LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Homilie 30 augustus 2015, RKK uitzending

De stranden van Europa zijn niet meer zoals vroeger: de hagelwitte oorden van ontspanning en toeristische uitspanningen. Ze liggen nu vol met verlaten rubberboten, met zwemvesten die niet meer nodig zijn. De talloze vluchtelingen zijn de mooie woorden en beloften zat. Het Westen heeft zo vaak al geïntervenieerd, uiteindelijk heeft het weinig opgeleverd. Met name de christenen voelen zich nergens veilig. Ze zoeken voor hun gezinnen en kinderen een veilig heenkomen.

De crisis laat zien tot welke slechtheid de mens in staat is: doden in een vrachtwagen in Oostenrijk, doden in de Middellandse Zee, doden die uit scheepswrakken worden geborgen. Aan de andere kant gaan mensen gewoon door met het vergaren van overvloed en rijkdom. Mensen durven uit angst niet gastvrij te zijn en sluiten hun land en – nog erger – hun hart! De stem van het evangelie wordt gesmoord door allerlei vooroordelen tegen geloof en kerk. Waar moet dan de vorming van het geweten vandaan komen?

Jezus noemt een heel rijtje slechte eigenschappen die de mens in de weg kunnen zitten. Als de mens zich daardoor laat leiden, dan zal Gods Woord geen kans krijgen. De hoopvolle boodschap van Jezus is dat de mens zich tot God kan wenden, waardoor andere kanten zichtbaar worden. Zoals de zon één kant van de maan verlicht waardoor deze lichtgevend wordt, zo kan een mens die leeft met God en zijn evangelie zijn goede kanten en eigenschappen laten oplichten. Het Woord van God is daarbij de leidraad.

De Farizeeën en Schriftgeleerden die door Jezus bekritiseerd worden, zijn dit licht kwijtgeraakt. Zij kennen de regels en de gebruiken en ze handelen er stipt naar, maar zij zijn de kern vergeten. Het is namelijk een liefdevolle God die als hulp, als steun, als richtinggevende wijsheid de geboden heeft geschonken, als een levenwekkende Vader, niet om de mens dwars te zitten of om hem het leven moeilijk te maken. De geboden zijn gegeven in het licht van Gods Liefde. Ze zijn bedoeld om ruimte te scheppen, ruimte tussen mensen om gastvrijer en vrijgeviger te kunnen zijn. Als we God verwaarlozen, zal uiteindelijk onze naastenliefde ook verslappen.

Van onze naastenliefde wordt in tijden van vluchtelingencrises veel verwacht. Nu is de tijd aangebroken voor wonderen van barmhartigheid. Laten we niet twijfelen aan het vermogen van het evangelie om de wereld tot het koninkrijk van God te transformeren. Christus gaf zijn leven om het ware Leven aan de mensheid te schenken. Wij zijn als christenen geroepen om daar getuigenis van af te leggen en ons leven te delen. Wij zijn geroepen om ruimte te maken voor mensen van goede wil die een veilig heenkomen zoeken.

Als wij Gods Woord bewaren voor de wereld, dan is de wereld niet overgeleverd aan de slechtheid die Jezus vandaag opsomt. Dan is de wereld toevertrouwd aan de wijsheid van God. Van ons wordt gevraagd om die te bewaren en te koesteren als levensbron, als inspiratiebron, als bron van leven en handelen. Moge de Geest ons daartoe inspireren. Amen

Verkondiging 20e zondag door het jaar, 16 augustus 2015

Lezingen
Spreuken 9, 1-6
Psalm 34
Efeziërs 5, 15-20
Johannes 6, 51-58

Woord van welkom
In de verdieping van het zesde hoofdstuk van Johannes, neemt Jezus ons mee in zijn gedachten over het brood ten leven. Wat Jezus te bieden heeft, is meer dan alleen maar een fijn en gezellig leven, maar het is delen in het leven van God zelf. Dat is een leven dat onbegrensd is, zoals het leven bij God onbegrensd is. We kunnen ons er geen voorstelling van maken, maar de eucharistie is de voorafbeelding van dat onbegrensde leven.

Kunnen wij daarvan proeven, kunnen wij die belofte van dat leven werkelijk verstaan? Onze wereld lijkt wel in het tegendeel te verkeren. Maar laat u zich niet misleiden door de rampberichten. Juist daar zijn mensen die veel goedheid en vrede brengen! Juist aan het front worden de wonderen zichtbaar. Hoe groot de ellende ook is, er zijn mensen die opstaan om verlichting te brengen. Vragen we God om vergeving voor die keren dat we ons voor de noden van de naasten afsloten en de opdracht van ons doopsel niet aanvaardden.

