LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging zesde zondag van Pasen, 10 mei 2015

Lezingen
Handelingen 10, 25-26.34-35.44-48
Psalm 98
1 Johannes 4, 7-10
Johannes 15, 9-17

Woord van welkom
De uitbreiding van het aantal gelovigen gaat gestaag voort. De apostelen zijn verbaasd over het talrijke aantal mensen dat wil horen van het evangelie en het wil navolgen. Deze uitbreiding is zelfs zo sterk dat er vragen bij het oude vertrouwde onderscheid tussen rein en onrein gesteld worden. Petrus krijgt een visioen waaruit blijkt dat deze begrippen niet meer helpen bij de verkondiging van de boodschap van Jezus. Is niet alles rein wat uit Gods hand is voortgekomen? Reinheid is een opdracht die we van Godswege hebben ontvangen om in de wereld Gods reinheid te brengen en die niet te laten bezoedelen door woorden en daden van de duisternis die soms alom tegenwoordig lijken te zijn. Voor die keren dat we ons te weinig verzet hebben tegen de machten van de duisternis, bidden we om vergeving.

Homilie
Het Joodse volk heeft altijd een bijzondere plaats tussen de volken in genomen. Het had in tegenstelling tot de volken in het midden Oosten slechts één God. Deze God mocht niet worden afgebeeld. Zijn naam mocht niet worden uitgesproken. De tempel in Jeruzalem was leeg onder het motto: liever geen beeld dan een onjuist beeld. Want ieder beeld schiet te kort om het mysterie van Gods liefde en van zijn aanwezigheid in deze wereld aan te duiden.

Het Joodse volk bewaakte zijn bijzondere karakter ook door de vele regels en voorschriften rond reinheid en onreinheid: regels rond voedsel en gezondheid, voorschriften die het gedrag en de sociale omgang van de mensen met elkaar regelden. Ook beperkten die regels de omgang met de zogenaamde heidenen. Het Oude Testament staat vol waarschuwingen om de eigenheid niet op te geven en dus voorzichtig te zijn in het contact met buitenstaanders. De ervaring leert namelijk dat men in dat contact het eigen geloof opgeeft of verzwakt en laat beïnvloeden door allerlei onduidelijkheden en vaagheden. Met name de Joodse koningen waren veelvuldig voorbeeld van zulke zwakheid. Het Joodse volk werd daarom vaak opgeroepen om de veilige weg van de afscheiding te bewandelen.

De apostelen in het Nieuwe Testament, de Handelingen der Apostelen met name, merken dat deze regels de verkondiging van het evangelie in de weg staan. Paulus merkt dat in zijn contact met de heidenen. Zij lijken soms meer voor de boodschap van het evangelie open te staan dan de Joden, van wie er toch ook veel het evangelie omarmen en zich laten dopen. Vandaag is het Petrus die tot zijn verbazing merkt dat de heiden Cornelius en zijn gezin getuigen van zo’n groot geloof in Christus, dat het doopsel hun niet onthouden mag worden.

Beide pilaren onder de apostelen hebben dus hun eigen persoonlijke ervaring dat God in Christus de grenzen verlegd heeft: er is geen sprake meer van onreinheid. Sterker: het evangelie heeft nieuwe kaders voor het leven gesteld. De mens die leeft in verbondenheid met Jezus kan geen onreinheid meer oplopen. We zijn immers geen dienaren, maar vrienden. Die vriendschap met Jezus brengt ons in de aanwezigheid van de Vader die geen geheimen meer voor ons heeft. Alles wat Jezus weet van de Vader heeft Hij ons meegedeeld. In Christus heeft God de Vader de afstand tussen Hem en de mensheid willen overbruggen en is Hij ons naderbij gekomen. Hij heeft zich bekend gemaakt, Hij heeft zich geopenbaard. Als de mensen zeggen dat ze wel iets van God weten: “Er zal wel iets bestaan”, dan mogen wij ons gelukkig prijzen omdat wij veel meer kennis over God hebben ontvangen door de vriendschap met Christus. Wij hebben zijn gezicht meegekregen, een gezicht van een mens die spreekt en geneest. Christus is het ware beeld van God geworden. Met Hem mogen we Gods naam noemen: “Abba, Vader”

