LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging Goede Vrijdag, 18 april 2014

Lezingen
Jesaja 52, 13-53, 12
Psalm 101
Hebreeën 4, 14-16 + 5, 7-9
Johannes 18, 1-19, 42

Het lijden is de oefenschool van de liefde. Een mens kiest er niet voor om te lijden, maar hij komt het lijden wel tegen op zijn of haar weg. Het lijden heeft veel vormen en gradaties. Geen mens kan het ontwijken, in sterkere of zwakkere mate breekt het in je leven in. Het lijden komt op momenten en manieren die we niet voor het kiezen hebben.

De lijdende dienaar die in Jesaja 53 verkondigd wordt, is teken van zijn volk dat het lijden moet dragen. Alles is het volk ontnomen: de tempel is verwoest, het land is kaalgeplukt, de Joden hebben hun huizen moeten verlaten. Ja zelfs hun identiteit staat onder druk: hun geloof heeft niet meer de betekenis en de kracht die het in het aloude Israël had, toen alles nog mooi en goed was. In de goede oude tijd was alles helder en duidelijk. Dat lijkt nu voorbij.

Ook in de tijd van Jezus staat het geloof onder druk: letterknechten en Romeinse invloeden verduisteren het zicht op de kern van het geloof van Israël. Die kern is een liefdevolle God die zijn verbond gestand zal doen, een God die van zijn volk houdt. Heeft God dit volk, dat in nood is, misschien vergeten?

God is echter naar ons toegekomen. In het geschonden gelaat van Jezus laat Hij ons zijn gezicht zien. Dat is niet voor iedereen een herkenbaar gezicht. Wat voor nut heeft het dat God in Christus dit lijden deelt? Kan God het lijden niet beter wegnemen in plaats van het te delen? Helpt de wetenschap dat God lijdt ons eigenlijk wel in het lijden?

Er is er geen helder antwoord op de vraag naar het waarom van het lijden. Er zijn wel antwoorden op de vraag wat de mens in de aanblik van dit lijden kan doen: de mens kan ontwijken, hij kan vluchten, hij kan verraden en verloochenen. De mens kan ook onder het kruis gaan staan. Dat doet de geliefde leerling. Deze leerling vergezelt de moeder van Jezus en blijft ook in de aanblik van het lijden trouw. Hij keert zich niet af. Hij vlucht niet. Integendeel, hij spreekt zijn zorg uit voor de moeder die haar Kind verliest. Het is treffend dat er geen naam bij staat. Daar staat slechts: “de geliefde leerling”: is het de evangelist Johannes? Is het Lazarus zoals sommigen misschien beweren? Dat is allemaal niet erg interessant.

De vraag is: als ik onder het kruis zou staan, wat zouden mijn woorden zijn, wat is dan mijn gebed, wat is dan mijn geloof? De leerling ontvangt de moeder van Jezus in zijn huis. Als Maria symbool staat voor de kerk, wordt hier de kiem gelegd voor de kerk die met Pinksteren geboren wordt. De kerk wordt geboren uit de ervaring van het lijden van de mens. De kerk wordt gevormd door de mensen die onder het kruis van Christus durven staan, die nabij willen blijven wanneer het kruis in het leven van mensen zichtbaar wordt.

In de afgelopen veertig dagen hebben we daarin kunnen oefenen, oefenen in barmhartigheid. We hebben ons op de werken van barmhartigheid bezonnen, de actie voor de voedselbank en voor Sierra Leone geld verzameld in de schaduw van het kruis van Jezus. Dat is ons antwoord in de aanblik van het kruis. Dat is de manier waarop we Hem willen navolgen op weg naar Pasen, delen in het lijden van anderen opdat er ruimte voor nieuw leven komt.

Dat is de hoop die ons gaande houdt, dat is ons geloof dat ons zal redden, dat is de liefde die ons met elkaar en met Christus verbindt.

Amen