LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 12 januari 2014, doop van de Heer

Lezingen

Jesaja 42, 1-4.6-7
Psalm 29
Handelingen 10, 34-38
Mattheüs 3, 13-17

Welkom
Welkom bij dit feest van de doop van de Heer. We besluiten de kersttijd met de finale openbaring van Jezus’ identiteit vóór het begin van zijn publieke leven. De ontmoeting tussen Johannes de Doper en Jezus leidt tot de doop van Jezus, een doop die een belangrijke stap markeert. Deze dag worden we allen aan onze eigen doop herinnerd. De meesten van ons hebben die niet bewust meegemaakt, maar toch is het een gebeuren dat fundamenteel is voor wie wij zijn: christen, lid van de kerk van Jezus, volgeling van het evangelie. We hebben door de doop deel gekregen aan het mysterie van Jezus leven èn sterven. Maar de belofte van de opstanding geeft ons hoop en geeft richting aan ons handelen.

Mogen wij vandaag het doopwater weer voelen en opnieuw kiezen om de weg van het evangelie te gaan! De bedoeling is dat we ons doopsel niet beschouwen als een evenement in het verleden maar als een realiteit voor vandaag, als een verbinding met Jezus die in zijn doop geroepen werd tot een weg van gerechtigheid.

Homilie
Het doopsel is een sacrament dat zo fundamenteel is en zo vaak wordt gevierd, dat het als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Het lijkt daarom ook vanzelfsprekend dat Jezus wordt gedoopt. Hij is per slot van rekening de eerste van ons allen. Onze doop weerspiegelt zijn doop.

In het evangelie is het doopsel van Jezus echter een beslissend gebeuren aan het begin van zijn publieke leven. Beslissend omdat het de identiteit van Jezus openbaart. Onduidelijk is wie deze openbaring gelijk begrijpt. Misschien Johannes, maar of de omstanders iets meekrijgen van het visioen dat Jezus bij zijn doop heeft, blijft onduidelijk. In ieder geval wordt Jezus wel iets duidelijk bij deze doop: over wie Hij is, over zijn relatie met de Vader en over de weg die Hij zal gaan, een weg van gerechtigheid. Het is de gerechtigheid van de profeten zoals Jesaja die verkondigt: licht voor blinden, ruimte voor verdrukten, vrijheid voor gevangenen; het gaat om gerechtigheid van de bevrijding uit slavernij, want de doop verwijst ook naar de doortocht door de Rode Zee.

De doop brengt Jezus, net als het Joodse volk, in de woestijn. Na veertig dagen komt Hij daaruit terug, veranderd, gericht op zijn levensopdracht, vervuld van Gods heilige Geest. Zijn weg leidt naar Jeruzalem, waar opnieuw een openbaring van wie Hij is zal plaatsvinden. Na de doop met water volgt dan de doop in het bloed. De centurio zal uitroepen: deze was een man van gerechtigheid.

Waarom Jezus naar Johannes is gegaan is niet duidelijk. Ging hij om eenvoudigweg zijn verkondiging te horen, om in zijn voetsporen te gaan en hem op te volgen? Dat wordt niet echt helder gemaakt. Wat weet Jezus eigenlijk van Johannes? Volgens de traditie van Lucas zijn ze aan elkaar verwant. Zij zijn inderdaad uit hetzelfde hout gesneden. Maar deze doop van Jezus door Johannes lijkt de omgekeerde wereld. Voor wie is het teken van Jezus' doop eigenlijk bedoeld? Niet alleen voor Hem zelf.

Velen van ons hebben wel eens een doop meegemaakt. Een doopsel van een eigen kind of een kind uit de familie, of een doop met Pasen in de kerk Sommigen van ons hebben hun eigen doop bewust meegemaakt, omdat ze die als volwassene hebben ontvangen. Meestal echter zijn we toeschouwers bij een gebeuren rondom een ander mens, een kind. We kunnen ontroerd zijn, maar we blijven meestal toeschouwers.

Maar de viering van het doopsel geeft ons een visioen van een open hemel, een visioen van Gods aanwezigheid in deze wereld. In navolging van het mysterie van kerstmis, toen de hemel de aarde omhelste, gaat God in de doop nog een stap verder. Hij laat zien dat hij zijn intrek heeft genomen in Jezus de Christus. Het Woord van God heeft zijn tent onder ons opgeslagen en heeft onder ons gewoond. Dat mysterie wordt getoond in ieder doopsel dat bediend wordt, ieder doopsel dat in onze kerk gevierd wordt. Iedere doop waarvan wij getuigen zijn, schenkt dat visioen van een mens die vervuld raakt van Gods geest. Aan ieder mens is de keuze om zijn/ haar leven daardoor te laten bepalen. Een doop is dus nooit slechts voor de dopeling bestemd, maar evenzeer voor de omstanders en voor degene die doopt.

Jezus is de Heer van allen, zegt Petrus in de eerste lezing uit de Handelingen der apostelen. In de doop wordt een mens, een kind of volwassene, opgenomen in de geloofsgemeenschap van de kerk, hij/zij wordt broeder of zuster van ons allen. Gods stem klinkt in die doop: ik maak deze mens tot mijn kind, geboren uit de Geest, een kind geroepen tot gerechtigheid. Het maakt ons als kerkgemeenschap tot een instrument van Gods gerechtigheid, opdat aan alle kinderen van God waardigheid verleend wordt en zij in de ware vrede kunnen delen. Getuige zijn van een doop verplicht ons allen tot vernieuwing van onze eigen doopbeloften: een hoge opdracht, maar het is de Geest van Jezus die ons daarbij voortdrijft en inspireert.

Amen