Homilie
In onze samenleving vallen veel woorden die allerminst voedsel ten leven zijn. Vaak zijn woorden vluchtig, vrijblijvend. Woorden kunnen intellectueel verantwoord zijn, maar amper verworteld in een echte levensovertuiging. Woorden kunnen makkelijk uitgesproken worden, maar als er geen daden volgen, betekenen ze weinig.

Aan de andere kanten kunnen woorden beledigend en kwetsend zijn. Mensen kunnen er soms plezier in scheppen om met woorden mensen en bevolkingsgroepen weg te zetten en te typeren. Daaruit spreken vooroordelen en onkunde. Men verschuilt zich achter het recht op vrije meningsuiting, maar dat blijkt een vrijbrief om met woorden schade aan te richten.

Tussen de vele woorden die we horen in de politiek, in de kranten en bij de nieuwsberichten lijkt het zoeken naar een woord dat echt inspireert op het zoeken naar een speld in een hooiberg. Op zich is dit niet nieuw en niet schokkend. Het is nooit anders geweest.

Ook in Jezus’ tijd klonken er woorden van Schriftgeleerden en Farizeeën die niet in een oprechte levenswandel geworteld waren. Vandaar zei Jezus: luister naar hun woorden, maar volg hun daden niet na. Ieder mens heeft zijn eigen verantwoordelijkheid om woorden tot zich te nemen en daar zelf zorgvuldige beslissingen over te nemen en er de juiste consequenties uit te trekken.

Als Jezus zegt “Ik ben het brood des levens” wil hij twee werelden met elkaar verbinden. Hij legt de nadruk op de overtuiging dat zijn lichaam echt voedsel is en zijn bloed echte drank. Wie de gaven van brood en wijn ontvangt, krijgt deel aan zijn leven. Christus verbindt de wereld van het geestelijke met de wereld van ons dagelijks leven. De boodschap van het koninkrijk dat de kern vormt van het evangelie gaat niet alleen om de bevrijding van de geest en om ons zielenheil, maar zeer zeker ook om een rechtvaardiger en veiliger wereld.

Enerzijds is er de wereld van de Geest. Daar staat de liefde van God centraal die de mens tot liefhebben inspireert. Het is wereld van het geloof waarin de menselijke ziel van Gods Geest vervuld raakt. Zelfs als iemand fouten maakt, kunnen we daar nog goede intenties en bedoelingen erkennen die een mens verontschuldigen of excuseren. Er worden in onze samenleving nogal wat fouten gemaakt. Er worden excuses gevraagd of verontschuldigingen aangeboden: we hebben het niet zo bedoeld. Of het nu gaat om de politie in Waalwijk of het bouwbedrijf in Alphen. Maar dat is te eenvoudig: de mens is tot meer in staat!

In de wereld van de feiten en de gebeurtenissen moeten de intenties en bedoelingen en overtuigingen gestalte krijgen. Onze keuze voor het geloof in het evangelie van Jezus vraagt ook om keuzes in hedendaagse dilemma’s. Dat is niet eenvoudig, maar ons geloof is niet alleen een geestelijke aangelegenheid, maar vraagt ook om een weerspiegeling in ons dagelijks bestaan. Het gaat bijvoorbeeld ook om de besteding van onze tijd en aandacht, de besteding van ons geld en het gebruik van ons voedsel.

Ons christelijk geloof bepaalt, zeg ik met paus Franciscus, ons kijken naar de natuur die we schepping en gave van God noemen; ons geloof bepaalt ons kijken naar de medemens die we broeder en zuster noemen. Het is niet om het even welke geloof we hebben. Het gaat niet om beter of slechter, maar om de manier waarop wij ervoor kiezen om naar de wereld te kijken. Gebruiken wij de bril van het evangelie en van Jezus’ liefde? Of niet?

Door het eten van het brood en het drinken uit de beker delen we in het mysterie. Daardoor kijken we naar het leven als een gave en een opgave van God zelf. Natuurlijk is het verleidelijk om in dit ritueel een eenvoudig gebaar van gastvrijheid en vriendschap te zien, maar als Christus zegt: dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed, wijst dat op het offer van zijn leven. Hij heeft zich laten breken, Hij heeft zijn bloed vergoten. Zijn mooie en inspirerende verkondiging van het Rijk Gods blijft niet beperkt tot de geestelijke wereld, maar krijgt concreet en daadwerkelijk gestalte in zijn dood. Als we op zijn uitnodiging in gaan om dit brood te ontvangen om in zijn lichaam te delen, delen we ook in de bereidheid om ons leven tot inzet van het koninkrijk te maken.

