LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging veertiende zondag door het jaar, 5 juli 2020

Lezingen
Zacharia 9, 9-10
Psalm 145
Romeinen 8, 9.11-13
Mattheüs 11, 25-30

Welkom
Welkom op deze plek van stilte en bezinning. Ondanks de ingewikkelde voorschriften vanwege het Coronavirus weten we dat God zelf de werkelijke bron van vrede is. Hem kunnen we ontmoeten door Christus. Hij spreekt vandaag van de weg van rust en vertrouwen. Mogen we beseffen hoe kostbaar het is om in de onrustige wereld een moment van rust en bezinning te vinden.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer, Een fascinerende, vaak Middeleeuwse afbeelding is “Jezus op de koude steen”. We zien Christus die na de bespotting en na zijn martelgang naar Golgota op een steen zit, slechts gehuld in een lendendoek. Hij wacht op het moment dat Hij aan het kruis genageld gaat worden en zal sterven. Ik vind het een fascinerend beeld omdat het in mijn ogen een tegenstrijdigheid in zich draagt: het lijkt me onmogelijk om op dat moment deze rust te ervaren. Toch heeft de boodschap van dit religieuze thema eeuwenlang christenen geïnspireerd. Van dit beeld gaat een rust en vrede uit die eigenlijk voor mij onbegrijpelijk zijn. Het is de tegenhanger van het beeld van Jezus in de hof van Getsemane waar die vrede juist ver te zoeken is. De doodsangst van Jezus leidt daar tot grote eenzaamheid en verlatenheid. Een eenzaamheid die ook uitgedrukt wordt in de slapende leerlingen die geen idee hebben van hetgeen er boven hun hoofd hangt. Deze scene in Gethsemane eindigt met Jezus’ overgave aan Gods nabijheid, die Hem niet meer verlaat tot het moment van de kruisiging zelf. Het gevoel van godsverlatenheid klinkt nog wel door in de uitroep van psalm 22 die Jezus vlak voor zijn sterven citeert: “God, mijn God waarom heeft u mij verlaten?”

De afbeelding van Jezus op de koude steen straalt toch de rust en vrede uit waar Jezus vandaag ook van spreekt: “komt allen tot mij die uitgeput zijn en onder lasten gebukt gaan en ik zal u rust en verlichting schenken.” Deze rust is meer dan uitrusten en even op adem komen. Het gaat om vrede en harmonie, waarbij de mens zichzelf hervindt en zich als onderdeel van de schepping herkent: een kind van God en broeder/zuster van heel de mensheid. Het gaat om de vrede van de eerste sabbat die God zelf viert aan het einde van zijn scheppingsweek: als alles en iedereen zijn plek heeft in Gods schepping, kan er werkelijke vrede zijn, shalom. Naar die vrede verwijst Jezus vandaag in zijn bemoedigende tekst. De combinatie met de eerste verzen van deze perikoop, maakt ons duidelijk dat deze vrede meer is dan zomaar de rust van vakantie, of ontspanning na een werkdag, of een feestje omdat we van vele maatregelen rondom Corona bevrijd zijn.

Ik heb wel gemerkt dat veel mensen zich de rust en de harmonie hebben laten afnemen door de vele maatregelen. Natuurlijk: het leek soms streng en onbuigzaam. Het leek het wel of de kerkgang door mensen in de kerk zelf belemmerd en bemoeilijkt werd. Dat riep onenigheid en discussie en dus negatieve energie op. Het is de uitdaging voor ons als leerlingen van Jezus, dat we ons die vrede en harmonie, die shalom van het evangelie niet laten ontnemen door de omstandigheden die ons omgeven. Onze bron is immers dieper.

Deze echte vrede vraagt echter wel het aannemen van een engagement en een opdracht. Het is geen zorgeloosheid en bevrijding van verantwoordelijkheden die Jezus biedt. Integendeel. Wij beseffen dat we een hoge opdracht hebben meegekregen in ons leven, een opdracht waar de redding van de wereld mee samenhangt. We vertrouwen dat Christus de bron van vrede is en dat die vrede slechts te vinden is in verbondenheid met God de Vader zelf. Als we beseffen dat Hij de opdracht geeft om de wereld te redden en de weg te wijzen naar geluk en vrede, dan weten we dat God dit werk ook tot een goede einde zal brengen. Dat maakt het juk van ons engagement zacht: Hij draagt het met ons mee en zal het tot een goede einde brengen.

