LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 1 januari 2016, Moederschap van Maria - Vredeszondag

Lezingen
Numeri 6, 22-27
Psalm 67
Galaten 4, 4-7
Lucas 2, 16-21

Welkom
Op deze eerste dag van het nieuwe jaar leggen we ons leven weer opnieuw bij God en vragen we Hem om zijn zegen. In het bijzonder vragen we op voorspraak van Maria, Koningin van de vrede en Sterre der zee om zegen voor ons leven en onze wereld, die veel onrustiger is dan we vorig jaar hadden kunnen denken. Dat maakt ons alert en waakzaam. Welkom aan hen die speciaal voor het gebed om vrede gekomen zijn. De vrede is in ons hart gelegd. Het is het paaswoord van Christus uit het evangelie van Lucas en Johannes: zo wordt Hij herkend en zo is vrede een van de centrale woorden van ons geloof. Dat is geen verworvenheid, maar een opdracht die telkens weer opnieuw waargemaakt moet worden. Zoals ieder jaar geeft de paus een vredesboodschap en die wil ik ook vandaag bespreken.

Als octaafdag van Kerstmis is deze dag ook toegewijd aan de moeder van God, Maria. Haar voorbeeld laat zien dat vrede niet altijd eenvoudig is, maar een eenvoudig ja-woord wel richting aan je leven kan geven. Laten we ons niet bezighouden met onzinnige goede voornemens die we toch niet volhouden zoals meer bewegen en meer rust nemen. Maar laten we dit jaar van barmhartigheid vooral onrustig zijn totdat we daadwerkelijk van dag tot dag barmhartig zijn. Laten we bidden dat Gods vrede over ons zal neerdalen.

Homilie
Het thema van de vredesboodschap 2016 van paus Franciscus is dat God wars is van onverschilligheid. God verlaat ons niet. De paus begint zijn boodschap van de vrede met tekenen van hoop, maar beschrijft vervolgens welke vormen van onverschilligheid hij waarneemt. Deze onverschilligheid is niet nieuw: in iedere tijd waren er wel mensen die hun hart sloten voor de noden van de naasten. Maar hij signaleert dat de onverschilligheid in onze tijd grotere dimensies aanneemt. Hij noemt dit een globalisering van de onverschilligheid.

Deze onverschilligheid heeft allereerst met God te maken. mensen hebben genoeg aan hun eigen wereld en menen God niet meer nodig te hebben: echte humanisten. Op zich heeft iedereen recht op zijn mening, maar de paus citeert zijn voorganger Benedictus, die stelt dat hier een verkeerd humanisme zichtbaar wordt: de mens kan niet zijn eigen antwoord zijn. De uiteindelijke betekenis van de mens is transcendent en heeft te maken met zijn bestemming die groter dan zijn eigen individuele bestaan is. Een mens die een daadwerkelijk antwoord op de vraag naar de betekenis van zijn/haar leven wil geven, zal daar God bij betrekken.

Onverschilligheid jegens de naaste is de tweede vorm die de paus onderscheidt. Overvloedige informatievoorziening leidt bij veel mensen niet tot betrokkenheid. Zij blijven van een afstand kijken naar wat er gebeurt zonder te erkennen dat de personen die zij zien mensen van vlees en bloed zijn, met een naam. Soms worden de oorzaken gebagatelliseerd of worden de problemen aan de armen zelf verweten. Daarbij wordt vaak vergeten hoezeer corruptie de ontwikkeling van volken in de weg staat! Onverschilligheid uit zich ook in een gebrek aan bezorgdheid voor wat er met de wereld en onze leefomgeving gebeurt. Zolang we zelf comfortabel leven hebben en gezond zijn, worden er geen moeilijke en verontrustende vragen gesteld.

Deze onverschilligheid leidt tot gedrag waarbij het voldoen aan het eigen verlangen voorop staat. Wanneer deze onverschilligheid geïnstitutionaliseerd raakt, dan werkt de gehele samenleving een verandering tegen en kunnen volken zo wanhopig raken, omdat hun fundamentele rechten worden onthouden. Zij worden dan verleid om met geweld deze rechten te verwerven.

