LogoAdVanDerHelm
eenvoud is goud   worden wat god is

De pastor heeft een ziel.

André Zegveld, Worden wat God is. mensen op het spoor van God brengen
Tielt, Lannoo, 2009,189 p. ISBN 978 902098269 5

In het huidige kerkelijke landschap lijken technische termen en managementprincipes de boventoon te voeren. Er staat veel op het spel en de kerkelijke organisatie gaat in de meeste bisdommen flink op de schop. Er wordt geprobeerd om met beperkte mensen en middelen de opdracht van de kerk waar te maken om het evangelie als bron van geluk en inspiratie voor mensen bereikbaar en toegankelijk te houden.
In deze complexe realiteit waar pastorale beroepskrachten mee geconfronteerd worden, biedt het recent verschenen boek van André Zegveld, 'Worden wat God is. Mensen op het spoor van God brengen' een verfrissende benadering. Zegveld gaat op zoek naar de ziel van de pastor en biedt aanknopingspunten om diens spiritualiteit te verdiepen en inhoud te geven. Van de pastorale beroepskracht wordt immers veel gevraagd en als men niet voldoende oplet, worden de verkeerde zaken van de pastor gevraagd. Die verkeerde vraag kan komen van de parochianen in het algemeen, van bestuursleden en andere vrijwilligers, maar ook van de kerkelijke leiding. De pastor speelt bij projecten van kerkopbouw - daar moet kerkelijke reorganisatie uiteindelijk toe leiden - een doorslaggevende rol, maar het is wezenlijk dat de pastor daarbij op zijn pastorale en spirituele competenties wordt aangesproken.
Wat is pastoraat en wat is spiritualiteit? Zegveld neemt de lezer mee langs thema's die in de katholieke traditie bekend zijn en die de bouwstenen vormen van deze twee centrale begrippen. Thema's als contemplatie, gebed, eucharistie, priesterschap, sacrament en erfzonde, komen in helder afgebakende hoofdstukken aan bod. Zegveld definieert spiritualiteit als "de methodische en volgehouden toeleg om zo met je leven om te gaan dat jouw menszijn erin tevoorschijn komt, maar dan ongerept, onaangetast, in pure staat van genade, het leven in jou dat God is" (p.29).
De rode draad van het boek vormt de uitspraak van Paulus: "In Hem leven we, bewegen we, zijn we." (Toespraak op de Areopaag, Hand. 17,28). Dit komt in ieder hoofdstuk terug en Zegveld maakt duidelijk dat het de opdracht voor de pastor is om in ieder mensenleven te onthullen op welke wijze deze aanwezigheid ervaren kan worden en hoe deze bereflecteerd en gecommuniceerd kan worden. Hij benadrukt de spirituele kant van de mens en verwoordt dit in navolging van Augustinus als een verlangen naar wat de mens ontbreekt (p.14). Wanneer pastoraat op die manier wordt omschreven, wordt de pastor een mystagoog: hij staat de mensen bij in het ontdekken en verwoorden van het geheim in hun eigen leven. De kerkelijke taken van de pastor, liturgie, catechese, diaconie en gemeenschapsopbouw hebben dit als gemeenschappelijke doelstelling (p.38), gedragen door een grondhouding van belangeloosheid en zuiverheid: zonder bijbedoelingen (vgl. Mt 5,8). De ondergrond van pastoraat als mystagogie is de drievoudige aandacht voor gebed, Schrift en de mensen (p.100).
Komt de pastor voldoende toe aan de ontwikkeling en verdieping van de eigen spiritualiteit? Is er niet te veel instrumentele spiritualiteit die slechts benut wordt wanneer de pastor hierop door pastoranten wordt aangesproken? Zegveld gaat te rade bij Benedictus om concrete elementen voor een pastorale grondhouding aan te reiken. Deze elementen zijn: luisteren, evenwicht, eerbied, gebed en ritme (p.62-65). Deze elementen helpen de pastor 'erbij te blijven' en zo de aanwezigheid van God te ontdekken waar Hij niet zelf verschijnt maar waar sacramentele tekens naar Hem verwijzen.
Waarom is de kerk voor dit proces nodig? De taak van de kerk is contemplatie, visie, zien en verkondigen. Het is een belofte die de kerk verkondigt. Zegveld stelt vast dat de kerk zelf deze belofte niet altijd waarmaakt en dat is een pijnlijke ervaring, zeker voor de pastor die vanuit de kerk leeft. Maar de pastor dient in dat verschil te leven en teken van de contingentie van de kerk te zijn.
Het boek is een zeer geschikte aanleiding om de eigen spiritualiteit te verdiepen en is zowel bruikbaar voor individuele lezing en een persoonlijke retraite als voor een bespreking in een Pastoraal Team. Langs deze weg wordt de pastorale beroepskracht een welkom hulpmiddel aangeboden om niet in een managersrol te vervallen, maar om spirituele leiding te nemen bij veranderingsprocessen en steeds het zoeken van de mens centraal te stellen in het pastorale werk.
(verschenen in rkk.nl, informatieblad van de kerkprovincie)

