LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 14 april 2019, Palm- en Passiezondag

Lezingen
Marcus 11, 1-10
Jesaja 50, 4-7
Psalm 22
Filippenzen 2, 6-11
Lucas 22, 14 – 23, 56

Intocht
We hebben ons verzameld op het kerkplein om getuige te zijn van wat er komen gaat. We zijn getuigen van de ondergang van een mens, zoals we in onze wereld getuigen zijn van velen die ten onder gaan. Wat dat betekent zullen we de komende dagen ten volle meemaken. Van getuigen in Bijbelse zin wordt meer gevraagd dan slechts registreren wat er gebeurd is. Ons wordt gevraagd om getuigenis af te leggen, te beseffen wat er hier op het spel staat. Ons wordt gevraagd om betekenis te geven aan de gebeurtenissen. Zien wij in de gebeurtenissen de reddende hand van God? Kunnen wij door ons getuigenis die reddende hand stem geven in onze wereld? Of laten we ons over aan de machten van het kwaad? Laten we met die gedachten de stad binnengaan met vreugde, maar ook met aandacht voor ons getuigenis.

Homilie
Er zijn veel omstanders bij het lijden van Jezus. Ieder heeft daar een eigen rol bij. Soms zijn die rollen ronduit beschamend, sommige zijn troostend. Pilatus is er, de politicus die de rechtvaardigheid opoffert aan zijn politieke strategieën en ambities. Het gaat hem om overleven en zodra hij merkt dat deze Jezus hem in de weg zit, maakt hij korte metten met hem.

De Farizeeën zijn er, die met hun zorg om de wet en de gehoorzaamheid van de mensen aan de overleveringen, niet toelaten dat er gesproken wordt over een God die zo vol liefde is, dat mensen op zijn barmhartigheid en vergeving mogen rekenen. Jezus die zo de ruimte geeft om zich te bekeren, haalt volgens hen de kracht uit de wetten. Weg ermee.

Er zijn omstanders die zwijgen: misschien de grote meerderheid? Zij verzetten zich niet als de meute roept om de kruisiging van deze onschuldige. De schreeuwers hebben de overhand: zij laten zich meeslepen door de populisten. Zij laten zich bang maken en geven zich over aan hun leiders en roepen om de dood van deze man die ze amper begrijpen.

De leerlingen zijn aanwezig op Johannes en de vrouwen na. Zij volgen Jezus naar zijn dood en willen hem troosten. De gebaren maken duidelijk dat de liefde en de onmacht beide even groot zijn. Zij laten zich echter niet weerhouden om de mens die ten ondergaat trouw te blijven. Wedden zij op het verkeerde paard? Die vraag houdt hen niet bezig: zij geloven in de rechtvaardigheid van Jezus en willen daar trouw aan blijven. Als zij hem zouden laten vallen, zouden zij zichzelf geweld aandoen.

Welke positie nemen wij in als anderen worden afgeschreven of in een hoek gezet? Dergelijke kruisigingen komen in onze samenleving niet meer voor, maar er worden er nog velen anderszins gekruisigd. Ook daar kunnen mensen wreed reageren door extra te veroordelen. Zij horen er niet meer bij. Dat kan in een vereniging of een club. Iemand heeft fouten gemaakt die publiekelijk bekend zijn. Hoe reageren we als iemand weer terug wil komen? Nemen we hem of haar weer liefdevol op voor een nieuwe kans? Vergeving is pijnlijk en moeilijk. Toch is dat de weg naar Pasen.

Gisteren heb ik de film Grace à Dieu gezien, over het seksueel misbruik in de kerk van Lyon. In de film worden mensen gevolgd, die een rol in dit verhaal spelen, de kardinaal en drie slachtoffers. Er wordt niet geoordeeld. Wel worden de gevolgen van de gebeurtenissen belicht. De slotvraag van de film is indringend: geloof je nog in God? Kunnen we in God geloven als dergelijke dingen gebeuren in de kerk en in de wereld? Kunnen we in God geloven als zijn dienaar, de Christus wordt gekruisigd? Kunnen we in God geloven in de aanblik van het lijden in deze wereld waar kinderen nog steeds worden uitgebuit en misbruikt, waar mensen slachtoffer zijn van oorlog en geweld, van natuurrampen en ziekten? We hebben minder antwoorden dan we vroeger dachten. Ons antwoord is onze keuze omdat we ondanks alles aan de kant van het goede staan, om te laten zien dat het goede dat er ook is in de kerk en in de samenleving, versterkt en uitgebouwd kan worden, We blijven aan de kant van het goede staan, dat bij de mens te vinden is. Dat geven we niet op, dat is de weg naar Pasen! We zullen deze week nog veel zien en horen. Bidden we de heilige Geest van de goede God om kracht en om wijsheid zodat we Christus nabij kunnen zijn en het juiste getuigenis geven in onze wereld van vandaag. Amen

