LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 6 januari 2019, Openbaring des Heren

Lezingen
Jesaja 60, 1-6
Psalm 72
Efeziërs 3, 2-3a.5-6
Mattheüs 2, 1-12

Welkom
Welkom aan alle koningen, waar dan ook vandaan. Ze komen meestal uit het Oosten, maar in onze tijd kunnen koningen uit alle richtingen komen. Iedereen is welkom. De koningen wijzen ons de weg, niet omdat zij de juiste weg weten, maar omdat zij de juiste geschenken bij zich hebben: geschenken die vertellen welke overtuiging ze hebben. Ze zijn ervan overtuigd dat zij in dit Kind een teken van de hemel hebben ontvangen dat onze mensenwereld verder kan helpen. Wij volgen hen na en weten dat de hemel nabij is.

Homilie
Magiërs zijn zieners, maar ze hebben toch hulpmiddelen nodig om hun blik zuiver te krijgen. Deze onderzoekende lieden uit het Oosten worden door Bijbelkenners gezien als vertegenwoordigers van alle volkeren der aarde die Jezus herkennen als Zoon van God, Zoon van Maria en als Koning. Zij zijn dus vertegenwoordigers van ons allen. De drie gaven die zij meetorsen, maken duidelijk hoe de magiërs het jonge Kind op de schoot van zijn Moeder zien. De magiërs worden soms geholpen, soms hebben ze tegenslagen. De zieners worden vooruit geholpen door de ster in het Oosten, ze worden verblind door de machtige koning in Jeruzalem; ze worden weer verder geholpen door de ster die een soort lichtbaken is geworden. Door de ontmoeting met het Kind wordt hun levensweg definitief veranderd.

Zijn wij zieners? Welke sterren kunnen wij lezen en verstaan? Waardoor worden wij verblind? Die gewetensvragen stellen we onszelf voortdurend en het is niet gemakkelijk om in een tijd waarin zieners schaars aan het worden zijn, het pad vast te houden. De mogelijkheden om verblind te raken zijn groot.

De tocht van de magiërs is risicovol. Niet vanwege de gewone risico's van de weg en het reizen, maar vooral omdat de magiërs nieuwe bronnen van kennis willen aanboren. Zij willen nieuwe vormen van kennis vinden. Het feit dat de magiërs op reis gaan geeft al aan dat zij naast hun gebruikelijke bronnen, de sterren, nieuwe bronnen willen aanboren. Niet alleen intellectuele kennis, maar ook kennis die zij kunnen gebruiken voor een levensovertuiging. Daarom gaan ze op zoek.

Zo zijn wij ook steeds op zoek naar nieuwe bronnen. Als we opgroeien geven ouders bronnen mee, later zoeken we op eigen kracht nieuwe bronnen, soms verlaten mensen de bronnen van hun jeugd. Soms komen er nieuwe bronnen voor in de plaats, soms blijft er niets van dat alles over. De viering van Kerstmis en deze reflectie op het Kerstfeest die het feest van de Openbaring des Heren ons geeft, is een noodzakelijke terugkeer tot onze bronnen, of beter gezegd, tot de vraag naar de betekenis van onze bronnen. De ontmoeting met het Kind wil ons duidelijk maken dat Hijzelf die bron is, een pasgeborene die al vanaf het begin onbegrepen is en voortdurende door mythen en legendes omgeven wordt. Zoals het recente mooie programma van Kalef Allush op de EO over Jezus ons in vier afleveringen dichter bij de historische Jezus wilde brengen, wil deze Jezus, dit Jezus-Kind, ons dichter bij het mysterie van God zelf brengen. Dat is een God die een schuilplaats bij ons is komen zoeken, een verblijfplaats bij de mensen. Zoals het Kind zijn schuilplaats vond bij Maria en Jozef, zoekt God zijn schuilplaats bij ons. Waarom zou God dit zo doen, zijn schuilplaats zoeken te midden van mensen? Volgens mij omdat Hij zo het best een bron van leven en liefde kan zijn, een uitnodigende bron, die niet overweldigt of met machtsvertoon werkt. Dat laat God aan de machtigen over, de ‘Herodessen’ van onze tijd, maar zij leven met een illusie. Macht is de verkeerde bron. Velen klampen zich eraan vast. Dan heb ik het niet alleen over politieke macht, maar ook over andere vormen van macht, kerkelijke en pastorale macht, familiaire macht, economische macht. In al die relaties kan sprake zijn van macht en dan kan het goed fout gaan tussen mensen.

