LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 31e zondag door het jaar, 4 november 2018

Lezingen
Deuteronomium 2, 2-6
Psalm 18
Hebreeën 7, 23-28
Marcus 12, 28b-34

Welkom
Het gesprek met Jezus vandaag leidt tot het dubbelgebod van de liefde. Het is de kern van ons christelijk geloof dat zijn fundament vindt in de schriften van het Oude Testament. Eigenlijk zouden we alles van ons geloof moeten kunnen relativeren, behalve dit dubbelgebod van de liefde. Alles is hierop gevestigd. En terwijl dit zo vanzelfsprekend lijkt, wordt er steeds weer een concrete invulling gevraagd van dit gebod en dan wordt het minder makkelijk. Er zijn allerlei ethische dilemma’s die niet zo gemakkelijk op te lossen zijn, zoals de kwestie van het kinderpardon. Jezus benadrukt dat het om heel de mens gaat die niet alleen zijn gevoel moet laten spreken, maar ook de opdracht heeft zijn verstand te gebruiken en zorgvuldigheid te betrachten en afwegingen te maken. Opnieuw bezinnen we ons op deze opdracht om in de voetsporen van Jezus te gaan en zijn woorden waar te maken en elkaar en anderen te inspireren.

Homilie
De vier elementen die Jezus bij elkaar brengt in zijn antwoord op de schriftgeleerde laat de veelzijdigheid zien van de liefde tot God en de naaste: God liefhebben met je hart, je ziel, je verstand en je kracht! Niet alleen met emotie, maar ook met verstand. Het gaat ten eerste om de kern van je bestaan: je ziel. Dat is immers de eeuwige kern die ons door God geschonken is. Het is niet alleen een liefde die in je hart en je ziel is, maar vanuit liefde moet je ook handelen met alle kracht die in je is. Laat dit maar verstaan worden als fysieke kracht. Handen uit de mouwen! Het risico van alle godsdiensten van alle tijden is dat de nadruk zozeer gelegd wordt op het geestelijke, dat daadwerkelijke effecten uitblijven. Geloof wordt dan een innerlijke beweging die zich beperkt tot het geweten en goede intenties. Ook mooi, maar onvoldoende. Voortdurend herinnert de Bijbel ons aan de alledaagse concrete werkelijkheid waarin we leven. Geloof, Bijbel en Kerk zijn niet bedoeld als schuilplaats om de boze wereld buiten te houden, maar bedoeld als plek om de wereld te dragen, om mensen te dragen, juist als zij in nood zijn.

Het koninkrijk Gods dat Jezus verkondigt, is anders geworden dan waar Mozes en de mensen van het volk Israël van droomden. Zij hadden een fysiek koninkrijk in gedachten waar zij veertig jaar naar onderweg waren. Dat Koninkrijk hebben zij gevonden, maar dit werd een exclusief koninkrijk waar eerst de volkeren van het land voor moesten worden verdreven. U weet zodra er grenzen zijn, zijn er mensen die binnen die grenzen veilig zijn, maar ook anderen die er buiten moet blijven. De grenzen van het koninkrijk werden bepaald door de grenzen van het land Israël, met een hoofdstad en een koning en een tempel-elite. Ook daar ligt een risico: de onbegrensde liefde van God wordt gemaakt tot een exclusief gave voor uitverkorenen. Maar is Christus niet ter wereld gekomen en gestorven voor heel de mensheid? Zouden we ons dan kunnen beperken tot een exclusieve naastenliefde?

Wel wordt in Israël duidelijk dat hier een fundament is gelegd dat niet meer wordt weggenomen: Israël is bedoeld als een oefenplaats voor heel de mensheid met als leidraad het dubbelgebod van de liefde dat Jezus hier citeert en de Tien Geboden die concrete handvatten zijn voor ons gedrag, ook in de fysieke wereld. Israël kan gezien worden als een oefenplaats waar de profeten voortdurend de leiders, zowel priesterlijke als koninklijke leiders afrekenen op de fysieke en concrete en daadwerkelijke invulling van de gerechtigheid. De lakmoesproef voor de profeten is de zorg voor de weduwe en de wees en de vluchteling.

