LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 24e zondag door het jaar, 15 september 2019, vormelingen

Lezingen
Exodus 32, 7-11.13-14
Psalm 51
Timotheüs 1, 12-17
Lucas 15, 1-10

Welkom aan jullie, komende vormelingen van de parochie Maria Sterre der Zee, uit alle geloofsgemeenschappen afkomstig. Welkom aan je ouders en andere familieleden en andere parochianen.

De kerk loopt meestal achter bij de samenleving, maar bij het vormsel loopt ze vooruit op wat komen gaat: je weg naar volwassenheid, je weg naar het maken van eigen keuzes, je weg naar het bouwen van je eigen leven. Je krijgt de komende maanden een extra handvat om die weg in te slaan. Het is de Geest van God zelf die over je zal komen. De bisschop zal jullie de handen opleggen en flink bestrijken met heilige geurige olie. Zal je dat gaan voelen? Tja, dat hebben we niet in de hand. We doen ons best om jullie zoveel mogelijk open te stellen voor wat dan gaat gebeuren, je ouders, de mensen van de parochie willen je als het ware aankleden met alles wat nodig is om die gave van de Geest te ontvangen. De voorbereiding is erop gericht dat je meer van het verhaal van Jezus leert begrijpen; dat je meer weet over wat Hij vertelde, wat Hij deed, waarom zijn eerste leerlingen zich bij Hem aansloten en waarom ze na zijn dood en opstanding besloten om met de kerk door te gaan.

Zie het als een ontdekkingstocht waarbij je ook ontdekt dat je niet alleen gaat, maar met je leeftijdsgenoten, en nog veel anderen en ook dat je deel bent van een grote beweging van mensen. We bidden God dat Hij jullie en jullie ouders zal begeleiden en inspireren.

Homilie
Broeders en zusters, vormelingen,
Wat heb je nodig om bij een team te horen? Als je tweeëntwintig voetballers rond ziet rennen hoe kun je ze dan uit elkaar houden? Je moet een eigen kleur hebben, een eigen naam. En stel je voor dat je met je team in een grote mensenmassa opgaat en elkaar kwijtraakt. Kun je je dan voorstellen dat je blij bent iemand van je team terug te vinden? Je hoort bij een team omdat dat bij de spelregels hoort, maar ook word je een team omdat je er samen voor gaat om te winnen. Je hebt samen een doel: je wilt plezier, maken, je wilt winnen en als iemand niet goed meekomt in het team, dan hoop je dat de anderen ook voor hem/haar inspringen. Hier merk je al: het ene team is het andere niet. Er zijn teams die alleen voor de winst gaan en je hebt teams die alleen maar voor de gezelligheid gaan. Er zijn teams waar de leden naar elkaar luisteren en met elkaar plezier maken en teams waar competitie en prestatie de boventoon voeren. Bij wat voor team wil jij horen? Welk team is het meest effectief? Waar ligt het goede evenwicht? Dat zoek je met elkaar.

Je kunt de kerk ook met een team vergelijken. Ook dit team kent een eigen kleur: het is het rood van de liefde, het rood van de Geest, het rood van bloed, het rood van je eigen hart. Met de voorbereiding op het vormsel leer je dit team beter kennen en kun je beslissen wat je voor dit team wilt betekenen. Wat is het eigenlijk voor een team? In het team dat we als kerk vormen, hebben we een inspiratiebron in het evangelie: een goede boodschap voor de mensen dat liefde en geluk mogelijk zijn. God is er ooit mee begonnen en heeft ons de weg gewezen om daarmee door te gaan. Die weg lezen we in het verhaal van Jezus.

Het verhaal dat we vandaag horen past bij de voorbereiding op het vormsel: niemand kan gemist worden! Ook jullie niet, vormelingen, en jullie ouders niet, en jullie broers en zussen niet. Net als in een team dat niet kan gaan spelen als de helft thuis blijft, zal onze samenleving verstarren en doodlopen als wij thuis blijven zitten, als we denken dat anderen de problemen wel zullen oplossen, misschien de regering of je ouders of de paus of nog erger: God. Dan wordt het niets met onze wereld.

Het gaat dit team niet om zichzelf: de kerk bestaat niet voor zichzelf, maar zij bestaat om de wereld te helpen om liefdevol te zijn. Kan de wereld dat niet zelf? Inderdaad, de wereld heeft mensen nodig die laten zien dat die liefdevolle en vriendschappelijke wereld mogelijk is. Er moeten mensen zijn die daaraan herinneren opdat de mensen in de wereld niet voortdurend met zichzelf bezig zijn, met hun werk, met geld verdienen, met succesvol zijn, met amusement, leuk hoor en belangrijk, maar die helpen de wereld niet veel verder.

