LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 10 februari 2019, 5e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 6, 1-2ª.3-8
Psalm 138
1 Corinthe 15, 1-11
Lucas 5, 1-11

Welkom
In deze viering lopen de dramatische verhalen uit op een roeping en een opdracht. Zowel de profeet als Petrus voelen zich onwaardig om de opdracht van God en van Jezus te beantwoorden. Toch is er geen ontkomen aan: zij hebben het woord gehoord en zullen dat bewaren en zij laten zich door dat woord voortdurend inspireren en worden leerlingen van dat woord. Dat is het fundament van hun levenswijze: vóór alles zijn zij leerlingen van het woord. Ook wij komen weer om het woord te horen en ons door de verhalen te laten inspireren. Voelen ook wij ons geroepen? Wat is dan die roeping? We vernieuwen ons doopsel met de zegening en besprenkeling van het doopwater.

Homilie
Soms moet je je hart laten spreken. We kunnen voor dilemma’s staan en afwegingen maken die we nogal rationeel willen maken. Ga ik wel die nieuwe baan nemen, ga ik wel met die persoon verder door het leven, ga ik me inderdaad aan dat project wijden? Wanneer een appèl op ons gedaan wordt, zullen we er goed over nadenken voor we daarop ingaan.

Wie de verhalen van vandaag leest, van Jesaja en Petrus, merkt dat er van rationele afwegingen weinig sprake is: het is een spontane reactie die recht uit het hart komt. Beide mensen voelen zich onwaardig om op de vraag in te gaan, maar uiteindelijk laten zij zich meevoeren door het appel en woorden. De uitnodiging verandert hun leven, maar ook hun kijk op zichzelf: het gevoel van onwaardigheid leidt niet tot apathie en passiviteit, maar het is het startpunt van nieuw elan, een nieuw leven. 

Rationele afwegingen zijn een beperking van de mens: zalig de mens die zijn/haar leven laat verrijken door de roepstem die in het leven klinkt. De Russische schrijver Dostojewski getuigt zelf van een grote ommekeer die hij doorgemaakt heeft. Hij was elitair opgevoed en behoorde tot de bovenlaag van de Russisch samenleving. Zoals in de elite gebruikelijk was, werd hij goed opgevoed en dat was in zijn tijd in de geest van het rationalisme: “ik denk dus ik ben.” Het denken was het meest eigene van de mens dat hem onderscheidt van de andere schepselen. Ook Dostojewski kwam in wat hij het web van het denken noemt: de werkelijkheid is iets om te begrijpen, om in de greep te krijgen. Maar dan ontstaat er een drama in zijn leven: hij raakt betrokken bij een complot en wordt ter dood veroordeeld. In het Rusland van die tijd was je je leven niet zeker. Op dat moment realiseert hij zich: “ik heb nog niet geleefd”. Hij beseft op het moment dat zijn leven aan een zijden draadje hangt, dat hij nog geen besef heeft van wat leven betekent. De executie wordt afgeblazen en er begint een nieuw leven voor hem en hij bekijkt de werkelijkheid met andere ogen: tot dan toe was zijn leven slechts stucwerk, zoals ook Paulus dat benoemt in zijn beroemde Hooglied van de liefde. In dat nieuwe leven komt een creatieve en artistieke schrijver tevoorschijn die ons een enorm oeuvre heeft nagelaten, dat ons inspireert om het geloof een plek te geven in het leven.

Het leven is niet op de eerste plaats begrijpen, maar ontvangen. In ons leven gebeurt veel dat we nooit zullen kunnen begrijpen. Dat betreft ons eigen leven en dat van onze dierbaren om ons heen, maar ook in de ruimere wereld waar we de ontwikkelingen niet altijd kunnen begrijpen en zeker niet aanvaarden. Dostojewski noemt zichzelf blind zolang hij het leven niet als een geschenk kan zien. Uiteindelijk kiest hij voor een houding van overgave omdat hij weet dat het leven een bestemming heeft en dat we in Gods hand zijn. Ook die God moeten we niet proberen te beheersen en te begrijpen. Ook hier speelt het voorbeeld van Petrus die wil begrijpen, maar door Jezus wordt uitgedaagd om het over een andere boeg te gooien. Op zich een zinloos advies: gooi je netten uit aan andere kant. Aan de andere kant zit heus niet meer vis. Het verhaal gaat echter niet over de vis, het gaat over de mens die de netten uitgooit. Petrus wordt uitgenodigd door Jezus om zijn leven en zijn beslissingen op een andere manier te bekijken: niet als het resultaat van rationale afwegingen alleen, maar als het antwoord op een roepstem.