Deze onverschilligheid vraagt een bekering van het hart. God roept op tot bekering. God laat zien dat Hij zelf niet onverschillig is. Hij ziet en hoort en komt en bevrijdt. Al in het Oude Testament worden deze werkwoorden voor God gebruikt, niet om hem menselijke eigenschappen toe te dichten, maar om het inzicht te verschaffen, dat onze God als een Vader is, bewogen door wat wij mensen meemaken. Al vanaf de eerste Ontmoeting met Kaïn en met Mozes blijkt dat onze God een bewogen God is, een barmhartige Vader. Daar waar dat beeld onrecht aangedaan wordt, klopt onze verkondiging niet! Deze bewogenheid is in Christus zelf zichtbaar geworden. Het is aan de kerk om diezelfde bewogenheid ook over te dragen. Waar de kerk aanwezig is, dient ook de barmhartigheid van de Vader aanwezig te zijn. We mogen elkaar daarop aanspreken, allen die in de kerk een functie hebben. Mensen die in de kerk slechts met zichzelf bezig zijn, missen het vermogen om werkelijk vanuit de Liefde van Christus te leven. De Kerk is als een oase van barmhartigheid bedoeld! Dit leidt tot solidariteit van de leden van de kerk, geen vaag gevoel van medelijden, maar een beslistheid om zich te engageren voor het algemeen welzijn en het geluk van anderen. Dat laat ons toch niet onverschillig?

Families en gezinnen zijn voor de paus belangrijke plekken waar de sociale waarden van verbondenheid, bereidheid te delen, bezorgdheid en omzien naar anderen geleerd en geleefd en doorgegeven worden, net als het geloof dat daar doorgegeven wordt.

Onderwijzers en communicatiedeskundigen hebben hier een speciale verantwoordelijkheid. De leraren omdat zij geroepen zijn om openheid voor het transcendente bij te brengen en de vaardigheden van dialoog en aandachtig luisteren te leren. Communicatiedeskundigen hebben de taak om de waarheid te dienen en geen particuliere belangen. Ook hier ligt een opvoedkundige taak.

De paus noemt uitdrukkelijk dat jonge mensen zeer vaak bereid zijn om taken op zich te nemen van solidariteit. Zij hongeren vaak het meest naar gerechtigheid en zullen als vredestichters kinderen van God genoemd worden.

De paus sluit zijn boodschap met een oproep aan politieke verantwoordelijken om op te komen voor mensen die een tekort hebben aan de drieslag die in het Engels gemakkelijk klinkt: labour, land and lodging: werk, land en huisvesting. Drie centrale kwesties die onmisbaar zijn voor het geluk van mensen en hun gezinnen. Hij roept de wereldleiders op om volken niet in oorlogen te trekken, om daadwerkelijk de schulden van arme landen kwijt te schelden en een daadwerkelijke samenwerking op te bouwen die de lokale bevolking echt vooruit helpt en die de rechten van alle mensen beschermt, ook van de ongeborenen. Amen

Voor de tekst van de boodschap: http://bit.ly/1T0IEgq

Verkondiging 27 december 2015, heilige Familie

Lezingen
1 Samuël 1, 20*22+24-28
Psalm 84
1 Johannes 3, 1-2.21-24
Lucas 2, 41-52

Woord van welkom
De zondag na kerstmis is traditiegetrouw gewijd aan de heilige Familie Jozef, Maria en het Kind. In deze kleine kring van geloof en zorg is altijd ruimte voor God. Het heilig huisgezin, zoals het traditioneel genoemd wordt, is een ruimte waar Gods Woord gedijt en gestalte krijgt.

Wij komen op deze derde Kerstdag bij elkaar omdat we graag Gods nabijheid zoeken. Net als dat Kind dat niet uit de tempel weg te slaan is, is voor ons ook de viering van de eucharistie het hart van de zondag. De tempel is belangrijk in het evangelie volgens Lucas; niet als gebouw, maar als teken van Gods verbond, van Gods blijvende aanwezigheid. Deze aanwezigheid krijgt in dit pasgeboren Kind een volstrekt nieuwe dimensie. Voor al die keren dat dit niet lukte, bidden we God om vergeving.

