LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 17e zondag door het jaar, 28 juli 2019

Lezingen
Genesis 18, 20-32
Psalm 138
Kolossenzen 2, 12-14
Lucas 11, 1-13

Welkom
Welkom in deze zomerviering. Jezus spreekt over gebed. Het is het fundament van een open houding naar God toe én naar de naaste. Het gebed wil ons bevrijden van zelfgenoegzaamheid. Niet wijzelf staan centraal in ons leven, maar we plaatsen God of de naaste in de kern van ons leven. Dit gaat om een ander evenwicht, dat we steeds opnieuw hervinden. Laten we ook deze periode ons gebed vernieuwen, nieuwe gebedsteksten vinden, andere tijden aangrijpen voor momenten van stilte en meditatie. De wereld wordt gedragen door gebed. Laten we nadenken over manieren om daar een bijdrage aan te leveren.

Homilie
In de verhalen van Abraham ontdekken we wat het betekent om je leven in Gods hand te leggen. Het zijn zeer oorspronkelijke verhalen waar de nieuwheid doorklinkt van het geloof in één enkele God, die mensen uit liefde geschapen heeft en die mensen een opdracht en taken geeft. Deze God roept mensen om als partners, als sociale wezens de wereld verder in te vullen. We zouden deze verhalen in contrast moeten zien met het gebruikelijke veelgodendom waarin Abraham en Sara zijn opgevoed, maar ook in contrast met het vormeloze anonieme godsbeeld van “iets dat er vast wel ergens is”, een beeld dat in onze tijd populair is. Het is goed om door de verhalen van Abraham en Sara te beseffen dat we een heel specifiek godsbeeld hebben.

We horen vandaag een voorbeeld van het vertrouwelijke omgaan met God, die als een tochtgenoot zijn zorgen voor de wereld met ons deelt. God deelt met Abraham zijn plannen. Die openheid nodigt Abraham uit om een pleidooi voor de stad te houden. Bidden wordt hier bijna tot zeuren, maar er staat dan ook veel op het spel. De toekomst van neef Lot en zijn familie staat op het spel. Zij verblijven in die stad. Zullen zij met de inwoners van die stad ten onder gaan? Lot heeft blijkbaar de verkeerde keuze gemaakt en nu moet hij de consequenties van die keuze onder ogen zien. Abraham komt voor hem op en wil hem redden. Uiteindelijk worden ze inderdaad door God gered, voordat de stad ten onder gaat. Lot en zijn familie kunnen de stad bijtijds ontvluchten.

Duidelijk wordt hier en in het evangelie dat gebed gaat om gerechtigheid. Het is geen verlanglijstje opzeggen waarbij God aan onze verwachtingen moet voldoen. Ook de parabels die Jezus vertelt aan zijn leerlingen gaan uiteindelijk over gerechtigheid, gerechtigheid tussen vrienden, tussen vaders en zonen: het gebed heeft als doel dat iemand dat iets ontvangt waardoor hij kan overleven: brood en voedsel. De drie voorbeelden van brood, vis en een ei staan voor het voedsel waardoor een mens kan overleven. Daarmee is gebed ook de pijler voor de kerkgemeenschap die voor de wereld bidt. Het gebed van Abraham leidt tot de redding van Lot. Zo kan het gebed van de Kerk betekenis hebben voor de redding van de wereld. Gebed is niet spreken over hoe we de wereld moeten redden of beredeneren hoe God de wereld moet redden. Gebed is het opdragen van de wereld aan Gods aanwezigheid, gebed is openingen maken voor Gods heilige Geest, de Geest van Jezus Christus, om werkzaam te zijn in de wereld, niet alleen voor onszelf maar voor heel de wereld. De kerk is net als Abraham geroepen om te bidden voor de wereld. Naast als het charitatieve werk, hoort het gebed bij haar opdracht. De voorbede in de eucharistie en in het getijden gebed is de concrete vorm daarvan. De kerk is zich bewust van haar verantwoordelijkheid voor heel de wereld, ook in gebed. C.S. Lewis schreef enige decennia geleden: gebed gaat niet om de verandering van God opdat Hij zich buigt naar mijn verlangens en ingaat op wat ik van Hem vraag, maar het gaat om een verandering in mijzelf, die mij doet beseffen welke verantwoordelijkheid ikzelf draag. Zo gaat het gebed van de kerk ook om verandering van de kerk. Wanneer de kerk het nalaat om te bidden zal haar werkzaamheid het fundament missen.