Ons leven is in gesprek zijn. We zijn voortdurend in gesprek: met je eigen innerlijk, je eigen geweten: is het verstandig als ik dit wel of niet doe? We zijn ook in gesprek met de mensen om ons heen die een appèl op ons doen. Mensen die ons iets hebben te brengen of te vragen. In die dialoog wordt duidelijk wie wij zelf ook zijn. We zijn ook in gesprek met de Eeuwige die zich soms aan ons laat zien in een ervaring, in een woord, een viering of een gesprek. Hij nodigt ons uit om ons hart te laten spreken en dat spoor te volgen. Als we die roeping verstaan, geven we misschien ruimte aan een nieuwe manier van leven voor ons zelf. Amen

Verkondiging 3 februari, 2019, 4e zondag door het jaar

Lezingen
Jeremia 1,4-5.17-19
Psalm 71
1 Corinthe 12, 31-13, 13
Lucas 4, 21-30

Welkom
In onze kennismaking met Jezus aan het begin van Lucas komt vandaag de reikwijdte van het evangelie aan de orde. Die gaat boven de grenzen van het dorp Nazareth uit. Terwijl de inwoners van Nazareth aanvankelijk trots konden zijn op de Zoon uit het dorp die zo goed de Bijbel kon uitleggen, blijkt nu dat Hij zijn missie voorbij de dorpsgrenzen ziet gaan. Hij komt naar zijn dorp en ze zien Hem alweer gaan! De gevolgen kunnen we raden: het enthousiasme van de dorpelingen verdampt meteen.

Op wie richten wij ons gebed en onze aandacht en onze activiteiten? Alleen op onze eigen kring of ook daarbuiten? Hoe ziet onze wereld eruit? Het evangelie wil onze wereld vergroten, wil meer mensen in ons aandachtsgebied brengen. Laten we de Geest om wijsheid vragen, om onze wereld te verruimen.

Homilie
Wie een nieuwe baan krijgt wil graag weten wat de opdracht is. In een taakomschrijving staat precies aangegeven wat de taken inhouden, met wie samen gewerkt wordt, wat de verwachtingen en de doelen zijn. Een taakomschrijving geeft ook de grenzen aan: niet alles hoeft gedaan te worden. Er zitten grenzen aan de functie. Jezus heeft zijn roeping bij zijn doopsel gekregen. Beter gezegd: zijn doopsel heeft zijn roeping zichtbaar gemaakt. Daarna werd de Bijbel opengeslagen, dat was vorige week, en toen hoorden we hoe Jezus de inhoud van zijn roeping ontleende aan de profeet Jesaja: de opdracht om blinden te genezen en gevangenen te bevrijden, kortom om het Evangelie, de Blijde boodschap van Gods liefde naar buiten te brengen en zichtbaar te maken. Vandaag horen we tot wie de boodschap gericht is. Het fundamentele probleem van Israël komt daarbij aan bod: is het heil beperkt tot Israël alleen of kunnen ook mensen buiten het volk van het verbond delen in die vreugde en die liefde?

We weten hoe Jezus zich terughoudend opstelde en zich in eerste instantie niet richtte tot niet-Israëlieten. De uitzonderingen van de Samaritaanse vrouw, de Syro-fenicische, de Romeinse honderdman laten zien dat die grens niet zo hard is. Vandaag toont Jezus zijn kennis van de klassieke geschriften, van wat wij het Oude Testament noemen: ook daar ging regelmatig de boodschap van Gods liefde de grenzen van het land van het verbond te buiten. Daarbuiten werden soms belangrijker tekenen gesteld dan in het land Israël zelf.

Grenzen creëren een binnen en een buiten. Zou dat betekenen dat God zich beperkt? Zou onze God buiten die grenzen van het bekende afwezig zijn? Onze God die alomvattend is, zou hij niet de hele wereld in zijn liefde omarmen? Kan daar plaats zijn voor uitverkorenen die anderen buitensluiten?

