LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging kerkwijding en gedachtenis van de heilige Jacobus, 20 september 2015

Lezingen
Jesaja 56, 1. 6-7
Psalm 83
1 Petrus 2, 4-9
Lucas 19, 1-10

Woord van welkom
Welkom in uw tweede huis, onze parochiekerk. De kerk is toegewijd aan God opdat wij Hem ontmoeten als tochtgenoot, als bron van Leven. Wij ontmoeten Hem hier samen en we staan allen naast elkaar. Wie in het eerste boek Samuël leest over de nood van Hanna en hoe de priester Eli zich met haar in gebed verenigt, ziet daar staan: en zij bogen zich daar samen voor de Heer. Ik vind dat een indrukwekkende uitdrukking. Dat is wat wij hier doen in gebed, in zang, in stilte, ja ook als we elkaar de vrede wensen, als wij sacramenten vieren en lezen uit de Bijbel, we buigen ons voor de Heer.

We buigen niet om ons klein te maken, maar uit ontzag voor de onmetelijke grootheid en liefde van God die de bron is van al wat bestaat. Laudato si’ Signore zingt Franciscus van Assisi en sinds de encycliek van de paus zingt de hele kerk dat mee en zelfs in de tweede Kamer bij de algemene beschouwingen wordt uit de encycliek voorgelezen.

We buigen ons ook voor de Heer van de vrede, die bij mensen vrede zaait. Deze vrede heeft soms een hard gezicht: de vele vluchtelingen dragen datzelfde verlangen naar vrede met zich mee. Veel mensen ontvangen hen met vrede. Enkele schreeuwers willen die vrede verstoren. Maar we beseffen dat we in vrede blijven wanneer we de ogen op Christus gericht houden. Hij is het ware gezicht van de vrede. Op deze vredeszondag zullen velen tijdens de Walk of Peace op weg naar het Vredespaleis ons kerkplein als Vredesplein aandoen en er bidden voor vrede. Voor die vrede bidden wij ook en we vragen God om vergeving voor die keren dat we niet in vrede leefden.

Welcome for our foreign guests
Today we celebrate the consecration of our church and our patron saint, the apostle James. It is also the opening of our pastoral year. Please consider yourself also as a holy temple of Gods Spirit and may you understand this celebration as a unity in faith, hope and love.

Homilie
Zacheüs lijkt een tevreden mens. Hij heeft de vruchten van zijn arbeid geplukt: een succesvolle carrière en een goede opbrengst van zijn belastingactiviteiten. Van zijn huis wordt in het evangelie weinig gezegd. Maar ik kan me wel een voorstelling maken van een huis waar je al van de buitenkant ziet, dat de bewoner goed voor zichzelf gezorgd heeft. Zo’n huis is voor Zacheüs, de collaborateur, een veilige burcht, waar hij kan schuilen, beschermd tegen de woede van zijn volksgenoten.

Maar vandaag heeft hij een probleem. Hij kan niet in zijn huis blijven. Hij moet zijn huis verlaten. Hij kent Jezus niet maar toch wil Zacheüs Hem zien. Waarom verlaat Zacheüs zijn veilige huis? Waarom komt Zacheüs in beweging? Is het de stem van zijn geweten? Is het de stem van zijn religieuze opvoeding die hem vraagt naar de zin van het leven? Waarom gaat Zacheüs op zoek?

Vandaag vieren we kerkwijding. We genieten van een prachtig kerkgebouw dat gelukkig dagelijks openstaat voor mensen die de vieringen willen bezoeken of die een gebed willen opschrijven of die zomaar even de stilte zoeken. Maar zo’n kerkgebouw is niet voldoende. We weten inmiddels heel goed dat ook kerkgebouwen die stevig staan en waar veel aandacht, liefde en ook geld in gestopt wordt, niet voldoende garantie bieden. Zij hebben de eeuwigheid niet.

Toch probeert het kerkgebouw zoveel mogelijk de eeuwigheid te symboliseren. Volgens de neogotiek gebruikte Cuypers het lijnenspel en de hoogte en de werking van het licht als hulpmiddelen om de bezoeker - gelovig en ongelovig - gevoelig te maken voor het mysterie van het eeuwige, het mysterie van de Eeuwige.