Homilie
Op het moment dat Lucas dit verhaal over Jezus in de tempel schrijft, is de tempel al verwoest. De tempel is in verschillende vormen ongeveer 1000 jaar het spirituele hart van Israël geweest, vanaf Salomo tot aan de tijd van de Romeinen. Het heiligdom in de eerste lezing is op een andere plek, vóórdat Jerusalem de hoofdstad van Israël werd. De ballingschap was een traumatische periode zonder tempel. Sinds de verwoesting van de tempel door de Romeinen, moet het Joodse volk het nog steeds zonder tempel stellen. Daarom speelt de Bijbel die rol: de aanwezigheid van God is niet meer aan een gebouw gekoppeld, maar aan zijn Woord, het Oude Testament.

Jezus die vandaag in de tempel komt om met de Schriftgeleerden te spreken, maakt duidelijk dat Hij bij de tempel hoort. Hij vertelt zijn ouders eigenlijk dat Hij meer van de tempel en van zijn vader in de hemel is, dan een kind van zijn ouders. Zijn ouders staan er verbaasd over en zijn geschrokken. Blijkbaar hadden ze die link tussen de tempel en Jezus niet gelegd. Wat er gebeurd is bij zijn geboorte, speelt blijkbaar niet meer zo’n grote rol. Wij vieren dit feest twee dagen na Kerst en dus zit de boodschap van de engelen nog vers in ons geheugen. Dat is bij Maria en Jozef al twaalf jaar geleden.

De tempel is niet eenvoudigweg een teken van Gods aanwezigheid. Maar het is ook een herinnering aan de hoogte- en dieptepunten van de geschiedenis van Israël met deze God, momenten dat de mensen God verlaten hadden, en momenten dat de mensen het idee hadden dat God hen verlaten had. De beweging naar de tempel is een vernieuwing van die relatie tussen God en zijn volk. De vriendschap wordt in ere gehouden en het verlangen om bij elkaar te zijn wordt gevoed.

Daarom neemt de kerk ook in ons leven een belangrijke plaats in en komen we zelfs op deze derde Kerstdag naar de kerk: we verlangen er naar om de vriendschap met Christus te verdiepen. Voor ons is het niet zozeer het kerkgebouw als wel de eucharistie die de plaats van de tempel ingenomen heeft. In onze katholieke traditie ligt de nadruk niet zozeer op het bewaren van de eucharistie, maar op het komen van Christus in de eucharistie. Anders zouden we altijd hosties uit kunnen delen. Nee, in de eucharistie worden Brood en Wijn aan God toegewijd en worden zij teken van Christus’ aanwezigheid. In het gebed waarbij de gaven aan God worden toegewijd en Christus in ons midden komt, wordt eigenlijk de incarnatie voortgezet. Zoals God in ons midden kwam met de geboorte van zijn Zoon, wordt God opnieuw zichtbaar in het Brood en de Wijn van de eucharistie. God heeft in de incarnatie en in de geboorte van Christus een enorme afstand overbrugd: Hij wilde niet in zijn heerlijkheid verblijven, maar Hij zocht de nabijheid van de mensen. In de eucharistie wordt die beweging verder gemaakt. God wordt door Christus zichtbaar in de gaven van Brood en Wijn, en wij mogen die ontvangen als voedsel van God nabijheid. Zo dicht wil Hij bij ons zijn, dat Hij ons voedsel wil zijn.

Gods woord is vlees geworden, zingen we met Johannes 1, de tekst van kerstmorgen. Dat vieren we in iedere eucharistie: God wordt opnieuw zichtbaar in dit eenvoudige Brood en deze simpele Wijn. Ook na Kerstmis blijft God voortdurend naar ons toekomen en zoekt Hij ons gezelschap. Waarom zouden wij Hem dan in de steek laten? Ook wij willen Hem graag in ons midden ontvangen.