De afgelopen dagen was ik met een groep in een klooster en we hadden het voorrecht om een lang gesprek te hebben met de abt van dit trappisten klooster. Onvermijdelijk kwam de vraag ter sprake naar het nut van zo’n afgesloten leven in een uithoek van de Belgische Ardennen. Het was de abt zelf die de vraag op tafel legde voordat we die zelf konden stellen. Het was ook zijn eigen aarzeling voordat hij intrad: hij kon het nut van zo’n leven niet inzien. Hij legde ons uit dat er verschillende manieren zijn om mensen nabij te zijn in het lijden. Concrete en daadwerkelijke hulpverlening is er één van: ziekenzorg en ontwikkelingshulp zijn er de zichtbare vormen van. Het is een mooie vorm van evangelisch leven. In een hervertelling van het leven van Jezus door de Japanse katholieke schrijver Sushako Endo komt naar voren dat Jezus ook nabij wilde zijn aan het lijden van de mensen die hij ontmoette in Galilea. De confrontatie met de mensen in Galilea die in een mooie streek woonden, maar allesbehalve in overvloed en rijkdom leefden, was voor Jezus uitermate hard en dat heeft zijn hart geopend. Deze mensen wilde Jezus nabij zijn en Hij zocht naar manieren om die nabijheid inhoud te geven . Hij stuurde zijn leerlingen daartoe uit om nog meer mensen bekend te maken met de boodschap van Gods liefde. Gaandeweg vatte Jezus zijn taakomschrijving groter en breder op dan alleen Galilea en Israël. De apostelen en met name Paulus zullen dat vervolgens uitdrukkelijker doen door de wereld in te trekken.

In het klooster is een manier gevonden om de muren niet als afwering te gebruiken, als de buitenmuur van een bolwerk van uitverkorenen, maar als teken van een huis waar je veilig bent, waar je thuis kunt komen, waar je verhaal veilig is, waar je weet dat er mensen van gebed zijn, mensen die luisteren, mensen die herinneren aan de onmetelijke liefde van de Vader. Ook daar is dus plek voor het lijden van mensen. De gastvrijheid, de grootste deugd van de regel van Benedictus betekent dat je de wereld in je hart draagt en dat je altijd voor deze wereld ruimte wilt maken. Zo weten mensen van allerlei achtergronden de abdij te vinden en zij worden niet in hun verwachtingen teleurgesteld.

Blijkbaar is het mogelijk om als beperkte mens of bescheiden parochie en klooster de wereld in je hart en je gebed en in je activiteiten te dragen. Die weg willen we gaan en we leggen ons niet neer bij een te beperkte taakomvatting van het evangelie als zou die slechts tot een select gezelschap gericht zijn. De kerk is geen groep van uitverkorenen, maar is geroepen om de wereld in te trekken. Als de kerk het sacrament van heil voor de wereld is, zullen we manieren moeten vinden om die wereld daadwerkelijk in ons hart en ons gebed en onze activiteiten mee te dragen. Amen

Verkondiging 27 januari 2019, 3e zondag door het jaar

Lezingen
Nehemia 8, 2-4a.5-6.8-10
Psalm 19
1 Corinthe 12, 12-14.271
Lucas 1, 1-4; 4, 14-21

Welkom
De bijbel is bij veel katholieken nog niet erg populair. Voordat men de Bijbelverhalen zelf ter hand neemt, moet er wel wat gebeuren. En dan nog zijn de verhalen niet altijd herkenbaar. Vaak komt de vraag op of dit wel echt gebeurd kan zijn. Verhalen van het Oude en het Nieuwe testament zijn soms zo wonderlijk en gaan soms zo tegen de werkelijkheid in, dat het soms moeilijk is ze serieus te nemen. Toch neemt Jezus een helder stadpunt in: het verhaal is heden in vervulling gegaan. Men is nog enthousiast in Nazareth, maar dat zal snel omslaan in afwijzing.

Hoe lezen we de Bijbel? Als verhalen die in ons leven in vervulling kunnen gaan? Aan het begin van het nieuwe jaar, kunnen we ons ook voornemen de verhalen weer opnieuw ter hand te nemen. Bidden we dat de heilige Geest ons de betekenis van de Bijbelse verhalen openbaart.

