LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 6 april 2014, vijfde zondag van de veertigdagentijd

Welkom
Welkom aan u allen hier aanwezig en welkom aan allen die via de TV met ons verbonden zijn. Vlak voor Pasen worden we geconfronteerd met de dood van een goede vriend van Jezus. Lazarus is gestorven en Jezus deelt het verdriet van de zussen. In hun gesprek met Hem, wordt duidelijk dat God anders dan wij naar het leven kijkt. Een mens gaat nooit verloren, maar zal in Gods handen zijn. Lazarus krijgt een nieuwe kans om met zijn zussen vanuit dit geloof te leven. Een bijzonder verhaal voor onze grote groep dopelingen van Pasen: zij zullen een onderpand van eeuwig leven ontvangen.

Wij die om hen heen staan en met hen de weg naar Pasen gaan, beseffen dat we geroepen zijn dit nieuwe en volle leven van Christus uit te dragen en de wereld te tonen dat we leven uit Gods onmetelijke liefde. Laten we bidden om Gods ontferming.

Homilie
De opwekking van Lazarus is de generale repetitie voor Pasen. Het verhaal van de opwekking van Lazarus bevat vele verwijzingen naar Jezus' eigen begrafenis en verrijzenis: de zware steen, de windsels en de zweetdoek, de link naar de zalving van Jezus door Maria. Jezus huivert zelfs bij de aanblik van dit graf. Hij beseft hoe nabij zijn eigen einde is. De dood is in dit verhaal echt dood. De grote steen ligt voor het graf gerold en de dode riekt al, zegt Marta. De derde dag is echt voorbij!

Zoals bij de lange lezingen van de afgelopen zondagen, ligt het accent van het verhaal vooral op het gesprek dat door de betrokkenen gevoerd wordt. Het wonder is wel de kern, maar krijgt pas betekenis en diepgang door de uitleg van Jezus. Pas door het geloofsgesprek wordt de waarheid aan het licht gebracht die aan het wonder ten grondslag ligt. Het is vandaag de waarheid over dood en leven. Wat is dood en wat is leven?

Het verhaal van Ezechiël vertelt dat de bestemming van de mens niet het graf is, maar de vruchtbare grond van Israël, het beloofde land. Een mens is meer dan botten, pezen en spieren, hersenen en zenuwen. De mens is geest, geschapen door de Vader, geroepen door Christus en vervuld van Gods eigen heilige Geest. De initiatiesacramenten die we hebben ontvangen, doopsel, vormsel en eucharistie verwijzen naar de drie-ene God: de Vader heeft ons in het doopsel de belofte van eeuwig leven gedaan, de heilige Geest vervult ons in het vormsel met de levensadem van God en Christus roept ons steeds op om te delen in het mysterie van zijn lijden, sterven en opstanding in de Eucharistie.

Onze geloofsleerlingen zullen dit in de Paasnacht heel persoonlijk ervaren en wij die met hen optrekken naar Pasen mogen ons eigen geloof vernieuwen. Leven betekent in het evangelie leven met God, vertrouwen in zijn Zoon. De Goede Week met het drama van het lijden en sterven van Christus hoeft ons geen angst in te boezemen, want het eeuwige leven is sinds het doopsel al in ons. Het lijden van de wereld, het lijden van mensen om ons heen of van onszelf, kan pijnlijk en verdrietig zijn. Maar het zal ons niet klein krijgen. Het lijden zal ons niet het zwijgen opleggen. Als wij de stem van Jezus in ons geheugen prenten: “Lazarus kom naar buiten”, kunnen wij dit verstaan als een oproep aan ons eigen adres: “Mens, kom naar buiten. Verlaat de doodse duisternis van deze wereld en laat het licht van Christus je beschijnen.”