Zacheüs is niet erg met de eeuwigheid bezig. Hij houdt van zijn veilige huis. Maar vandaag trekt hij toch naar buiten. Buiten zal hij Jezus ontmoeten. Hij moet het aandurven zijn schaamte achter zich te laten, hij moet het aandurven zich te bekeren. Daar buiten op straat gebeurt het. Hij wordt aangesproken door Jezus zelf. Jezus ziet hem door het gebladerte van de vijgenboom, u weet het: het is de boom van de schaamte. Maar Jezus ziet er doorheen, zoals God een mens ziet: “Mens, waar ben je!”

Ons jaarlijkse feest van Kerkwijding vieren we niet simpelweg als feest van een monumentaal godshuis dat nog fier overeind staat in het centrum van Den Haag. We vieren het als een plek waar de wereld van buiten samen komt met de wereld van ons innerlijk; een plek waar tijd en eeuwigheid samen komen, een plek waar God en mensen elkaar ontmoeten.

Met alle eerbied voor dit huis, mogen we ook niet vergeten op weg te gaan. De eerste christenen werden mensen van de Weg genoemd. De apostelen trokken de wereld in. Wij zijn hun navolgers. We gaan naar buiten om Christus te leren kennen en Hem te ontmoeten. En dan de verrassende uitnodiging: “Ik wil bij jou, in jouw huis te gast zijn”. In de samenleving van vandaag toont Jezus zich in vele gezichten: in de zieken en de eenzamen, in de dak- en thuislozen, ook als hij een plekje vindt aan ons eigen kerkplein, in de gezichten van de vele vluchtelingen die de oorlog moe zijn. Er zijn vele manieren om zich te verstoppen, maar voordat we Hem ontwaren, heeft Hij ons al aangesproken. Lees de tekst nauwkeurig: Jezus ziet als eerste Zacheüs en spreekt hem aan. Door deze ontmoeting wordt het huis van Zacheüs een huis van vreugde. Niet meer een huis voor hem alleen, maar een huis als startpunt voor een nieuwe fase in zijn leven, een huis waar ook ruimte voor Christus is en dus ook voor de naaste. Dat maakt zijn en ons hele leven heilig. Daarom bezingen we dit gebouw als een heilige plek.

Ik probeerde het vorige week aan een bezoeker van monumentendag uit te leggen. Waarom is een katholieke kerk gewijd? God is toch overal? Natuurlijk is God overal en de meest heftige ontmoetingen met Hem gebeuren vooral buiten het kerkgebouw, zomaar op straat, op onverwachte momenten in ons leven. Die ontmoetingen en ervaringen brengen ons hier bij Christus die tot ons spreekt en die ons voedt. Zijn aanwezigheid in ons leven - die we voortdurend met ons meedragen - komt hier tot wasdom; hier mogen we in de sacramenten van de eucharistie en de verzoening Christus’ nabijheid ervaren. Om het met de woorden van de apostel Paulus te zeggen: hier beseffen we de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte van de liefde van Christus.

Paus Franciscus gaat ook zijn huis uit om de Heer te ontmoeten. Vandaag in Havana viert hij de eucharistie op het plein van de revolutie. Het is de revolutie van de christelijke bekering die daar gevierd wordt. Het plein wordt als het huis van Zacheüs: een nieuw begin voor veel mensen. Het is geen revolutie die verwoest en afbreekt, maar een revolutie die de mens opbouwt en de mens weer in contact brengt met zijn of haar oorsprong, de Levende en barmhartige God.