Christus heeft die fysieke kracht ook in zijn zwakheid getoond. Hij is niet de superheld die uit overmacht de wereld redt. Ook van die verleiding kunnen de mensen dromen. De brief aan de Hebreeën herinnert aan Christus’ priesterschap dat zelfgave en zelfopoffering betekent. In tegenstelling tot de priesters die vóór Hem gekomen zijn en die offers moeten opdragen en die steeds moeten herhalen, laat Jezus zien dat er maar één offer is dat telt: het is het offer waar je zelf niet buiten spel blijft. Een offer waar je geen toeschouwer meer van bent, maar een participant. Het is een offer dat ons fysiek raakt en dat ook vraagt dat we fysiek in beweging komen.

Zo gaat Christus ons voor in deze wereld: Hij roept ons op geen toeschouwer te zijn, maar deel te nemen aan de wereld, ook wanneer het lijden op ons af komt. We wenden ons niet af. Daarom hebben de kerkelijk leiders op initiatief van rabbijn Soetendorp aandacht gevraagd voor Jemen, daarom wordt er kerkasiel verleend aan een minderjarige jongen en zijn familie. God beminnen en de naaste als jezelf vraagt soms om concrete handelingen, het kan soms dicht in je eigen omgeving al aan de orde zijn. Laten we onze ogen en harten én handen open houden voor de noden van de wereld, dichtbij en veraf, in Christus’ naam! Hij is de hogepriester die zijn leven heeft gegeven opdat wij ook die weg kunnen inslaan! Amen

Verkondiging 2 november 2018, Allerzielen

Welkom
We delen met elkaar ons verdriet. Soms is dat verdriet hard en pijnlijk. Soms overheersen dankbaarheid en vrede en berusting. Welkom aan u die in de rouw bent vanwege het overlijden van uw ouders, het overlijden van uw echtgenoot of echtgenote, het overlijden van een partner, een familielid of van een goede vriend. Welkom als u het overlijden van een kind gedenkt.

We gedenken ook de vele doden in de wereld, slachtoffers van het geweld jegens de christenen en andere minderheden die in het Midden-Oosten gedood zijn. We gedenken de vluchtelingen die omgekomen zijn, we gedenken de naamloze kinderen die te vroeg gestorven zijn. De naamloze gestorvenen bevelen wij aan bij God, zij die zonder zorgende mensen om hen heen, het leven hebben losgelaten. We gedenken de daklozen en thuislozen voor wie de hemel nu en werkelijk thuis geworden is.

Als wij samen komen, noemen we de naam van God. Als we onze doden gedenken, doen we dat met dezelfde adem als waarmee we Gods naam uitspreken, met dezelfde liefde die in ons hart door Hem is uitgezaaid, een onmetelijke liefde die de ruimte is die Christus bereid heeft. Het noemen van de namen doen wij in het aangezicht van God. Moge die liefdevolle blik het leven van ons allen verlichten. Laten wij ruimte maken voor Gods stem in ons eigen leven. Laten we gaan staan om in stilte onze dierbaren en alle doden te gedenken.

Homilie
In het evangelie lezen we dat de Joden naar Marta en Maria komen om hen te troosten met het verlies van hun broer. Nabijheid is troostend. Mensen weten niet altijd wat te zeggen bij een overlijden. Maar toch helpt het om medeleven te laten merken door op bezoek te komen, een uitvaart bij te wonen of een tijd na het afscheid ook nog contact te zoeken. Dat kan veel betekenen. Zo ook vandaag, Allerzielen: we komen bij elkaar om elkaar te troosten. Dat kan door samen naar de begraafplaats te gaan, of samen naar de kerk te gaan of elkaar thuis op te zoeken.

Soms zijn er geen woorden te vinden om verdriet uit te drukken, maar ook dan is simpelweg aanwezigheid al een gebaar van troost. Wanneer iemand een hoge leeftijd heeft bereikt of wanneer de dood een bevrijding van pijn en ziekte betekent, blijft het feit dat een mens niet meer in onze werkelijkheid en uit de tijd getreden is, zoals dat heet. We zullen zijn/haar gezicht niet meer zien, zijn/haar stem niet meer horen en dat blijft altijd een gemis. Al zijn er woorden van vrede en dankbaarheid, anderzijds blijft er het mysterie van het leven dat tot een einde gekomen is.