Als wij over twee weken een paaskaarsje in de hand houden, ontstoken aan het licht van Christus, horen wij opnieuw de stem van Christus die ons tot leven roept. Hij heeft Lazarus en Martha en Maria de weg van de verrijzenis en het leven gewezen. Hij nodigt ons uit om te delen in het leven dat de Vader Hem geschonken heeft. Dat is de vreugde van het geloof, de vreugde van het evangelie.

Amen

Verkondiging 30 maart 2014, vierde zondag van de veertigdagentijd

Lezingen
1 Samuël 16, 1b.6-7.10-13a
Psalm 23
Efeziërs 5, 8-14
Johannes 9, 1-41

Welkom
halverwege de vasten, zondag Laetare, klein Pasen. We vangen een glimp op van de belofte die voor ons ligt, een bevrijding uit duisternis en dood. Vandaag worden onze ogen een beetje geopend. Maar zien we dit ook werkelijk? Zien we het ook in ons eigen leven, dat God ons wil bevrijden van doodse duisternis? Ons beperkte leven is niet om voorbij te gaan en te verdwijnen, maar om op te staan in God.

Vandaag horen we het verhaal van de blindgeborene, tweede in de reeks van de grote catechetische lezingen uit Johannes. Vandaag opent Jezus ons de ogen door het geloof en we mogen hem herkennen als de gezondene van God. Zo kijken we ook naar de eucharistie die we hier vieren: we mogen Hem herkennen en begroeten. We keren ons tot God en vragen Hem om ontferming en vergeving.

Homilie
Geloof opent de ogen.
Mensen worden geboren met ogen die al vrij snel na de geboorte open gaan. Al vanaf de vroegste jeugd kan de mens kijken, maar het duurt soms een leven lang voordat hij echt kan zien. De blindgeborene uit het evangelieverhaal heeft ook moeite met zien. Hij wordt wel in één klap door Jezus genezen, na de doop - want daar verwijst het wassen naar - in de Siloam. Maar het duurt nog een tijd voordat hij begrijpt hoe ingrijpend deze genezing is. Ingrijpend is dat hij plotseling de wereld om zich heen kan zien, maar deze wereld gaat bovendien ingrijpend veranderen. Hij wordt uit zijn oorspronkelijke gemeenschap gezet en sluit zich aan bij Jezus. Het weerspiegelt de tijd van de vroege kerk, waarbij een keuze voor Jezus en het evangelie onherroepelijk leidt tot een breuk met het oude leven. Sommigen van ons ondervinden dit uit eigen ervaring.

Ook de leerlingen kunnen niet goed kijken. Ze zien de blindgeborene als een zondige. De verklaring van zijn onheil zien zij in de zonde. Zij verklaren de blindgeboren of zijn ouders schuldig en daarmee is voor hen het kwade verklaard en krijgt het een plek. Maar Jezus ziet het anders. Ieder mens kan uiteindelijk Gods heerlijkheid zien. Ieder mens kan uiteindelijk Gods nabijheid ervaren. Maar dan moet er nog wel iets gebeuren. Een mens moet groeien en deze heerlijkheid van God leren ontdekken. Die ligt niet zomaar voor het oprapen. Veel mensen zijn en blijven er blind voor.

De blindgeborene weet niet wie Jezus is. Ook na zijn genezing niet. Hij heeft Hem ook nooit gezien, net als wij, de gelovigen van deze tijd. Aan het begin noemt hij slechts de feiten: "Hij maakte slijk. Hij bestreek mijn ogen. Ik waste mij en ik zie." Dan zegt hij plotseling: Hij is een profeet. Aan het einde blijkt dat de man leerling van Jezus is geworden. Want hij begrijpt dat een dergelijk wonder alleen van God kan komen en dat deze man die dit wonder doet een godvrezende, een rechtvaardige moet zijn. Dan kiest hij er voor zich bij Jezus aan te sluiten.