Moge wij dit huis ook steeds weer opzoeken als een mogelijkheid voor een nieuw begin, een huis waar we de Eeuwige ontmoeten en waar ons gebed voor de naaste wortel schiet en vruchten draagt. Laten we dit huis en alle werken die van hieruit gebeuren dragen met een vertrouwend en gelovig hart. Amen

Verkondiging 24e zondag door het jaar, 13 september 2015

Lezingen
Jesaja 50, 5-9a
Psalm 116
Jacobus 2, 14-18
Marcus 8 27-35

Woord van welkom
We zijn vandaag getuige van het gesprek tussen Jezus en Petrus. Het kruis komt ter sprake. Petrus reageert zoals te verwachten is: laten we het lijden vermijden. Maar Jezus weet dat dit een illusie is. Hij kiest ervoor om de weg naar Jeruzalem in te slaan en het lijden te omarmen. Het zal geen weg van ondergang blijken, maar van opstanding. Ditzelfde vertrouwen hebben wij nodig in de aanblik van het lijden en de wanhoop in deze wereld. Is er een antwoord? Waar is God?

Wij zijn geroepen om zijn barmhartigheid in deze wereld te brengen. Hier kunnen wij putten uit zijn barmhartigheid aan deze tafel van zijn liefdevolle aanwezigheid. Stellen wij ons open om Hem te ontmoeten.

Homilie
Een ballingschap is traumatisch. Zowel aan het begin als aan het eind is een ballingschap pijnlijk en verdrietig. Een ballingschap beschadigt mensen. Israël weet er van en de profeet Jesaja heeft in de tijden van ballingschap geen gemakkelijke troost te bieden. In de ballingschap moet Israël alles achterlaten: de tempel, de eredienst, de rijkdom, het koningschap. Alles wat sinds de tijd van David en Salomo was opgebouwd: er is niets van over gebleven.

Een ballingschap is traumatisch op het moment van het vertrek: je wordt gedwongen je huis te verlaten, de plek waar je je altijd veilig hebt gevoeld. Je werk moet je achterlaten en daarmee de bron van inkomsten en de basis om voor je gezin te zorgen. De verhalen die ons bereiken over de situatie van het Midden Oosten waar staatsstructuren amper nog bestaan, zijn angstaanjagend. Het is al enkele jaren bezig, maar in alle hevigheid komen de berichten nu naar ons toe.

Een ballingschap kan ook traumatisch zijn op het moment van aankomst in de nieuwe woonplaats. Het gevoel van vervreemding gaat heel diep: niet alleen spreekt men er een andere taal en heeft men er een hele andere keuken, er zijn ook grote verschillen op het gebied van geloof en levensvisie. De christenen onder hen hebben hun eigen tradities en liturgieën. Er zijn gelovigen van andere stromingen die zich niet gemakkelijk herkennen in hun geloofsgenoten hier ter plaatse. Het evenwicht tussen het bewaren van de identiteit, die je zo dierbaar is, en het aanpassen aan de plaatselijke situatie is een heidense opgave. Israël heeft er altijd mee geworsteld door de eeuwen heen. De vluchtelingen van vandaag zullen daarin ook een verstandig en gezond evenwicht moeten vinden.

In die traumatische tijden staat de lijdende dienaar op. De beschrijving door de profeet Jesaja herinnert ons natuurlijk aan Christus. Maar laten we die lijdende dienaar goed bekijken. Hij lijkt een slachtoffer. Hij wordt gemarteld en uitgescholden. We zien de beelden van mensen die net als hij gemarteld worden. We dachten dat de Middeleeuwen voorbij waren, maar er worden weer nieuwe gruwelijkheden uitgevonden om mensen te pijnigen en te vermoorden op een manier die ons intimideert en beangstigt.

Maar wie nauwkeurig leest, ziet dat de lijdende dienaar des Heren in Jesaja niet zomaar een slachtoffer is. Hij kiest een houding: “Ik heb mij niet verzet, ik ben niet teruggedeinsd.” Zou je niet beter vluchten? Ieder mens met gezond verstand zou zich toch verzetten? Je biedt je rug toch niet aan je beulen?