Voor datzelfde mysterie staan Marta en Maria: hun geliefde broer is er niet meer en dat slaat de basis weg onder hun leven. U weet dat in die tijd het leven veel minder zekerheden kende dan nu en twee vrouwen die alleen achterblijven, moeten maar afwachten wie er voor hen zal zorgen. Meer dan die materiële zorgen, u weet dat die ook in onze tijd nogal eens voor hoofdbrekens en spanningen kunnen zorgen, is er de religieuze vraag naar wat het leven nu eigenlijk voorstelt, omdat het zo vergankelijk is. Of een leven nu vele jaren duurt of veel te vroeg door een ongeluk of een ziekte wordt afgebroken: ieder leven is van tijdelijke en van voorbijgaande aard.

Als Jezus op het toneel verschijnt, kan hij dat niet wegnemen. Ook zijn leven is van voorbijgaande aard. De huivering die te lezen valt op het gezicht van Jezus maakt indruk op de aanwezigen. De evangelist Johannes maakt er in het verhaal expliciet melding van dat Jezus huivert en verdriet heeft, u moet het hele hoofdstuk 11 van Johannes er maar op na lezen. Het verhaal gebeurt niet voor niets vlak voor het sterven van Jezus. Het rotsgraf dat in het tweede deel van het verhaal genoemd wordt, verwijst naar het graf van Jezus zelf, waar hij enkele dagen later zal liggen.

Ook Jezus is gekomen om te troosten. Maar is Hij niet te laat? Had Hij niet iets kunnen doen tijdens het ziekbed van Lazarus? Deze vraag van Marta is een vertrouwde vraag die mensen aan God kunnen stellen: God waar was u toen ik het moeilijk had? Ook wanneer mensen overigens het geloof in God verlaten hebben, gebruiken ze deze vraag naar Gods aanwezigheid in menselijke nood en ellende, of beter gezegd zijn veronderstelde afwezigheid in menselijke ellende en dood, als argument om God af te schrijven. Maar de vraag is dezelfde: “God waar bent U?”

De aanwezigheid van God is altijd een mysterie: God is niet op afroep beschikbaar om aan onze verlangens te voldoen. Gods aanwezigheid is van een andere aard: wanneer God verschijnt, komt de eeuwigheid om de hoek kijken en daar kunnen we amper begrip van hebben. De eeuwigheid gaat boven ons voorstellingsvermogen uit. Maar de weg om er toch een glimp van te mee te krijgen zit in de ontmoeting met Christus zelf.

Het gesprek dat Marta met Jezus voert, ontwikkelt zich van een eenvoudig rouwgesprek naar een geloofsgesprek, tot aan een openbaring van geloof: “Ik ben de verrijzenis en het leven.” In de ontmoeting, in het gesprek openbaart zich de aanwezigheid van God zelf: Jezus is immers het gelaat van de levende God. Daarom is een ontmoeting, een gesprek waar werkelijk ruimte is voor geloof, meer dan alleen een troostend gesprek. Het is een instrument om de aanwezigheid van God te ervaren. In de ontmoeting tussen mensen kan de Geest van troost ervaren worden. Het gesprek van Jezus met Marta is voor ons een voorbeeld. De ontmoeting krijgt in onze viering van vandaag nog een extra dimensie doordat we de eucharistie vieren, waarbij de aanwezigheid van Christus in de gaven van Brood en wijn ook de link naar Gods eeuwigheid legt.

Laat ons samenzijn vandaag ook een teken zijn van de troostende aanwezigheid van Gods Geest. In die Geest willen we samen zijn, en dan kunnen we raken aan de eeuwigheid waar onze dierbaren al zijn en met wie wij verbonden blijven telkens als we hen in Gods naam gedenken. Amen

Verkondiging 1 november 2018, Allerheiligen

Lezingen
Openbaring 7, 1-4.9-14
Psalm 24
1 Johannes 3, 1-3
Mattheüs 5, 1-12a

Welkom
Welkom bij dit feest van hoop. De ramen zijn verduisterd door het late uur. Er komt geen licht meer doorheen. Zo kan het zijn met de wereld: verduisterd om het licht niet meer toe te laten. Mensen kunnen het soms heel bewust buiten houden omdat ze hun eigen licht belangrijker vinden; mensen houden het soms buiten omdat ze zich geen raad weten met het Licht. Soms weten mensen zich überhaupt geen raad met licht.