De weg van het geloof is een weg van groeien en leren zien. De weg van het geloof leert je beter te kijken. Ook de profeet Samuel moet beter leren kijken. Hij beziet de kinderen van Jesse met de ogen van de wereld die trots is op ferme jongens, stoere knapen. Maar dat is niet wat Israël nodig heeft. Het koningschap dat nog nieuw is in Israël, dreigt te mislukken met koning Saul. Deze koning streeft meer zijn eigen macht na en die van zijn kliek, dan de macht en eer van God en het welzijn van de mensen. Dus moet Samuel kijken naar het hart, de inborst van de kandidaat. Dan ontdekt hij de ware schoonheid van de mens.

Voor ons gelovigen zijn onze ogen belangrijk om sporen van het koninkrijk te ontdekken en om tekenen van goedheid bij mensen te ontdekken. Wij moeten leren om met ogen van geloof naar de wereld te kijken. Wij hebben de verhalen over Jezus uit overlevering, de bijbel de traditie, onze gelovige opvoeding of de verkondiging in de kerk. Wij hebben Hem zelf nooit gezien. Als we ons leven goed bekijken, kunnen we daar de hand van God in zien. Dan kunnen we daar het wonder van de schepping in herkennen. Wie kan dat bedacht hebben? Wie kan dat gemaakt hebben? Wie zal dat kunnen voltooien? Dat is het spoor van God wat we kunnen herkennen en wat een beginpunt is van geloof. Dat geloof zet ons op het spoor van een nieuw leven, zegt Paulus. Het oude laten we achter ons. De duisternis laten we achter ons. We kijken voortaan met andere ogen naar onszelf en naar de wereld en vooral met andere ogen naar onze naaste.

We waren slapers en willen nu opstaan. Soms dreigen we weer in te slapen en terug te vallen in een gemakkelijk en oppervlakkig bestaan zonder licht en kleur van de hemel, een leven waar slechts kunstlicht ons de illusie geeft dat er geen duisternis is. Maar die duisternis is vaak toch meer aanwezig dan we zelf toegeven.

Slaper, ontwaak! zegt Paulus. Mogen ook wij op weg naar Pasen opnieuw ontwaken, onze ogen openen om Gods heerlijkheid te zien.

Amen

Verkondiging 16 maart 2014, tweede zondag van de veertigdagentijd

Lezingen
Genesis 12, 1-4a
Psalm 33
2 Timotheüs 1, 8b-10
Mattheüs 17, 1-9

Welkom
Vandaag horen we de belofte van God voor Abram. Die zet hem in beweging. Hij is de vader van ons geloof omdat hij zijn tent daar wil opslaan, waar God hem wijst. Deze vasten is een tocht met God door de woestijn die ons steeds nieuwe aspecten van ons leven laat zien. Vandaag krijgen we zelfs een visioen waarmee de weg van Jezus wordt getoond: een weg van heerlijkheid én van lijden. We kunnen dat niet ontlopen. We kunnen het lijden in de wereld niet stoppen of buitensluiten. Integendeel, de Heer vraagt ons dit met Hem te dragen en waar mogelijk te verlichten. Mogen we hier kracht opdoen om barmhartigheid te kunnen betonen. We keren ons tot God en vragen Hem om ontferming en vergeving.

Homilie
Waar wil je je tent opslaan?


Abram is onderweg en zoekt een ander land, een ander verblijf, een ander leven. Hij heeft God leren kennen als een sprekende God, niet als een verre afgod van wie je moet afwachten of hij je welgezind is! De God die Abram en Sarai hebben horen spreken, heeft een persoonlijke boodschap gesproken. Die klinkt als een uitnodiging, als een vraag om deze God beter te leren kennen. Daarom verlaten zij hun huis, hun bekende omgeving om Hem nog beter te verstaan. Ze ontdekken dat Hij als een Vader en een Vriend met hen meetrekt! Hun hele leven verandert. Voortaan leven Abram en Sarai met een roeping. Ze leven niet meer voor zichzelf alleen, maar ze hebben een opdracht. Een wonderlijk leven begint, waarin niets meer gewoon is en alles een andere lading krijgt. Hun kinderloosheid leidt niet tot wanhoop, hun uiteindelijk geboren zoon blijkt aan God toegewijd te zijn omdat Hij niet wil dat Isaak om het leven wordt gebracht. En dat allemaal omdat Abram en Sarai geloof hebben gehecht aan de belofte.

