LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 22e zondag door het jaar, 1 september 2019

Lezingen
Jesus Sirach 66, 18-21
Psalm 102
Hebreeën 12, 18-19.22-24a
Lucas 14, 1.7-14

Welkom
Een keuze om op zondagochtend naar de kerk te gaan houdt al een zekere mate van bescheidenheid in. We maken immers ruimte voor de ander, zowel voor de andere gelovige die we ontmoeten tijdens en na de viering, maar ook voor de Ander die ons voedt met zijn woord en zijn aanwezigheid in Christus. We verleggen het accent van ons leven naar het leven van en met de ander. Wij willen niet alleen door het leven gaan, slechts vergezeld door het beperkte clubje van onze familie en vrienden. We openen ons voor de aanwezigheid van God en voor zijn wereld. We zoeken onze grote familie op, de familia Dei, En we beseffen dat het de ene Vader is die ons samenbrengt in deze eucharistie, deze mysterievolle aanwezigheid van Christus.

Homilie
Armoede kan een mens kleineren en beschadigen. Armoede is juist in een rijke samenleving als de onze pijnlijk en verdrietig, omdat we het eigenlijk niet begrijpen. Hoe kan het voorkomen, dat er arme mensen zijn in Nederland? Maar die vraag verraadt een naïef en te rooskleurig beeld van ons keurig aangeharkte Nederland. In mijn pastoraat, in de ervaringen van onze charitatieve instellingen in de stad zie ik de andere kant van Nederland. En ik ben blij met een groot aantal vrijwilligers die onze inzet voor die mensen mee dragen. In die kant van Nederland die voor velen verborgen is, is de spanning groot.

Hoe komt het dat gemiddeld vijf keer per dag in ons land iemand een einde aan zijn/haar leven maakt? Waar komt de stress onder de jongeren vandaan? Zij vormen toch een generatie van wie je zou verwachten dat ze eerder zorgeloos en optimistisch aan hun toekomst beginnen. Uit onderzoeken die deze week gepubliceerd werden, blijkt dat deze generatie verwaarloosd wordt. Eenzaamheid en gebrek aan zingeving zijn problemen waar mensen niet gemakkelijk over spreken. Wie dat durft te erkennen, geeft toe dat hij/zij het leven zelf niet aan kan. Wat is daar eigenlijk mis mee? Is hulp vragen dan zo slecht? Ben je dan mislukt? Worden mensen met zo’n benadering niet op een verkeerd spoor gezet? Mensen worden opgeroepen om zelfstandig hun plek in de samenleving in te nemen en er vooral naar te streven vooraan te zitten en succesvol te zijn. Zonder succes geen leven! En aangezien niemand je vooraan zet, ben je op jezelf aangewezen. En in deze maakbare samenleving heb je alles aan jezelf te danken; als het niet lukt dan ben je als snel mislukt.

Toch houdt Jezus een ander scenario voor. Vergelijk de bruiloft waar Jezus in het evangelie van deze zondag van spreekt met de samenleving van vandaag, waar iedereen een plekje wil veroveren. Als je op die manier vooraan wilt zitten aan de tafel van de economie en van de samenleving, zul je bedrogen uitkomen, zegt Jezus. Dat geldt voor individuen, maar ook voor organisaties zoals de kerk. Als de kerk vooraan wil zitten, dan zal ze een toontje lager moeten zingen. Ook de kerk als geloofsgemeenschap is geroepen om te luisteren naar de aansporing van Jezus. Dat betekent niet we dat we als christenen in een hoekje moeten zitten en afwachten tot er iemand naar ons toe komt. Zoals ds Röselaers van de Remonstranten deze zaterdag in de NRC uitspreekt: we hebben als kerkgemeenschap veel te bieden aan mensen om een fundament te leggen onder hun dagelijkse bestaan. Waar psychologen en seculiere guru’s geen antwoorden hebben, kunnen de kerken andere wegen wijzen. Maar als wij zwijgend in een hoek blijven zitten, zal geen mens die boodschap horen. Jezus zendt ons de wereld in als sprekende mensen. De kerk zal niet meer spreken vanuit een machtspositie, maar vanuit dienstbaarheid. Die dienstbaarheid vraagt een groot engagement, zowel van kerkleiders, predikanten, bisschoppen en pastores, maar zeker ook van kerkleden, parochianen. We hebben elkaar daarbij nodig: zonder kerkgemeenschap christen zijn gaat nu eenmaal niet.