Laten we door ons geloof de wereld van het geestelijke en de wereld van onze dagelijkse werkelijkheid bij elkaar houden door Gods liefde in ons eigen concrete leven present te stellen. Dat is de consequentie van de eucharistie, dat is het gevolg van het ontvangen van het brood als het lichaam van Christus, opdat ook wij kunnen zijn waartoe we geroepen zijn: Christus lichaam in deze wereld. Amen

Verkondiging Maria ten hemel opneming, 15 augustus 2015

Lezingen
Apokalyps 11, 19a. 12, 1-6a.10ab
Psalm 45
1 Korinthiërs 15, 20-26
Lucas 1, 39-56

Woord van welkom
Welkom op dit hoogfeest van Maria, dat ook het hoogfeest van de kerk is. We gedenken dat zij in de hemel opgenomen is. Het is de consequentie van haar jawoord dat zij aan God de Vader gegeven heeft om Gods Woord in haar schoot te ontvangen.

Het Woord heeft negen maanden in haar gewoond, voordat het in de wereld zichtbaar werd. Bij de ontmoeting met Elisabeth die ook door Gods interventie zwanger werd van haar man Zacharias, was dit woord aanwezig en deed het Maria zingen in haar loflied over de grote daden van God. Het Magnificat is Maria’s samenvatting van het evangelie, het is haar presentatie van Gods Zoon die geboren zal worden. Zij heeft zo dicht bij Jezus gestaan dat zij mag delen in de eeuwige heerlijkheid. Dat geloof moge ons vertrouwen en kracht geven in tijden waarin de kerk in zwaar weer verkeert. We laten ons niet ontmoedigen, maar we laten ons door Maria’s geloof voeden. Voor die keren dat ons dat niet lukte, vragen we God om vergeving.

Homilie
De bedreiging van de vrouw in de Apokalyps in de eerste lezing, heeft lange tijd niet zo’n concreet gezicht gekregen als nu met de vervolging van de christenen in het Midden Oosten. Al die mensen die verjaagd zijn uit huis en haard en kerk, dragen het gezicht van deze vrouw. Om twaalf uur hebben in ons land de kerkklokken geluid samen met die in andere landen, onder andere in België en Frankrijk.

Maria staat symbool voor de christen die in vrijheid JA zegt op de uitnodiging van God om in zijn liefde te delen. God dringt zijn liefde niet op, maar nodigt uit. Maar wie de overvloedige liefde van God herkent in de gaven van de schepping, wie zich werkelijk laat leiden door de schoonheid die in de schepping zichtbaar is, wie zich realiseert welke mogelijkheden tot liefde de mens heeft wanneer hij/zij zich verbindt met God, kan niet anders dan zich openstellen om die liefde te ontvangen.

Onze traditionele gebedshouding, staande met de open armen richting de hemel, weerspiegelt de houding van Maria die zich door bezinning op het woord open stelt om Gods Woord te ontvangen, dat vlees geworden is en haar als het ware tot een nieuw bestaan getransformeerd heeft. Niet eenvoudig, want ze was wel moeder van haar zoon, maar deze Zoon ziet zijn familie veel breder en ruimer dan ze zelf gewend was: allen die de wil van mijn Vader doen, zijn mijn moeder, broers en zussen.

Maar Maria is haar Zoon en haar eigen Jawoord altijd trouw gebleven en zij ontving daarom ook de Geest. Haar opname in de hemel is de logische consequentie van die transformatie. We moeten ons niet te veel bezig houden met de vragen van het hoe en wat, maar vooral gevoed worden met haar voorbeeld dat ons troost omdat we onszelf ook kunnen laten transformeren door Gods Woord. Nieuwe mogelijkheden openbaren zich voor ons als we de moed hebben om ja te zeggen op de uitdagingen van deze tijd. Wees niet bang voor problemen en moeilijkheden, probeer niet vast te houden aan allerlei zekerheden van materiële aard, maar laat je leven leiden door de Weg van het evangelie, door vrijgevigheid en gastvrijheid. Maria is ons voorgegaan, ze is ons zelf naar Gods hemel voorgegaan. Die belofte mag ons troosten. Amen