Daarom durven we ook het perspectief aan dat de profeet Zacharia schetst: de vrede van zee tot zee, wereldwijd zou ik zeggen. Vrede beperken tot je vrienden, of tot je eigen kerk of tot je eigen land of continent, dat is een illusie. Wij kijken verder. Dat brede perspectief geeft rust en vrede, omdat dit perspectief door God geschonken wordt. Anders worden we geregeerd door de angst om ons eigen land of onze eigen zekerheden veilig te stellen. Wanneer we ons werkelijk open stellen en ons laten voeden door dit profetisch perspectief, zal er rust en vrede komen. Dan zijn we echt met God verbonden en durven we onze opdracht aan.

Mogen we met die boodschap de wereld waarin we leven bemoedigen en versterken en getuigen van de rust die Jezus in zich had op het einde van zijn leven: de rust van “Jezus op de koude steen”. Amen.

Verkondiging dertiende zondag door het jaar, 28 juni 2020

Lezingen
2 Koningen 4, 8-11.14-16a
Psalm 89
Romeinen 6, 3-4.8-11
Mattheüs 10, 37-42

Welkom
Alsof er niets gebeurd is de afgelopen weken, worden we vandaag uitgezonden met de boodschap: het kruis. Geen populaire boodschap omdat deze ons lijkt te vervreemden van onszelf: wie durft er nu te kiezen voor het kruis? Hebben we het al niet moeilijk genoeg, de laatste weken? Is het niet een wereldvreemde boodschap? Toch zullen wij, wanneer wij ons menszijn waar willen maken, iets moeten opgeven om de weg van het leven te vinden. Het leven is niet slechts zelfbevestiging, maar ook ruimte maken voor de ander. Alleen maar jezelf zijn, is uiteindelijk eenzaam en armoedig. Wat is dan wel de weg ten leven? Die zoeken wij, met elkaar, bij elkaar, gevoed door elkaar. Dat betekent kerkgemeenschap zijn, ook op anderhalve meter afstand.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Het kruis heeft door de vanzelfsprekendheid waarmee het op gebouwen geplaatst wordt, ook als versiering, veel van zijn scherpte en afschuwwekkende karakter verloren. Recentelijk werd er in Duitsland gediscussieerd of er een kruis geplaatst moest worden op de koepel van het opnieuw opgebouwde Berliner Schloss (Humboldt-Forum). Het gaat hier om een reconstructie van een zeventiende-eeuws gebouw dat koninklijk paleis was en nu één van de symbolen van het herenigde Berlijn zal zijn. Op de koepel stond altijd een kruis en op het reconstrueerde gebouw is opnieuw een kruis geplaatst. Daar werd veel over gediscussieerd: kan dat nog wel in het geseculariseerde Duitsland? De argumenten die gebruikt werden, gingen in op de historische betekenis en bovendien werd deze discussie beschouwd als uitnodiging tot dialoog over het morele fundament van de samenleving. Het kruis als martelwerktuig kwam helemaal niet ter sprake. U snapt dat ik blij ben dat het kruis er weer staat: het is een uitnodiging en een oproep.

In het evangelie van vandaag, het einde van de zendingsrede, vat Jezus zijn opdracht aan de leerlingen samen met de navolging van het kruis. We kennen in de geschiedenis veel heldhaftige verhalen van martelaren. Is dat wel iets voor ons? Wat doen wij als we het kruis in ons leven of onze samenleving tegenkomen? We zullen eerder protesteren tegen het kruis dan het omarmen. Navolging van het kruis moet dus weer opnieuw uitgelegd worden. Kan het kruis nog een inspirerende en bemoedigende rol spelen? Het was hét martelwerktuig waarmee de Romeinen een afschrikwekkende boodschap lieten uitgaan naar hen die het wellicht in hun hoofd haalden een opstand te beginnen tegen de Romeinse machthebbers. Christus heeft de betekenis van de kruis omgedraaid: het is teken van leven en liefde en zelfs van overwinning geworden! Voor Jezus is het kruis een aanmoediging: hij heeft de tekst die we vandaag horen, uitgesproken vóórdat zijn leven tot een dramatisch einde was gekomen. We kunnen ons afvragen hoe letterlijk de leerlingen dit op dat moment hebben opgevat. Na Jezus’ dood echter is deze tekst opgeschreven, toen de herinnering aan de kruisdood van Jezus nog in het geheugen van de apostelen gegrift stond. Ondanks die akelige ervaring, hebben de leerlingen deze tekst in zijn boodschap opgenomen. En toch wilden zij het kruis niet ontkennen of ontwijken.