Terug naar de individuele houding van christenen: wat betekent het om nederig te zijn? Een simpele oproep tot nederigheid past niet bij het moderne levensgevoel en de samenleving waarin we leven of overleven. Een al te grote bescheidenheid maakt mensen kwetsbaar en klein en dat helpt niet bij hun persoonlijke ontwikkeling. Zou Jezus dan tegen die ontwikkeling zijn? We kunnen te rade gaan bij C.S. Lewis zoals hij deze tekst uitlegt: het betekent niet dat we minder moeten denken van onszelf, maar dat we minder vaak aan onszelf moeten denken: ”not thinking less of yourself but thinking of yourself less”. Het gaat om ruimte: ruimte voor de ander, ruimte ook voor de uitnodiging. In plaats van door eigen verdienste een plaats te veroveren, wordt die ruimte ons geschonken. Voor een bruiloft word je uitgenodigd, je gaat daar niet zelf vooraan zitten. In het leven zijn wij ook uitgenodigd. Kunnen wij steeds die uitnodiging verstaan, een uitnodiging tot leven, tot geluk, tot een samen-leven, tot gedeeld geluk? Kunnen we ons geloven ook zo uitleggen als een uitnodiging om het leven en onze wereld te delen met hen die we ontmoeten, met hen die ook uitgenodigd zijn om aan te zitten aan de bruiloft? In het huis van de bruiloft is ruimte voor velen, wie goed rondkijkt, ziet dat mensen allerlei mogelijkheden hebben om zich te ontplooien. Wanneer we die fascinatie hebben voor de mens naast ons die ook uitgenodigd is voor dezelfde bruiloft van het leven, en wanneer we diens rijkdom zien, zal het leven een rijke ontmoeting zijn. Ik wens u een rijke ontmoeting toe! Amen.

Verkondiging 21e zondag door het jaar, 25 augustus 2019

Lezingen
Jesaja 66, 18-21
Psalm 117
Hebreeën 12, 5-7.11-13
Lucas 13, 22-30

Welkom
Vandaag wordt het Koninkrijk vergeleken met een deur waarvan je niet weet of die open gaat. Dat lijkt erg ongastvrij, maar het maakt duidelijk dat voor Jezus het Koninkrijk niet een beloning voor goed gedrag is, maar een geschenk aan mensen die vanuit diezelfde houding leven. Mensen die zelf als een open deur zijn, zullen op hun beurt een open deur ervaren wanneer zij op anderen en op God een beroep doen, maar iemand met een gesloten hart, staat voor een gesloten deur.

We denken dat we een open samenleving zijn, maar we houden blijkbaar vele deuren gesloten zodat vele mensen op straat moeten leven. Deze week werd duidelijk wat we in Den Haag al wisten: het aantal daklozen neemt hand over hand toe. Hoe open is onze samenleving? Christus nodigt ons hier uit om samen te zijn en aan deze tafel te komen. Laten we in ons hart en ons gebed al die mensen meenemen die geen dak boven hun hoofd hebben.

Homilie
Wie voor een gesloten deur staat, kan in paniek raken. Het is middernacht, je bent je sleutel kwijt en niemand is bereikbaar die je binnen kunt laten. Ook al is het je eigen huis: niemand laat je binnen en je moet buiten in de regen blijven staan! Het is een rampscenario dat nog erger wordt naarmate de omstandigheden dramatischer worden. Het kan je bijvoorbeeld overkomen in een vreemde stad met slecht weer, in een akelige achterbuurt waar je de eerste verdachte types al op je af ziet komen.

De gesloten deur waar Jezus van spreekt, is nog dramatischer omdat het de Laatste Deur betreft, ofwel de overgang naar eeuwig geluk, de toegang tot het Koninkrijk. Dat is het beeld van een eeuwige toestand van vrede en rust, een eeuwige verbondenheid met God. Als je die deur niet binnenkomt, blijf je voor eeuwig buiten. Wat bezielt Jezus om zo streng over een gesloten deur te spreken, terwijl we Hem eerder zien als een begripvolle Goede Herder die allen in zijn schaapstal verwelkomt? Hoe kunnen we deze twee beelden van Jezus met elkaar rijmen? De deur waar Jezus van spreekt is volgens mij niet een deur waarvan God naar believen de sleutel hanteert. Het is geen deur van de beloning voor goed gedrag. Volgens mij heeft deze deur een andere betekenis. Het is een deur die ons eigen hart weerspiegelt. Volgens de kerkvaders is deze deur de toegangsdeur tot dat kleine, verborgen deel van ons hart waar we ons eigen persoonlijk geweten ontmoeten. Het geweten is die kern van onze persoon waar we weten hoe oprecht of hoe onoprecht we zijn. We houden die deur meestal dicht omdat we onszelf niet de echte kritische vragen stellen naar de motieven van ons leven. Het is een kleine, smalle deur omdat we die toegang niet gemakkelijk nemen en deze vragen vaak achterwege laten. We zijn niet zo kritisch op onszelf.