Vandaag reikt dit Kind ons een andere bron aan. Deze bron is minder gemakkelijk te hanteren, een bron van ontvankelijkheid, openheid. Maar als we beseffen dat dit Kind ook in ons leeft, dat dit Kind ons het vermogen geeft om Kind van God te zijn, dan is het mogelijk om al die vormen van macht los te laten. De paus roept ons voortdurend daartoe op, zoals ook zijn recente brief aan de Amerikaanse bisschoppen. Macht, ook in de kerk, leidt tot misbruik, tot vernedering, tot kleinering, tot afhankelijkheid van andere mensen. Dat is niet de weg van onze God. Te vaak hebben mensen de weg van Herodes gekozen, ook in de kerk, ook wijzelf. Het is nodig dat we als parochianen en als kerk een andere weg inslaan. Een weg van echte dienstbaarheid. Dat is een risico, maar als onze God het aandurft, zullen wij dan in zijn voetsporen durven gaan? Amen

Verkondiging 1 januari 2019, Moederschap van Maria - Vredeszondag

Lezingen
Numeri 6, 22-27
Psalm 67
Galaten 4, 4-7
Lucas 2, 16-21

Welkom
Goedemorgen en een Zalig Nieuwjaar. Het is vandaag Wereldgebedsdag voor de vrede en we vieren het moederschap van Maria. Ook het komende jaar is er weer voldoende te doen in onze kerk en onze samenleving. Het is goed om te beginnen door elkaar ‘vrede’ te wensen. Het is de kernopdracht van christenen die paus Franciscus in zijn vredesboodschap voor vandaag ook aanhaalt.

Die opdracht tot vrede hebben niet alleen wij als christenen, maar alle burgers zijn daartoe geroepen. De paus werkt dit verder uit in zijn boodschap van vrede voor 1 januari 2019 die ik verder zal toelichten in de preek. Zoals altijd beginnen we deze eucharistie viering met een besef van onze tekorten en ons gebrek aan vrede.

Homilie
Broeders en zusters
Paus Franciscus wijdt zijn vredesboodschap 2019 aan de roeping van politici om zich te wijden aan het welzijn en het geluk van de wereld als ons gemeenschappelijk huis. Iedere christen heeft de opdracht tot vrede zoals in Lucas 10 beschreven wordt: de leerlingen worden door Jezus uitgezonden om aan ieder huis een boodschap van vrede te brengen. Die vrede betreft evenzeer families, gemeenschappen, landen en continenten, een vrede die bestemd is voor ieder mens zonder onderscheid, vrede voor ons gemeenschappelijk huis, de wereld.

Die vrede is als de hoop die gesymboliseerd wordt door een bloem die probeert te bloeien op de stenige ondergrond van geweld. De vrede die we uitdragen is kwetsbaar en ontmoet tegenslagen en tegenwerking. Politiek staat ten dienste van die vrede. Voorwaarde is dat politiek zichzelf verstaat als dienstbaarheid jegens de samenleving als geheel. De paus haalt hier Paus Paulus VI aan die in 1971 al sprak van een politiek die zijn fundament vindt in de vrijheid om te bouwen aan het welzijn van zowel de stad en de natie als voor de hele mensheid. Verantwoordelijke politiek houdt altijd het geheel van de mensheid voor ogen en is niet alleen gericht op het eigen beperkte belang van uitsluitend de eigen stad of natie. Als politiek op die manier werkt aan een waardige en rechtvaardige toekomst voor allen, dan is die politiek een buitengewone vorm van caritas, liefde.

Deze menselijke activiteit draagt, volgens een citaat van paus Benedictus, ook bij aan de opbouw van de universele stad van God waar uiteindelijk het doel van de hele mensheid gelegen is. Dit heeft dus uiteindelijk een religieus doel in de opbouw van de menselijke familie. Paus Franciscus haalt vervolgens een Vietnamese kardinaal aan, van wie in 2002 de zaligsprekingen voor de politicus werden gepubliceerd. De kardinaal die 13 jaar gevangen heeft gezeten waarvan 9 jaar in eenzame opsluiting, had alle reden om verbitterd en boos te zijn. Toch omschrijft hij eigenschappen voor een oprechte, gewetensvolle politicus die werkt aan eenheid, die luistert, die radicale verandering nastreeft en die zonder angst zijn werk doet. Zalig de politicus die zo zijn/haar werk doet. Iedere verkiezing is voor een politicus weer de gelegenheid om zich opnieuw te verhouden tot de fundamentele principes van recht en gerechtigheid die de ankerpunten zijn voor een rechtvaardige politiek.

