LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 17 april 2014, Witte Donderdag

Lezingen
Exodus 12, 1-14
Psalm 116
1 Korinthiërs 11, 23-26
Johannes 13, 1-15

Welkom
bij deze bijzondere avond. Het Pasen van de Heer is begonnen. God komt ons het meest dichtbij in het lijden en sterven van zijn Zoon. Dat lijden neemt vanavond een aanvang aan de tafel waar niets gewoon is. Het wordt een avond die anders is dan alle anderen: de vriendschap en de trouw van de leerlingen kraken aan alle kanten, het pesachmaal dat de leerlingen vieren krijgt een ander karakter doordat de schaduw van Jezus’ dood dreigend over de tafel hangt, de Meester Jezus gaat bij al zijn vrienden langs en wast hun de voeten, een feestelijke maaltijd wordt een bedrukte afscheidsmaaltijd met dreiging van verraad en verloochening.

Toch is het feest omdat de Heer juist nu een teken geeft waarin Hij ons nooit verlaat. De eucharistie en het priesterschap zijn geschenken van Christus aan de kerk zodat we altijd zijn aanwezigheid kunnen vieren. Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen. Hij heeft zijn leven gegeven en tot in onze dagen geven mensen hun leven voor hun geloof, voor hun overtuiging, zoals pater van der Lugt en vele anderen die niet zo bekend zijn. Hun levensoffer zal vruchten dragen door het levensoffer van Christus dat we vanavond vieren. Laten we in moeilijke tijden beseffen dat God trouw blijft.

Homilie
Eigenlijk is Petrus degene die de gegeneerdheid van de andere leerlingen onder woorden brengt. Petrus vertolkt wel vaker de gedachten van de apostelen en dat is deze avond niet anders: “Wat gaat je nu doen, Jezus? Het is slavenwerk, laag bij de gronds, smerig, onrein.” Het moet niet gekker worden: dat minderwaardige werk is toch niet voor Hem!

Jezus laat de consequenties van zijn prediking zien. Het is de uitleg van de evangelist Johannes voor de eucharistie: God, die oneindig groot en liefdevol is, die de Schepper van het heelal is, wil als dienaar onder mensen zijn. Het doel van die nederigheid van God is de vriendschap met de mens te herstellen. De mens die zo vaak zichzelf genoeg vindt, kan op zichzelf zelf niet overeind blijven, maar zoekt naar vriendschap en ware liefde die blijvend zijn, die eeuwig zijn, die zijn leven kunnen dragen en herstellen en genezen.

De ontlediging van God, deze kenosis, dit neerdalen van Gods Woord heeft al in de schoot van Maria zijn aanvang en krijgt hier een nieuwe dimensie. Gods Woord dat vlees geworden is, mens in Jezus Christus, wordt nu een gebaar: knielen op de grond en het stof van voeten afwassen. Er is geen enkel werk voor God te nederig, het is immers uit liefde gedaan. Zo gaat God ons voor op de weg van de dienstbaarheid. Het is hier geen toneelstukje of een stukje slimme communicatie en strategie. God die op de knieën gaat, doet de mens ook zijn roeping ontdekken. De mens die zijn roeping ontdekt door zelf ook op de knieën te gaan, brengt Gods aanwezigheid en kan teken van Gods liefde zijn. Dat is de priester die de voeten van zijn parochianen wast, dat is de paus die de voeten van gehandicapten wast, dat is de gelovige die dienstbaar in gebed en daden is, dat is de mens die zich voor zijn naaste wegcijfert, als mantelzorger of als vrijwilliger of als professionele zorgverlener, bekend of onbekend. Daar is God aanwezig: Ubi caritas, ibi Deus est. Laten we beseffen dat iedere keer als wij letterlijk of figuurlijk door de knieën gaan Gods liefde kunnen brengen. Wij zijn het niet zelf die dit doen, het is Gods geest die dan zijn werk kan doen. Laten we ruimte maken voor die Geest in ons midden.

Amen