LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging vierde zondag van de advent, 20 december 2015

Lezingen
Micha 5, 1-4
Psalm 80
Hebreeën 10, 5-10
Lucas 1, 39-45

Welkom
De laatste weken zijn de kleine profeten aan het woord. Micha en Sefanja zijn minder bekend dan Jesaja en Jeremia, maar hun teksten zijn als sterren aan een donker firmament. Vandaag spreekt Micha van een mens van vrede die komen zal. Zijn beeld van een Messiaanse figuur staat haaks op het gewelddadige van zijn tijd.

Het kind in de schoot van Maria wordt ook met dankbaarheid ontvangen door Johannes de Doper. Een Messiaanse tijd breekt aan en de boodschap wil mensenharten verzachten en troosten. Deze laatste dagen van Kerstmis willen ons prepareren voor de geboorte van een Kind. We maken ons leven open om zijn boodschap te ontvangen. Niet iedereen doet dat even gemakkelijk. Onze boodschap is helder en krachtig: onze wereld kunnen we alleen maar opbouwen als iedereen mee doet. De wereld is ons gemeenschappelijke huis, aldus de titel van de encycliek van Paus Franciscus.

We hopen en bidden dat de weken die voor ons liggen ons zicht geven op een wereld waar Messiaanse krachten, die vrede bouwen, werkzaam zijn. Voor alle momenten van onzekerheid en wanhoop en gebrek aan vertrouwen op Gods voorzienigheid vragen we Hem om vergeving.

Homilie
Hoe ziet het landschap tussen Nazareth en Judea eruit? Maria trekt met spoed door dat land. Wat komt ze daar tegen? Hoe is het met de mensen die ze daar ontmoet? Er wordt niets over verteld, maar de luisteraars van het verhaal beseffen heel goed dat het met het land niet goed gesteld is. De Romeinse overheersing put het land volledig uit, de rivaliteit tussen Joodse bevolkingsgroepen is groot. Er is geen goede leider die het volk bij elkaar houdt en de weg wijst, die vertrouwen wekt of bij de mensen het vertrouwen in Gods nabijheid laat groeien. Het geloof is voor velen, zo blijkt uit het verdere vervolg van het evangelie, verzand in discussies over allerlei kwesties waar de barmhartigheid van God op de achtergrond geraakt is. In zo’n sfeer groeit angst en door die angst gaat men elkaar overschreeuwen.

Hoe ziet ons eigen landschap eruit? Wat geeft kleur en wat geeft vreugde? En waar zijn we minder blij over en wat belemmert ons? Als we ons door het bergland van ons eigen leven spoeden, is het belangrijk een doel voor ogen te hebben. Maria heeft een duidelijk doel. Zij wil zien hoe de belofte die haar gedaan is, bij Elisabeth uitwerkt. Wat betekent het voor haar nu zij en Zacharias door Gods engel geraakt zijn? Maria wil haar geloof delen en onderneemt een voor die tijd en voor een jong meisje als Maria een enorme en gevaarlijke reis. Niet alleen de twee vrouwen ontmoeten elkaar, maar ook de twee kinderen herkennen elkaar als een godsgeschenk. Al in de moederschoot wijst Johannes de Doper de Messias aan.

Kunnen wij ook onze ogen richten op de Messias? Er is veel dat onze aandacht trekt. We zijn drukke mensen en willen graag van alles regelen en organiseren. Als we niet opletten lijkt de voorbereiding van Kerst op onze inzet voor de vrede. We willen plannen en organiseren alsof ons leven ervan af hangt. In de tekst van de Hebreeënbrief wordt gesproken van brandoffers en zoenoffers. Het is een soort reflex van de mensheid: als we iets goeds willen bereiken, moeten we iets van onszelf inleveren en opofferen. Maar de houding van Maria helpt ons om ook de vrede te ontvangen. Natuurlijk maken we keuzes en richten we ons leven op een bepaalde manier in, maar het begint met een Godsontmoeting die we in ons eigen hart meedragen, ook als we met spoed door het bergland van ons eigen leven trekken. Laat bij alle drukte van ons leven onze focus zijn op die soms verborgen aanwezigheid van de Messias in ons eigen hart. Dat bepaalt ons reisdoel!