Verkondiging 24 maart 2019, 3e zondag 40 dagen tijd

Lezingen
Exodus 3, 1-8a.13-15
Psalm 103
1 Corinthe 10, 1-6.10-12
Lucas 13,1-9

Welkom
In zijn gesprek noemt Jezus een ramp die in die periode zou zijn gebeurd. Ook in onze wereld heeft zich weer een ramp voltrokken: de tornado en overstromingen in Mozambique hebben talloze mensen getroffen. De beelden maken moedeloos. Natuurlijk speelt hier ook armoede een enorme rol. In tegenstelling tot Mozambique hebben wij ons land keurig kunnen inrichten en beschermen tegen dergelijke natuurrampen, ook al moeten wij niet denken dat het ons nooit kan overkomen.

Als we nadenken over het beeld van het lichaam: wanneer één lid lijdt, lijden allen mee. Zo voelen we ook het lijden in ons eigen hart, het lijden van Utrecht, van Mozambique, van Christchurch, maar er is nog veel meer: de honderden christenen die in Nigeria vermoord en afgeslacht zijn, opnieuw is er een priester vermoord in de centraal Afrikaanse republiek. Jezus stelt ons een vraag: hoe staat het met onze bekering? Zijn we toegewijd aan de naaste en daarmee aan God? Laten we met Mozes de woestijn intrekken om er God te ontmoeten. Het indrukwekkende bekeringsverhaal waarbij Mozes zich niet zomaar gewonnen geeft, is inspirerend.

Homilie
Ik weet niet of Mozes in deze fase van zijn leven een aangenaam mens was. Hij leefde met een geheim. Hij had zich verstopt en had als het ware een nieuwe identiteit aangenomen. Vluchteling uit Egypte, verscheurd tussen zijn Egyptische opvoeding en zijn Israëlitische herkomst. Hij heeft zich afgewend van de slavernij van zijn volk. Ze zoeken het zelf maar uit. Huisje, boompje, beestje in zijn nieuwe vaderland van Midjan. Mozes heeft zich aangepast, maar is eigenlijk zichzelf niet. Dat hield hij vast angstvallig verborgen voor de mensen om hem heen. Het afwenden van de ander lijkt een natuurlijke vanzelfsprekende houding die we met name gemakkelijk aannemen wanneer we collectief een standpunt innemen. Samen vinden we van alles van onze samenleving. Samen weten we van aanpakken. Beter gezegd: samen weten we hoe anderen de problemen van de wereld moeten aanpakken. Partijen en bewegingen hebben een duidelijke mening waar anderen zich achter scharen. “De anderen zijn schuldig.” Jezus verwijst naar de rol van wat wij ‘publieke opinie’ zouden noemen: in het bericht over de ramp die mensen van het leven heeft beroofd, wordt gesproken over schuldigen. De slachtoffers zullen zelf wel schuldig zijn.

Voor Jezus is dit een onvruchtbare houding die niet past bij zijn boodschap van het koninkrijk. Ieder mens wordt aangesproken op zijn/haar persoonlijke keuze en op een persoonlijk engagement jegens de ander. Niet de mening van alle anderen napraten, maar je goed informeren en dan zelf een mening vormen. Dat is een fundament van een bekering, een bekering die steeds weer opnieuw bevochten en vernieuwd moet worden. De veertigdagentijd is zo’n periode van weer opnieuw je engagement vernieuwen, op basis van de bronnen die ons worden aangereikt. De rampen die onze samenleving overkomen en die in de wereld zichtbaar zijn, bieden ons voortdurend de uitdaging om onze eigen overtuiging te testen en te kijken of onze naastenliefde en vrijgevigheid inderdaad opwegen tegen de rampen die anderen overkomen. Wat is onze reactie: de schuldigen aanwijzen of zelf de uitdaging aannemen van gebed en vrijgevigheid?