Dat maakt ons tot zijn gezin verzameld rond de eucharistie. Wij zijn de Familia Dei, de gezinsleden van de Heer die allemaal op eigen wijze de vriendschap met God en de mensen gestalte willen geven en willen voortzetten in de opbouw van die Familia Dei. Deze Familie Dei wordt niet bepaald door bloedverwantschap of door de sociale klasse of doordat we in dezelfde Haagse wijk wonen, maar door de Eucharistie die ons verzamelt en bijeenbrengt in deze kerk. We kennen het drama van de vele katholieke kerken die gesloten moeten worden. Maar uiteindelijk gaat het ons niet om gebouwen, maar om de eucharistie.

Op deze dag van de heilige Familie, mogen we beseffen dat het gezin model is voor de kerk en dat wij als kerk ook die samenhang kunnen bewaren. Wij zijn als kerkgemeenschap niet een toevallige samenkomst van individuen, maar een Familia Dei. Natuurlijk kennen veel gezinnen gebrokenheid,. Er zijn veel samengestelde gezinnen, veel gezinnen zijn uit elkaar gevallen en zo is ook de kerk in de loop van de geschiedenis verdeeld geraakt. Maar daarom moeten we ons blijven richten op de kern van ons geloof; God die naar ons toekomt en onze vriendschap zoekt en ons uitnodigt om op die vriendschap te beantwoorden en zelf ook in beweging te komen naar Hem.

Mogen wij altijd kracht en vreugde vinden als Familia Dei. Amen

Verkondiging 25 december 2015, Kerstmis

Lezingen
Jesaja 9, 1-3.5-6
Titus 2, 11-14
Lucas 2, 1-14

Welkom u allen,
Hier in de stal van Bethlehem is ruimte voor u allen, welke bagage u ook meedraagt, u bent welkom. Herders hebben meestal weinig bagage, mensen van onze tijd des te meer, persoonlijke bagage aan gebeurtenissen, vreugdes en hoopvolle herinneringen, ongetwijfeld ook teleurstellingen en verdrietige momenten. We hebben veel meegemaakt in het afgelopen jaar. Terroristische aanslagen bedreigen ons leven. Vele vluchtelingen willen in Europa een nieuw en veilig bestaan opbouwen. Paus Franciscus heeft een heilig Jaar van Barmhartigheid afgekondigd.

Welkom om in deze turbulente wereld bezinning en vrede te zoeken en inspiratie voor uw eigen leven. Misschien heeft u ook twijfels en aarzelingen meegenomen bij het bezoek aan deze katholieke stal. Velen hebben het zoeken opgegeven of de stal achter zich gelaten. In deze stal klinkt echter een boodschap die voor alle mensen is, die niet door mensenhanden gemaakt is, die niet door instituten bepaald of vastgelegd is. Hier klinkt geen boodschap die mensen gevangen wil houden of wil onderdrukken, We ontmoeten hier een Kind, een Kind dat bevrijdt, dat ons herinnert aan wie wij allen zijn. Het herinnert ons aan de mens die wij kunnen zijn: bevrijd van de vicieuze cirkel van haat en geweld.

We mogen een Kind hier ontmoeten. Ik wens u toe dat u in de ogen van dit Kind Gods licht weerspiegeld ziet en dat u zijn vredesboodschap kunt verstaan en ontvangen.

Bienvenu à toutes et à tous qui célèbrent la solennité de Noël avec nous ce soir. Dieu partage notre humanité avec nous afin que nous toucherions à sa divinité. Heureux les voyageurs de nuit qui écoutent le message des anges: gloire à Dieu et paix sur la terre aux hommes qu'Il aime. Je vous souhaite que l'eucharistie de cette nuit sainte vous transmettra la grâce divine.

Welcome to our guests who celebrate Christmas with us tonight. God shares our humanity in order to reach his divine presence. Blessed are the travellers of this night who understand the message of the angels: Glory to God and peace on earth for men whom He loves. I wish you a very grace-filled celebration.

Willkommen an unsere Gäste die mit uns Weihnachten feiern diese Nacht. Gott teilt unsere Menschlichkeit ob das wir seine Göttlichkeit erfahren können. Gesegnet sind die Wanderer in der Nacht die die Botschaft der Engel verstehen: Ehre zu Gott in der Höhe und Friede auf Erde für den Menschen denen Er liebhabt. Ich wünsche Ihnen ein gnadenvolle Mess feier.

