan om ons verlangen te onderzoeken. Daar waar het verlangen ons verbindt met mensen om ons heen, daar waar het verlangen onze relaties met anderen verdiept, zowel met bekenden als met onbekenden, dat verlangen kan ons verheffen en ons leven verdiepen. Dat verlangen zou wel eens teken kunnen zijn van Gods roepstem. Dat verlangen kan leiden tot liefdesrelaties en tot huwelijken, het leidt in ieder geval tot naastenliefde. In plaats van eigenliefde groeit er ruimte voor oprechte naastenliefde. Waar verlangen echter ontwikkelt tot een individueel verlanglijstje opdat het eigen leven prettiger wordt, kunnen we ons afvragen, is dat onze prioriteit? Leidt teleurstelling dan niet tot boosheid en verzet? Laten we ons meeslepen door de stemmen uit de duistere woestijn die in plaats van deze te begieten en te effenen, eerder het effect hebben van een verzengende zandstorm van geweld en boosheid en vernietiging?

De advent is een periode om de woestijn die ons eigen hart van tijd tot tijd geworden is, weer te begieten en weer te effenen tot een heerlijke vruchtbare tuin, een paradijstuin bijna. Natuurlijk weten we dat het Paradijs geschonken wordt door God zelf en Christus heeft ons de weg gewezen, maar wie in de woestijn van zijn/haar hart blijft hangen zal dat paradijs niet zien komen en er evenmin de wegen vinden om dat paradijs binnen te gaan.

De nieuwe bisschop van Roermond verwees in zijn slotwoord dat we ons niet zouden moeten richten op de vervulling van ons eigen verlangen, maar dat ons verlangen steeds op Gods wil gericht moet zijn: “Mij geschiede naar uw woord”, zo haalde hij het bekende woord van Maria aan. Op de manier stelde hij zich op als een Johannes de Doper die op Christus wijst, op Degene die komt. Voor die komende Heer bereiden wij de wegen en effenen wij de paden. In ons spreken, bidden en handelen getuigen wij van Gods gerechtigheid. De stad Jeruzalem waar Baruch van spreekt is symbool van die samenleving waar eenheid in gerechtigheid en barmhartigheid het fundament is. Frankrijk heeft nog een hele weg te gaan. Ook wij hebben nog een hele weg te gaan, maar het licht van de Advent en de woorden van Johannes de Doper wijzen ons de weg. Amen.