God trekt Mozes weg uit zijn vertrouwde wereld om hem te confronteren met zijn ooit uitgesproken engagement jegens Israël. “Mozes gaat vandaag ver in de woestijn” maar letterlijk staat er: hij gaat verder dan ver. Hij gaat achter de horizon. God daagt hem uit om zich te laten zien zoals hij is. Daar kan God hem ondervragen: “waar is je engagement gebleven?” Daar moet Mozes eerlijk zijn: zijn leven is doodgelopen. Hij heeft zijn roeping ontlopen. Hij heeft zich verstopt. Wanneer God zijn aanwezigheid doet gelden, komt ook de mens tevoorschijn en wordt zijn/haar roeping duidelijk.

De opdracht van de mens is niet om commentaar te hebben op wat de anderen moeten doen. Zoals de man uit de vergelijking van Jezus die oproept om de boom om te hakken. Ook in onze samenleving wordt opgeroepen om bomen om te hakken of weg te zetten of buiten te sluiten. Want die vreemde bomen zijn volgens velen de schuldigen van de rampen die ons treffen. Het zijn stemmen die veel aandacht hebben gekregen en een groot aandeel in onze politiek hebben gekregen, maar dat is niet de stem van het evangelie. Het zijn degenen die zich eigenaar wanen van de samenleving.

Maar degene die echt in de wijngaard werkt, de wijngaardenier, ziet het anders: het evangelie roept immers op bomen de kans te geven vrucht te dragen. Misschien is er meer voeding nodig, meer aandacht en zorg. Daar waar mensen die liefde en aandacht ontberen, zullen er ook geen goede vruchten zijn. De wijngaardeniers die de bomen kennen, sporen aan tot zorg en aandacht: dat zal vruchten opleveren waar we verder mee kunnen. Daar ligt de kern van onze overtuiging. Dat houden we overeind, ook in onrustige tijden als nu.

Als wij net als Mozes diep in de woestijn van ons leven treden, horen we weer het appèl dat de Heer aan ons gedaan heeft. Leeft die stem nog? Herkennen we de vele momenten in ons leven dat die stem klinkt in ons hart, in onze omgeving, in mensen om ons heen? Ook Paulus herinnert ons aan die opdracht om ons innerlijk te onderzoeken, opdat wij blijven staan, opdat wij trouw blijven en de kern van het geloof weer kunnen ontwaren en daar inspiratie uit putten en deze met anderen kunnen delen. Amen

Verkondiging 17 maart 2019, 2e zondag in de veertigdagentijd

Lezingen
Genesis 15, 5-12.17-18
Psalm 27
Filippenzen 3, 17 - 4,1
Lucas 9, 28b-36

Welkom
Deze zondag wordt ons een voorproeve van Pasen geboden, zonder dat we echt weten wat die betekent: Jezus in een verheerlijkte gedaante. Hoe moeten we dat ons voorstellen, terwijl de wereld weer opnieuw door een aanslag op gebedshuizen opgeschrikt is. Nu zijn het moskeeën, maar er zijn vele andere religieuze gebouwen aangevallen, kerken, tempels en moskeeën. Dit zijn plaatsen waar mensen samenkomen om de naam van de Eeuwige te eren en zich te laten inspireren om de naastenliefde kracht bij te zetten. Blijkbaar roepen deze heilige plekken agressie en boosheid op. De priester uit de centraal Afrikaanse republiek die bij ons te gast was en zelf ooggetuige was van een aanslag tijdens een eucharistieviering, waar 26 bezoekers omkwamen, vertelde dat de mensen onverminderd hun kracht vinden in hun geloven en in grotere getale naar de kerk komen. Vandaag geldt ons meeleven de moslimgemeenschap. We willen geen ruimte geven aan extremistische krachten die mensen uit elkaar drijven. Het visioen op de berg houdt ons gericht op het perspectief van Pasen.

Homilie
De transformatie waar de drie leerlingen getuige van zijn, is een onbegrijpelijk gebeuren. Vanouds wordt de link gelegd met het lijden van Christus en zijn opstanding. De transformatie raakt echter niet alleen Jezus, maar ook onszelf en onze wereld.

