LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging derde zondag van de advent, 14 december 2014

Lezingen
Jesaja 61, 1-2a.10-11
Psalm: Lucas 1 (Magnificat)
1 Thessalonicenzen 5, 16-24
Johannes 1, 6-8.19-28

Woord van welkom
Het licht komt in zicht en dat geeft vreugde. De laatste dagen voor Kerstmis zijn bijna begonnen en dan mag de vreugde ook groot zijn en bezongen worden. Het is eigenlijk heel vreemd om uit te roepen: Vreugde! in een wereld die allesbehalve vreugdevol is. Toch nemen de profeten dat woord in de mond om een weg te wijzen en te doen beseffen dat de ware vreugde niet door de wereld geschonken wordt en dus ook niet van die wereld afhankelijk is. We hebben een andere bron, een bron die onuitputtelijk is. Kunnen we die bron nu al aanboren in afwachting van het Kind dat komen zal? In Hem wordt de ware vreugde zichtbaar die ons van God geschonken wordt. Om ons daarvoor open te stellen, bidden we God om ontferming.

Homilie
Het is geen begerenswaardige taak om profeet in Israël te zijn. Voor de meeste profeten betekent hun profetische roeping van Godswege een confrontatie met de gevestigde machten. Het betekent dat zij zich uitspreken over goed en kwaad en dat zij het signaleren, wanneer mensen van macht en ambten misbruik maken.

Waar hebzucht en machtsmisbruik mensen misvormen, waar mensen met publieke ambten neerbuigend over anderen spreken en zichzelf verheven achten boven anderen, medewerkers en burgers, daar spreken de profeten zich uit en ze steken hun nek uit. Zij wijzen op de noodzaak van integriteit en oprechtheid en gerechtigheid, niet alleen voor de bühne en voor de buitenkant, maar vanuit het hart.

Het leven is geen buitenkant die als een façade overeind gehouden moet worden, maar het leven wordt gebouwd op een innerlijke levensovertuiging die de basis vormt van iemands denken, spreken en handelen. Daarop mogen mensen beoordeeld en ter verantwoording geroepen worden. Veel profeten hadden te lijden van hun profetische roeping en hun uitspraken. Het hoofd van Johannes de Doper eindigde op een schotel in de handen van de overspelige en verdorven vrouw van de zwakke koning Herodes. Elia en Elisa hadden veel te lijden van de koningen van Israël. Van Jesaja vertelt de Bijbel niet hoe hij gestorven is, maar er zijn oude Joodse tradities die vertellen dat ook hij door geweld om het leven gekomen is onder het akelige bewind van koning Manasse. Met Jeremia is het niet anders gegaan: zijn gejeremieer werkte op de zenuwen van de koningen die zich bekritiseerd voelden en zij namen wraak.

Als Johannes de Doper uiteindelijk Jezus aanwijst als de profeet die komen moet, is dat niet zomaar een vreugdevolle mededeling. Niet voor niets komt bij de ondervraging de verwijzing naar de profeten langs. We weten wat dit betekent: de Messias komt bij het volk dat Hem verwacht, maar velen herkennen Hem niet, met vreselijke gevolgen!

Ook in onze tijd zien velen uit naar vrede en gerechtigheid, maar ware vrede en gerechtigheid herkennen de mensen niet. De mens lijkt wanhopig op zoek naar een zinvolle en bevredigende invulling van Kerst: kosten noch moeite worden gespaard en het is bij velen al het gesprek van de dag: wat ga jij doen met Kerstmis? De kerstsfeer heeft meer te maken met versiersels en sneeuw dan met menswording. De echte innerlijke weg naar vrede en vreugde met Kerstmis is voor velen lastig te vinden.

Onze vraag is: waar ontleen je met Kerstmis jouw vreugde aan? Deze vreugde heeft te maken met menselijkheid die door God gedeeld wordt. De mens wordt niet alleen gelaten in zijn ellende als vluchteling, of uitgestotene, de mens hoeft niet alleen te blijven in zijn verdriet vanwege oorlog en geweld, vanwege het verdriet om een gestorven dierbare. De profeet, de gezalfde des Heren, krijgt bij de profeet Jesaja in de eerste lezing de opdracht om de goede boodschap te verkondigen aan allen die in nood zijn. Dat maakt dat de profeet zal jubelen en juichen: hij mag die mooie taak inhoud geven. Het is de bedoeling dat die vreugde en jubel aanstekelijk zijn.

Wij zijn allen gezalfden des Heren. Bij onze doop zijn wij gezalfd – onze geloofsleerlingen staat dat nog te wachten met Pasen volgend jaar – en ook bij het vormsel hebben we de profetenzalving ontvangen om in de kracht van de heilige Geest te gaan in de voetsporen van Jezus, de gezalfde des Heren. Onze vreugde ontlenen we aan deze opdracht. Paus Franciscus heeft er ons op gewezen dat het evangelie dat we verkondigen uiteindelijk een boodschap van vreugde is. Juist omdat de wereld zoveel duisternis kent, juist omdat de mens zo vaak op veel plekken geweld aangedaan wordt, is de boodschap van de vreugde van belang.