Bienvenidos a todos presentes aquí con nosotros esta noche para celebrar la Solemnidad de Navidad. Dios comparte nuestra humanidad a fin que nosotros podamos llegar a su divinidad. Bienaventurados los viajeros de esta noche quienes entienden el mensaje de los ángeles: «¡Gloria a Dios en las alturas, y en la tierra, paz a los hombres amados por él!». Les deseo una celebración llena de gracia.

Un caloroso benvenuto ai nosri ospiti che celebrano con noi questa notte il Santo Natale. Dio condivide oggi la nostra umanità, affinchè noi possiamo raggiungere la sua divina presenza. Siano benedetti i viaggiatori che questa notte comprendono il messaggio degli angeli "Gloria a Dio e pace in terra agli uomini che Egli ama". Auguro a tutti voi una celebrazione piena di grazia.

Homilie
Bij het klaarmaken van de kerststal, kreeg ik de schrik van mijn leven. Ik kon toch het Kerstkind nergens meer vinden! Nu moet u weten dat ik het kindje pas op het laatste moment bij Maria en Jozef en de herders en wijzen leg, niet al weken van te voren, maar dat doe ik pas in de kerstnacht zelf. Het wachten en uitzien naar het kerstkind wil ik niet overslaan. De lege kribbe stemt me altijd tot nadenken en bezinnen. Maar nu kon ik het Kind niet meer vinden. Alle beeldjes staan al klaar, vol verwachting, maar waar heb ik dat Kind nou toch gelaten? Het ziet er naar uit dat ik het zonder Kerstkind moet doen.

De aanblik van de lege kribbe doet me beseffen dat veel mensen op zoek zijn. Niet alleen tijdens de kerstdagen, maar gedurende het gehele jaar heb ik mensen horen afvragen: wat gebeurt er met onze wereld, met het klimaat en met Europa? Het zijn vooral vragen die ik hoor. Mensen zijn wel gelukkig, maar zeer onzeker over hun leven en hun toekomst. Ik vraag me af: wat is dat geluk waard en wat stelt dat geluk voor als het gepaard gaat met grote onzekerheid? Is vertrouwen niet een basis van geluk? Wat maakt nu dat ons geluk blijvend is?

Gelukkig blijven we Kerstmis vieren als een moment waarop we kansen aangrijpen elkaar weer op te zoeken en de band met anderen weer aan te halen. Soms moet je je tegenzin overwinnen en over vervelende herinneringen heenstappen. Ten diepste vinden we het vervelend als er met Kerstmis onenigheid heerst en mensen met Kerstmis alleen moeten blijven zitten. We willen het vertrouwen in elkaar weer een impuls geven door samen de feestdagen door te brengen.

Toch blijft bij veel mensen de kribbe leeg. Zij vinden dat zij het Kind ontgroeid zijn. Zij hebben geen geloof meer nodig om de goede weg te bewandelen. Zij kunnen zelf de richting bepalen. Ook vanavond blijven de meeste mensen thuis omdat zij hun eigen kerstfeest willen zijn. En dat vinden zij wel genoeg.

De aarzeling van mensen om God bij hun levensverhaal te betrekken, kan ik begrijpen, zeker gelet op het veelvuldige misbruik van Gods naam bij allerlei daden van haat en geweld. God wordt voor het karretje gespannen van mensen die gefrustreerd zijn en hun agressie op anderen willen botvieren.

Bovendien worden mensen nog steeds opgevoed met een beeld van God als een strenge controleur die mensen in de weg zit en het leven van mensen klein houdt. God als Big Brother of een strenge toezichthouder. Wie kent niet de verhalen van mensen die in naam van God worden onderdrukt of uitgehuwelijkt of zelfs misbruikt en uitgebuit. Gods naam wordt geassocieerd met lieden die door de wereld gaan met dood en verderf.

Is de wereld niet beter af als we de kribbe leeg houden? Is het niet beter als we God buiten de deur houden? Het is een verleidelijke gedachte en het zou het leven van veel mensen simpeler maken als we daar ons hoofd en hart niet meer over hoefden te breken. De afwezigheid van God zou ons hart niet meer zo onrustig maken.

