LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 16e zondag door het jaar, 21 juli 2019

Lezingen
Genesis 18, 1-10a
Psalm 15
Kolossenzen 1, 24-28
Lucas 10, 38-42

Welkom
De vakantie periode biedt kansen tot gastvrijheid. Pelgrims zijn daar afhankelijk van, zij durven op die gastvrijheid te vertrouwen. Veel vakantiegangers plannen alles vooruit omdat zij in deze commerciële wereld niet op die gastvrijheid durven vertrouwen. Toch is het raadzaam om altijd ruimte te bewaren voor die gastvrijheid, zowel om deze aan te bieden, als om deze te ontvangen. Het geeft ruimte voor mooie ontmoetingen. Deze bieden kansen tot leven, zoals uit het eerste verhaal van Abraham en Sara blijkt.

Homilie
Een paar jaar geleden was ik bij een priesterwijding in Parijs. De bisschop sprak in zijn preek over de kerk die door velen als Sara wordt gezien: een oude vrouw die geen leven meer geeft. Inderdaad lijkt het leven van Abraham en Sara tot een vruchteloos einde te komen. Ze zijn op leeftijd en er zijn geen kinderen, behalve dan de buitenechtelijke oplossing die Abraham georganiseerd had, maar dat blijkt niet de lijn van God te zijn.

Abraham en Sara leven van de belofte, hebben een nieuw land gekozen in Kanaän en hebben het geloof van de voorouders verlaten in de overtuiging dat er één God is die mensen roept, die om mensen geeft, die uit Liefde mensen geschapen heeft. Alles wijst erop dat zij op het verkeerde paard hebben gewed: ondanks maatschappelijk aanzien en materiële welvaart die het bejaarde echtpaar mag genieten, lijkt het leven op een dood spoor te zijn beland. De gastvrijheid die ondanks het slechte perspectief door het echtpaar wordt geboden - let op de acties die ondernomen worden om de gasten te verzorgen – leidt tot een vernieuwing van de belofte die inderdaad werkelijkheid zal worden. Abraham en Sara bieden gastvrijheid, maar het zijn de gasten die uiteindelijk het grootste geschenk te bieden hebben: het leven zelf en de toekomst.

Zo is het ook bij Marta en Maria die Jezus ontvangen: zij zijn de gastvrouwen en hebben allebei hun eigen aanpak. De boodschap is: bewaar het evenwicht en vergeet niet te luisteren naar wat Jezus in je leven zegt, vergeet niet te luisteren naar je roeping. We moeten presteren en veel doen, maar ontvangen is het fundament van dat alles, van heel dat leven, een noodzakelijk evenwicht tussen actie en contemplatie.

Een mooi voorbeeld van dat evenwicht las ik deze week. Het is een bijzonder verhaal over de maanlanding vijftig jaar geleden. Velen kunnen zich de beelden nog herinneren. Het wordt uitgebreid herdacht. De eerste twee mensen zetten hun voeten op het maanoppervlak. Deze reis was het resultaat van menselijk vernuft, een groot avontuur dat de kracht van het menselijk intellect laat zien. Paus Paulus VI die via de TV getuige was, zag er een bevestiging in van de grootheid van God die in Psalm 8 bezongen wordt.

De mens veroverde de maan, maar de tweede man in de Apollo 11, Buzz Aldrin, was ouderling in de episcopaalse kerk en hij had vanuit zijn gemeenschap geconsacreerde communie meegenomen, die hij na een viering in zijn parochie van de predikant meegekregen had. In de Eagle, geland op de maan, een paar uur voordat de astronauten zouden uitstappen en op het maanoppervlak zouden lopen, vroeg hij aan de mensen op aarde een moment van stilte en gebed en dankbaarheid. En hij nuttigde, in de Eagle op de maan, het Heilig Brood en de Gezegende Wijn die hij meegenomen had. Op datzelfde ogenblik hield zijn geloofsgemeenschap ook een eucharistische dienst in Houston.