Een boek als halteplaats

Luc Devisscher, Dirk Hanssens osb (red.), Eenvoud is goud. Wijsheid rondom bijbel en abdij, Den Bosch/Leuven, KBS/De Kovel, 2010, 112, ISBN 978 90 6173 155 9

Tussen volle agenda’s en drukke werkzaamheden is tijd vinden voor gebed en meditatie voor veel mensen, pastorale beroepskrachten incluis, vaak een opgave. Bovendien gaat het daarbij niet alleen om tijd, maar ook om rust en aandacht. Meditatie is daadwerkelijk halt houden voor een biddende ontmoeting met de ander, met jezelf en – wie weet – misschien wel een moment met de Ene verkeren.
Het lijkt soms alsof we in onze complexe wereld ook een steeds gecompliceerdere kerk zien verschijnen, die reorganiseert, die werkt met beleidsplannen, doelgroepen en doelstellingen. Die kerk stuit mensen tegen de borst omdat ze het evangelie er niet altijd in herkennen. De monastieke traditie heeft ons hierin een rijke bron te bieden.
De geïllustreerde essaybundel Eenvoud is Goud. Wijsheid rondom bijbel en abdij is het resultaat van het gelijknamige symposium dat de redactie van het nieuwe tijdschrift De Kovel, monastiek tijdschrift voor Vlaanderen en Nederland in 2009 organiseerde. De bundel biedt een nieuw perspectief op een deugd (‘moeder van alle deugden’) van de Kerk die bij tal van mensen in de vergetelheid is geraakt. Toch kan een geïnspireerd begrip van eenvoud een hulplijn zijn bij het nieuw doordenken van de missionaire opdracht van de kerk. Het herinnert ons aan de evangelische opdracht van de Kerk: het dubbelgebod van de Liefde.
De bundel biedt een rijke schakering aan genres waarin eenvoud wordt belicht door een breed spectrum van schrijvers (30) en een beeldend kunstenares uit Vlaanderen en Nederland. Er zijn monniken en dichteressen die vanuit een diepe en levende vertrouwdheid met de Schrift gedachten aanreiken; theologen en met kloosters verbonden leken onthullen hun ontroering en soms hun worsteling met een traditioneel begrip als eenvoud (sancta simplicitas). Er zijn zelfs twee haiku’s te vinden van een bekend Europees politicus. De teksten zijn gelardeerd met zeven etsen die de ruimte van de eenvoud aan de lezer-kijker over willen brengen.
Zonder de andere bijdragen te kort te willen doen, wil ik hier vier bijdragen aanhalen die mij vooral getroffen hebben. ‘Eenvoud is gecondenseerde complexiteit’ tekent Benno Barnard (`Gedroomde eenvoud`) op uit de mond van een monnik die met hem in gesprek is. Deze gedachte wordt eerst afgewezen omdat het doet denken aan middelmatigheid, zoals het woord eenvoud Charles van Leeuwen (`Een moeilijk woord`) in eerste instantie doet denken aan beknottend moralisme. Later spint de gedachte zich uit: geïnspireerd door Mattheüs 6, 22-23 waar Jezus spreekt over de eenvoud van het oog, plaatst Barnard eenvoud tegenover boosheid en omschrijft hij eenvoud als ‘ondubbelzinnige, argeloze goedheid’. Het is echter niet bedoeld als een morele kwaliteit, maar als levensstijl annex geesteshouding. Hiermee kan de mens in de wereld (Barnard: ‘het klooster dat wij met wereld plegen aan te duiden’) de zuiverheid van hart bewaren.
Maria de Groot (‘Woord en daad’) spreekt van de schatkamer die mensen in huis hebben waarbij woorden aangereikt worden die de kern van iemands leven onthullen. Voor de Groot herinnert het woord dabar aan een leven met woord en daad, zoals het leven van de Franse filosofe Simone Weil die met de vervolgden en de armsten leeft en druiven plukt in Zuid-Frankrijk. Het gedicht van Geert van Istendaal onthult de rijkdom aan bloemenpracht van een tuin die uiteindelijk een verwaarloosd stuk grond blijkt te zijn (‘Verantwoord tuinieren’).
De bundel biedt gelegenheid tot verstilling en bezinning. Daarnaast worden gedachten aangereikt die bij het maken van een bezinning, een overweging of een homilie tot inspiratie kunnen dienen, als het ware een innerlijke missionering. Maar vooral kunnen de bijdragen en de etsen in het boekje een geestelijke halteplaats zijn voor een moment van de nodige dagelijkse meditatie en gebed.
(verschijnt als recensie in Tussenbeide, bisdomblad Bisdom Rotterdam)