Homilie
Kinderen die leren lezen, moeten eerst de letters herkennen. Ze moeten het alfabet leren en de uitspraak van de letters herkennen. Eerst zien ze alleen letters en dan herkennen ze woorden en als de zinsbouw ook nog begrepen wordt, dan gaat het erop lijken. Dan kunnen ze echt gaan lezen en teksten begrijpen.

Om Bijbelverhalen te lezen, is er nog meer nodig. Fundamenteel is er het besef dat in die verhalen de stem van God doorklinkt. Het is openbaring wat we lezen, een gesprek tussen God en mensen waar we deelgenoot van worden. Het volk dat na Ezra luistert in Jeruzalem is enthousiast over het voorlezen van de Schriften. De context van deze scene: het volk is teruggekeerd van zeventig jaar ballingschap in Babel. Daar hebben zij niet het geloof van de overwinnaars overgenomen, maar zijn zij trouw gebleven aan het geloof van hun eigen vaderen en hun eigen tradities hebben ze bewaard. Het grote probleem was dat het hart van hun geloof verdwenen was: de eerste tempel van Salomo was verwoest, de eredienst bestond niet meer. De priesters functioneerden niet. Slechts de verhalen restten. Die werden verzameld en opgetekend. De verhalen van Mozes in de woestijn hebben vergelijkbare omstandigheden omdat er toen ook geen tempel was. Er was slechts de Ark van het verbond met daarin de tien geboden. Wat zijn dan de bronnen van geloof en leven?

Nu komen in de herbouwde stad Jeruzalem de twee bronnen weer bij elkaar: de tempel die herbouwd is en de verhalen van de Schrift, de wet van Mozes die met enthousiasme wordt beluisterd. Mooi dat het beluisteren van de Schriften gepaard gaat met een feest van lekker eten en zoete wijn drinken. De mensen moeten wel opnieuw leren lezen, niet in de zin van kinderen die letters moeten snappen en woorden en de zinsopbouw herkennen, maar de mensen moeten begrijpen dat de verhalen hun eigen geschiedenis weerspiegelen. Het verhaal van Mozes is niet alleen geschiedenis, maar gaat ook over de situatie die zij in Babel hebben meegemaakt. Ze maken de vertaalslag van de tijd van Mozes naar hun eigen tijd, de mensen rond Mozes zijn zijzelf. Dat maakt enthousiast.

Ook als wij de verhalen lezen, worden we uitgenodigd aan het verhaal deel te nemen. Simpelweg zijn wij natuurlijk de toehoorders die Jezus horen zeggen: het woord is vandaag in vervulling gegaan, niet: het is toen in vervulling gegaan. Maar ik ga een stap verder: we mogen zelfs als Jezus zijn die voorleest en zegt: dat woord is in mijn leven in vervulling gegaan! Ik heb gevangenen bevrijd, ik heb blinden weer laten zien! De oproep is om je eigen leven erin weerspiegeld te zien. Is dat pretentieus? Ik geloof het niet, volgens mij ligt juist daarin de betekenis van het Bijbel lezen.

De drie stappen die we daarin moeten zetten –sommigen die ik wel eens spreek in catechesegroepen kennen deze drie stappen - : eerst het verhaal laten spreken inclusief alle wonderlijke en buitengewone en bovennatuurlijke verschijnselen. De vraag of het werkelijk zo is gebeurd, kunnen we niet beantwoorden: niemand was er bij en dus is de vraag irrelevant. Het verhaal precies lezen: waar gebeurt het, met wie gebeurt het? Welke mensen spelen een rol? Welke is die rol? Volgens dienen we de symboliek te achterhalen: welke symboliek heeft Nazareth, en welke de sabbat en welke symboliek heeft de synagoge waar het allemaal gebeurt? De derde en laatste stap is die van de vertaalslag naar jezelf: kan ik in mijn leven aanwijzen waar dit verhaal werkelijkheid is geworden; is er gevangenschap in mijn leven waar ik van bevrijd ben, is er blindheid geweest waarvan ik verlost ben? Voelde ik mijn armoede overgaan in rijkdom, heb ik andere beelden van rijkdom en armoede gekregen? Enzovoort.

De Bijbel is een ontmoetingsplek tussen God en mensen. De betekenis van het verhaal is niet het eindstation, maar het vertrekpunt. De feiten in het verhaal gaan met ons in gesprek en proberen een diepere laag bij onszelf aan te boren. Het is een avontuur en ik wens u daarbij een goede reis. Amen