Hebben we oog voor het grootste geschenk dat God ons geeft? Hij offert als het ware zijn goddelijkheid op! Deze vierde zondag van de advent wil ons openen voor de verwondering: God heeft in de schoot van Maria zijn intrek genomen. Het is het eerste grote teken van Gods enorme liefde, om zijn intrek te nemen in een mens die buiten alle machtscentra staat en die geen rol lijkt te spelen in het maatschappelijke leven van Israël.

Bovendien laat God zien dat Hij geduld met ons heeft. Het kind dat in de schoot verborgen is, moet nog opgroeien en het zal nog jaren duren voor Hij zijn gezicht laat zien en zijn stem laat horen. Maar uit dit prille begin in de moederschoot van Maria kunnen wij Gods barmhartigheid aflezen. Het is nog voor weinig mensen zichtbaar.

Ook in onze tijd is de Messias voor velen onzichtbaar en dat maakt mensen onzeker en onrustig, ja zelfs opstandig. Toch zijn vele andere mensen in stilte en in alle rust en vertrouwen bezig met hun taken: talrijke mantelzorgers, vele dienstbare hulpverleners, biddende en wakende mensen, die vanuit een innerlijke vrede klaar staan om vluchtelingen en andere mensen in nood te helpen. Zij hebben geen grote theorieën nodig. Zij hebben geen last van angstbeelden en bangmakerij. Zij hebben het niet nodig om te schreeuwen en gewelddadig te worden. Zij dragen als Maria de hoop en het geloof en de liefde voor de vrede met zich mee. Amen

Verkondiging derde zondag van de advent, 13 december 2015

Lezingen
Sefanja 3, 14-18a
Jesaja 12
Filippenzen 4, 4-7
Lucas 3, 10-18

Welkom
Hoe kunnen we spreken van vreugde in de wereld van vandaag? We kunnen dat doen, omdat de bron van vreugde in God gelegen is. Deze bron is groter dan ons leven en onze wereld. Zoals je je kunt verheugen op bezoek dat zal komen, zo zijn we verheugd over de komst van Christus omdat Hij zoveel goeds meeneemt. Hij neemt het goede en vredevolle van de hemel mee. Daar zetten we de deur wijd voor open!

Bij de opening van het heilig jaar van barmhartigheid zetten we de heilige deur van ons hart open om de barmhartigheid van de Vader te ontvangen. Vijftig jaar na de afsluiting van het Tweede Vaticaans concilie beseffen we dat we geroepen zijn om ons de noden en de vreugde van de wereld meer eigen te maken. Wij willen de wereld in ons hart dragen opdat de wereld Gods barmhartigheid leert kennen. Onze bisschop opent vandaag een heilige deur in Schiedam, de enige basiliek in ons bisdom. Christus is de deur en nodigt ons uit om naar binnen te gaan en ons te laten raken door de noden van de wereld en in gebed en naastenliefde dienstbaar te zijn aan allen die wij ontmoeten. Moge het komende jaar van barmhartigheid ons allen inspireren.

Homilie
Johannes de Doper is als het ware de open deur waardoor de Messias in ons leven binnen kan treden. Hij kan soms fel uit de hoek komen en mensen flink de waarheid zeggen als hun uiterlijk en innerlijk niet met elkaar in overeenstemming zijn.

Maar het gaat er Johannes allereerst om, dat we ons door zijn woord laten openen voor de boodschap van het evangelie van Jezus Christus. Hij spreekt ons aan op ons geweten, dat als het ware de deurklink is om de deur van ons hart te openen, om te weten welke keuzes we kunnen maken.