De reinheidsregels die Israël eeuwen hebben geholpen om de eigenheid te bewaren, zijn in de tijd van de apostelen een belemmering geworden om het evangelie te verkondigen. Het gaat nu in het evangelie niet meer om een exclusieve groep die zichzelf moet beschermen, maar om de verkondiging van de boodschap van God die heel de mensheid in zijn barmhartigheid wil omarmen.

Het nieuwe Israël dat verschijnt op het fundament van het verbond met Mozes, is inmiddels zo sterk geworden, dat het heel de wereld kan omvatten. In plaats van de angst voor onreinheid, overheerst nu bij de apostelen het vertrouwen in de kracht van de vriendschap die Jezus gebracht heeft. Die is sterker dan alle zogenaamde onreinheid die we in deze wereld tegenkomen.

In onze tijd realiseren we ons meer dan in het verleden dat ons geloof ons buitenbeentjes in de samenleving lijkt te maken. Toch zijn we geroepen de boodschap uit te dragen dat God de hele mensheid omarmt. In plaats van uit te roepen waarom God bijvoorbeeld een aardbeving in Nepal toelaat, kunnen we zelf een antwoord van barmhartigheid en vrijgevigheid geven. We beseffen dat God ons talenten gegeven heeft om nood van mensen te lenigen, om een einde aan armoede en honger te maken. God heeft ons zijn Geest geschonken, de Geest van Christus die heel de wereld ons werkterrein maakt, niet alleen voor een bekend groepje uitverkorenen, maar voor alle mensen. In de aanloop naar de spannende dagen van Hemelvaart en Pinksteren waarbij Christus aan ons de wereld toevertrouwt om in zijn Geest verder te leven en te handelen, bidden we om wijsheid en inzicht, om de moed om vrijmoedig en vrijgevig te zijn vanuit ons geloof, vanuit de vriendschap die Christus ons heeft nagelaten.

Amen

Verkondiging vijfde zondag van Pasen, 3 mei 2015

Lezingen
Handelingen 9, 26-31
Psalm 22
1 Johannes 3, 18-24
Johannes 15, 1-8

Woord van welkom
Gisteravond ben ik teruggekomen van een bedevaart naar het Heilig Land. We waren op reis met de ridderorde van het heilig Graf van Jeruzalem. Ik ben blij dat een paar reisgenoten vanmorgen in de kerk bij ons zijn. We hebben de heilige plaatsen bezocht en de eucharistie gevierd. We hebben voor de intenties gebeden die we op het heilig Graf gelegd hebben.

Vandaag helpt het beeld van de wijnstok en de ranken om te begrijpen wat een bedevaart betekent: een verdiept contact met Jezus omdat we zijn leven beter begrijpen. God wil aanwezig zijn in deze wereld en heeft ons geroepen om in navolging van zijn Zoon de liefde en de vrede uit te dragen. Voor die keren dat ons dat niet lukte, bidden we om vergeving.

Homilie
Het christendom is uitgegroeid als een brede rivier met wijde vertakkingen en een grote variatie aan stromingen en zijtakken. Wie al die stromingen ziet, kan het overzicht snel kwijt raken. In Jeruzalem wordt de verwarring alleen maar groter omdat de verschillende stromingen soms in één en dezelfde kerk bij elkaar komen. In de kerk van het heilig Graf en in de geboortekerk van Bethlehem kan het in hoge mate irriteren hoe de confessies hun eigen terrein en hun rechten in de kerk verdedigen.

Maar een pelgrim die net als Paulus zijn geloof levend wil houden, wil dieper graven dan deze buitenkant en neemt geen genoegen met de onenigheden van het grondpersoneel van Onze Lieve Heer. Die weerspiegelen het evangelie van Christus niet.

