LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 15 augustus 2014, Maria ten hemelopneming

Lezingen
Apocalyps 11, 19a; 12, 1-6a.10b
Psalm 45
1 Korinthiërs 15, 20-26
Lucas 1, 39-56

Welkom bij dit hoogfeest van Maria. Haar leven komt tot voltooiing. Ze wordt opgenomen in Gods heerlijkheid. Ze hoeft niet te wachten op de opstanding. Zij was zo vervuld van Gods Woord en van Gods Geest, dat zij na haar dood direct in zijn nabijheid mocht verkeren. Het verhaal vertelt dat zij het leven met zich meedraagt. Zij is het symbool van de kerk dat het leven draagt. Dat leven dat zij mensen te bieden heeft, is niet haar eigen leven, maar het leven dat zij van God ontvangen heeft. Wij mogen ons laven aan die bron, laven aan God zelf.

Vandaag wordt een icoon van Maria gezegend. Therese Athmer heeft dat gevraagd en deze icoon is gemaakt door Greetje Verdaasdonk. Welkom. We zullen de icoon zegenen met gebed en water van de doop. Zegening

Homilie
Het lied van Maria dat ze zingt op de drempel bij Elisabeth is een lied van leven. Maar het is geen idyllisch leven: het gaat over de harde kanten van het bestaan. Het gaat over spanningen tussen arm en rijk, over de strijd tussen machtigen en weerlozen. Het gaat over het koninkrijk van God dat zich tegen de verdrukking in toch een weg baant. Dat koninkrijk vraagt van mensen een antwoord. Het houdt een appèl in, een roeping, een opdracht. “En wat is uw antwoord?” vraagt God. Maria heeft “ja” gezegd. Maar heeft ze beseft wat ze heeft gezegd en in wat voor avontuur zij zich stortte?

Een “ja” als antwoord op een roeping in de wereld of in de kerk of beide, is altijd een avontuur, dat om trouw vraagt, ook bij tegenwind en in de woelige wateren van het leven. In die zin is er voor Maria geen mooie romantische zwangerschapsperiode weggelegd. Zij trekt als jong meisje in haar eentje van Galilea naar Judea om het verhaal te horen van haar nicht Elisabeth.

Is zij misschien raad gaan vragen bij deze oudere vrouw die als priestervrouw wellicht veel ervaring heeft en die Maria kan adviseren bij het gebeuren door het bezoek van Gabriel? Als God in je leven komt, wat kan er dan als antwoord gegeven worden? Wat gebeurt er dan eigenlijk met je leven? Hoe weet je zeker dat het van God komt? Hebben wij wel een antwoord op God? Zijn wij daartoe in staat?

De twee vrouwen zijn ook lotgenoten, vrouwen die tegen de natuur in zwanger zijn. Vrouwen bij wie blijkt dat het leven van God is en niet van mensen: hun zwangerschap geeft ons de boodschap dat de bron van het leven niet in onze hand ligt, maar in God. De twee vrouwen hebben ieder een eigen roeping: moeder van Johannes de Doper en moeder van Christus. In Gods plan met de wereld hebben zij hun eigen plek. Op hun eigen manier willen zij meewerken aan Gods bedoeling voor de wereld. Maria en Elisabeth hebben beiden ja gezegd en vinden nu bij elkaar steun en herkenning.

In de eerste lezing van de Apocalyps is de vrouw ook vol van leven. En ook zij leeft in een dreigende tijd, verbeeld door de draak die haar kind naar het leven staat. In die vijandige tijd komt haar kind toch ter wereld en tegen de verwachtingen in overleeft het kind de dreigende machten. Dat leven dat God geeft is toch sterker dan de donkere krachten denken. Die denken dat deze boodschap ten dode is opgeschreven en dat er geen leven meer is.

In onze tijd denken veel mensen dat kerk en evangelie ten dode zijn opgeschreven. Maar het voorbeeld van Maria en de vrouw uit de Apocalyps bieden hoop: zij staan symbool voor ons, de kerk van vandaag, de gemeenschap die een boodschap te brengen en te verkondigen heeft.

En ook al wordt die boodschap bedreigd: het is een boodschap van leven en een boodschap ten leven. En zoals Paulus zegt: dat nieuwe leven dat we in Christus ontvangen hebben, is van een andere orde dan het leven dat we hier in onze wereld kennen: het is een onsterfelijk leven, een grenzeloos leven. In die zin is het feest van vandaag vol belofte.