De mensen vragen Johannes de Doper wat zij moeten doen. Paus Franciscus zou zijn antwoord direct klaar hebben in dit heilige jaar, dat hij net geopend heeft: wees barmhartig! Dat vraagt niet eens zoveel extra’s.

Dat blijkt ook uit het advies van Johannes de Doper: wat je niet nodig hebt, geef dat maar weg, de tollenaars moeten geen extra geld vragen, de soldaten mogen niet plunderen. Eigenlijk is het niet zo bijzonder veel wat gevraagd wordt. Zoals in het boek Deuteronomium staat: de opdracht die God ons geeft, is niet te hoog en niet te zwaar. God komt ons tegemoet en zal ons mogelijkheden aanreiken om barmhartigheid te tonen.

De vreugde inspireert ons vandaag. Die vreugde zien we ook eenvoudigweg terug in alle kerstvoorbereiding: mensen willen er een vreugdevolle tijd van maken. Allerlei versiering wordt uit de kast gehaald en ik wens de mensen toe dat die uiterlijke vreugde ook werkelijk naar binnen gaat en dat ze beseffen hoe mooi het is om deze vreugde ook echt te ervaren en te delen.

Het is ook mooi omdat de bron van de vreugde in de ervaring van Sefanja gelegen is: de Heer maakt slappe knieën sterk en wankelmoedige mensen durven standpunten in te nemen en keuzes te maken. Mensen kunnen soms aan zichzelf twijfelen en zich afvragen waar ze de kracht voor het leven vandaan kunnen halen. Sefanja kent de bron van die levenskracht: de barmhartigheid van God. Daar waar mensen de deur open zetten voor onvoorwaardelijke barmhartigheid, voor barmhartigheid zonder vragen, daar wordt de bron van die goddelijke kracht geopend. Dat is de bron van de onbegrensde vreugde.

Om die vreugde echt te ervaren, is het nodig om keuzes te maken, keuzes ingegeven door Johannes de Doper, keuzes van het Evangelie, keuzes van barmhartigheid. De advent is een periode om daadwerkelijk deze keuzes te maken en daarvan de vreugde te ervaren. De wereld en de kerk hebben die kracht en die vreugde nodig. Als je een beetje op de drempel van het geloof blijft staan, zul je niet de warmte en de kracht ervaren. Dan zie je wel het licht binnen branden, maar je staat op de tocht en de wind van buiten blijft om je hoofd waaien.

Het heilig jaar van barmhartigheid is een uitnodiging om op een nieuwe manier een stap naar binnen te zetten. Overwin de aarzeling en treed binnen in het huis van geloof en Bijbel en traditie. Dat vraagt natuurlijk wel wat van ons leven. Het misverstand dat je aan allerlei eisen en verplichtingen moet voldoen om naar binnen te treden, wil Paus Franciscus uit de weg ruimen. Als je ziet hoe hij de deuren heeft geopend, ook die eenvoudige deur in de kathedraal van Centraal Afrika, dan zie je daar een gastvrije kerk in, die allen met al hun aarzelingen ontvangt.

Laten wij zelf ook in navolging van Jezus die zelf de deur van de schapen is, ook een open deur zijn. Als mensen ons aanspreken op ons geloof en onze kerk, laten we dan de gastvrijheid verkondigen die paus Franciscus verkondigt. En laten we daar waar mensen van ons geloof en onze kerk een onverdraagzame en zwaarmoedige boodschap maken, juist spreken van onze vreugde van het evangelie en vertellen hoe dat evangelie van Jezus, dat we in de kerk verkondigen, ons optilt en uittilt boven onze eigen moeilijkheden en tekorten en zondigheid. Laten we dan maar zelf die open deur zijn naar het evangelie en naar Jezus Christus.

We mogen beginnen met de keuze om de voorbereiding voor kerstmis een krachtige voorbereiding te laten zijn; dit kan ons vreugde geven. We beginnen met één kaarsje en vandaag zijn het er al drie. Het loopt uit op het Licht der wereld en we mogen ervaren dat God de bron van die vreugde en van dat Licht is.