Deze transformatie heeft dus drie aspecten. Ten eerste Christus zelf: de leerlingen hebben Jezus leren kennen als rabbi, een leraar die zelfs wonderen verricht. Er is in Hem een kracht aanwezig die ook Nicodemus in het evangelie van Johannes verbaast. Hoe kan deze mens dergelijke krachten te weeg brengen? Die krachten hebben de leerlingen gefascineerd waardoor zij op zijn roepstem zijn ingegaan en Hem op zijn wegen zijn gevolgd. Een moeilijke weg omdat ze zijn woorden en gebaren niet altijd hebben begrepen. Dit leidde tot spanningen in de groep rondom Jezus die zelf regelmatig uitriep: “Hebben jullie het nu nog niet begrepen?” Dit visioen van Tabor is voor sommigen een verhaal dat pas na Pasen duidelijk werd. Daarom is dit geen letterlijk verslag, maar een beschrijving hoe de drie leerlingen terugkijken naar hun ervaringen met Jezus. Na Pasen hebben ze eindelijk begrepen welke werkelijkheid er in hem verscholen was. God zelf heeft zich geopenbaard in deze mens Jezus, die Gods Zoon blijkt te zijn. Dit visioen is niet voor iedereen bestemd, maar alleen voor degenen die hem ook in zijn lijden nabij zijn geweest: de drie leerlingen waren dicht bij Jezus in de hof van Gethsemane. De achterliggende gedachte is: pas wanneer je Christus in zijn lijden nabij bent geweest, kun je de werkelijke betekenis van zijn goddelijke krachten vatten.

Dan komen we vanzelf op de tweede transformatie: die van de leerlingen zelf. De drie leerlingen zijn symbool van alle leerlingen, ook van de leerlingen van vandaag. Het zijn leerlingen die onderweg zijn in hun leven en die zich voortdurend afvagen in welke richting hun geloof hen brengt. Natuurlijk maken leerlingen zelf hun keuzes en ook wij maken voortdurend keuzes om wel of niet met ons geloof verder te gaan. Maar ook merken de leerlingen dat er in henzelf een stem is, een motivatie, een inspiratie die hen verder drijft. Durven wij ons daardoor te laten leiden? Er is veel dat ons van deze weg afleidt: teleurstellingen in mensen, teleurstelling in de kerk, maar ook angst voor aanslagen en geweld, angst voor de haat van andere mensen. De aanslag op de moskeeën staan niet op zichzelf: er worden ook talloze kerken en tempels aangevallen. Mensen die geloven en daarvan getuigen, maken zich kwetsbaar. Dat heeft het voorbeeld van Jezus wel laten zien. De verheerlijking op de berg is een bemoediging voor onszelf, opdat wij ook een beroep kunnen doen op die krachten die het lijden overstijgen en zelfs overwinnen. Hiervan hebben de bisschoppen van de Centraal Afrikaanse republiek een voorbeeld laten zien: zij hebben duidelijk gemaakt dat zij niet mee willen in de stroom van geweld en haat en ondanks de aanvallen geen wraakoefeningen en vergeldingen willen. Zij willen de weg van de vrede bewandelen. Het is een bemoediging om in deze geloofsovertuiging een weg te vinden om in het licht van Gods liefde barmhartig te zijn en anderen te beminnen, niet vanuit haat en rancune te leven, maar een mens te worden die verbindt, heelt en herstelt. We doen dat niet uit onszelf maar vanuit de kracht die God ons geeft en die in Christus zichtbaar is.

De derde transformatie is die van onze wereld. We weten dat die nog ver verwijderd is van het Koninkrijk Gods. Het nationalisme en het populisme, de haat tegen religies en tegen alles wat vreemd is, maakt ons niet positief. Maar dit visioen is wel de basis van de hoop en wijst ons op het visioen van ons vaderland, zoals Paulus zegt. Niet deze wereld in haar dagelijkse hardheid is ons vaderland, maar er is een ander vaderland, zegt Paulus. Er is een wereld die geregeerd wordt door de liefde van Christus. Deze wereld is nog niet zichtbaar, integendeel. Wij worden echter door dit visioen van de Tabor opgeroepen getuigen te zijn van die nieuwe wereld, ook al zien we die niet. In Christus wordt die zichtbaar, door de handen van de leerlingen en andere mensen van goede wil wordt deze nieuwe wereld zichtbaar. Dat is de weg die we willen gaan. Amen