Volgens Teresa van Avila is dit de kern van de innerlijke burcht waar een mens voor God staat. Deze God kijkt de mens liefdevol aan. Door zijn aanwezigheid confronteert Hij de mens met het Goede, het Ware en het Schone. De mens vraagt zich daardoor af of zijn/haar leven voldoende deze klassieke drie weerspiegelt. Zo ondervraagt God de mens of de deur van zijn eigen hart werkelijk open staat, maar er speelt ook een andere deur. Onze samenleving blijkt een wereld te zijn van vele gesloten deuren. Het bericht deze week dat het aantal daklozen de laatste tien jaar verdubbeld is, bijna verdrievoudigd, staat niet op zichzelf. Er is een groeiend onderscheid tussen mensen die of voor open of voor gesloten deuren staan. Terwijl de deuren van de welvaart voor een grote groep mensen wagenwijd open staan, zijn er andere deuren die potdicht zitten. Als we denken dat alle deuren in onze samenleving open staan, deuren van gastvrijheid, hulpverlening, gezondheidszorg, onderwijs et cetera, komen we bedrogen uit. Het valt erg tegen, zo blijkt als we kritisch kijken: gesloten deuren van bureaucratie, van tekorten aan personeel, van tekorten aan middelen, tekort in sense of urgency.

Als Raad van Kerken van Den Haag hadden we al besloten dit onderwerp ter sprake te brengen met de burgemeester, voordat het de wereld in kwam. Onze eigen stichting Straatpastoraat had al aan de bel getrokken: ook in onze stad is het zichtbaar dat meer mensen op straat verkeren. Onoplosbare woonproblemen en schuldenproblematiek zijn de wortel van deze problemen. Een oplossing vanaf de preekstoel aanreiken, lijkt me niet mogelijk, maar de aansporing van Jezus is om onze eigen deur open te houden opdat we de ander zien, zien met ogen van mededogen, ogen van gebed, gastvrijheid en vrijgevigheid. Het visioen van Jesaja kan ons bemoedigen: onze wereld moet niet een samenleving zijn van uitverkorenen en geprivilegieerden. Het visioen vertelt dat allen een plek krijgen in Gods wereld. Daartoe is het wel nodig dat ook wij ons hart open zetten. Laten wij dus ons hart openen in gebed, gastvrijheid en vrijgevigheid jegens mensen die in nood verkeren. De parabel van Jezus nodigt ons daartoe uit: als onze deur van ons hart open staat, zullen we ook Gods deur open aantreffen. Amen.

Verkondiging 20e zondag door het jaar, 18 augustus 2019

Lezingen
Jeremia 38, 4-6.8-10
Psalm 40
Hebreeën 12, 1-4
Lucas 12, 49-53

Welkom
In deze zomertijd die we kunnen gebruiken als een herstart, ook voor ons geloof, vuurt Jezus ons aan om niet te snel tevreden te zijn met de resultaten van ons leven en ons geloven. De keuzes die we maken, mogen ook zulke duidelijke gevolgen hebben dat de sporen die zij bij ons nalaten, daadwerkelijk anderen tot nadenken stemmen. Niet iedereen zal ermee instemmen en ons navolgen, maar dat is ook niet noodzakelijk. Diezelfde ervaring heeft Jezus immers ook gehad: sommige leerlingen konden zijn weg uiteindelijk niet volgen en zijn afgehaakt. Dat heeft bij Jezus niet geleid tot een soepeler houding of tot compromissen in zijn boodschap. Zijn levensgave was volkomen, radicaal, totaal. Dat vuur kan ook bij ons louterend werken. Hoe zit het met ons vuur?