De paus sluit zijn ogen niet voor de vele misstanden die er in de politieke wereld zijn: corruptie, machtsmisbruik, het ontnemen van rechten van anderen, uitbuiting van individuen, het misbruik van de raison d’état om maatregelen te rechtvaardigen. Daarbij komen xenofobie, racisme, gebrek aan respect voor het milieu, het plunderen van natuurlijke hupbronnen ten behoeve van winst op de korte termijn en gebrek aan respect voor vluchtelingen en ballingen. Een goede politiek levert een bijdrage aan het vertrouwen van mensen en met name van de jeugd. Politiek is geroepen om de talenten van jongeren te stimuleren zodat zij wegen zien om hun aspiraties voor vrede kracht bij te zetten. Politiek is de uitgestoken hand die niet wil doden, maar die juist wil zorgen en ondersteuning wil bieden. Net als hart en intelligentie kunnen handen een instrument van dialoog worden.

Politiek is een opdracht voor allen, omdat we steeds meer zien, aldus de paus, dat tendensen van nationalisme de broeder- en zusterschap bedreigen die de globaliserende wereld zo hard nodig heeft. Onze samenleving heeft bouwers van vrede nodig die de boodschappers en authentieke getuigen zijn van God die het geluk van heel de mensheid wil. Honderd jaar na de Eerste wereldoorlog doet de paus ons beseffen dat vrede niet gereduceerd kan worden tot een balans tussen macht en vrees. De ongebreidelde verspreiding van wapens en de escalatie van intimidatie zijn immoreel en bedreigen de vrede. In onze tijd lijdt één op de zes kinderen onder de gevolgen van oorlog. De bedreiging van hun waardigheid is een bedreiging van de waardigheid van de hele mensheid. Dat is geen vruchtbare basis voor echte vrede.

Echte vrede is de vrucht van wederzijds respect en de onderlinge afhankelijkheid van de mensen. Het is ook een bekering van hart en ziel, zowel innerlijk en persoonlijk als zichtbaar en gemeenschappelijk. Vrede heeft drie aspecten: vrede met jezelf: zoals Franciscus van Sales schrijft: een beetje zoetheid voor je zelf om zoetheid voor de anderen te kunnen bieden. Daarnaast vrede met anderen, familieleden en vrienden, maar ook met de armen, met hen die lijden opdat we naar hen luisteren en niet bang zijn voor hen. Ten derde de vrede met de gehele schepping waar we de grootsheid van Gods geschenk mogen ontdekken. Tot slot verwijst de paus naar het Magnificat van Maria dat ons kan inspireren tot die vrede. Daarin bezingt zij de kracht van God die deze wereld omkeert tot een wereld waar de kleinen recht gedaan worden volgens de belofte aan Abraham. Mogen wij met deze pauselijke boodschap van vrede het nieuwe jaar ingaan. Zalig en vredig Nieuwjaar 2019. Amen

Verkondiging 30 december 2018, Heilige Familie

Lezingen
1 Samuël 1, 20-22.24-28
Psalm 84
1 Johannes 3, 1-2.21-24
Lucas 2, 41-52

Welkom
Welkom op deze laatste dag van het jaar. De zondag na Kerstmis stelt de Heilige Familie centraal. De verhalen over het gezin laten zien dat de verhoudingen allerminst vanzelfsprekend waren. De scene in de tempel van Jeruzalem waar Jezus achterblijft en zich eigenlijk boven zijn ouders opstelt, laat zien dat het leven met Jezus niet altijd eenvoudig was. In de aanwezigheid van Jezus is er altijd een groter mysterie aanwezig: de Vader zelf. Het feest van de heilige Familie is de bezinning op onze menselijke relaties. Is daar ruimte voor het mysterie? Bidden we in deze viering voor alle gezinnen en huishoudens dat er vrede en luistervaardigheid mogen zijn.

Homilie
De geboorte van Christus ligt net achter ons en het evangelie van vandaag neemt ons al mee naar de volgende episode. Daar lezen we de consequentie van de kern van het geboorteverhaal: het Kind Jezus is niet van zijn ouders, maar heeft een oorsprong en een bestemming die zijn ouders overstijgt. Net als de maagdelijke geboorte en zijn geboorte in Bethlehem, waar geen plaats voor hem is, laat het verhaal van vandaag zien dat de aanwezigheid van Jezus vragen oproept. Waar komt Hij vandaan? Wat komt Hij hier doen?

