LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 10 maart 2019, 1e zondag van de veertigdagentijd

Lezingen
Deuteronomium 26, 4-10
Psalm 91
Romeinen 10, 8-13
Lucas 4, 1-13

Welkom
Welkom bij deze eerste stap in de richting van Pasen, een stap die ons naar de woestijn voert om de duivel te ontmoeten. Die duivel kunnen we op allerlei momenten tegenkomen. Het is zaak om hem te herkennen en te weten dat zijn woorden en zijn gedachten niet van God zijn, maar ons op een verkeerd spoor zetten. Die uitzuivering wordt van ons gevraagd deze weken, opdat we straks met Pasen voldoende ruimte hebben om het leven van God te ontvangen. We gaan met goede moed de woestijn in omdat we weten dat we niet alleen zijn. Mogen ook deze viering ons helpen bij het onderscheiden van de Geest.

Homilie
Het tafereel van de duivel die zich aan Jezus presenteert en hem een aantal verleidingen voorlegt, is de ouverture van de veertigdagen tijd. Het is de periode waarin we de verleidingen onder ogen willen zien. We willen groeien in onze kracht om daar antwoord op te geven. De tweede lezing maakt duidelijk waarom de verleidingen serieus genomen moeten worden: Paulus richt zich op de bekeerlingen uit het jodendom en uit het heidendom. Natuurlijk zal onze reactie kunnen zijn: “Ach, dat gaat niet over mij, omdat ik van geboorte af aan al katholiek ben” - enkele uitzonderingen daargelaten. Maar ik wil u er op wijzen dat we allemaal bekeerlingen zijn. We kunnen geen van allen ontkomen aan de vraag waarom we bij de kerk horen. Wanneer we het geloof met de paplepel ingegoten kregen, maar ook wanneer dat anders was, zullen we ons de vraag moeten stellen: wat doe ik hier eigenlijk? Waarom ga ik naar Pasen toe? Wat verwacht ik van deze weg?

De eerste verleiding is te denken dat we geen bekering nodig hebben, dat het geloof goed is zoals het is en we rustig kunnen voortgaan op onze weg. Dat geldt niet voor u alleen, dat geldt ook voor mij. Gisteren werd ik na een viering aangesproken door een mevrouw die de papieren op haar bureau had liggen om zich uit te schrijven uit de katholieke kerk. Ze vroeg zich af of ze nog bij die kerk wil horen gelet op de problemen. Ze vroeg advies aan mij. Het enige antwoord dat ik kon geven was: denkt u dat het voor mij en andere pastores gemakkelijk is om er bij te blijven horen? De verleiding is er om mijn functie maar routinematig te vervullen en niet meer daadwerkelijk te investeren. Maar natuurlijk is het geloof meer dan de kerk, en is de kerk van Christus groter dan de zichtbare institutionele kerk en is de katholieke kerk meer dan de priesters en bisschoppen die de verkeerde weg zijn gegaan. Dus in mijn afwegingen richt ik me op de goede krachten in het evangelie en in de kerk en probeer ik daar zelf kracht aan te ontlenen en probeer ik die goede krachten te ondersteunen en zichtbaar te maken en daar woorden en daden aan te geven. Dus wees gerust, ik zal die verleiding doorbreken door weer opnieuw te zeggen dat ik blij ben dat ik voor u sta en dat we samen de bronnen van het evangelie en van de eucharistie mogen delen.

De andere verleiding is natuurlijk om te denken dat God de wereld verlaten heeft, zoals jaren geleden Harry Mulisch veronderstelde dat God zijn verbond met de mensheid zou intrekken, gelet op de puinhoop die de mensheid van de wereld gemaakt heeft. Zeer verleidelijk: misschien zijn we wel aan onszelf overgeleverd, en moeten we het daarmee doen. Maar die verleiding gaat uit van de gedachten dat God en mens elkaar tegenstanders, zelfs elkaars vijanden zouden zijn, alsof God de vrijheid van de mens beperkt en hem maakt tot een onvrij wezen die maar heeft te slikken wat het leven biedt aan geluk en veel ongeluk, aan een klein beetje liefde en veel hardheid. Die tweede verleiding wil ik doorbreken door mensen te laten zien en zelf te doen ervaren dat God aan hun kant staat, dat de duistere krachten in de wereld en in de mens zelf alleen aangepakt kunnen worden door een keuze te maken, een keuze voor een gemeenschap van mensen die verbonden zijn met elkaar, die het goede met elkaar delen, van welke religie en overtuiging ze ook zijn. We bundelen de krachten en we mogen daarin ervaren dat de krachten van de Eeuwige aan onze kant staan. Het is een strijd en geen gemakkelijke overwinning: maar we zien vele mensen die zich inzetten voor het goede en God staat aan onze kant.

De derde verleiding die ik terug zie in de kerk en ook bij mijzelf herken is om cynisch te gaan denken over de mensen. Ze weten niets meer van hun tradities, het is hun niets meer waard. Wat weten de mensen nog van tradities en van hun eigen geschiedenis? De mensen zijn alleen uit op winst en op genieten. Het is de waan van de dag die regeert. Een wereld waar een campagne nodig is om de mensen te corrigeren in hun gedrag. We kunnen somberen en negatief zijn, maar net als Paulus kunnen we ook de nieuwe mens verkondigen, die krachtiger is dan de verleidingen, die ervoor kiest om de tradities levend te houden en weer inhoud te geven. We kunnen met Jezus ons dienstbaar opstellen jegens de ander, jegens de samenleving, jegens de kerk. De Heer onze God dienen is inclusief de naaste, want juist in de kwetsbare mens mogen we God herkennen. Als we elkaar dat voorhouden, die manier van leven, zullen we niet teleurgesteld worden, zal er redding voor de mensheid zijn. Amen