LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 27 januari 2019, 3e zondag door het jaar

Lezingen
Nehemia 8, 2-4a.5-6.8-10
Psalm 19
1 Corinthe 12, 12-14.271
Lucas 1, 1-4; 4, 14-21

Welkom
De bijbel is bij veel katholieken nog niet erg populair. Voordat men de Bijbelverhalen zelf ter hand neemt, moet er wel wat gebeuren. En dan nog zijn de verhalen niet altijd herkenbaar. Vaak komt de vraag op of dit wel echt gebeurd kan zijn. Verhalen van het Oude en het Nieuwe testament zijn soms zo wonderlijk en gaan soms zo tegen de werkelijkheid in, dat het soms moeilijk is ze serieus te nemen. Toch neemt Jezus een helder stadpunt in: het verhaal is heden in vervulling gegaan. Men is nog enthousiast in Nazareth, maar dat zal snel omslaan in afwijzing.

Hoe lezen we de Bijbel? Als verhalen die in ons leven in vervulling kunnen gaan? Aan het begin van het nieuwe jaar, kunnen we ons ook voornemen de verhalen weer opnieuw ter hand te nemen. Bidden we dat de heilige Geest ons de betekenis van de Bijbelse verhalen openbaart.

Homilie
Kinderen die leren lezen, moeten eerst de letters herkennen. Ze moeten het alfabet leren en de uitspraak van de letters herkennen. Eerst zien ze alleen letters en dan herkennen ze woorden en als de zinsbouw ook nog begrepen wordt, dan gaat het erop lijken. Dan kunnen ze echt gaan lezen en teksten begrijpen.

Om Bijbelverhalen te lezen, is er nog meer nodig. Fundamenteel is er het besef dat in die verhalen de stem van God doorklinkt. Het is openbaring wat we lezen, een gesprek tussen God en mensen waar we deelgenoot van worden. Het volk dat na Ezra luistert in Jeruzalem is enthousiast over het voorlezen van de Schriften. De context van deze scene: het volk is teruggekeerd van zeventig jaar ballingschap in Babel. Daar hebben zij niet het geloof van de overwinnaars overgenomen, maar zijn zij trouw gebleven aan het geloof van hun eigen vaderen en hun eigen tradities hebben ze bewaard. Het grote probleem was dat het hart van hun geloof verdwenen was: de eerste tempel van Salomo was verwoest, de eredienst bestond niet meer. De priesters functioneerden niet. Slechts de verhalen restten. Die werden verzameld en opgetekend. De verhalen van Mozes in de woestijn hebben vergelijkbare omstandigheden omdat er toen ook geen tempel was. Er was slechts de Ark van het verbond met daarin de tien geboden. Wat zijn dan de bronnen van geloof en leven?

Nu komen in de herbouwde stad Jeruzalem de twee bronnen weer bij elkaar: de tempel die herbouwd is en de verhalen van de Schrift, de wet van Mozes die met enthousiasme wordt beluisterd. Mooi dat het beluisteren van de Schriften gepaard gaat met een feest van lekker eten en zoete wijn drinken. De mensen moeten wel opnieuw leren lezen, niet in de zin van kinderen die letters moeten snappen en woorden en de zinsopbouw herkennen, maar de mensen moeten begrijpen dat de verhalen hun eigen geschiedenis weerspiegelen. Het verhaal van Mozes is niet alleen geschiedenis, maar gaat ook over de situatie die zij in Babel hebben meegemaakt. Ze maken de vertaalslag van de tijd van Mozes naar hun eigen tijd, de mensen rond Mozes zijn zijzelf. Dat maakt enthousiast.

Ook als wij de verhalen lezen, worden we uitgenodigd aan het verhaal deel te nemen. Simpelweg zijn wij natuurlijk de toehoorders die Jezus horen zeggen: het woord is vandaag in vervulling gegaan, niet: het is toen in vervulling gegaan. Maar ik ga een stap verder: we mogen zelfs als Jezus zijn die voorleest en zegt: dat woord is in mijn leven in vervulling gegaan! Ik heb gevangenen bevrijd, ik heb blinden weer laten zien! De oproep is om je eigen leven erin weerspiegeld te zien. Is dat pretentieus? Ik geloof het niet, volgens mij ligt juist daarin de betekenis van het Bijbel lezen.