We hoeven ons geen zorgen te maken over de vragen hoe Maria heen is gegaan en hoe dat zit met haar lichaam. Haar “ja-woord” heeft een antwoord van God gekregen in het leven dat grenzeloos is. Durf ja te zeggen tegen de uitnodiging van God om met Hem te gaan, om zijn spoor te volgen, om zijn Zoon na te volgen. Dan zal net als bij Maria grenzeloos leven ons deel zijn. We kunnen het nu al ervaren.

Dit is een gave van God waartoe we vandaag gevoed worden, door het voorbeeld van Maria: zij is onze Moeder ten leven. Zij heeft moed getoond in onzekere en onrustige en bedreigende tijden. Laten we ook trouw blijven aan onze roeping en onze opdracht, niet angstig door onrustige tijden, laten we vasthouden aan de boodschap van liefde ook in tijden van haatzaaierij. De mens is door God geroepen om te bouwen aan een wereld van broederschap en we laten ons die opdracht niet zomaar afpakken, want we weten het met Paulus: met Christus is de macht van de eeuwige en liefdevolle God gekomen en daar getuigen wij van!

Amen

Verkondiging 18e zondag door het jaar, 3 augustus 2014

Lezingen
Jesaja 55, 1-3
Psalm 145
Romeinen 8, 37-39
Mattheüs 14, 13-21

Woord van welkom
In deze vakantieperiode mogen we ons door de eucharistie laten voeden. Door het verhaal van vandaag, de broodvermenigvuldiging, mogen we beseffen hoeveel God ons gegeven heeft. In plaats van gemopper over de tegenslagen in geloof en kerk, beseffen we dat het kleine beetje dat ons rest voldoende zal zijn om de kerk opnieuw op te bouwen, om weer opnieuw het evangelie aan te bieden aan de mensen als voedsel voor de wereld van vandaag. Oorlog en geweld zijn nooit een oplossing. Die ontstaan waar mensen elkaar het leven en het voedsel misgunnen. Waar angst regeert, daar wordt dood en verderf gezaaid.

Het evangelie biedt een andere weg, Maar de vraag is of wij daar zelf ook voldoende vertrouwen in stellen. In plaats van te wijzen naar de anderen die het fout doen, dienen we ook in ons eigen hart te kijken. Vragen we God om vergeving voor die keren dat we niet vanuit ons doopsel leefden.

Homilie
Heel veel mensen zijn voortdurend bezig met voedsel: zij zoeken naar gevarieerd voedsel, gezond voedsel, uitgebalanceerd voedsel, verantwoord voedsel, veilig voedsel. We zijn er druk mee en zijn er bezorgd over. In sommige situaties in andere landen, maar ook wel in ons land, zijn mensen al blij als er sowieso voldoende voedsel beschikbaar is. De voedselbanken draaien op volle toeren en het aantal cliënten neemt nog steeds toe. In oorlogsgebieden zijn er gevechtspauzes nodig om de mensen de gelegenheid te geven om voedsel te verzamelen en in te slaan, voordat de gevechten weer verder gaan. Mensen sterven daar niet alleen door geweld, maar ook door honger.

De verdeling van voedsel in onze wereld is problematisch. Het is ongelijk verdeeld: tegenover dodelijke tekorten staat een overvloed, die trouwens soms even dodelijk kan zijn. Dan klinkt de uitnodiging van Jesaja bijna frivool en lichtzinnig: kom maar eten en drinken voor niets. Dat zou een mooi paradijs zijn. Waar je niet hoeft te betalen en waar toch alles wat een mens wil hebben te krijgen is.

De boodschap is niet zo positief als hij lijkt, omdat hierin de profeet Jesaja kritiek heeft op onze bezorgdheid voor het voedsel. Alle tijd en energie die erin gestoken wordt, heeft weinig zin als er geen aandacht is voor het ware voedsel dat niet te koop is; het ware voedsel dat immers van God komt. Zonder dat voedsel kunnen we niet overleven, ofwel: leven zonder dat voedsel is de moeite van het leven niet waard.

De verkondiging van het koninkrijk door Jesaja grijpt terug op de oudere verhalen van het Oude Testament waar God het volk in de woestijn met manna en kwartels voedt. Beter gezegd: God voedt zijn volk met nog iets veel beters: met de woorden van het verbond. Ze staan in stenen tafelen geschreven, maar uiteindelijk is het de bedoeling dat ze in mensenharten zelf geschreven staan. Dan is er geen wet meer nodig en geen macht meer die handhaaft, omdat de mens Gods Woord tot zich genomen heeft, zich door dat Woord heeft laten voeden. Bij de profeet Ezechiël gaat het zelfs zover hij van God een boekrol krijgt om op te eten als teken van het Woord van God dat hem als voedsel dient en dat hij vervolgens dient te verkondigen en door te geven aan de mensen.