De NASA heeft dit altijd verborgen gehouden omdat men geen religie op de maan wilde hebben. Ondanks dat verbod getuigde Aldrin van zijn geloof en zijn eerbied voor de schepping. Christus die de gastheer is van de mensheid was ook op die plek de gastheer die mensen voedt. De eucharistie is teken van de schepping die vervuld is van de voedende aanwezigheid van Christus, het levende Woord van God, Zo is de kosmos en onze wereld vervuld van die Geest van God. Die Geest is nooit ver weg.

In die wereld van techniek en wetenschap, bracht Aldrin een andere bron, die eeuwig is. Op die plek waar de mens zich buiten de gebaande wegen begeeft, is Christus ook present. Het gebaar van Aldrin heeft niet de aanwezigheid van God gebracht, maar zijn aanwezigheid geopenbaard. In plaats van de maan te veroveren, voelde Aldrin zich te gast bij de Gastheer zelf. Hij voelde zich door God ontvangen. De eucharistie die hij op die manier vierde was daar het teken van. Als wij ons ergens begeven en op een nieuwe plek te gast zijn, is er ruimte om te ontvangen. Dan kunnen we ons leven zien als te gast bij de Heer zelf, die ons leven vrucht laat dragen. Sara en Abraham betoonden die gastvrijheid en ontdekten de Gastheer zelf en dat geeft leven. Mogen wij zo ook als kerk gastvrijheid verlenen aan mensen en op die manier de Gastheer zelf herkennen en zo nieuw leven ontvangen voor heel ons leven en voor heel de wereld. Amen.

Verkondiging 15e zondag door het jaar, 14 juli 2019

Lezingen
Deuteronomium 30, 10-14
Psalm 69
Kolossenzen 1, 15-20
Lucas 10, 25-37

Welkom
Welkom op deze zondag die een halte plaats is op onze reis. Wat brengt onze levensreis: of beter bij wie brengt onze levensreis ons? Welke ontmoetingen veranderen ons leven? Wie levert een onuitwisbare indruk op ons hart en onze geest? Jezus roept ons op om alle mogelijkheden open te houden en niet aan mensen en situaties voorbij te lopen. Je loopt het risico cruciale ontmoetingen mis te lopen die je leven kunnen vernieuwen. Het verhaal van de barmhartige Samaritaan dat alom bekend is, is een kritische vraag aan ons leven. Vragen we God ons te openen voor wie onze naaste is.

Homilie
De zomerperiode nodigt mensen uit om te genieten van het goede der aarde. De natuur is vriendelijker, er is meer licht, we hebben ook meer tijd. Deze periode betekent een uitnodiging om een paar weken anders in het leven te staan en oog te hebben voor andere mensen en zaken. Het is een periode die ons los wil maken van de gebruikelijke routine en verantwoordelijkheden. De aandacht die we hebben voor de wereld is in de ogen van Christus niet zomaar vrijheid en ontspanning. Het is met nieuwe ogen kijken naar onze wereld. Het lukt de priester en de leviet van de parabel van Jezus echter niet om met de ogen van hun hart te kijken. Zij realiseren zich niet de bevrijdende kracht van de wet van God. Zij blijven vast zitten in hun wetmatigheden. Er zijn twee wetten die het verhaal lijken te regeren totdat de Samaritaan ten tonele verschijnt.

Er is het recht van de sterkste: de arme sloeber die overvallen wordt, is onvoorzichtig geweest. Het gebied van de woestijn tussen Jeruzalem en Jericho was bekend vanwege het grote aantal overvallers dat er rondhing, belust op buit van kwetsbare reizigers. Het is een bochtige weg die vanaf de grote hoogte van de stad Jeruzalem leidt tot de diepe vallei, diep onder zeeniveau, van de stad Jericho en de Dode Zee. Deze afgang wordt inderdaad een neergang. De zwakke, eenzame man is slachtoffer van anderen die sterker zijn dan hij. Nog steeds zijn er in onze samenleving lieden die de rechtvaardigheid denken te kunnen manipuleren door macht en geld, door hooggeplaatste vriendjes. Het zijn mensen die menen hun straffen te ontlopen of anderen te kunnen intimideren. In onze moderne samenleving proberen we de wet van het recht van de sterkste te ontkrachten door een rechtssysteem en door een sociaal vangnet. Dat kan echter alleen door mensen gedragen worden die zich verantwoordelijk weten. De priester en de leviet menen dat het niet hun verantwoordelijkheid is en dat hun hoge roeping hen vrijstelt om in te grijpen. Daardoor geven ze feitelijk toe aan het recht van de sterkste.