Gebed is de adem van de ziel, het is ook de adem van de kerk en het brengt momenten van stilte, waarop we ons bewust zijn van de wereld waarin we leven. Zoals ik vaker zeg: we zijn hier niet gekomen om ons uit de wereld terug te trekken en een veilig uurtje idylle te beleven: wij samen met Jezus. Integendeel, we dragen de wereld in ons hart. We nemen die mee de viering in. we maken ons er niet los van. Ik hoop dat u straks in de voorbede een moment neemt om een gezicht in gedachten te nemen, zowel van iemand uit uw eigen kring van bekenden, iemand die het gebed nodig heeft, maar ook een gezicht van een onbekende, iemand uit een oorlogsgebied waar we vaak van horen, mensen die we op de beelden van TV en internet zien, zonder hen te kennen, kunnen we voor hen bidden. Als kerk dragen we de wereld in ons hart en we bevelen die aan bij God zoals Abraham deed voor Sodom. Dan zal de wereld kunnen ademen. Amen.

Verkondiging 16e zondag door het jaar, 21 juli 2019

Lezingen
Genesis 18, 1-10a
Psalm 15
Kolossenzen 1, 24-28
Lucas 10, 38-42

Welkom
De vakantie periode biedt kansen tot gastvrijheid. Pelgrims zijn daar afhankelijk van, zij durven op die gastvrijheid te vertrouwen. Veel vakantiegangers plannen alles vooruit omdat zij in deze commerciële wereld niet op die gastvrijheid durven vertrouwen. Toch is het raadzaam om altijd ruimte te bewaren voor die gastvrijheid, zowel om deze aan te bieden, als om deze te ontvangen. Het geeft ruimte voor mooie ontmoetingen. Deze bieden kansen tot leven, zoals uit het eerste verhaal van Abraham en Sara blijkt.

Homilie
Een paar jaar geleden was ik bij een priesterwijding in Parijs. De bisschop sprak in zijn preek over de kerk die door velen als Sara wordt gezien: een oude vrouw die geen leven meer geeft. Inderdaad lijkt het leven van Abraham en Sara tot een vruchteloos einde te komen. Ze zijn op leeftijd en er zijn geen kinderen, behalve dan de buitenechtelijke oplossing die Abraham georganiseerd had, maar dat blijkt niet de lijn van God te zijn.

Abraham en Sara leven van de belofte, hebben een nieuw land gekozen in Kanaän en hebben het geloof van de voorouders verlaten in de overtuiging dat er één God is die mensen roept, die om mensen geeft, die uit Liefde mensen geschapen heeft. Alles wijst erop dat zij op het verkeerde paard hebben gewed: ondanks maatschappelijk aanzien en materiële welvaart die het bejaarde echtpaar mag genieten, lijkt het leven op een dood spoor te zijn beland. De gastvrijheid die ondanks het slechte perspectief door het echtpaar wordt geboden - let op de acties die ondernomen worden om de gasten te verzorgen – leidt tot een vernieuwing van de belofte die inderdaad werkelijkheid zal worden. Abraham en Sara bieden gastvrijheid, maar het zijn de gasten die uiteindelijk het grootste geschenk te bieden hebben: het leven zelf en de toekomst.

Zo is het ook bij Marta en Maria die Jezus ontvangen: zij zijn de gastvrouwen en hebben allebei hun eigen aanpak. De boodschap is: bewaar het evenwicht en vergeet niet te luisteren naar wat Jezus in je leven zegt, vergeet niet te luisteren naar je roeping. We moeten presteren en veel doen, maar ontvangen is het fundament van dat alles, van heel dat leven, een noodzakelijk evenwicht tussen actie en contemplatie.