Dit staat in tegenstelling tot de eerste mens die zich wil voeden met een vrucht die niet van hem is, die ook niet voor hem bestemd is. Het is niet het voedsel dat de mens wordt aangereikt, maar het voedsel dat de mens zelf tot zich neemt. Deze verkeerde keuze leidt de mens af van God en doet hem slechts zijn kale naaktheid zien. Door dit voedsel dat niet van God komt, ziet hij slechts zijn naakte buitenkant en niet zijn geestelijke binnenkant. Zijn preoccupatie met het voedsel leidt dan niet tot verdieping van zijn leven, maar is slechts buitenkant, materialisme. Deze verleiding van Adam is daarom nog steeds actueel: naar welk voedsel is de mens op zoek?

Het bijzondere van het evangelieverhaal van vandaag is dat de verzamelde mensen rondom Jezus helemaal niet met voedsel bezig zijn. Zij hebben naar Jezus geluisterd en hebben de dag voorbij laten gaan zonder na te denken over hun voedsel. Jezus heeft hen genezen en hen in de barmhartigheid van de Vader laten delen.

De apostelen zijn echter wel bezorgd over het voedsel. Zij lopen weer, zoals zo vaak, achter de feiten aan. Zouden zij niet de eersten moeten zijn om duidelijk te maken dat Jezus’ woorden het ware voedsel zijn? Nee, helaas. Zij zijn bang dat zij te weinig hebben en niets hebben om uit te delen: vijf broden en twee vissen is alles wat ze hebben. Wat kunnen ze daarmee aanvangen? Zij zijn zich niet bewust van de gaven die zij hebben gekregen. Dat is een belangrijke boodschap aan ons, de gelovigen van nu: zijn wij ons voldoende bewust van de gaven die we hebben gekregen? Veel mensen, ook in de kerk, denken dat het de verkeerde kant op gaat met de kerk. Het wordt alleen minder: reorganisaties, kerksluitingen, tekorten aan priesters en pastores. Terwijl Jezus zegt: deel uit wat je hebt en je zult merken dat het vruchten draagt. Houdt het echter niet vast voor jezelf, omdat je bang bent te weinig te hebben, maar deel uit. Schenk wat je hebt weg aan andere mensen, dan zal het wonderbaarlijk genoeg voldoende voedende kracht hebben voor talrijke mensen.

Het is voor ons een boodschap van hoop om te beseffen dat wat God geeft overvloedig is, maar dat zul je pas merken als je het met anderen deelt. Moge die vrijmoedigheid en die vrijgevigheid van Jezus ons deel zijn, ook wanneer het gaat om ons geloof en onze kerk. Laten we van ons geloof en ons vertrouwen uitdelen, dat zal aanstekelijk blijken te zijn en dat zal ons voedsel zijn, voor ons en voor vele mensen.

Amen.

Verkondiging 17e zondag door het jaar, 27 juli 2014

Lezingen
1 Koningen 3, 5.7-12
Psalm 119
Romeinen 8, 28-30
Mattheüs 13, 44-52

Woord van welkom
Een zomerse bezinning op ons leven levert dit jaar met de vele ongelukken en rampen en oorlogen, waar we getuige van zijn, vooral een bewustzijn van onze kwetsbaarheid op. Kunnen we verdragen dat wij mensen zo kwetsbaar zijn? Is er dan niets wat blijft? Mensen zijn kwetsbaar en dan nog gaan ze elkaar zo te lijf. Er is geen respect voor menselijk leven; met moeite werd het respect voor de lichamen van slachtoffers afgedwongen in een wereld die liever de taal van macht en geld spreekt.

Af en toe breekt bij mensen door dat het ook anders kan. De afgelopen week hebben we dat kunnen zien en meemaken. De kerken hebben laten zien wat ze de mensen te bieden hebben in stilte, gebed, in rituelen, in de kracht van het gezamenlijk gebed.

Vandaag reikt Jezus ons een bezinning aan op het koninkrijk: in de kwetsbaarheid van ons leven is een kiem gezaaid door God die niet voorbij gaat en die eeuwig leven geeft. Laten we niet voorbij leven aan dat koninkrijk, maar laten we dat wat God geeft als fundament voor ons hele bestaan gebruiken. Vragen we God om vergeving voor die keren dat we niet vanuit ons doopsel leefden.

Homilie
Het hele land viel stil, enkele snelwegen waren afgesloten. Klokken luidden, inclusief de grote klok van Delft, de Bourdon. Waar zij ook waren, namen mensen stilte in acht als groet aan de eerste gestorvenen die in Nederland thuisgebracht werden na de ramp met het vliegtuig. In deze stilte konden mensen troost vinden voor verdriet dat geen woorden kent. De mens neemt dan zijn toevlucht tot buitengewone manieren om het verdriet te verwerken.

