LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 17e zondag door het jaar, 27 juli 2014

Lezingen
1 Koningen 3, 5.7-12
Psalm 119
Romeinen 8, 28-30
Mattheüs 13, 44-52

Woord van welkom
Een zomerse bezinning op ons leven levert dit jaar met de vele ongelukken en rampen en oorlogen, waar we getuige van zijn, vooral een bewustzijn van onze kwetsbaarheid op. Kunnen we verdragen dat wij mensen zo kwetsbaar zijn? Is er dan niets wat blijft? Mensen zijn kwetsbaar en dan nog gaan ze elkaar zo te lijf. Er is geen respect voor menselijk leven; met moeite werd het respect voor de lichamen van slachtoffers afgedwongen in een wereld die liever de taal van macht en geld spreekt.

Af en toe breekt bij mensen door dat het ook anders kan. De afgelopen week hebben we dat kunnen zien en meemaken. De kerken hebben laten zien wat ze de mensen te bieden hebben in stilte, gebed, in rituelen, in de kracht van het gezamenlijk gebed.

Vandaag reikt Jezus ons een bezinning aan op het koninkrijk: in de kwetsbaarheid van ons leven is een kiem gezaaid door God die niet voorbij gaat en die eeuwig leven geeft. Laten we niet voorbij leven aan dat koninkrijk, maar laten we dat wat God geeft als fundament voor ons hele bestaan gebruiken. Vragen we God om vergeving voor die keren dat we niet vanuit ons doopsel leefden.

Homilie
Het hele land viel stil, enkele snelwegen waren afgesloten. Klokken luidden, inclusief de grote klok van Delft, de Bourdon. Waar zij ook waren, namen mensen stilte in acht als groet aan de eerste gestorvenen die in Nederland thuisgebracht werden na de ramp met het vliegtuig. In deze stilte konden mensen troost vinden voor verdriet dat geen woorden kent. De mens neemt dan zijn toevlucht tot buitengewone manieren om het verdriet te verwerken.

In de kerkelijke oecumenische gebedsdienst afgelopen woensdag, de dag van nationale rouw, boden de kerken letterlijk en geestelijk de ruimte voor het verdriet van alle mensen. Het was geen gebedsdienst voor de eigen gelovigen, niet alleen een dienst voor de nabestaanden, een samenkomen voor allen die geraakt zijn door dit gebeuren met het vliegtuig dat zo wreed uit de lucht geschoten werd. Even was de kerk bedoeld als huiskamer van Nederland waar het verdriet gedeeld kon werden. Niet alleen in Amersfoort, ook elders werden kerkdiensten gehouden en werden kerken opengezet voor bezinning en gebed.

In de ruimte van de gebedsviering werd ook gezocht naar woorden van bezinning omdat we als christenen beseffen dat onze God ons nooit loslaat en dat we altijd in Hem geborgen zijn. De Bijbeltekst die afgelopen woensdag door onze bisschop werd voorgelezen en die toegelicht werd door ds van de Kamp is een krachtige tekst: geen enkele tegenslag, geen enkel leed kan ons de liefde van God afnemen. Die liefde is immers sterker dan dit alles.

We beseffen heel goed dat deze ramp slechts één van de vele rampen is die de mensheid treffen. We zouden iedere dag wel een moment van rouw kunnen houden voor alle slachtoffers van rampen en van wat mensen elkaar aandoen. De honderden doden in Gaza en Israël zijn een pijnlijk voorbeeld van menselijke koppigheid die gewelddadig en dodelijk is.

Het geweld is in alle mensen uitgezaaid en als we niet uitkijken neemt dit onkruid bezit van ons leven. Het is verleidelijk te denken, dat de mens nu eenmaal een gewelddadig wezen is en geroepen tot het kwade. Er zijn ook heel veel aanwijzingen om te denken dat dit inderdaad zo is.

In het gebed aan het begin van zijn koningschap bidt Salomo dat hij verschoond mag blijven van de gebruikelijke koninklijke voorkeur voor macht en geld en dat hij met zijn koningschap een nieuwe start kan maken, een koningschap dat de toon kan zetten voor een nieuwe wereld. In die zin laat Salomo zien dat het anders kan, dat een regeringsleider zich niet hoeft neer te leggen bij de wetmatigheden van zijn tijd en zijn omgeving. Het is mogelijk een wegbereider te zijn van Gods gerechtigheid, zelfs tegen de verdrukking in. Salomo heeft de verwachtingen niet waargemaakt, maar de herinnering aan zijn hoopvolle start is nooit vervlogen en wordt bewaard in de Bijbelse traditie als inspiratiebron voor ons en als het goed is voor onze leiders van nu.

Het koninkrijk dat Jezus predikt gaat ook over die wereld waar de nieuwe, jonge koning Salomo van getuigt: een wereld die in ieders handbereik ligt, al vraagt dit wel wat van de mens. Drie stappen houdt Jezus ons voor in dit gedeelte van zijn zogenoemde parabelrede, de derde toespraak in het Evangelie van Mattheüs.

Op dit eerste plaats is nodig dat de mens op zoek gaat naar het verborgene, dat hij verder kijkt dan de oppervlakkige buitenkant, verder dan de simpele categorieën, dat hij zich niet laat meeslepen door de versimpelende schema’s waarbij de één alleen goed is en de ander alleen slecht, maar dat hij op zoek gaat naar de binnenkant van de mens en naar de verborgen aanwezigheid van God. De visvangst waar Jezus vandaag van spreekt, borduurt voort op het thema van de afgelopen weken, dat het lastig is voor de mens om zelf te beoordelen wat echt goed is en wat totaal slecht. We moeten een voorbehoud maken en aan God het definitieve oordeel laten. Kunnen we verdragen dat ons oordeel slechts voorlopig is en gebrekkig en dat we elkaar altijd met prudentie en broederlijke liefde moeten benaderen?

Ten derde spreekt Jezus ons aan op ons begrip. Begrijpen we zijn woorden? Dragen we ze mee in ons hart, zijn ze werkelijk de bron van ons denken, spreken en handelen en spreken? Als we ja zeggen, dan zijn we geroepen van die rijkdom uit te delen. We hebben er niets aan als we erover zwijgen. Met die drie stappen die Jezus ons voorhoudt, hebben we de wereld veel te bieden. Moge het ons gegeven zijn om met prudentie en bescheidenheid daarvan uit te delen aan wie zoekt en wie dat nodig heeft. Dan komt Gods koninkrijk dichtbij!

Amen.