Een mooi voorbeeld van dat evenwicht las ik deze week. Het is een bijzonder verhaal over de maanlanding vijftig jaar geleden. Velen kunnen zich de beelden nog herinneren. Het wordt uitgebreid herdacht. De eerste twee mensen zetten hun voeten op het maanoppervlak. Deze reis was het resultaat van menselijk vernuft, een groot avontuur dat de kracht van het menselijk intellect laat zien. Paus Paulus VI die via de TV getuige was, zag er een bevestiging in van de grootheid van God die in Psalm 8 bezongen wordt.

De mens veroverde de maan, maar de tweede man in de Apollo 11, Buzz Aldrin, was ouderling in de episcopaalse kerk en hij had vanuit zijn gemeenschap geconsacreerde communie meegenomen, die hij na een viering in zijn parochie van de predikant meegekregen had. In de Eagle, geland op de maan, een paar uur voordat de astronauten zouden uitstappen en op het maanoppervlak zouden lopen, vroeg hij aan de mensen op aarde een moment van stilte en gebed en dankbaarheid. En hij nuttigde, in de Eagle op de maan, het Heilig Brood en de Gezegende Wijn die hij meegenomen had. Op datzelfde ogenblik hield zijn geloofsgemeenschap ook een eucharistische dienst in Houston.

De NASA heeft dit altijd verborgen gehouden omdat men geen religie op de maan wilde hebben. Ondanks dat verbod getuigde Aldrin van zijn geloof en zijn eerbied voor de schepping. Christus die de gastheer is van de mensheid was ook op die plek de gastheer die mensen voedt. De eucharistie is teken van de schepping die vervuld is van de voedende aanwezigheid van Christus, het levende Woord van God, Zo is de kosmos en onze wereld vervuld van die Geest van God. Die Geest is nooit ver weg.

In die wereld van techniek en wetenschap, bracht Aldrin een andere bron, die eeuwig is. Op die plek waar de mens zich buiten de gebaande wegen begeeft, is Christus ook present. Het gebaar van Aldrin heeft niet de aanwezigheid van God gebracht, maar zijn aanwezigheid geopenbaard. In plaats van de maan te veroveren, voelde Aldrin zich te gast bij de Gastheer zelf. Hij voelde zich door God ontvangen. De eucharistie die hij op die manier vierde was daar het teken van. Als wij ons ergens begeven en op een nieuwe plek te gast zijn, is er ruimte om te ontvangen. Dan kunnen we ons leven zien als te gast bij de Heer zelf, die ons leven vrucht laat dragen. Sara en Abraham betoonden die gastvrijheid en ontdekten de Gastheer zelf en dat geeft leven. Mogen wij zo ook als kerk gastvrijheid verlenen aan mensen en op die manier de Gastheer zelf herkennen en zo nieuw leven ontvangen voor heel ons leven en voor heel de wereld. Amen.

Verkondiging 15e zondag door het jaar, 14 juli 2019

Lezingen
Deuteronomium 30, 10-14
Psalm 69
Kolossenzen 1, 15-20
Lucas 10, 25-37

Welkom
Welkom op deze zondag die een halte plaats is op onze reis. Wat brengt onze levensreis: of beter bij wie brengt onze levensreis ons? Welke ontmoetingen veranderen ons leven? Wie levert een onuitwisbare indruk op ons hart en onze geest? Jezus roept ons op om alle mogelijkheden open te houden en niet aan mensen en situaties voorbij te lopen. Je loopt het risico cruciale ontmoetingen mis te lopen die je leven kunnen vernieuwen. Het verhaal van de barmhartige Samaritaan dat alom bekend is, is een kritische vraag aan ons leven. Vragen we God ons te openen voor wie onze naaste is.

Homilie
De zomerperiode nodigt mensen uit om te genieten van het goede der aarde. De natuur is vriendelijker, er is meer licht, we hebben ook meer tijd. Deze periode betekent een uitnodiging om een paar weken anders in het leven te staan en oog te hebben voor andere mensen en zaken. Het is een periode die ons los wil maken van de gebruikelijke routine en verantwoordelijkheden. De aandacht die we hebben voor de wereld is in de ogen van Christus niet zomaar vrijheid en ontspanning. Het is met nieuwe ogen kijken naar onze wereld. Het lukt de priester en de leviet van de parabel van Jezus echter niet om met de ogen van hun hart te kijken. Zij realiseren zich niet de bevrijdende kracht van de wet van God. Zij blijven vast zitten in hun wetmatigheden. Er zijn twee wetten die het verhaal lijken te regeren totdat de Samaritaan ten tonele verschijnt.