Zoals ik las in een artikel over deze Bijbeltekst: wie het kruis ontmoet in zijn/haar leven, ontmoet ook de Heer Jezus zelf. We kunnen Jezus niet begrijpen zonder het mysterie van zijn kruis te omarmen, het mysterie van zijn lijden, sterven én opstanding. Zo bestaat er voor ons geen kruis zonder herinnering aan Jezus. Als het kruis zich toont in ons leven, is Christus niet ver weg. We worden niet alleen door Jezus vanaf zijn kruis gezonden, maar ook met het kruis als bagage. Dat kruis is een manier van leven geworden. Hangend aan het kruis vertrouwt Jezus zijn moeder toe aan de apostel. De kerk wordt toevertrouwd aan de boodschappers van het evangelie. Hun boodschap is voortaan, dat we geen angst hoeven te hebben voor wat het leven bedreigt. We staan immers niet alleen en we kunnen een beroep doen op de naaste, op de kerkgemeenschap. We zullen door het kruis ook een beroep kunnen doen op de bron van de liefde die God in Christus heeft getoond. Door ons over te geven aan die liefde, wordt er een diepere bron aangeboord. Zelfverlies leidt tot liefde. Zelfs een moderne schrijver als Bas Heijne spreekt over zelfverlies als een manier om zinvol te kunnen leven. Zelfverlies betekent ruimte voor de ander maken, dat betekent leven in relaties. Alleen maar ‘jezelf zijn’ is eenzaam en uiteindelijk dodelijk. Zoals aan het kruis Christus zijn leven ontvangt van de Vader, ontvangen wij het leven van de naaste. Dat is ons kruis: geen teken van lijden dat we ondanks onszelf maar moeten beminnen, maar het is het teken van leven in een relatie, in een verbinding, zowel horizontaal als verticaal. We leven volgens het kruis: dat is leven in verbinding met de ander/Ander. Dat vraagt zelfrelativering en focus op de naaste.

Als wij dus gezonden worden door het kruis na te volgen, betekent dat niet dat we moeten willen lijden, maar het betekent dat we het leven kunnen vernieuwen door het opnieuw te mogen ontvangen als een geschenk, zoals Christus dat ontving bij zijn verrijzenis. Wij ontwijken dus niet het kruis, maar met het kruis omarmen wij het leven. En dat doen we samen! Amen.

Verkondiging twaalfde zondag door het jaar, 21 juni 2020

Lezingen
Jeremia 20, 10-13
Psalm 69
Romeinen 5, 12-15
Mattheüs 10, 26-33

Welkom
De liturgie herneemt het gewone ritme, maar onze kerkgang is nog allerminst gewoon. De samenleving wordt onrustig en accepteert niet meer zomaar alle regels. Mensen willen zich ontworstelen aan de regels. En ik moet u zeggen dat het nog geen jas is die me gemakkelijk zit. We weten toch dat we met elkaar voorzichtig moeten zijn. Vandaag nodigt Jezus ons uit om niet bevreesd te zijn. In zijn zendingsrede, de tweede van vijf redevoeringen, bemoedigt hij de leerlingen om te getuigen van de vreugde van het evangelie. Die maakt ons weerbaar en beweeglijk. Daardoor kunnen we ook in een anderhalve meter samenleving overleven. De boodschap van het evangelie gaat echter over wezenlijker zaken. Vijf jaar geleden publiceerde Paus Franciscus zijn encycliek Laudato si. Sindsdien zijn veel verwachtingen niet uitgekomen. Mensen laten zich afleiden door hun eigen belang. Zeker in deze tijd. Het evangelie trekt onze aandacht naar wezenlijker zaken. Daar ligt onze opdracht: onze inzet voor het welzijn van heel de mensheid. Niet minder dan dat. Wij zijn slechts kleine spelers op het wereldtoneel, toch dragen wij dit in ons gebed, in ons spreken en handelen. Laten we die verantwoordelijkheid niet vergeten.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Veel mensen zeggen dat de crisis onze wereld verandert. Wat we meemaken is ongekend en uniek. Nog nooit heeft een democratische samenleving zulke maatregelen moeten nemen. We hadden zes maanden geleden niet kunnen bedenken dat kerken, bedrijven en horeca zouden moeten sluiten. Grondrechten komen onder druk, omdat we gezondheid – terecht – op de eerste plaats zetten.