Het verhaal van vandaag vertelt van God die als een teamleider opzoek is naar zijn ontbrekende teamleden. God ziet zijn team graag compleet en telkens als hij weer een teamlid gevonden heeft, breekt er vreugde uit in de hemel. Het aardige van het team is dat het niet uitmaakt waar je vandaan komt. De tweede lezing maakt dat duidelijk. Het eerste team van Jezus was naar menselijke maatstaf een stelletje ongeregeld. De verdeeldheid was dus als het ware al ingebakken. Paulus zelf, die de tweede brief heeft geschreven, was eerst een grote tegenstander van de leerlingen van Jezus, Hij hoorde als het ware bij het andere team, met andere kleuren en een andere slogan, maar Paulus heeft het nieuwe team omarmd en heeft daarmee het geluk gevonden, want met dat team kon hij de wereld aan, met dat team zag hij de wereld met ogen vol liefde en barmhartigheid. Hij zag overal de liefde te voorschijn komen. Tot zo’n team kun je ook gaan horen door het vormsel. Het is een team dat het rood van de liefde draagt, niet alleen voor je vrienden, maar voor alle mensen die je ontmoet. Vandaag beginnen we met de opbouw van dat team en ik wens jou veel succes. Amen.

Verkondiging 23e zondag door het jaar, 8 september 2019

Lezingen
Wijsheid 9, 13-17
Psalm 90
Filemon 1, 9b-10.12-24a
Lucas 14, 25-33

Welkom
Leerlingen van Christus! Vindt U het prettig als ik u zo aanspreek? Wacht maar tot U de woorden van Christus hoort straks. De vraag is: voelt U zich dan meer van Hem verwijderd, of juist meer tot Hem aangetrokken? Schrikt het U af, of is het een uitdaging? Voortdurend stellen we ons de vraag: Christus navolgen, wat betekent dat? Voor sommigen betekent het een intrede in het klooster. Ik kom net terug van een klooster waar een paar jonge mannen zijn ingetreden, diep in de bossen van de Morvan. Gisteren in het journaal zagen we jonge Dominicanen. Denk niet dat de tijden van weleer zijn teruggekeerd, maar het is blijkbaar wel mogelijk om in de moderne tijd Christus na te volgen. Wat is onze manier? Wat mijn manier? Keren we ons tot God om ruimte te maken voor die vraag, dat de heilige Geest ons in Gods wijsheid zal leiden.

Homilie
Waardoor heeft Jezus het grote aantal leerlingen niet vastgehouden? De tekst van vandaag laat het kwantitatieve hoogtepunt van Jezus' missie zien. Een grote groep mensen volgt hem. Wat zoeken ze bij hem? Is hij de bevrijder van het onderdrukte Israël? Is hij een wonderdoener die ziekte geneest en de dood verdrijft? Is hij de exorcist die boze geesten verdrijft? Is hij een authentieke leraar die anders dan veel Farizeeën de boodschap van de wet van Mozes op menselijke maat brengt? De motieven om Jezus te volgen kunnen zeer verschillend en persoonlijk zijn. De opmerking van Jezus vandaag, maakt het niet gemakkelijker. Door zijn benadering knappen heel wat ballonnetjes van valse illusie uit elkaar. Jezus beantwoordt niet aan onze droombeelden. Hij vraagt naar de kwaliteit en de trouw van ons navolgen. Als je niet je kruis op je neemt, kun je mijn leerling niet zijn! Niemand neemt toch graag een kruis op? We weten waar dat eindigt. De vraag van Jezus leidt tot teleurstelling. Mensen haken af. Slechts een klein groepje mannen en vrouwen volgt hem naar Jeruzalem. Uit het oogpunt van kwantiteit had Jezus deze vraag beter niet kunnen stellen.

Uit het vervolg blijkt beter wat Jezus bedoelt met dat kruis opnemen. Ik denk niet dat hij per se het lijden opzoeken bedoelt. Al moeten we ons realiseren dat in de tijd dat zijn woorden opgeschreven werden, de navolging van Jezus wel degelijk een risico op de marteldood inhield. Voor de eerste schrijvers en luisteraars van het evangelie was het kruis niet ver weg. Hoe vertalen we dat voor ons? Uit het vervolg van het verhaal blijkt dat het volgen van Jezus niet alleen een spontane reactie op een uitnodiging is, maar ook een zorgvuldig opbouwen van een gelovig leven. Geloof begint met ontroering, verbazing, fascinatie. Natuurlijk leren we van onze ouders of van vrienden, of van contacten wat we kunnen geloven. We leren wie Jezus is en wat zijn evangelie inhoudt, maar dat is nog niet geloven met een grote G. Dat is namelijk vanuit een persoonlijke ervaring. Onlangs gaf ik een lezing en een jongere onder de aanwezigen vroeg me: “wanneer en waardoor bent u gaan geloven?” Een aantal oudere aanwezigen moest wat besmuikt lachen. Maar mijn reactie was ten eerste, voordat ik op zijn vraag inging: waarom reageert u zo? Wanneer heeft u het laatst over deze vraag gesproken? Heeft u zelf een antwoord op die vraag? Delen we met elkaar geloofservaringen? Ik koppel aan zijn vraag: wat zijn onze recente geloofservaringen? Waardoor blijft uw geloof levend? Wie of wat speelt daarbij een essentiële rol? Of is het geloven verdwenen onder het stof van onze eigen geschiedenis, zoals vroeger droogbloemen onder een glazen stolp? Die bleven lang mooi, maar die bloemen zijn wel dood. Geloof begint met een ervaring van God die ons bemint. Op allerlei manieren kunnen we die ervaring opdoen: door mensen, door teksten, door natuur, door stilte, door kostbare woorden tot ons gesproken.