Het is echter geen angst die de lijdende dienaar beheerst. Het is geloof. God heeft tot hem gesproken. Hij gelooft in God als zijn redder. Dit lijkt bovenmenselijk en dat is ook zo. Dat mogen we niet van mensen vragen. Maar Christus laat zien dat er een andere werkelijkheid is die groter is dan al het lijden en de dood. Jezus heeft zich gespiegeld aan de lijdende dienaar. Niet alleen in de weg van het lijden, maar ook in de weg van geloof. Zijn laatste woorden waren dan ook: “In Uw handen, Vader, beveel ik mijn Geest”. Naast de wanhoop was er ook geloof. De Vader die onze wereld geschapen heeft, die ons tot leven geroepen heeft, omarmt ons, ook in het lijden en de dood.

Nu de ballingschap van zovelen dichtbij komt en mensen met duizenden een beroep doen op gastvrijheid, moeten wij ervoor zorgen dat hun aankomst in dit oord van ballingschap zo min mogelijk traumatisch is. Er zijn al vele voorbeelden te zien van mensen die door hun vriendschappelijke ontvangst, door het aanbieden van water, voedsel en kleding, een menselijk gezicht tonen. Er wordt al veel gedaan en velen komen in beweging.

Bondskanselier Merkel heeft in een interview aangegeven dat een defensieve en angstige houding ons niet zal helpen in deze crisis. Dergelijke gevoelens zijn negatieve bronnen die traumatiserend werken, zowel voor vluchtelingen als voor de ontvangende burgers. Zij adviseert de mensen om te rade te gaan bij hun levensovertuiging, om zich duidelijk te uiten als christen en te putten uit de bronnen van geloof, zowel in kerkdiensten als in Bijbellezing. Een advies dat met applaus begroet werd. Zij toont leiderschap door te laten zien dat angst geen goede raadgever is. Zij wijst op de kracht van onze eigen levensovertuiging. Wie sterk staat in de eigen levensovertuiging kan pas echt een gesprek aan gaan, een echte dialoog. Laten wij zelf ook putten uit de kracht van ons geloof. Laten we anderen die angstig zijn en die soms hun angst overschreeuwen door vijandigheid, bemoedigen om hun geloof weer op te pakken en te verdiepen. Amen

Het interview met Angela Merkel kunt u hier vinden: https://www.youtube.com/watch?v=xCdMvJaMCj8

Verkondiging 23e zondag door het jaar, 6 september 2015

Lezingen
Jesaja 35, 4-7a
Psalm 146, 6c-10
Jacobus 2, 1-5
Marcus 7, 31-37

Woord van welkom
Er is wel iets open gegaan sinds vorige week: de doofstomme mensheid lijkt even opengemaakt en in beweging gebracht door de aanblik van het dode jongentje op het strand. Vreselijk dat dit nodig is. Ik zag een interview met de vrouw die de foto had gemaakt. Zij wilde hem een stem geven. Zelfs de doden kunnen spreken!

Ons katholiek geloof wil ons voortdurend gevoelig maken voor wat anderen niet horen. Dit is niet afhankelijk van een individueel drama zoals dat kind, maar het is een levenshouding. Jezus spreekt Effata, ga open. Ieder eucharistie maakt ons open: God is immers onder ons aanwezig. Tonen we zijn barmhartigheid? Betekent zijn aanwezigheid ook leven? Vragen we God om vergeving voor die keren dat we ons afsloten voor de noden van de naasten en de opdracht van ons doopsel niet aanvaardden.

Homilie
Ik heb nog nooit in een isoleercel gezeten. Dat is een plek waar je vrijwel niets kunt horen en waar niemand jou hoort. De mens daarin wordt figuurlijk van de andere mensen afgesneden. Hij/zij wordt buiten de gewone werkelijkheid geplaatst en afgesloten van allerlei invloeden van buiten. Er kunnen gezondheidsredenen zijn, maar het kan ook een strafmaatregel zijn. De doofstomme man verkeert in een vergelijkbare situatie. We weten hoe belangrijk onze zintuigen zijn, want daarmee communiceren we met de wereld om ons heen en met de mensen die we ontmoeten.

De doofstomme man heeft niet alleen last van slecht functionerende zintuigen, maar hij is vervallen tot passiviteit. Hij wordt door anderen bij Jezus gebracht en deze mensen voeren ook voor hem het woord. Hemzelf wordt niets gevraagd. Wat wil hij zelf eigenlijk?