De andere wet waartegen Jezus zijn parabel vertelt is het legalisme, het wetticisme. Het is de theorie die zegt dat de geschreven wet altijd nagevolgd moet worden. De priester en de leviet weten dat zij moeten voldoen aan zuiverheidsregels. Zij kunnen pas dienst doen in de tempel indien zij rein zijn. Zij zien de man liggen die misschien wel dood is: een dode is onrein en een aanraking met hem zou hen verhinderen dienst te doen in de tempel. Immers Gods-dienst vraagt toch om zuiverheid? Er is echter een hogere wet waar Mozes al van vertelt in zijn boek Deuteronomium. Het gehele boek staat in het teken van de vernieuwing van de relatie tussen God en zijn volk, tussen God en de mensen: dat verbond wordt in mensenharten geschreven. De kern is de wet die door God bij mensen als het ware ingefluisterd wordt en die boven alle menselijke wetten staat. Die wet hebben de priester en leviet het zwijgen opgelegd.

De Samaritaan belichaamt de wet van God. Dat is des te verwonderlijker omdat in de verhalen die aan deze parabel voorafgaan Jezus en zijn leerlingen door de Samaritanen negatief bejegend zijn. Weet u het nog: de Samaritanen wilden Jezus toch niet ontvangen? De apostelen riepen Jezus toch op om vuur over de Samaritanen te laten neerdalen? En nu vertelt Jezus deze parabel, waar een Samaritaan de wet van God belichaamt!

De wetmatigheid van de Samaritaan is die van Christus zelf. Christus zelf is de belichaming van de Wet van God. Het voorbeeld van de Samaritaan maakt duidelijk wie Jezus is. Paulus maakt dat duidelijk in zijn discussie met de Kolossenzen. Een moderne discussie: wie is Christus? In Hem wordt de wet van God duidelijk, dat is geen uiterlijke wet, maar het is het wezen van het mens zijn. Uiteindelijk wordt de Samaritaan meer mens door zijn ontmoeting met de man in de goot: die is immers zijn naaste. De Samaritaan die in actie komt – let op de vele werkwoorden in het verhaal – heeft zijn agenda aangepast omdat zijn hart door medelijden bewogen was. Dat is een avontuur omdat het zijn route en zijn levensweg verandert. Dat is de Christus die in actie is gekomen om de mensheid te redden. Durven wij in zijn voetsporen te treden? De wet die in ons hart is gegrift moeten we steeds herontdekken en niet het zwijgen opleggen door wat de wereld met haar routine van wetmatigheden steeds van ons vraagt. Misschien leidt deze periode van bezinning wel tot nieuwe keuzes en nieuwe wegen. Laten we Christus in deze bezinning voor ogen houden. Amen.

Verkondiging 13e zondag door het jaar, 30 juni 2019

Lezingen
1 Koningen 19, 16b.19-21
Psalm 16
Galaten 5, 1,13-18
Lucas 9, 51-62

Welkom
De zomertijd komt er aan. We zoeken verkoeling, maar ook verkoeling voor onze Geest. We zoeken ook momenten van bezinning. We horen vandaag hoe beslissingen genomen worden die grote gevolgen hebben, ook voor anderen: de profeet Elia kiest een opvolger en Jezus neemt zijn leerlingen mee op de weg naar Jeruzalem. U weet wat dat betekent en waar dat eindigt. Het besluit wordt genomen door mensen die Hem wel willen volgen, maar er met hun hart nog niet helemaal bij zijn. We willen zelf ook antwoord geven op de vraag van Jezus: “volg Mij’. Op welke manier geven we aan die roeping gestalte? Laten we het stil maken in ons hart en ons openstellen voor Gods aanwezigheid opdat we ruimte kunnen maken voor onze naaste.