De drie stappen die we daarin moeten zetten –sommigen die ik wel eens spreek in catechesegroepen kennen deze drie stappen - : eerst het verhaal laten spreken inclusief alle wonderlijke en buitengewone en bovennatuurlijke verschijnselen. De vraag of het werkelijk zo is gebeurd, kunnen we niet beantwoorden: niemand was er bij en dus is de vraag irrelevant. Het verhaal precies lezen: waar gebeurt het, met wie gebeurt het? Welke mensen spelen een rol? Welke is die rol? Volgens dienen we de symboliek te achterhalen: welke symboliek heeft Nazareth, en welke de sabbat en welke symboliek heeft de synagoge waar het allemaal gebeurt? De derde en laatste stap is die van de vertaalslag naar jezelf: kan ik in mijn leven aanwijzen waar dit verhaal werkelijkheid is geworden; is er gevangenschap in mijn leven waar ik van bevrijd ben, is er blindheid geweest waarvan ik verlost ben? Voelde ik mijn armoede overgaan in rijkdom, heb ik andere beelden van rijkdom en armoede gekregen? Enzovoort.

De Bijbel is een ontmoetingsplek tussen God en mensen. De betekenis van het verhaal is niet het eindstation, maar het vertrekpunt. De feiten in het verhaal gaan met ons in gesprek en proberen een diepere laag bij onszelf aan te boren. Het is een avontuur en ik wens u daarbij een goede reis. Amen

Verkondiging 20 januari 2019, 2e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 62, 1-5
Psalm 96
1 Korinthe 12, 4-11
Johannes 2, 1-12

Welkom
De gewone reeks van de zondagen start dit jaar met het verhaal van de bruiloft van Kana: een cruciaal moment in het evangelie van Johannes. Een openbaringsmoment, het eerste van de zeven tekenen die Jezus stelt om het belang van het teken bij uitstek, zijn sterven aan het kruis, te onderstrepen.

Bij een vreugdevolle bijeenkomst zoals een bruiloft wordt Jezus uitgenodigd. Dat geeft aan dat we Jezus en zijn Vader niet alleen bij moeilijke momenten hoeven op te zoeken, ook in de vreugde van ons leven is Hij aanwezig. Laten we God danken voor de overvloed van leven die Hij ons schenkt en waarvan het eenvoudige brood van de Eucharistie het paradoxale teken is: klein en onbeduidend in vorm, maar een afspiegeling van de onmetelijke liefde van God, een liefde die wij niet mogen begrenzen.

Homilie
Een van de rode draden in de Bijbel is dat God voortdurend zijn verbond aanbiedt. De relaties tussen mensen, in het bijzonder het huwelijk tussen man en vrouw, weerspiegelen dit verbond van onmetelijke trouw. Het scheppingsverhaal in Genesis loopt uit op het verbond tussen de eerste man en de eerste vrouw. Dat verbond wordt door God gegeven en is de bron van het leven van heel de mensheid. De Bijbel eindigt met de beschrijving van de bruiloft van de mensheid met het Lam. Dat is de bestemming van de mensheid. In het evangelie van Johannes begint Jezus met zijn zeven tekenen tijdens een bruiloft. Dus Jezus plaatst zijn boodschap onder het teken van het verbond dat mensen ontvangen uit de handen van God. Jezus is de middelaar van dat verbond. Hij reikt het ons aan. Hij verdiept het en vernieuwt het. Dat deze bruiloft dreigt te verwateren is een voortdurende zorg van de profeten: de bronnen van de mens dreigen op te drogen. Maar dat gebeurt voor hij er zelf erg in heeft. De nieuwe wijn die geschonken wordt in Kana, maakt duidelijk dat de oude wijn geen beste wijn was. Dus we moeten constateren dat het leven van deze wereld eigenlijk voor veel mensen geen feest meer is. De mensen in Kana dachten een prachtige bruiloft mee te maken, maar eigenlijk weten ze niet wat feest vieren is. De interventie van Jezus maakt duidelijk dat er een heel ander feest, een heel ander leven nog te ontdekken valt. Dus we mogen wel wat vragen stellen bij de mooie kanten van onze wereld; is dat werkelijk wel zo’n feest?

Twee voorbeelden geef ik waaruit dat duidelijk moge worden. De katholieke jongeren die nu in Panama zijn, maken een heel andere kerk mee, een heel ander volk. In dat Midden-Amerikaanse land waar honderdduizenden jongeren volgende week met elkaar het geloof vieren en de paus zullen ontmoeten, blijkt de kerk een groot feest te zijn en mensen op de been te brengen. De vieringen en de ontmoetingen met priesters die druk bezig zijn met het verbeteren van levensomstandigheden van mensen, openen voor jongeren nieuwe perspectieven die hier goed voor hen verborgen zijn gehouden en die we misschien zelf ook al lang vergeten waren. Dat geloof en kerk zo kunnen zijn, is een goed bewaard geheim.