Een pelgrim wil naar de bron waar het water fris is en helder stroomt en waar het nog niet met allerlei vreemde invloeden vermengd is. Daar is het goed drinken. Dat water verfrist en geeft nieuwe energie. Een pelgrim wil zich voeden met deze bron, zoals de wijnrank wordt gevoed door de levenssappen van de wijnstok en door de zorgen van de wijngaardenier.

Een bijzonder moment tijdens de pelgrimage was het bezoek aan de ondergrondse kerker uit de eerste eeuw onder het huis waar de hogepriester Kajafas gezeteld heeft. Hier heeft Jezus vrijwel zeker de nacht voor zijn veroordeling doorgebracht, onderworpen aan martelingen en bespottingen. We kennen de verhalen, maar om oog in oog met de plek te staan waar dit gebeurd is, maakt je stil. We lazen er psalm 88 die ons dicht bij het lijden van een gevangene in het totale duister brengt. Onze uitstekende gids, een deskundige christen-Palestijn, vertelde de details en het exacte verloop van de gebeurtenissen die leidden tot de dood van Christus. Hij sprak bijna als ooggetuige.

Een ander aspect van de pelgrimage was de confrontatie met het leven van de christenen in het Heilig Land. Zij zijn als het ware de andere opvolgers van de apostelen. Natuurlijk zijn dat in theologische zin de bisschoppen, maar in de meer familiaire betekenis van het woord kunnen we deze christenen beschouwen als degenen die nog steeds de opdracht van de apostelen ter plekke waar maken.

Het wordt hun niet makkelijk gemaakt. Ze worden op één hoop gegooid met de moslim-Palestijnen die door Israël totaal niet vertrouwd worden. Hun leven wordt klein gehouden door controles aan de vele checkpoints, door de beperkte watervoorziening, soms slechts één of twee dagen per week. We bezochten een christelijk ziekenhuis, Saint Louis, waar zr Monica, de onvermoeibare directeur van het ziekenhuis, ons meldt dat de Israëlische wetgeving haar katholieke ziekenhuis verplicht om 110 % van de wetgeving na te volgen. Andere ziekenhuizen in de omgeving worden minder streng bekeken. De caritasprojecten die we bezochten tonen de enorme inzet van religieuzen en leken. In een tehuis voor verstandelijk en lichamelijk gehandicapten, worden kinderen verzorgd die anders geen toekomst hebben. Daar werken christenen, joden en moslims in een vijandige omgeving samen. Desondanks wordt er met grote deskundigheid en enorme toewijding voor de kinderen gezorgd. Onder leiding van de Zusters van Liefde is hier een plek van Gods barmhartigheid.

Er zijn veel manieren om met de wijnstok verbonden te blijven en niet te vergeten dat we zonder die wijnstok geen levend geloof kunnen hebben. Pelgrimage is er een van. Maar ook is iedere eucharistieviering een soort pelgrimage omdat we direct toegang hebben tot de woorden van Christus. Het brood dat we hier ontvangen wordt door Hemzelf aangereikt en het is zijn eigen leven dat we ontvangen.

Ik sta soms wel wat beschaamd als ik de verhalen hoor van christenen in Palestina en Israël. Het leven wordt hun niet eenvoudig gemaakt. Wat zou er van ons geloof overblijven als we zo werden tegengewerkt? Op onze kruisweg die eindigde op de dak van de H. Grafkerk, hingen grote posters met foto's van de christelijke slachtoffers van IS die als het ware door de verrezen Christus omarmd werden. Men identificeert zich sterk met deze slachtoffers van terreur omdat die hier heel dichtbij is. En toch vinden de christenen veel vreugde en kracht in hun geloof. Ik voelde dat zij zich laten voeden door de heilige plaatsen en de oude tradities rondom die plekken. Zij hebben een levend geloof. Vandaag viert de dochter van onze gids haar eerste heilige communie in een van de parochiekerken van Jeruzalem. Zo bouwt dit gezin ondanks de tegenwerking aan een toekomst voor de christenen in het Heilig Land.

