LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 3 februari, 2019, 4e zondag door het jaar

Lezingen
Jeremia 1,4-5.17-19
Psalm 71
1 Corinthe 12, 31-13, 13
Lucas 4, 21-30

Welkom
In onze kennismaking met Jezus aan het begin van Lucas komt vandaag de reikwijdte van het evangelie aan de orde. Die gaat boven de grenzen van het dorp Nazareth uit. Terwijl de inwoners van Nazareth aanvankelijk trots konden zijn op de Zoon uit het dorp die zo goed de Bijbel kon uitleggen, blijkt nu dat Hij zijn missie voorbij de dorpsgrenzen ziet gaan. Hij komt naar zijn dorp en ze zien Hem alweer gaan! De gevolgen kunnen we raden: het enthousiasme van de dorpelingen verdampt meteen.

Op wie richten wij ons gebed en onze aandacht en onze activiteiten? Alleen op onze eigen kring of ook daarbuiten? Hoe ziet onze wereld eruit? Het evangelie wil onze wereld vergroten, wil meer mensen in ons aandachtsgebied brengen. Laten we de Geest om wijsheid vragen, om onze wereld te verruimen.

Homilie
Wie een nieuwe baan krijgt wil graag weten wat de opdracht is. In een taakomschrijving staat precies aangegeven wat de taken inhouden, met wie samen gewerkt wordt, wat de verwachtingen en de doelen zijn. Een taakomschrijving geeft ook de grenzen aan: niet alles hoeft gedaan te worden. Er zitten grenzen aan de functie. Jezus heeft zijn roeping bij zijn doopsel gekregen. Beter gezegd: zijn doopsel heeft zijn roeping zichtbaar gemaakt. Daarna werd de Bijbel opengeslagen, dat was vorige week, en toen hoorden we hoe Jezus de inhoud van zijn roeping ontleende aan de profeet Jesaja: de opdracht om blinden te genezen en gevangenen te bevrijden, kortom om het Evangelie, de Blijde boodschap van Gods liefde naar buiten te brengen en zichtbaar te maken. Vandaag horen we tot wie de boodschap gericht is. Het fundamentele probleem van Israël komt daarbij aan bod: is het heil beperkt tot Israël alleen of kunnen ook mensen buiten het volk van het verbond delen in die vreugde en die liefde?

We weten hoe Jezus zich terughoudend opstelde en zich in eerste instantie niet richtte tot niet-Israëlieten. De uitzonderingen van de Samaritaanse vrouw, de Syro-fenicische, de Romeinse honderdman laten zien dat die grens niet zo hard is. Vandaag toont Jezus zijn kennis van de klassieke geschriften, van wat wij het Oude Testament noemen: ook daar ging regelmatig de boodschap van Gods liefde de grenzen van het land van het verbond te buiten. Daarbuiten werden soms belangrijker tekenen gesteld dan in het land Israël zelf.

Grenzen creëren een binnen en een buiten. Zou dat betekenen dat God zich beperkt? Zou onze God buiten die grenzen van het bekende afwezig zijn? Onze God die alomvattend is, zou hij niet de hele wereld in zijn liefde omarmen? Kan daar plaats zijn voor uitverkorenen die anderen buitensluiten?

De afgelopen dagen was ik met een groep in een klooster en we hadden het voorrecht om een lang gesprek te hebben met de abt van dit trappisten klooster. Onvermijdelijk kwam de vraag ter sprake naar het nut van zo’n afgesloten leven in een uithoek van de Belgische Ardennen. Het was de abt zelf die de vraag op tafel legde voordat we die zelf konden stellen. Het was ook zijn eigen aarzeling voordat hij intrad: hij kon het nut van zo’n leven niet inzien. Hij legde ons uit dat er verschillende manieren zijn om mensen nabij te zijn in het lijden. Concrete en daadwerkelijke hulpverlening is er één van: ziekenzorg en ontwikkelingshulp zijn er de zichtbare vormen van. Het is een mooie vorm van evangelisch leven. In een hervertelling van het leven van Jezus door de Japanse katholieke schrijver Sushako Endo komt naar voren dat Jezus ook nabij wilde zijn aan het lijden van de mensen die hij ontmoette in Galilea. De confrontatie met de mensen in Galilea die in een mooie streek woonden, maar allesbehalve in overvloed en rijkdom leefden, was voor Jezus uitermate hard en dat heeft zijn hart geopend. Deze mensen wilde Jezus nabij zijn en Hij zocht naar manieren om die nabijheid inhoud te geven . Hij stuurde zijn leerlingen daartoe uit om nog meer mensen bekend te maken met de boodschap van Gods liefde. Gaandeweg vatte Jezus zijn taakomschrijving groter en breder op dan alleen Galilea en Israël. De apostelen en met name Paulus zullen dat vervolgens uitdrukkelijker doen door de wereld in te trekken.

In het klooster is een manier gevonden om de muren niet als afwering te gebruiken, als de buitenmuur van een bolwerk van uitverkorenen, maar als teken van een huis waar je veilig bent, waar je thuis kunt komen, waar je verhaal veilig is, waar je weet dat er mensen van gebed zijn, mensen die luisteren, mensen die herinneren aan de onmetelijke liefde van de Vader. Ook daar is dus plek voor het lijden van mensen. De gastvrijheid, de grootste deugd van de regel van Benedictus betekent dat je de wereld in je hart draagt en dat je altijd voor deze wereld ruimte wilt maken. Zo weten mensen van allerlei achtergronden de abdij te vinden en zij worden niet in hun verwachtingen teleurgesteld.

Blijkbaar is het mogelijk om als beperkte mens of bescheiden parochie en klooster de wereld in je hart en je gebed en in je activiteiten te dragen. Die weg willen we gaan en we leggen ons niet neer bij een te beperkte taakomvatting van het evangelie als zou die slechts tot een select gezelschap gericht zijn. De kerk is geen groep van uitverkorenen, maar is geroepen om de wereld in te trekken. Als de kerk het sacrament van heil voor de wereld is, zullen we manieren moeten vinden om die wereld daadwerkelijk in ons hart en ons gebed en onze activiteiten mee te dragen. Amen