De boodschap van de kerstnacht is: glorie aan God en vrede op aarde voor alle mensen. Een boodschap die hemel een aarde verbindt, een boodschap die mensen met God verbindt, opníeuw met God verbindt. Theologisch betekent dit het herstel van het oorspronkelijke plan van God. Christus is in zijn persoon de belichaming van die boodschap als Zoon van een mens èn van God. Dat wordt concreet gestalte gegeven in het verhaal van vandaag: Hij hoort thuis in de tempel, het huis van God.

In de tempel is Hij dus thuis. Dat Jezus daar achterblijft is niet simpelweg omdat Hij nu eenmaal graag in de tempel is, zoals religieus gevoelige mensen graag in een kerk komen om er een kaarsje op te steken of om de stilte te zoeken. Hier is natuurlijk veel meer aan de hand. U weet waarschijnlijk dat de tempel van Jeruzalem een bijzonder leeg gebouw was. Het was er anders dan de tempels van de goden van andere religies. Er waren wat symbolische voorwerpen, maar verder was de tempel vooral leeg. Het allerheiligste werd éénmaal per jaar betreden door één van de priesters die door het lot werd aangewezen. In het verhaal over Zacharias begaf hij zich in het deel van de tempel dat door een groot gordijn afgescheiden was. Hij begaf zich in de aanwezigheid van God. Die aanwezigheid wordt vooral gesymboliseerd door de leegte. Boven de ark van het verbond met de twee engelen werd de aanwezigheid van God gesitueerd, maar eigenlijk is er het besef dat Gods aanwezigheid onbegrensd is.

Dat Jezus in de tempel achterblijft, heeft met die aanwezigheid te maken. Hij raakt er in gesprek met de schriftgeleerden die van Hem onder de indruk zijn. Is het een vorm van catechese geweest? Is het de Bar mitswa van Jezus geweest waarover in deze vorm verteld wordt? Dat zijn mogelijke interpretaties die echter volgens mij niet de kern van het verhaal raken.

In het verhaal staat niet beschreven in welk gedeelte van de tempel Jezus achtergebleven is. Historisch is het onmogelijk dat het in de tempel zelf zou zijn. Wat wij catechese en geloofsgesprekken zouden noemen, vond plaats in de bijgebouwen van het tempelcomplex. Misschien is het wel met opzet onduidelijk gelaten om de indruk te vestigen dat Jezus in het hart van de tempel zou zijn gebleven. Het gaat hier om de aanwezigheid van het mysterie. Later in het Johannes evangelie wordt duidelijk gemaakt dat Jezus zelf de drager van Gods aanwezigheid is. Wanneer Hij verwijst naar zijn Vader en de ‘ik ben’-woorden gebruikt die verwijzen naar de Godsnaam, verwijst Hij naar de aanwezigheid van het mysterie van God in Hemzelf.

Het feest van de Heilige Familie is niet het feest van de instelling van het gezin als hoeksteen van de samenleving. Het is het feest van de menselijke relaties waar het mysterie van Gods aanwezigheid gekoesterd wordt. In iedere menselijke relatie blijft overeind dat de andere mens drager van een mysterie is. De ander is nooit geheel en al te kennen en te doorgronden. Dat geldt voor relaties tussen mensen en zeker relaties van gezinnen en families kunnen heel veelvormig en complex zijn. In die complexiteit kan er ook ruimte voor God zelf zijn. Het menselijke bestaan wordt immers opgebouwd rond het mysterie van Gods aanwezigheid. Zelfs een logische en rationele denker als de oud-politicus Jan Terlouw spreekt in zijn interview gisteren in Trouw uit dat het mysterie in zijn leven steeds mooier wordt. Openheid voor relaties tussen mensen kan ons ook open houden voor de aanwezigheid van het mysterie in ons bestaan.

Laat dat een mooie invulling zijn van het feest van de Heilige Familie: dat er in het geheel van onze menselijke relaties ruimte blijft voor de aanwezigheid van God en zijn liefde. Deze liefde verbindt en geeft leven, deze liefde verbindt ons bovenal met het mysterie van God. Dat is de kleine Jezus gaan zoeken in de tempel. Toen hij daar het mysterie had ervaren, wist hij: “daar moet ik blijven, dat mysterie moet ik koesteren”. Dat heeft Hij zijn verdere leven gedaan en dat heeft Hij ons nagelaten als zijn erfenis en opdracht. Amen