Laten ook wij alle middelen aangrijpen om ons geloof te voeden, door ons als het ware vast te klampen aan de wijnstok, de Vader zelf, door ons te laven aan de woorden van zijn Zoon die getuigen van lijden en sterven, maar ook van leven, eeuwig leven. Dan blijven wij of worden wij vervuld met heilige Geest. Paulus zocht het contact met de apostelen in Jeruzalem, een moeilijke stap voor hem. Maar hij wist dat zijn geloof gedoemd was een doods geloof te worden zonder contact met de apostelen, die zo dicht bij de bron hadden gestaan. Het maakte zijn eigen persoonlijke ervaring op de weg naar Damascus niet overbodig of nutteloos. Integendeel. Zijn eigen geloofservaring werd gedragen door de gemeenschap, zoals onze eigen geloofsbeleving gedragen wordt door onze geloofsgemeenschap, hier in de parochie, in de Jacobuskerk, in de ridderorde, in de huiskerk. De Heer wil ons altijd voeden. Laten wij open staan voor zijn aanwezigheid in ons leven.

Amen

Verkondiging tweede zondag van Pasen, 12 april 2015

Lezingen
Handelingen 4, 32-35
Psalm 118
1 Johannes 5, 1-6
Johannes 20, 19-31

Woord van welkom
Welkom bij deze zondag van barmhartigheid. De ontmoeting met de verrezen Heer brengt ons Gods vergevende liefde nabij. Wij mogen daarin delen op deze dag van het octaaf van Pasen. Het geeft de overvloed aan van het nieuwe leven dat de Heer geeft. Het vraagt wel dat we over een drempel gaan, zoals Thomas over een drempel moet gaan. Hij hikt aan tegen de grenzen van ons verstand en ons denkraam. Een levende dode past immers niet in deze wereld. Maar we mogen met Thomas ons geloof uitspreken “mijn Heer en mijn God”.

Moge die belijdenis ons ook aanzetten tot barmhartigheid. De paus heeft gisteren een bijzonder heilig Jaar van barmhartigheid uitgeroepen. Hij herinnert ons eraan dat de verkondiging van de kerk van die barmhartigheid doordrenkt moet zijn, in woorden en daden. He gaan we dat doen? In onze parochie zullen we daar aandacht aan besteden: niet alleen in catechese, maar zeker ook in daden! Bidden we dat God onze kerk op het pad van de barmhartigheid zal leiden.

Homilie
Aan mensen wordt veel onrecht aangedaan. Het komt vaker voor dan we beseffen. We denken niet alleen aan discriminatie en uitbuiting, maar ook aan mensen die profiteren terwijl anderen onder aan de ladder moeten inleveren of aan de kant staan. Onze samenleving kent een groot onderscheid tussen mensen die aan de kant staan en mensen voor wie geen grenzen lijken te bestaan. De discussie over hogere salarissen en bonussen naast mensen zonder baan en flexwerkers, laat de ongelijkheid zien die er bestaat. Ook op andere manieren kan mensen onrecht worden aangedaan: wanneer zij door de fouten van hun verleden vast komen te zitten, of door hun afkomst geen mogelijkheden voor een baan of carrière hebben.