In zo’n verduisterde kerk luisteren we naar Christus die in de openingswoorden van zijn Bergrede het licht laat stralen van Gods Zaligheid. Het is een hoopvolle boodschap voor mensen die zich terneergeslagen voelen of angstig of pessimistisch of bedreigd. Daar is ook alle reden toe. De oorlog in Jemen en het geweld in de synagoge in Pittsburg verduisteren de wereld. Toch laten we ons de vrede die Christus ons verkondigd heeft, niet afnemen. Daarom is dit een viering van hoop, omdat de heiligen ons tonen dat Gods licht niet tegen te houden is. Steeds weer staan er mensen op die dit licht uitdragen en tonen aan de wereld. Voor de keren dat we ons lieten meeslepen door duisternis en somberheid en geen ruimte meer lieten voor de Bergrede van Christus, belijden we onze schuld.

Homilie
In zijn exhortatie, oproep tot een leven van heiligheid, wil Paus Franciscus het streven naar heiligheid dichter bij ons brengen. Heiligen zijn voor hem boden die de heilige Geest ons zendt vanuit de rijkdom van het leven van Jezus zelf. De levensverhalen van de heiligen bevatten elementen van het leven van Jezus die ons kunnen inspireren. Zij kunnen ons helpen om zelf te groeien op de weg van heiligheid. Het vereren van de heiligen, zoals we hen vandaag vieren, is niet simpelweg naar hun leven kijken en daarvan onder de indruk raken. Allerheiligen vieren betekent ons eigen leven met diezelfde ogen bekijken en ons zelf afvragen waar we elementen van heiligheid kunnen aanbrengen.

Deze heiligheid is geworteld in kleine handelingen waarin we ons eigenlijk nauwelijks onderscheiden van anderen. Het zijn de eenvoudige daden van naastenliefde, van mantelzorg, van dienstbaarheid, die niet de kranten halen, maar die in het concrete leven van mensen wel een teken van het evangelie zijn, teken van Christus’ aanwezigheid. Dat is nog niet voldoende, maar het zijn de bouwstenen, de elementen om verder een leven te bouwen als getuigenis van het evangelie. We moeten niet onderschatten welk belang deze eenvoudige daden van barmhartigheid hebben en het verschil dat zij uitmaken voor mensen die wij ontmoeten, ja zelfs voor de hele samenleving. Ondanks de cijfers van het krimpend aantal kerkleden in Nederland, blijft de sociale inzet van de kerken indrukwekkend en onmisbaar.

De jongeren die de afgelopen weken in Rome bijeen waren bij de bisschoppensynode hebben ook de aansporing gehoord om hun leven te oriënteren op het leven van Christus en een teken van hoop te zijn. Een kerngedachte uit de boodschap is om de kwetsbare mensen tot tochtgenoten te maken. Zij worden opgeroepen om zich niet van deze mensen af te wenden. We kunnen teleurgesteld raken in elkaar wanneer er fouten gemaakt worden, maar de weg van het evangelie is juist om trouw aan onze opdracht de liefde van Christus te verspreiden. De zaligsprekingen die we vandaag lezen als evangelietekst, worden door de paus gebruikt als leidraad voor heiligheid. Hij noemt ze de identiteitskaart van de christenen. Ze vormen een portret van Christus zelf en daarmee ook van de christenen, zijn leerlingen. De vraag aan ons vandaag op Allerheiligen is: welke van de acht zaligsprekingen hoort het meest bij ons leven en waar willen we ons op richten in deze wereld? Is het de eenvoud van ons leven, is het vrede, is het gerechtigheid?

Een concreet voorbeeld: onze bisschop heeft vandaag samen met andere religieuze leiders een oproep van rabbijn Awraham Soetendorp ondertekend waarin onze regering wordt opgeroepen om op te komen voor Jemen en de miljoenen mensen onder wie talloze kinderen, die daar bedreigd worden door honger en geweld. De kerk laat haar stem horen dat de humaniteit en de naastenliefde belangrijker moeten zijn dan internationale politieke belangenverstrengeling. Zo leggen de rabbijn en de bisschop getuigenis af van hun inspiratie vanuit het geloof.

God heeft ons de wereld toevertrouwd en onze talenten voor heiligheid zijn de instrumenten om de wereld te bewegen in de richting van het Koninkrijk. Laten we allen ons leven langs de maatstaven van de Zaligsprekingen leggen en een van deze acht kiezen als kernkwaliteit van ons leven, en leven in heiligheid, als teken van Christus’ aanwezigheid en werkzaamheid in deze wereld. Amen