LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 13 januari 2019, Doopsel des Heren, 1e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 40, 1-5.9-11
Psalm 104
Titus 2, 11-14; 3, 4-7
Lucas 3, 15-16.21-22

Welkom
De laatste fase van de openbaring des Heren als afsluiting van de kersttijd komt met het doopsel in de Jordaan: het slotakkoord is de bekendmaking van Christus aan de mensen om Hem heen. Het doopsel door Johannes is een moment van beslissing van de mens en van acceptatie door God. Het doopsel weerspiegelt wat er gebeurt in de mens, die geen stilstaand wezen is van wie de identiteit zomaar gegeven is. Die identiteit ontwikkelt zich en wordt beïnvloed door keuzes en uitdagingen. We horen de stem van God tot Jezus: dit is mijn Zoon de welbeminde. Ik zou het iedereen toewensen om Gods stem te verstaan: “je bent een geliefd kind van de Eeuwige.” Vanuit die Liefde kunnen we onze eigen identiteit opbouwen. Dat is soms een worsteling en zoeken, maar God staat wel aan de kant van de mens. Mogen wij ook in deze eucharistie verstaan dat God ons wil voeden opdat wij blijven bouwen aan onszelf en aan onze relaties met elkaar.

Homilie
De scene van het doopsel van Jezus brengt ons bij ons eigen doopsel. Voor Jezus was zijn doop een keerpunt in zijn leven. Hij verliet zijn stad Nazareth en Hij begon te prediken en rond te trekken. Dit herinnert ons eraan dat ook ons eigen doopsel de betekenis van een keerpunt heeft. Ook als dit vlak na je geboorte is gebeurd en door je ouders besloten is, plaatst het ons leven onherroepelijk in het Licht van Christus’ levensweg, die wij navolgen. Dat houdt ook een keuze in die we steeds weer vernieuwen: dit keerpunt is niet eenmalig, maar wordt telkens vernieuwd.

Theologen van alle eeuwen hebben zich afgevraagd welke betekenis het doopsel van Jezus heeft. Christus hoefde toch niet gereinigd te worden? Waarom is Hij dan toch gedoopt? Twee aspecten zijn vandaag voor ons van belang. De doop van Jezus kijkt terug en kijkt vooruit. Ten eerste is het doopsel een moment van openbaring. De geboorte van Jezus krijgt in de doop zijn nadere invulling: Hij heeft in Nazareth dertig jaar verborgen geleefd. Vandaag betreedt Hij het toneel van Israël en de gehele wereld om boodschapper en instrument te zijn van Gods liefde die de mensheid herstelt. Het doopsel openbaart de opdracht die Jezus al in de moederschoot ontvangen heeft. Het is de eerste bevestiging van Godswege in zijn leven. Jezus wordt nu al aangeduid als de Christus, de gezalfde des Heren. In zijn doopsel baant Hij de weg voor ons allen. Het tweede aspect van de doop is zijn solidariteit met de mensen. Jezus wordt niet gedoopt omdat Hij reiniging nodig had, maar het is een teken dat God zelf te midden van de mensen wil leven. God heeft zich klein gemaakt. Hij heeft zich klein gemaakt als een Kind in de kribbe. Hij heeft zich machteloos gemaakt. Hij is kwetsbaar en ontvankelijk geworden en op die manier laat God zich vinden. Die neerdaling gaat vandaag een stap verder door af te dalen in de Jordaan en ten onder te gaan in het water dat vandaag al de dood symboliseert. Dus daarin wijst de doop vooruit. Jezus zal de dood ondergaan waarbij de neerdaling zal voortgaan in zijn lijden en dood aan het kruis en zijn graflegging.

De doop staat vandaag in die beweging van God die afdaalt om tot in het diepst van de duisternis de mens nabij te zijn. En u kent misschien de icoon uit de oosterse kerken van de verrijzenis: diep in de onderwereld neemt Jezus Adam en Eva bij de hand om hen terug te voeren naar het leven. Zo mogen wij ook weten dat we in de diepste duisternis mogen rekenen op Jezus, die ons nabij blijft en ons meeneemt.

Daarmee is het gedenken van ons eigen doopsel ook een moment om de stem van God te verstaan, die zegt dat we geliefde kinderen van God zijn. Dat is een belangrijk gegeven in een week waarin nogal wat gediscussieerd wordt over de identiteit van de mens. Het doopsel zegt ons dat we onszelf als een geschenk uit Gods hand mogen verstaan en dat we van daaruit ons leven opbouwen. Dat is geen vrijbrief om vrijblijvend te leven. Het doopsel vertelt dat we evenzeer voor elkaar een opdracht hebben.

De evangelische waarden van trouw en naastenliefde staan daarin centraal: die worden in iedere tijd en cultuur weer opnieuw ingevuld. Dat is geen stilstaand water, maar net als de Jordaan een stromende rivier. De mens moet zich in zijn levenswandel voortdurend spiegelen aan de liefde voor de naaste en voor God. Dat betreft ook de mens in zijn intieme relaties: is daarin ruimte voor de liefde van God en eerbied voor de ander? Dat vind ik een wezenlijk criterium, meer dan allerlei opgeplakte etiketten.

Een bijzonder aspect van het verhaal van vandaag wil ik niet vergeten. Dat is het gebed van Jezus. Tijdens dit gebed gaat de hemel open en komt de hemelse boodschap tot Jezus zelf en tot de mensen die er bij staan: “Dit is Gods Zoon, de welbeminde.” Het maakt duidelijk wat bidden voor Jezus betekent: het is een manier om contact te zoeken met de diepere innerlijke bron. Het is niet het herhalen van teksten die we uit het hoofd geleerd hebben, maar het gebed is de aanwezigheid van de liefde waarin de mens opgenomen wordt. Laten we als gedoopten ook die momenten van stilte en bezinning zoeken om de stem van Gods liefde in ons hart te verstaan. Die verbindt ons met andere gedoopten, ja met alle mensen. Op die manier is ons doopsel niet een privilege voor onszelf, maar een uitnodiging van God om net als Jezus het toneel van de wereld te betreden als instrument en boodschapper van Gods liefde. Moge de Geest ons op die weg voortdrijven! Amen