Paus Franciscus heeft gisteren een heilig jaar van barmhartigheid afgekondigd, een jaar waarin de kerk en wij als katholieken de opdracht om Gods barmhartigheid aan de wereld door te geven serieus dienen te nemen. Het gelaat van Christus is Gods barmhartigheid. Hij toont die barmhartigheid in zijn opwekking van het enige kind van de weduwe, hij geneest de Samaritaanse melaatse, hij vergeeft de blindgeborene en bevrijdt hem van zijn grootste handicap, namelijk zijn aangeprate schuldgevoel. Voortdurend verlegt Jezus de grenzen om ruimte voor Gods barmhartigheid te maken. Ook vandaag toont Hij zijn gelaat van barmhartigheid aan de leerlingen, die nog onder de schok van de kruisdood van hun Meester en Leraar gebukt gaan. Zij komen bijeen in een gesloten huis. Jezus komt binnen met een boodschap van vrede en een opdracht tot vergeving. Doordat zij de vrede zelf ervaren, kunnen zij de wereld met barmhartigheid en vergeving tegemoet treden. Het is de vrede van God de Vader die zij ontvangen en daarom kunnen zij Gods barmhartigheid en vergeving doorgeven. De aarzeling van Thomas is de aarzeling van ons allen: waarom zouden wij voor anderen barmhartig zijn, als onze Heer gemarteld en gedood is? Hij staat niet open voor de kracht van het geloof omdat hij nog getraumatiseerd is door het sterven van Christus en zijn eigen teleurstelling. Als ons dit leed wordt aangedaan, waarom zouden we dan anderen met liefde en verzoening moeten bejegenen?

Door de confrontatie met de wonden van de verrezen Heer overwint Thomas zijn gêne en zijn ongeloof. Hij ervaart de vrede die boven het lijden uitstijgt. Hij ziet het enige antwoord op het onrecht in de wereld: in de opstanding heeft God de dood overwonnen. De dood, die vele vormen heeft, is door God overwonnen. Thomas beseft wat er in de Johannesbrief vandaag wordt gezegd: ons geloof helpt ons de wereld te overwinnen. Voor de evangelist Johannes is de wereld niet zomaar ons aardse bestaan, maar het bestaan dat beheerst wordt door duisternis en onrecht, door de zonde en de onmacht. Het is de wereld van haat en boosheid, waar oorlog en discriminatie de boventoon voeren, waar hebzucht en onverschilligheid de maat van menselijkheid lijken te zijn.

Jezus legt de lat hoger maar Hij laat ons daarin niet alleen: Hij belooft ons zijn heilige Geest. Deze Geest van God verheft ons en brengt ons in contact met de Vader zelf.

Het heilig Jaar van barmhartigheid is voor paus Franciscus ook een meditatie op de barmhartigheid van de drie-ene God. Vader, Zoon en heilige Geest vormen een dynamiek van barmhartigheid die naar de wereld uitgaat. De zending van de Zoon om de barmhartigheid van de Vader in deze wereld concreet een gezicht te geven wordt door de heilige Geest aan ons doorgeven om op onze beurt concrete gebaren van barmhartigheid te stellen. Spreken over God kan slechts geloofwaardig zijn wanneer het gepaard gaat met daden van barmhartigheid.

De eerste leerlingen maken op de eerste plaats deze barmhartigheid zichtbaar in hun onderlinge verhoudingen: één van hart en één van ziel en alles gemeenschappelijk volgens het beroemde 4e hoofdstuk van de Handelingen. Het is het fundament geworden van allerlei religieuze groepen en kloosters en vernieuwingsbewegingen in de kerk. We kunnen daar nog steeds veel van leren. Al zijn wij in onze parochie geen kloostergemeenschap, wij kunnen wel onze gemeenschappelijke basis koesteren. Dat fundament is niet gelegen in onze opvattingen en meningen en gebruiken, maar in de barmhartigheid van God, die ons door Jezus geschonken is. Vanuit die Geest willen wij een teken van barmhartigheid in deze wereld zijn, een uitweg en alternatief voor de verharde wereld bieden. Wij kunnen niet zomaar de wereld bijstellen, maar hier als geloofsgemeenschap kunnen we tonen dat het anders kan. Als barmhartigheid de toon zet in onze omgang met elkaar en als we elkaar steeds weer vergeving durven vragen wanneer dit misgaat, zal Gods heilige Geest van barmhartigheid in ons wonen en een weg wijzen, een nieuwe uittocht.

Ik kan niet wachten om het heilig jaar van barmhartigheid te beginnen. Mogen wij in het bijzonder vandaag, de zondag van de goddelijke barmhartigheid, open staan voor dat grote geschenk en die bijzondere opdracht tot barmhartigheid.

Amen