Meestal richt Jezus het woord tot een zieke of een mens in nood en vraagt: wat verlangt u? Deze man kan echter niets uitbrengen. Deze passiviteit mag in het Bijbelse spraakgebruik vergeleken worden met de dood. Immers de dood is in de Bijbel niet het ophouden van de adem of van hersenactiviteit, maar betekent Geest-loos zijn. Verlaten door de Adem Gods. Jezus verricht hier niet zomaar een wonder, maar verwijst naar de schepping: God handelt hier daadwerkelijk als het zichtbaar geworden Woord van God: daar waar het Woord gesproken wordt en de Adem van God voelbaar wordt, komt een mens weer tot leven.

De mensheid in Europa lijkt verdoofd door het onbeschrijfelijke drama van de oorlog in het Midden Oosten en het vluchtelingenvraagstuk dat daaruit voortgekomen is. Gelukkig staan er steeds meer mensen op de als vrijwilligers, of als donateur of als gastfamilie of in gebed: mensen willen bijstaan. Het is geen probleem van Syrië of Irak; het is geen probleem van Italië of Griekenland, geen probleem van Hongarije of Duitsland. Het is zelfs geen probleem van Europa. Het is een probleem op het niveau van de mensen en de wereld die we met elkaar bewonen.

De ondertitel van de laatste encycliek van de paus verwijst naar ons gemeenschappelijke huis, la casa commune. De aarde is in de ogen van ons geloof niet op te delen in continenten en landen die los van elkaar staan. Omdat de aarde een geschenk van God is, mogen we die niet opdelen en mensen buiten sluiten. De katholieke sociale leer vertelt dat ieder mens eigendommen mag hebben. We mogen die ook verdedigen. We geloven niet in een soort collectiviteit waar alles van iedereen is. We kennen het oorspronkelijke ideaal van de Handelingen der Apostelen. Dat past bij een bepaalde situatie van kleine gemeenschappen die met elkaar een levenswijze hebben gekozen waar de nadruk ligt op het gemeenschappelijke. Deze manier van leven vinden we terug bij kloosters en religieuze gemeenschappen. We denken misschien dat dit uit de tijd is, maar er zijn nieuwe en vitale voorbeelden zichtbaar, zelfs in Nederland. Bescheiden en voorzichtig en zeker niet in de vormen die we van vroeger kennen.

Het is in onze moderne complexe samenleving niet meer waar te maken, maar dit ideaal herinnert ons wel aan de fundamentele houding die christenen past. Het is een evenwicht tussen gastvrijheid en mensen aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid om de handen uit de mouwen te steken. We mogen onze gasten ook vragen mee te helpen met de opbouw van ons huis.

Welke rol speelt ons geloof bij de inrichting van ons eigen leven en van onze reactie op de nood die we zien? De Jacobusbrief laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Voor Jacobus zijn het de armen die ons in beweging brengen en ons uit de passiviteit halen. Het zijn niet de armen die vergeleken moeten worden met de doofstomme, maar de rijken. Zij kunnen zich verschuilen achter hun rijkdommen en hun belangen. Jezus haalt hen en ons daarachter vandaan en biedt een ander perspectief. Daartoe lezen we de eerste lezing: Jesaja. God zal interveniëren om een nieuwe wereld tot stand te brengen.

Laten wij zijn wegen alvast maar banen. Laten we van die nieuwe wereld getuigen, zonder angst en beven. We moeten wel met de nodige kritische zin de mensen tegemoet treden die op ons pad komen in West-Europa. We zijn blij met alles wat we tot stand gebracht hebben. We hebben niet eens door hoe belangrijk dat is en dat blijkbaar zoveel mensen naar zo’n wereld verlangen. Het zou ons trots moeten maken en daarom ook gastvrij.

We willen ons niet isoleren van de ander en van de problemen in de wereld, maar we staan er midden in. Effata, ga open en zie de mogelijkheden om een bijdrage te leven. De Geest zal ons inspireren. Amen