Toch is dit al jaren geleden aangekondigd. Niet de vorm, maar wel de kwetsbaarheid van de mensheid voor ziekten en epidemieën. Niet alleen door wetenschappers, maar ook religieuze leiders hebben gewezen op de grenzen van onze mogelijkheden. In deze coronacrisis hebben we de kwetsbaarheid van de mens onder ogen moeten zien. We hielden geen rekening meer met een globale gezondheidscrisis van deze omvang. Dat was iets van het duistere verleden, van primitieve landen. Vooral in onze “ontwikkelde” landen dachten we dat pandemieën ons niet meer konden treffen. De mensheid voelde zich almachtig en onoverwinnelijk.

Nu is er een nieuwe ervaring gekomen, een ziekte die onze samenleving lam legt. Dat maakt velen angstig. De ervaring van angst, die samengaat met de nabijheid van het lijden en de dood, roept stevige vragen op. Wat heeft voor ons de meeste waarde? Hoe gaat onze samenleving van de toekomst eruit zien? Hoe kunnen we zorg dragen voor onze dierbaren? Het zijn beslissende tijden, waarin we leven. De vragen die al jaren onder onze samenleving liggen, komen hierdoor met een grote scherpte aan de oppervlakte. Tegenstellingen worden aangescherpt en ontvlammen snel tot polariserende conflicten. Maakt het onze ogen open?

Vijf jaar geleden publiceerde paus Franciscus zijn encycliek Laudato sì. Daarin beschreef hij dat de mensheid voor beslissende keuzes staat. Hij beschrijft hoe keuzes rond vluchtelingen, ecologie, economie en politiek met elkaar samenhangen. Je kunt niet meer één probleem geïsoleerd van andere oplossen. Er is geen oplossing voor het vluchtelingenprobleem zonder een andere inrichting van onze economie. Dat heeft een politieke orde nodig die meer kiest voor samenwerking dan voor spionage en het beveiligen van eigen belangen. We kunnen niet onze eigen gezondheid veilig stellen, zonder te bouwen aan de gezondheidssystemen van andere, meer kwetsbare landen. Het gaat ons geld kosten, inderdaad. Maar is dat het belangrijkste wat we hebben?

De paus laat de stem van Jeremia horen. Natuurlijk zullen mensen zeggen: daar heb je hem weer. Die paus die onze harmonieuze westerse wereld onrustig maakt doordat hij ons op onze wereldwijde verantwoordelijkheid wijst. Zijn criticasters roepen uit: daar heb je hem weer die moord en brand schreeuwt. Dat is mijn vertaling van ‘Ontzetting overal’ wat van Jeremia wordt gezegd. Maar hij liet zich niet de mond snoeren om populair te zijn bij de gezagsdragers van zijn tijd.

Het bevestigt mij dat we als christenen een stem moeten laten horen in deze crisis die de wereld eraan herinnert dat we een bekering nodig hebben. Het vraagt sociale keuzes waarbij de economie niet het doel is van de samenleving, maar een middel om de kernactiviteiten van de mens te dragen: voedsel, zorg, onderwijs. Kortom het draait erom de aandacht voor het welzijn van de mens voorrang te geven boven het grote gewin, politiek populisme en het verspreiden van angst. Die stappen vragen ook contemplatie zegt Paus Franciscus: anders kijken naar de natuur, anders kijken naar de andere volkeren, anders kijken naar de onbekende naaste in de straat, anders kijken naar de mensen met een andere achtergrond.

Het evangelie van Christus blijft nog te veel buitenkant, te veel een mooie tekst voor de zondagochtend en te weinig een handreiking voor iedere dag. We laten ons het evangelie uit handen nemen door mensen die zeggen dat de kerk er niet meer toe doet. Als we zelf zwijgen over wat het evangelie van de mensheid vraagt, wordt het evangelie vruchteloos als zout dat de smaak heeft verloren en geen licht meer geeft. Dat ligt niet aan het evangelie, maar aan de dragers ervan: leken en ambtsdragers die zwijgen over wat het evangelie vraagt. Dat maakt het evangelie machteloos.

Nu we langzamerhand voorzichtig het kerkelijk leven oppakken en onze zorg voor kwetsbaren, laten we dan niet die stem van het evangelie vergeten. Wij loven de Heer, Laudato sì, maar we beschouwen dat als een opdracht en een verantwoordelijkheid. Moge de heilige Geest ons daarin de weg wijzen. Amen.