Zijn we aanstekelijk genoeg in die vreugde en die jubel? Laten we zien dat de bron van onze vreugde van buiten deze wereld komt en daarmee oneindig en onmetelijke en zelfs eeuwig is. Dat geeft een basis voor onze vreugde die de wereld een andere weg kan wijzen, de weg van Christus die komen zal.

Amen.

Homilie 7 december 2014, RKK viering

Voor ons die gewend zijn aan stromend water en bewegende bomen in de wind, lijkt een woestijn een stille bedoening, een plek van stilstand, een gebied waar weinig te beleven valt. Toch is het daar nu een drukte van belang. Johannes de Doper doet stof opwaaien. In tegenstelling tot veel predikers zegt hij dat we niet zozeer naar hem moeten luisteren maar ons moeten voorbereiden op iemand die komen zal. Die voorbereiding vraagt tijd en aandacht. De advent is ons geschonken als een maand van beweging en vooruitgang. De tijd is niet een voorbijgaan van minuten en dagen en jaren, maar is de ruimte die God ons gegeven heeft om te ontwikkelen. Soms laten we tijd voorbij gaan en hebben we geen idee waar de tijd blijft. Soms laten we ons meenemen door de tijd en glipt die tussen onze vingers weg. Jesaja nodigt ons uit de tijd van God goed te gebruiken als geschenk uit Gods hand.

De tijd stelt ons in staat om te bewegen en een weg te gaan. Deze verplaatsing is niet zozeer bedoeld als van A naar B, maar is een beweging van geloof. Als we straks in het Kind van Bethlehem Gods barmhartigheid willen herkennen, dan is het nodig om met diezelfde ogen naar de wereld van vandaag te kijken om te speuren naar Gods barmhartigheid èn te ontdekken waar wij die kunnen brengen. In ons bisdom Rotterdam is het Laurentiusjaar begonnen om onze blik te verruimen en die te richten op de dienende opdracht van de christenen en van de kerk. De blik van Laurentius corrigeert onze blik: hij hanteert een andere definitie van rijkdom en schatten. Altijd staat de mens bij hem centraal in plaats van materie en spullen en bezittingen. Als we eerlijk zijn, erkennen we dat we nog een lange weg te gaan hebben, voordat we ons die blik eigen gemaakt hebben. De advent en straks het feest van Kerstmis staan in dit Laurentiusjaar ook in het teken van beweging naar de naaste. Kerstmis betekent immers niet dat we terugblikken naar een geboorteverhaal van tweeduizend jaar geleden, maar dat we de blik van het Kerstkind de wereld in volgen en dat wij zien wie zich om Hem heen verzamelen, mensen aan wie wij de boodschap van zijn vrede en vreugde mogen meedelen.

Er is straks rond de kerststal veel beweging: herders en wijzen. Van allerlei kanten en uithoeken komen mensen en zij herkennen in dit Kind een teken van Gods barmhartigheid. En ze gaan allen langs andere wegen weer naar huis. De bezoekers zijn geloofsverkondigers geworden. Met diezelfde beweging zijn wij al begonnen. Wij wachten dus niet af totdat de datum van kerstmis aangebroken is en we de scheurkalender weer bij kunnen werken. Maar met de boodschap van de komst van het Vredeskind kunnen wij nu al de wereld in gaan met de troost van God zelf. De wereld ziet er beroerd uit en het lijden is groot door ziekte en door vervolging. Onbeschrijfelijk leed zien we in onze wereld. Maar we kijken niet met de ogen van passieve en hulpeloze mensen, maar we bezien de wereld met de ogen van Gods barmhartigheid en we grijpen alle mogelijkheden aan om aan mensen de troost van Gods nabijheid aan te kondigen. Laten we die tijd met vreugde en daadkracht gebruiken om met Laurentius de mensen te wijzen op de rijkdommen die zij met zich mee dragen en die God ons geschonken heeft.

Laat onze kerk niet een stille woestijn zijn, maar een plek waar tegen verwachting van velen in een nieuwe beweging van barmhartigheid op gang komt, met de stem van Johannes de Doper in onze oren en de kracht van de heilige Geest in onze handen!

Amen

Verkondiging eerste zondag van de advent, 30 november 2014

Lezingen
Jesaja 63, 16b-17.19b; 64, 3b-8
Psalm 80
1 Korinthiërs 1, 3-9
Marcus 13, 33-37

Woord van welkom
Dit nieuwe begin van het kerkelijk jaar staat in het teken van de waakzaamheid, een bekend thema, maar zeer noodzakelijk. Het geweld in onze wereld kan heel dichtbij komen. Het heeft namelijk zijn plek gevonden in mensenharten: in veroordelingen van concrete groepen mensen, in uitgesproken vijandschappen, in enorme boosheid over fouten van anderen. Mensen worden tegenover elkaar opgezet en bang gemaakt voor elkaar.