Het heilig jaar van barmhartigheid is vandaag in ons bisdom geopend, laten we ons eigen hart ook openen om de vreugde van het Evangelie te verspreiden. Wij zijn de open deuren, wij zijn de boodschappers van Gods barmhartigheid. Moge Gods Geest van barmhartigheid ons op die weg en bij die opdracht inspireren. Amen

Homilie RKK viering, 6 december 2015, 2e advent

Het verkeersbord dat een stopgebod aanduidt is een van de weinige borden die een geschreven woord bevatten. Er staat met grote witte letters STOP geschreven. Het bord zelf is blijkbaar onvoldoende, maar heeft een woord nodig opdat de automobilist daadwerkelijk zal stoppen. Het is een kort woord dat voor de verkeersveiligheid onmisbaar is. Als je dat niet verstaat, kom je hopeloos in de problemen en veroorzaak je groot gevaar voor anderen.

Het woord dat tot Johannes de Doper komt in de woestijn is het tegendeel van stop. God wil niet dat er een einde aan de mensheid komt, of dat de mens anderen verhindert te bewegen en zich te ontwikkelen. Het woord dat paus Franciscus centraal heeft gezet het komend heilig jaar is barmhartigheid. Het woord komt van “arm van hart zijn” in de zin van “je ellendig voelen in je hart.” Het gaat niet om armoede, maar om je het ellendig voelen van de ander eigen te maken. Het logo van het jaar van barmhartigheid (zie www.stjacobus.nl, artikel Jaar van Barmhartigheid) is een man die als de Samaritaan een verloren en berooide man op zijn schouders heeft genomen. Beide mensen kijken ons aan. Als u goed kijkt, ziet u dat beide mensen samen slechts drie ogen hebben.

Ik ben altijd onder de indruk van de grote ogen die de jezuïet-kunstenaar Marko Ivan Rupnik in zijn figuren verwerkt. Zoals de ogen van Christus op de voorgevel van de basiliek van de Rosaire in Lourdes: gesloten ogen bij de afbeelding van de doop van Christus, en open ogen bij de verheerlijking op de berg Tabor.

Bij de werken van barmhartigheid heeft een mens beide nodig. Soms moet een mens de ogen sluiten om in zichzelf te keren en in geweten na te gaan wat er nodig is: waar moet gehandeld worden en wat kan er gebeuren? Wie ben ik en wat is hier nu mijn roeping en opdracht? Ook moeten de ogen geopend zijn om de ander te zien en in de ogen te kijken en te herkennen welke nood en ook welke vreugde iemand kent. Om dat werkelijk te delen moet de mens zich aan de ander verbinden.

Wie het logo goed bekijkt, herkent bovendien de wonden van Christus, die de mens draagt die wijzelf kunnen zijn. Christus neemt de gedaante aan van de barmhartige Samaritaan die ons draagt. Hij is het levende Woord van God dat ons draagt.

Voordat we een ander barmhartigheid betonen, dienen we te beseffen dat het Christus zelf is die ons draagt. Waar zouden we anders de kracht en de inspiratie, de liefde vandaan halen om die aan anderen uit te delen? Hoe zouden wij zelf redding en barmhartigheid kunnen brengen als wij de bron zelf niet aanboren? Die bron is onmetelijk en onuitputtelijk heeft Jezus ons geleerd én getoond. Daarom is zijn geboorte een feest waar we ieder jaar weer naar uitzien en met vreugde verwachten omdat we daardoor in beweging gehouden worden.

Terwijl veel mensen barmhartigheid een halt toeroepen en zeggen: nu is het genoeg geweest om aardig en liefdevol te zijn, dat moet maar een keer stoppen, durven wij het aan om tegen alle stopborden in door te gaan met gastvrijheid en vergeving en andere evangelische waarden. Mogen we ook dit komende jaar van barmhartigheid groeien in de moed en de daadkracht, die we van Christus ontvangen. Amen