Homilie
Veel pelgrims die in de Jacobuskerk een zegen komen halen, bekennen dat zij weinig meer naar de kerk gaan, maar ze hebben wel een richting in hun leven voor ogen. Die richting wordt bepaald door hun beslissing om een pelgrimage te gaan maken. In de Jacobus zijn dat meestal mensen die naar Santiago de Compostella gaan. Maar er zijn talloze andere bedevaartplaatsen: Maria van Eijk en Duinen is de meest nabije pelgrimsplaats, maar Jeruzalem en Rome spreken meer tot de verbeelding en we kennen de Mariaplaatsen Lourdes, Fatima en Banneux. Volgende week kunnen we naar Brielle. Maar er zijn er nog zoveel meer plaatsen, bekend en onbekend. De richting van de pelgrimage helpt pelgrims om een richting in hun leven te vinden, een richting om weer ruimte voor God te maken in het dagelijkse leven. God staat niet naast ons leven, maar bevindt zich in het hart van ons bestaan. Ik ben daarom altijd weer blij om deze pelgrims te ontmoeten, omdat ze ons allemaal herinneren dat stilstand in ons leven niet bij het evangelie past. Ook in het evangelie betekent standstand achteruitgang.

De hele kerk is op pelgrimage. Het is een thema van de Wereldraad van Kerken, maar het is ook een kernpunt van onze katholieke geloofspraktijk. Je zou ieder bezoek aan een kerk als een minipelgrimage kunnen beschouwen, geen routine omdat het er nu eenmaal bij hoort, maar een geestelijke ontmoeting. Je kunt je wekelijkse kerkbezoek ook in die richting vormgeven. Het knielen voor het tabernakel als je binnen komt, het ontsteken van een kaars bij je favoriete heilige of bij de Moeder Gods en een moment van stilte en gebed, het opschrijven van een intentie voor iemand die je dierbaar is of juist voor iemand die je helemaal niet kent en ook het maken van een kruisteken met wijwater zijn kleine hulpmiddelen om van een routine bezoek aan de kerk een minipelgrimage te maken.

De twee hoofdpersonen van vandaag in de eerste lezing en in de evangelielezing kiezen ook een richting in hun leven. Beiden kiezen een richting en dat heeft ook implicaties voor anderen, hun leerlingen, die met hun leraar meetrekken. In de eerste lezing kiest Elia de richting om een opvolger te kiezen. Hij kiest Elisa uit en de mantel die Elisa krijgt toegeworpen is symbool van de opdracht die Elia wil doorgeven aan zijn opvolger. Het is geen vanzelfsprekendheid: Elisa zit als ieder mens ook vast aan zijn relaties en zekerheden: wie kan die gemakkelijk loslaten? Maar er zijn keuzemomenten. Voor Elisa is dit er een en hij herkent het en in zijn handelingen maakt hij duidelijk dat er geen weg terug is: de ossen die het fundament van zijn werk zijn worden geslacht en geofferd. Het komt erop aan om die momenten te herkennen en aan te grijpen. Dat doet Elisa. Dat verandert zijn leven en zijn richting. Dit geeft ons de boodschap om ons geloof ook door te geven aan opvolgers.

Jezus kiest de weg naar Jeruzalem en hij neemt zijn leerlingen mee. Niet iedereen is enthousiast: de Samaritanen willen hem niet ontvangen. Die tegenwerking brengt Jezus niet af van zijn voornemen en van zijn roeping. Hij laat zich ook niet afleiden om zijn tegenstanders de les te lezen. Dat kan verleidelijk zijn: we gaan in de verdediging als anderen kritiek op ons hebben. Jezus laat de Samaritanen voor wat ze zijn en laat zich niet van de wijs brengen. Zo is het ook voor ons: we laten ons niet van de wijs brengen wanneer mensen ons willen afhouden van het doel van onze levenspelgrimage. Het doel Jeruzalem staat natuurlijk voor meer dan alleen een mooie stad met een indrukwekkende tempel. De stad staat voor het visioen dat de mens zijn bestemming heeft gevonden en in vrede leeft met de mensheid, met de schepping en met God. Laten ook wij dat levensdoel niet vergeten en laten we elkaar meenemen op deze weg, zoals Jezus zijn leerlingen meenam, nemen wij elkaar mee. Amen.