Maar dan weten we niet meer wat Kerstmis betekent. Dan ontgaat ons de revolutionaire gedachte van Kerstmis: God die als een klein kwetsbaar Kind te vinden is in een kribbe, eerder thuis tussen dieren dan tussen mensen. God die slechts door Maria en Jozef en een stel herders wordt herkend. Telkens als Gods naam genoemd wordt dan moeten we het Kerstkind voor ogen houden en ons afvragen of de woorden die over God gebruikt worden bij dit Kerstkind passen. Het Kerstkind is ons criterium om over God te praten!

Als er gezegd wordt: ”God bless America,” kan dat dan uit de mond van het Kerstkind komen? Als er in het Arabisch geroepen wordt: “God is groot,” past dat dan bij het Kerstkind? Als het aan Gods wil toegeschreven wordt, dat de goddelozen worden afgemaakt: past dat dan bij het Kerstkind? Als mensen uit de kerk worden buitengesloten omdat zij hun leven niet op orde hebben, niet volgens een bepaalde orde: kan dat dan aan het Kerstkind worden toegeschreven? Het kleine Kind wil met wijd gestrekte armen alle mensen ontvangen en nodigt tot liefde uit: helpt dat Kind niet om een beter zicht op God te krijgen?

Telkens als Gods naam met geweld en onverdraagzaamheid en haat wordt verbonden, wordt net als toen tegen Hem en zijn hoogzwangere moeder gezegd: je komt er niet in. We hebben geen plaats, we vinden je lastig, ja zelfs onrein. Zoek maar elders een onderkomen. Onze samenleving is als een ongastvrije herberg geworden, die alleen opneemt wie in het kader past, die aan de regels voldoet. “De naam van God is barmhartigheid” zo heet het boek van paus Franciscus dat in januari verschijnt. Met Kerstmis vieren we dat God zich klein maakt en kwetsbaar om dicht bij ons te zijn. Ik weet dat de verleiding groot is om te denken dat Jezus niet meer dan een bijzonder mens is en dat zijn geboorteverhalen schromelijk overdreven zijn. Je moet het allemaal maar met een korrel zout nemen. Dat is natuurlijk een logische gedachte: we passen het mysterie aan zodat we het kunnen beseffen. Maar we doen God dan groot onrecht. We dan beseffen niet welke groot geschenk Hij gegeven heeft door zijn goddelijkheid te verbergen en een menselijke gestalte aan te nemen. We houden Hem dan buiten de deur! Hij is dan niet welkom in ons leven. De Godheid van Jezus relativeren betekent dat we Hem buitensluiten.

Zijn naam is barmhartigheid en de enige weg die Hij ons deze nacht voorhoudt is de weg van barmhartigheid. Barmhartigheid is een ander woord voor God en dat roept dus een bepaalde houding op, het roept daden op en initiatieven. We mogen ons door onze barmhartigheid nog wel eens onderscheiden in onze samenleving! Daartoe zijn we parochie. Daartoe zijn we kerk, daartoe zijn we hier in deze kerk gekomen, van welke achtergrond we ook zijn. Als mensen er naar vragen waarom we ons zo barmhartig opstellen, dan kunnen we zeggen: onze God heet barmhartigheid!

Onze harde samenleving biedt er voldoende kansen toe. Kijk je eigen familie en je leefomgeving er maar op na: wie in mijn omgeving kan nog wel wat barmhartigheid gebruiken? Er zijn voldoende mensen die eenzaam zijn, bij wie we op bezoek kunnen, mensen die in geldproblemen zijn kunnen we helpen, vluchtelingen kunnen we gastvrijheid bieden door met hen activiteiten te ondernemen. Er is genoeg te doen. Het Kerstkind roept om barmhartigheid in deze wereld.

Wanneer ik het kerstkind niet meer vind, dan kan ik altijd nog dat boekje van paus Franciscus in de kribbe leggen: zijn naam is barmhartigheid! Dat zal me de komende maanden inspireren! Ik hoop u ook!

In die geest wens ik u allen een zalig en barmhartig Kerstmis!