Een tent opslaan is geen vakantiereisje, maar een fase in je leven markeren. Wij allemaal hebben fases in ons leven. Er zijn momenten dat we als het ware onze tent neerhalen en elders weer opnieuw opzetten. Er begint een nieuwe periode in ons leven, of er wordt iets nieuws aan toegevoegd, of er wordt iets of iemand weggenomen en dan moeten we opnieuw als het ware onze tent opslaan.

Als de drie apostelen met Jezus op de berg zijn willen ze drie tenten opslaan. Een praktische en kritische lezer zal zich afvragen: hadden ze die dan meegenomen? Het gaat echter niet om een campingtentje, maar om een tabernakeltent. Drie tenten, omdat de leerlingen de drie mensen herkennen in wie God zich openbaart: Mozes, Elia en vooral Jezus. De tenten die de leerlingen willen bouwen herinneren aan de tent van het Verbond waar God woonde toen Hij met het volk meetrok in de woestijn.

Ze willen bovendien een tent opslaan omdat er een nieuwe fase is aangebroken in hun relatie met Jezus. De leerlingen hebben op de berg gezien wat Jezus' herkomst is, dat Hij zijn hemelse oorsprong getoond heeft. Dit verhaal volgt op de pijnlijke confrontatie tussen Jezus en Petrus, wanneer de laatste Jezus af wil houden van de weg naar Jeruzalem, de weg van het lijden. Nu met dit visioen begint het de drie leerlingen te dagen wat er op het spel staat. God zelf is aanwezig in dit spel. God spreekt opnieuw, nu tot de leerlingen. Opnieuw blijkt Hij geen verre afstandelijke onbekende te zijn, maar een Vader die zijn Zoon gezonden heeft. Opnieuw klinkt er een roeping door voor de leerlingen. Een nieuwe fase begint voor hen. Zij leven niet alleen voor zichzelf, maar hebben een opdracht voor de wereld en heel de mensheid.

Zo is ook deze veertigdagentijd een aparte fase in het jaar om even de tent van ons leven op te schudden en wellicht wat te verplaatsen. Ben je niet toe aan een nieuwe periode in je leven met God? Ben je soms toe aan een betere relatie met Christus die immers vandaag zijn innerlijke leven met ons gedeeld heeft?

Zou je het visioen van de leerlingen je soms eigen willen maken? Weet wat je zegt, want door dit visioen wordt de weg naar beneden, de berg af niet eenvoudiger. Met het felle licht van Christus op het netvlies van ons hart, wordt het lijden in de wereld nog ondraaglijker, worden we nog gevoeliger voor mensen die een beroep op ons doen, van Sierra Leone, ons vastenactieproject, tot de daklozen in onze eigen stad. Wie dit visioen serieus neemt, zal nog meer actie willen ondernemen in zijn/haar leven om barmhartig te zijn.

De bezinning op de werken van barmhartigheid, die we wekelijks op donderdagen in de veertigdagentijd houden, laten zien dat deze werken ook onszelf veranderen. Met Gods barmhartigheid kunnen we zelf een nieuwe tent in ons leven opslaan en er nieuwe gedachten en waarden aan toevoegen.

Als wij van deze berg weer naar huis gaan - want iedere eucharistieviering is als het ware een viering van de transfiguratie van de Heer - mogen wij er, anders dan de leerlingen, over spreken. De Heer is immers opgestaan. Laten we dan ook niet zwijgen en met vreugde spreken over dit visioen dat we meedragen in ons leven, het visioen dat we hier vieren in de eucharistie en dat ons inspireert tot barmhartigheid.

Bidden wij de Heilige Geest dat Hij ons de nodige moed en inspiratie geeft voor dit spreken en getuigen.

Amen