Wat is er met de kerk gebeurd, dat ze zo stil is geworden? Ik voel door de foto’s en filmpjes en andere berichten de kracht en de warmte van mensen die geraakt zijn. Ik snap dat we dat niet zomaar op de Nederlandse kerk kunnen planten, maar het geeft wel te denken.

Het andere voorbeeld is de oecumene. Deze week is de gebedsweek voor de eenheid. Een eenvoudige viering in Den Haag en ook op andere plekken, brengt mensen van verschillende kerken bijeen. Ook hier zal zo’n gebedsviering de realiteit van de verdeeldheid van de kerken niet veranderen. We zijn erg gehecht aan onze gebruiken en onze theologie en we willen die niet zomaar opgeven. We vinden ook snel wat van andere kerken en christenen. Daarmee zie we eigenlijk niet welk feest er nog in de toekomst verscholen ligt. Oecumene is dromen van een nieuw verbond tussen de kerken dat in staat is om de wereld te omvatten en te dragen. Kerken bouwen aan eenheid, niet voor zichzelf, maar uiteindelijk om een beter getuigenis van het evangelie af te leggen. Uiteindelijk zal de eenheid van de kerken kunnen bijdragen aan een steviger fundament voor de wereld.

'Recht voor ogen' is het thema van de gebedsweek dit jaar. Hebben wij het recht voor ogen, of zijn we bezig met onszelf? Zien we de noden van de mensen om ons heen en verder weg, of klagen we over de toestand in de kerk? Recht voor ogen herinnert aan de opdracht waar Jesaja van spreekt. Niet zwijgen, maar stem geven aan gerechtigheid opdat de zwaarden worden omgesmeed tot ploegscharen, opdat de wapens in Jemen zwijgen, opdat we bij dossiers van vluchtelingen kijken naar de mens en niet naar de juridische hindernissen. Die zijn er om geslecht te worden. Ik hoop dat de discussie rond het kinderpardon nu in een stroomversnelling zal komen en er beweging komt in een groot aantal dossiers van kinderen. Dat is ook de vrucht van een protestant initiatief dat oecumenisch gedragen wordt.

De bruiloft van Kana opent voor de mensen een nieuwe visie op wat een feest echt betekent. Zo mogen we als christenen, ook verbonden met andere christenen, de mensen de ogen en de harten openen om hen te herinneren aan hoe de wereld ook kan zijn: een wereld gedragen door het verbond waar de Schrift bol van staat. We hebben nog een lange weg te gaan, maar als we putten uit de bronnen die Christus in Kana geopend heeft, dan is alles mogelijk. Amen

Verkondiging 13 januari 2019, Doopsel des Heren, 1e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 40, 1-5.9-11
Psalm 104
Titus 2, 11-14; 3, 4-7
Lucas 3, 15-16.21-22

Welkom
De laatste fase van de openbaring des Heren als afsluiting van de kersttijd komt met het doopsel in de Jordaan: het slotakkoord is de bekendmaking van Christus aan de mensen om Hem heen. Het doopsel door Johannes is een moment van beslissing van de mens en van acceptatie door God. Het doopsel weerspiegelt wat er gebeurt in de mens, die geen stilstaand wezen is van wie de identiteit zomaar gegeven is. Die identiteit ontwikkelt zich en wordt beïnvloed door keuzes en uitdagingen. We horen de stem van God tot Jezus: dit is mijn Zoon de welbeminde. Ik zou het iedereen toewensen om Gods stem te verstaan: “je bent een geliefd kind van de Eeuwige.” Vanuit die Liefde kunnen we onze eigen identiteit opbouwen. Dat is soms een worsteling en zoeken, maar God staat wel aan de kant van de mens. Mogen wij ook in deze eucharistie verstaan dat God ons wil voeden opdat wij blijven bouwen aan onszelf en aan onze relaties met elkaar.

Homilie
De scene van het doopsel van Jezus brengt ons bij ons eigen doopsel. Voor Jezus was zijn doop een keerpunt in zijn leven. Hij verliet zijn stad Nazareth en Hij begon te prediken en rond te trekken. Dit herinnert ons eraan dat ook ons eigen doopsel de betekenis van een keerpunt heeft. Ook als dit vlak na je geboorte is gebeurd en door je ouders besloten is, plaatst het ons leven onherroepelijk in het Licht van Christus’ levensweg, die wij navolgen. Dat houdt ook een keuze in die we steeds weer vernieuwen: dit keerpunt is niet eenmalig, maar wordt telkens vernieuwd.