Er is het recht van de sterkste: de arme sloeber die overvallen wordt, is onvoorzichtig geweest. Het gebied van de woestijn tussen Jeruzalem en Jericho was bekend vanwege het grote aantal overvallers dat er rondhing, belust op buit van kwetsbare reizigers. Het is een bochtige weg die vanaf de grote hoogte van de stad Jeruzalem leidt tot de diepe vallei, diep onder zeeniveau, van de stad Jericho en de Dode Zee. Deze afgang wordt inderdaad een neergang. De zwakke, eenzame man is slachtoffer van anderen die sterker zijn dan hij. Nog steeds zijn er in onze samenleving lieden die de rechtvaardigheid denken te kunnen manipuleren door macht en geld, door hooggeplaatste vriendjes. Het zijn mensen die menen hun straffen te ontlopen of anderen te kunnen intimideren. In onze moderne samenleving proberen we de wet van het recht van de sterkste te ontkrachten door een rechtssysteem en door een sociaal vangnet. Dat kan echter alleen door mensen gedragen worden die zich verantwoordelijk weten. De priester en de leviet menen dat het niet hun verantwoordelijkheid is en dat hun hoge roeping hen vrijstelt om in te grijpen. Daardoor geven ze feitelijk toe aan het recht van de sterkste.

De andere wet waartegen Jezus zijn parabel vertelt is het legalisme, het wetticisme. Het is de theorie die zegt dat de geschreven wet altijd nagevolgd moet worden. De priester en de leviet weten dat zij moeten voldoen aan zuiverheidsregels. Zij kunnen pas dienst doen in de tempel indien zij rein zijn. Zij zien de man liggen die misschien wel dood is: een dode is onrein en een aanraking met hem zou hen verhinderen dienst te doen in de tempel. Immers Gods-dienst vraagt toch om zuiverheid? Er is echter een hogere wet waar Mozes al van vertelt in zijn boek Deuteronomium. Het gehele boek staat in het teken van de vernieuwing van de relatie tussen God en zijn volk, tussen God en de mensen: dat verbond wordt in mensenharten geschreven. De kern is de wet die door God bij mensen als het ware ingefluisterd wordt en die boven alle menselijke wetten staat. Die wet hebben de priester en leviet het zwijgen opgelegd.

De Samaritaan belichaamt de wet van God. Dat is des te verwonderlijker omdat in de verhalen die aan deze parabel voorafgaan Jezus en zijn leerlingen door de Samaritanen negatief bejegend zijn. Weet u het nog: de Samaritanen wilden Jezus toch niet ontvangen? De apostelen riepen Jezus toch op om vuur over de Samaritanen te laten neerdalen? En nu vertelt Jezus deze parabel, waar een Samaritaan de wet van God belichaamt!

De wetmatigheid van de Samaritaan is die van Christus zelf. Christus zelf is de belichaming van de Wet van God. Het voorbeeld van de Samaritaan maakt duidelijk wie Jezus is. Paulus maakt dat duidelijk in zijn discussie met de Kolossenzen. Een moderne discussie: wie is Christus? In Hem wordt de wet van God duidelijk, dat is geen uiterlijke wet, maar het is het wezen van het mens zijn. Uiteindelijk wordt de Samaritaan meer mens door zijn ontmoeting met de man in de goot: die is immers zijn naaste. De Samaritaan die in actie komt – let op de vele werkwoorden in het verhaal – heeft zijn agenda aangepast omdat zijn hart door medelijden bewogen was. Dat is een avontuur omdat het zijn route en zijn levensweg verandert. Dat is de Christus die in actie is gekomen om de mensheid te redden. Durven wij in zijn voetsporen te treden? De wet die in ons hart is gegrift moeten we steeds herontdekken en niet het zwijgen opleggen door wat de wereld met haar routine van wetmatigheden steeds van ons vraagt. Misschien leidt deze periode van bezinning wel tot nieuwe keuzes en nieuwe wegen. Laten we Christus in deze bezinning voor ogen houden. Amen.