Het is een groot geschenk, 'genade' zeggen we met een klassiek woord. Het wordt ons gegeven, het overvalt ons. Het kan ons pas overvallen, wanneer we open zijn, wanneer we vooroordelen loslaten en vaste categorieën even opzij zetten. Luisteren, u weet het hopelijk nog, is het beginwoord van de Joodse geloofsbelijdenis, en dus ook van Jezus' geloofsbelijdenis. Het is ook het beginwoord van de regel van Benedictus, de kloosterregel die nog steeds tienduizenden christenen inspireert. "Spreek, Heer, uw dienaar luistert" zegt de jonge Samuel als hij voor het eerst een ervaring van Gods aanwezigheid heeft. Het gaat om luisteren als basis van een ontmoeting met Christus, die de weg naar God is, die de weg van Gods heilige Geest is. Deze Geest woont in ons en kan ons transformeren tot de nieuwe mens.

Als jou ooit zo’n geloofservaring overkomen is, dan vraagt dit fundament onderhoud. Zoals een gebouw onderhoud nodig heeft, heeft ons geloof onderhoud nodig. Het is geen stilstaand water dat gaat stinken, maar levend water is stromend water. Dat geldt ons persoonlijk geloven, maar ook onze geloofsgemeenschap. Wat ons persoonlijke geloven betreft, voldoet het naambordje christen niet, katholiek evenmin. Dagelijkse verdieping, wekelijkse ontmoeting met God, dagelijkse keuzes met de mensen die we ontmoeten. Af en toe een paar dagen op retraite. Het gebouw van ons geloof is gegrondvest op de voortdurende ontmoeting met Jezus Christus, in de vieringen, in Bijbellezing en we onderhouden het zelf met de bouwstenen die ons geloof aanreikt en die we uit de rijke traditie mogen kiezen. "Neem je kruis op" hoeft niet dramatisch tot de dood te leiden, maar betekent dat ons leven voortaan alleen begrepen kan worden door de liefde die Christus aan het kruis getoond heeft. In die liefde willen we leven, met die liefde willen we in onze wereld zijn, vanuit die liefde leven we met anderen. Dat is geen zware weg, maar een weg van vreugde, omdat we dan zoveel mogen ontvangen. Ik wens u een mooie weg met het kruis van Christus in uw leven. Amen.

Verkondiging 22e zondag door het jaar, 1 september 2019

Lezingen
Jesus Sirach 66, 18-21
Psalm 102
Hebreeën 12, 18-19.22-24a
Lucas 14, 1.7-14

Welkom
Een keuze om op zondagochtend naar de kerk te gaan houdt al een zekere mate van bescheidenheid in. We maken immers ruimte voor de ander, zowel voor de andere gelovige die we ontmoeten tijdens en na de viering, maar ook voor de Ander die ons voedt met zijn woord en zijn aanwezigheid in Christus. We verleggen het accent van ons leven naar het leven van en met de ander. Wij willen niet alleen door het leven gaan, slechts vergezeld door het beperkte clubje van onze familie en vrienden. We openen ons voor de aanwezigheid van God en voor zijn wereld. We zoeken onze grote familie op, de familia Dei, En we beseffen dat het de ene Vader is die ons samenbrengt in deze eucharistie, deze mysterievolle aanwezigheid van Christus.

Homilie
Armoede kan een mens kleineren en beschadigen. Armoede is juist in een rijke samenleving als de onze pijnlijk en verdrietig, omdat we het eigenlijk niet begrijpen. Hoe kan het voorkomen, dat er arme mensen zijn in Nederland? Maar die vraag verraadt een naïef en te rooskleurig beeld van ons keurig aangeharkte Nederland. In mijn pastoraat, in de ervaringen van onze charitatieve instellingen in de stad zie ik de andere kant van Nederland. En ik ben blij met een groot aantal vrijwilligers die onze inzet voor die mensen mee dragen. In die kant van Nederland die voor velen verborgen is, is de spanning groot.