Theologen van alle eeuwen hebben zich afgevraagd welke betekenis het doopsel van Jezus heeft. Christus hoefde toch niet gereinigd te worden? Waarom is Hij dan toch gedoopt? Twee aspecten zijn vandaag voor ons van belang. De doop van Jezus kijkt terug en kijkt vooruit. Ten eerste is het doopsel een moment van openbaring. De geboorte van Jezus krijgt in de doop zijn nadere invulling: Hij heeft in Nazareth dertig jaar verborgen geleefd. Vandaag betreedt Hij het toneel van Israël en de gehele wereld om boodschapper en instrument te zijn van Gods liefde die de mensheid herstelt. Het doopsel openbaart de opdracht die Jezus al in de moederschoot ontvangen heeft. Het is de eerste bevestiging van Godswege in zijn leven. Jezus wordt nu al aangeduid als de Christus, de gezalfde des Heren. In zijn doopsel baant Hij de weg voor ons allen. Het tweede aspect van de doop is zijn solidariteit met de mensen. Jezus wordt niet gedoopt omdat Hij reiniging nodig had, maar het is een teken dat God zelf te midden van de mensen wil leven. God heeft zich klein gemaakt. Hij heeft zich klein gemaakt als een Kind in de kribbe. Hij heeft zich machteloos gemaakt. Hij is kwetsbaar en ontvankelijk geworden en op die manier laat God zich vinden. Die neerdaling gaat vandaag een stap verder door af te dalen in de Jordaan en ten onder te gaan in het water dat vandaag al de dood symboliseert. Dus daarin wijst de doop vooruit. Jezus zal de dood ondergaan waarbij de neerdaling zal voortgaan in zijn lijden en dood aan het kruis en zijn graflegging.

De doop staat vandaag in die beweging van God die afdaalt om tot in het diepst van de duisternis de mens nabij te zijn. En u kent misschien de icoon uit de oosterse kerken van de verrijzenis: diep in de onderwereld neemt Jezus Adam en Eva bij de hand om hen terug te voeren naar het leven. Zo mogen wij ook weten dat we in de diepste duisternis mogen rekenen op Jezus, die ons nabij blijft en ons meeneemt.

Daarmee is het gedenken van ons eigen doopsel ook een moment om de stem van God te verstaan, die zegt dat we geliefde kinderen van God zijn. Dat is een belangrijk gegeven in een week waarin nogal wat gediscussieerd wordt over de identiteit van de mens. Het doopsel zegt ons dat we onszelf als een geschenk uit Gods hand mogen verstaan en dat we van daaruit ons leven opbouwen. Dat is geen vrijbrief om vrijblijvend te leven. Het doopsel vertelt dat we evenzeer voor elkaar een opdracht hebben.

De evangelische waarden van trouw en naastenliefde staan daarin centraal: die worden in iedere tijd en cultuur weer opnieuw ingevuld. Dat is geen stilstaand water, maar net als de Jordaan een stromende rivier. De mens moet zich in zijn levenswandel voortdurend spiegelen aan de liefde voor de naaste en voor God. Dat betreft ook de mens in zijn intieme relaties: is daarin ruimte voor de liefde van God en eerbied voor de ander? Dat vind ik een wezenlijk criterium, meer dan allerlei opgeplakte etiketten.

Een bijzonder aspect van het verhaal van vandaag wil ik niet vergeten. Dat is het gebed van Jezus. Tijdens dit gebed gaat de hemel open en komt de hemelse boodschap tot Jezus zelf en tot de mensen die er bij staan: “Dit is Gods Zoon, de welbeminde.” Het maakt duidelijk wat bidden voor Jezus betekent: het is een manier om contact te zoeken met de diepere innerlijke bron. Het is niet het herhalen van teksten die we uit het hoofd geleerd hebben, maar het gebed is de aanwezigheid van de liefde waarin de mens opgenomen wordt. Laten we als gedoopten ook die momenten van stilte en bezinning zoeken om de stem van Gods liefde in ons hart te verstaan. Die verbindt ons met andere gedoopten, ja met alle mensen. Op die manier is ons doopsel niet een privilege voor onszelf, maar een uitnodiging van God om net als Jezus het toneel van de wereld te betreden als instrument en boodschapper van Gods liefde. Moge de Geest ons op die weg voortdrijven! Amen