Homilie
De functie van vuur is veelzijdig. Vuur is vernietigend en beschadigend. Wie ooit een brand thuis heeft meegemaakt, weet hoe bedreigend vuur kan zijn. Berichten over brand in bedrijven of in huizen halen meestal de voorpagina’s. We doen er alles aan om het ontstaan van vuur te voorkomen en nemen alle voorzorgsmaatregelen opdat een vuur in de kiem gesmoord wordt. Anderzijds weten we ook dat vuur reinigt en soms in de natuur een functie heeft om de aarde weer vruchtbaar te maken: de as van verbrande planten en gewassen maakt de aarde ook weer rijp om met vernieuwde kracht en vruchtbaarheid gewassen te laten gedijen. Het wordt ook door agrariërs in tropische gebieden met wisseloogsten toegepast om hun nieuwe kostgronden vruchtbaar te maken.

Het vuur verwijst in de Bijbel soms naar de scheppende kracht van God die de schepping wil vernieuwen. In andere gevallen is het vuur symbool van vernietigende krachten, maar ook wordt het genoemd als teken van Gods boosheid. Daar gebruikt God het vuur als een beeld om zijn ongenoegen met de mensen kenbaar te maken. In een aantal teksten is vuur het beeld van de straf die mensen kunnen oplopen waanneer zij in hun leven niet naar de opdracht van God hebben geleefd. Aan de andere kant wordt de liefde van God vergeleken met verterend vuur. Dat is een teken van de dubbele kant van Gods liefde: als je erin kunt delen is de kracht onbegrensd, maar wie erbuiten staat, zal ongelooflijk veel te kort komen! Het begrip vuur is dus dubbelzinnig: het is beangstigend, maar ook fascinerend. Het is vernietigend, maar ook zuiverend. We kunnen zowel de kracht van de liefde vergelijken met vuur, maar ook de kracht van haat en boosheid.

De tekst die de woorden van Jezus inleidt, is het verhaal van Jeremia in het Oude Testament die zijn scherpe profetische woorden moet bekopen met vervolging: hij wordt in een put geworpen en dat kan tot de dood leiden. Zijn woorden hebben maatschappelijke gevolgen. Gelukkig wordt hij nu gered, maar dat betekent niet dat de woorden van Jeremia zomaar waardering oogsten, integendeel.

De woorden van Jezus in het evangelie, die we zojuist hoorden, hebben in de loop van de eeuwen veel indruk op de christenen gemaakt. Vooral in tijden van vervolging hebben de leerlingen zich gerealiseerd dat deze woorden werkelijkheid geworden zijn. De keuze voor het geloof is niet vrijblijvend: wie in de zomer oude kerken en musea bezoekt, verneemt veel over martelaren die in de vroege tijd van het christendom hun leven hebben gegeven voor het ideaal van de liefde van God. Dit staat in schrille tegenstelling tot de boodschap van liefde die Christus ons heeft nagelaten, die in sommige perioden in bloed en geweld wordt gesmoord. Juist vanwege die ervaring heeft de vroege gemeenschap van de kerk deze woorden van Jezus bewaard en gekoesterd als een waarschuwing en een bemoediging. Als jou gevraagd wordt om een getuigenis van je geloof te geven onder de dreiging van geweld, weet dan dat Jezus dat al heeft voorspeld en dat Hij dus dat levensoffer van je ziet.

In onze tijd is het geweld tegen christenen weer opgelaaid. De berichten over vervolgingen van christenen in andere landen zijn talrijk geworden. Ook andere religies lijden eronder, maar christenen het meest. Het woord van Jezus is dus uitermate actueel. Laten we de vraag van Jezus naar onszelf toe halen. Wij worden hier niet vervolgd en we zijn vrij om op zondagochtend naar de kerk te gaan: wat betekent ons geloven voor ons? Brandt het vuur van deze overtuiging in een wereld die door God aan ons is toevertrouwd en waartoe Jezus Christus ons in het evangelie een voorbeeld geeft van menslievendheid en vergeving? Hoort ons geloof tot het hart van ons bestaan of is het slechts franje van routine en gewoonte? Durven we de confrontatie aan met anderen die dit geloof niet delen? Als het geloof geen tegenspraak meer oproept, is het misschien weinigzeggend geworden. Natuurlijk weten we dat ons geloof over dialoog gaat en niet over confrontatie, maar ons geloven vraagt wel een uitgangspositie voor de situatie waarin wij vandaag leven, het gaat om onze tijd en om onze wereld. Die uitdaging legt Jezus ons voor. Laat ons geloven een vurige bron van enthousiasme voor mensen en de samenleving zijn. Dan zal dat geloven ook een inspiratiebron voor anderen kunnen zijn. Amen.