Hoe komt het dat gemiddeld vijf keer per dag in ons land iemand een einde aan zijn/haar leven maakt? Waar komt de stress onder de jongeren vandaan? Zij vormen toch een generatie van wie je zou verwachten dat ze eerder zorgeloos en optimistisch aan hun toekomst beginnen. Uit onderzoeken die deze week gepubliceerd werden, blijkt dat deze generatie verwaarloosd wordt. Eenzaamheid en gebrek aan zingeving zijn problemen waar mensen niet gemakkelijk over spreken. Wie dat durft te erkennen, geeft toe dat hij/zij het leven zelf niet aan kan. Wat is daar eigenlijk mis mee? Is hulp vragen dan zo slecht? Ben je dan mislukt? Worden mensen met zo’n benadering niet op een verkeerd spoor gezet? Mensen worden opgeroepen om zelfstandig hun plek in de samenleving in te nemen en er vooral naar te streven vooraan te zitten en succesvol te zijn. Zonder succes geen leven! En aangezien niemand je vooraan zet, ben je op jezelf aangewezen. En in deze maakbare samenleving heb je alles aan jezelf te danken; als het niet lukt dan ben je als snel mislukt.

Toch houdt Jezus een ander scenario voor. Vergelijk de bruiloft waar Jezus in het evangelie van deze zondag van spreekt met de samenleving van vandaag, waar iedereen een plekje wil veroveren. Als je op die manier vooraan wilt zitten aan de tafel van de economie en van de samenleving, zul je bedrogen uitkomen, zegt Jezus. Dat geldt voor individuen, maar ook voor organisaties zoals de kerk. Als de kerk vooraan wil zitten, dan zal ze een toontje lager moeten zingen. Ook de kerk als geloofsgemeenschap is geroepen om te luisteren naar de aansporing van Jezus. Dat betekent niet we dat we als christenen in een hoekje moeten zitten en afwachten tot er iemand naar ons toe komt. Zoals ds Röselaers van de Remonstranten deze zaterdag in de NRC uitspreekt: we hebben als kerkgemeenschap veel te bieden aan mensen om een fundament te leggen onder hun dagelijkse bestaan. Waar psychologen en seculiere guru’s geen antwoorden hebben, kunnen de kerken andere wegen wijzen. Maar als wij zwijgend in een hoek blijven zitten, zal geen mens die boodschap horen. Jezus zendt ons de wereld in als sprekende mensen. De kerk zal niet meer spreken vanuit een machtspositie, maar vanuit dienstbaarheid. Die dienstbaarheid vraagt een groot engagement, zowel van kerkleiders, predikanten, bisschoppen en pastores, maar zeker ook van kerkleden, parochianen. We hebben elkaar daarbij nodig: zonder kerkgemeenschap christen zijn gaat nu eenmaal niet.

Terug naar de individuele houding van christenen: wat betekent het om nederig te zijn? Een simpele oproep tot nederigheid past niet bij het moderne levensgevoel en de samenleving waarin we leven of overleven. Een al te grote bescheidenheid maakt mensen kwetsbaar en klein en dat helpt niet bij hun persoonlijke ontwikkeling. Zou Jezus dan tegen die ontwikkeling zijn? We kunnen te rade gaan bij C.S. Lewis zoals hij deze tekst uitlegt: het betekent niet dat we minder moeten denken van onszelf, maar dat we minder vaak aan onszelf moeten denken: ”not thinking less of yourself but thinking of yourself less”. Het gaat om ruimte: ruimte voor de ander, ruimte ook voor de uitnodiging. In plaats van door eigen verdienste een plaats te veroveren, wordt die ruimte ons geschonken. Voor een bruiloft word je uitgenodigd, je gaat daar niet zelf vooraan zitten. In het leven zijn wij ook uitgenodigd. Kunnen wij steeds die uitnodiging verstaan, een uitnodiging tot leven, tot geluk, tot een samen-leven, tot gedeeld geluk? Kunnen we ons geloven ook zo uitleggen als een uitnodiging om het leven en onze wereld te delen met hen die we ontmoeten, met hen die ook uitgenodigd zijn om aan te zitten aan de bruiloft? In het huis van de bruiloft is ruimte voor velen, wie goed rondkijkt, ziet dat mensen allerlei mogelijkheden hebben om zich te ontplooien. Wanneer we die fascinatie hebben voor de mens naast ons die ook uitgenodigd is voor dezelfde bruiloft van het leven, en wanneer we diens rijkdom zien, zal het leven een rijke ontmoeting zijn. Ik wens u een rijke ontmoeting toe! Amen.