Waakzaam zijn betreft niet alleen gebeurtenissen die in deze wereld komen, maar ook gaat het om de waakzaamheid over je eigen hart. Wat bepaalt je hart? Is je hart ook vervuld van ontevredenheid en opstandigheid? Kunnen we de weg van het evangelie terugvinden en vasthouden? In Jesaja spreekt God zijn teleurstelling over de mens uit. Kunnen we deze advent aangrijpen om een andere weg in te slaan? Daartoe bidden we God om ontferming.

Homilie
Vergeleken met de strenge teksten van Jesaja is de ontknoping van Kerstmis over vier weken, een wonderlijk eenvoudig en verstillend schouwspel. Waar is die boze God die ongerechtigheden straft dan gebleven? Het is niet verbazingwekkend dat het Kerstverhaal nog steeds drommen mensen trekt. Het is ook begrijpelijk dat de boodschap die vandaag uit de mond van Jesaja klinkt minder gemakkelijk aankomt. Het is een bijzondere tegenstelling: tussen Jesaja die in de tekst van vandaag de mens de maat neemt en allerlei kwaad veronderstelt, en God zelf die als een kwetsbaar kind in onze mensengeschiedenis komt!

Er is blijkbaar nog een hele weg te gaan voordat we het Kind zullen herkennen. Paulus bemoedigt ons en vertelt ons dat we voldoende kracht en bemoediging van God krijgen om Hem te ontvangen, om deelgenoot van de belofte te worden. De komende weken zullen we op die genade, die bemoediging van God mogen vertrouwen om te leren, om te groeien, om werkelijke vreugde te leren kennen. Waarom is Jesaja dan zo streng? Is dat nu wel nodig? De profetenrol neemt hij zeer overtuigend op zich. Soms kan het verleidelijk zijn een strenge zedenmeester te zijn en soms lijkt dit ook wel nodig. Hoe afwerend de profeet is, zo uitnodigend zijn straks het Kind en zijn Moeder en Jozef, zowel voor zonderlinge herders als voor wijze vreemdelingen.

Die strenge opening van de advent moeten we toch niet zomaar naast ons neerleggen in de verwachting van de komst van het Kind. We moeten nu niet denken: het zal wel meevallen, als straks het Kind komt, zijn we deze Jesaja weer vergeten. We staan aan het begin van een nieuwe cyclus, een nieuwe gang door het kerkelijk jaar. We zijn geen nieuwelingen, tenminste de meesten van ons niet. We kunnen niet met een oppervlakkige naïviteit het Kind naderen. We weten heel goed dat het evangelie keuzes vraagt en getuigenis vergt.

Bij een uitvaart, de afgelopen week, werd ik door een dame aangesproken. Ze vertelde dat zij en haar man goede vrienden van de overledene waren en dat ze, ondanks het feit dat ze niet gelovig is, de ceremonie mooi had gevonden. "Fijn dat we er bij mochten zijn, want het maakt toch niet uit wat je gelooft." Op de terugweg bleef dit in mijn hoofd … volgens mij maakt het uiteindelijk wel uit. Vaak horen we deze gedachten: het maakt niet uit wat je denkt en doet, we zijn allemaal gelijk. Toch vraagt het evangelie onderscheiding. Misschien is dat wat Jesaja bedoelt: besef goed dat de ontmoeting die we met Kerstmis gaan ervaren heel eigensoortig is: dat deze ontmoeting een eigen kracht heeft en zelfs eeuwigheidswaarde. We leven toe naar de ontmoeting met het Eeuwige Woord van God, het Woord waarmee Hij de wereld geschapen heeft. Dat Woord in Christus laat ons de nieuwe mens zien die leeft van barmhartigheid en volstrekte vergevingsgezindheid, de nieuwe mens die bereid is voor zijn vrienden te lijden en zelfs zijn vijanden vergeeft!

De lieve dame uit Zeewolde hoeft van mij niet katholiek te worden, en ik ben blij dat ze aangesproken was en zich thuis voelde. Maar als ze denkt dat het allemaal niet uitmaakt, vergist ze zich. De betekenis die zij hecht aan wat ze “de ceremonie” noemt, is allerminst dezelfde als die ik eraan geef. Het zal haar geraakt hebben, ongetwijfeld en gelukkig maar. Maar dat is iets anders dan de troost van Christus leren kennen en de kracht van zijn eeuwige woord en de genade van zijn sacrament ervaren.

Als we toeleven naar Kerstmis, vervreemdt dat ons ook van deze wereld omdat we op weg daar naartoe een andere afslag nemen. De kerstboom komt pas laat in huis, de kerststal wacht tot op 24 december op het kerstkind, de kerstkransjes worden pas op kerstochtend genuttigd na het beschuit met muisjes van de kerstnacht. Het zijn allemaal uiterlijke gebruiken die er enerzijds niet toe doen en anderzijds toch uitdrukking zijn van onze innerlijke ontmoeting met Christus, de Zoon van de levende God die de wereld komt bevrijden van hardheid en onverdraagzaamheid.

Waak voor de betekenis van Kerstmis! Waak voor de ontmoeting met God! Mogen wij waakzaam zijn om onze eigen christelijke weg te gaan op weg naar de ontmoeting met Immanuel, God met ons!

Amen.