In de kerkelijke oecumenische gebedsdienst afgelopen woensdag, de dag van nationale rouw, boden de kerken letterlijk en geestelijk de ruimte voor het verdriet van alle mensen. Het was geen gebedsdienst voor de eigen gelovigen, niet alleen een dienst voor de nabestaanden, een samenkomen voor allen die geraakt zijn door dit gebeuren met het vliegtuig dat zo wreed uit de lucht geschoten werd. Even was de kerk bedoeld als huiskamer van Nederland waar het verdriet gedeeld kon werden. Niet alleen in Amersfoort, ook elders werden kerkdiensten gehouden en werden kerken opengezet voor bezinning en gebed.

In de ruimte van de gebedsviering werd ook gezocht naar woorden van bezinning omdat we als christenen beseffen dat onze God ons nooit loslaat en dat we altijd in Hem geborgen zijn. De Bijbeltekst die afgelopen woensdag door onze bisschop werd voorgelezen en die toegelicht werd door ds van de Kamp is een krachtige tekst: geen enkele tegenslag, geen enkel leed kan ons de liefde van God afnemen. Die liefde is immers sterker dan dit alles.

We beseffen heel goed dat deze ramp slechts één van de vele rampen is die de mensheid treffen. We zouden iedere dag wel een moment van rouw kunnen houden voor alle slachtoffers van rampen en van wat mensen elkaar aandoen. De honderden doden in Gaza en Israël zijn een pijnlijk voorbeeld van menselijke koppigheid die gewelddadig en dodelijk is.

Het geweld is in alle mensen uitgezaaid en als we niet uitkijken neemt dit onkruid bezit van ons leven. Het is verleidelijk te denken, dat de mens nu eenmaal een gewelddadig wezen is en geroepen tot het kwade. Er zijn ook heel veel aanwijzingen om te denken dat dit inderdaad zo is.

In het gebed aan het begin van zijn koningschap bidt Salomo dat hij verschoond mag blijven van de gebruikelijke koninklijke voorkeur voor macht en geld en dat hij met zijn koningschap een nieuwe start kan maken, een koningschap dat de toon kan zetten voor een nieuwe wereld. In die zin laat Salomo zien dat het anders kan, dat een regeringsleider zich niet hoeft neer te leggen bij de wetmatigheden van zijn tijd en zijn omgeving. Het is mogelijk een wegbereider te zijn van Gods gerechtigheid, zelfs tegen de verdrukking in. Salomo heeft de verwachtingen niet waargemaakt, maar de herinnering aan zijn hoopvolle start is nooit vervlogen en wordt bewaard in de Bijbelse traditie als inspiratiebron voor ons en als het goed is voor onze leiders van nu.

Het koninkrijk dat Jezus predikt gaat ook over die wereld waar de nieuwe, jonge koning Salomo van getuigt: een wereld die in ieders handbereik ligt, al vraagt dit wel wat van de mens. Drie stappen houdt Jezus ons voor in dit gedeelte van zijn zogenoemde parabelrede, de derde toespraak in het Evangelie van Mattheüs.

Op dit eerste plaats is nodig dat de mens op zoek gaat naar het verborgene, dat hij verder kijkt dan de oppervlakkige buitenkant, verder dan de simpele categorieën, dat hij zich niet laat meeslepen door de versimpelende schema’s waarbij de één alleen goed is en de ander alleen slecht, maar dat hij op zoek gaat naar de binnenkant van de mens en naar de verborgen aanwezigheid van God. De visvangst waar Jezus vandaag van spreekt, borduurt voort op het thema van de afgelopen weken, dat het lastig is voor de mens om zelf te beoordelen wat echt goed is en wat totaal slecht. We moeten een voorbehoud maken en aan God het definitieve oordeel laten. Kunnen we verdragen dat ons oordeel slechts voorlopig is en gebrekkig en dat we elkaar altijd met prudentie en broederlijke liefde moeten benaderen?

Ten derde spreekt Jezus ons aan op ons begrip. Begrijpen we zijn woorden? Dragen we ze mee in ons hart, zijn ze werkelijk de bron van ons denken, spreken en handelen en spreken? Als we ja zeggen, dan zijn we geroepen van die rijkdom uit te delen. We hebben er niets aan als we erover zwijgen. Met die drie stappen die Jezus ons voorhoudt, hebben we de wereld veel te bieden. Moge het ons gegeven zijn om met prudentie en bescheidenheid daarvan uit te delen aan wie zoekt en wie dat nodig heeft. Dan komt Gods koninkrijk dichtbij!

Amen.