LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 16e zondag door het jaar, 20 juli 2014

Lezingen
Wijsheid 12, 13.16-19
Psalm 86
Romeinen 8, 26-27
Mattheüs 13, 24-43

Woord van welkom
De beelden van de vliegtuigramp staan nog op ons netvlies. We zijn geschokt en verdrietig. Veel mensen zijn uit het leven weggerukt, soms hele families, mensen met verantwoordelijkheden. Velen worden betreurd en gezocht wordt naar de daders.

Hier zoeken we naar Gods wijsheid die ons zal inspireren en ons zal helpen om in deze wereld overeind te blijven. Laten we als geloofsgemeenschap altijd Gods troost doorgeven aan mensen die dat nodig hebben. Laten in deze eucharistieviering putten uit de bron van genade die God voor ons opent. Vragen we God om vergeving voor die keren dat we niet vanuit ons doopsel leefden.

Homilie
“De oorlog is in ons leven gekomen.” Mijn collega priester tekende dit op uit de mond van de ouders van parochianen die door de vliegramp om het leven zijn gekomen. De oorlog in Oost-Oekraïne leek een conflict ver weg, uitgevochten door mensen die elkaar de ruimte misgunnen om volgens hun visie en opvattingen te leven. De spanning tussen Oost en West wordt momenteel daar uitgevochten. De oorlog is niet meer ver weg omdat iedereen wel iemand kent die met dit vliegtuig onderweg was of die met dit vliegtuig zou reizen. Ook in onze parochies zijn er mensen die op die manier met deze ramp persoonlijk verbonden zijn. De onderste steen moet boven komen, zegt premier Rutte, voorzichtig om niet te snel daders aan te wijzen. Gisteren was hij terecht woedend over de gebrekkige afwikkeling en de tegenwerking die men ondervindt.

We worden geconfronteerd met een oorlog die niet de onze is, maar die wel onze wereld raakt. Net als de oorlog in het Heilig Land die weer opnieuw slachtoffers maakt: we kunnen ons niet afwenden van het lijden van mensen, ook als zij ver weg zijn. De wereld waarin we leven raakt steeds meer inwendig verweven: wat elders gebeurt, raakt ons leven hier. Dat is door de vliegramp op heel harde en pijnlijke manier duidelijk geworden. Dit is zeker niet voor het eerst, maar telkens wanneer het gebeurt, is het een harde les.

Het evangelische beeld van de wereld waar het onkruid tussen het graan opgroeit, krijgt deze dagen een pijnlijke actualiteit. Het is voor ons mensen bijna onverdraaglijk dat het onkruid blijkbaar zo’n grote en dodelijke invloed op de gehele akker heeft. Dat vraagt om ingrijpen en optreden: het onkruid moet weggenomen worden, de akker moet opgeschoond en gereinigd worden van het onkruid! Inderdaad is de inzet van het evangelie dat het graan beschermd wordt en dat het kan groeien en dat het vruchten kan dragen, vruchten waaroor uiteindelijk het koninkrijk van Gods gerechtigheid zichtbaar wordt.

Het probleem daarbij is echter dat het onderscheidingsvermogen van de mens beperkt is. We kennen allerlei waarschuwingen van Jezus waaruit blijkt dat de mens voorzichtig moet zijn met een oordeel. De balk in zijn eigen oog verhindert om zuiver te zien en een oordeel over anderen te vellen. De ene mens kan zich geen oordeel over het innerlijk van de andere mens aanmeten. Er is geen andere weg dan dat wij ons als mensheid aan het oordeel van God moeten toevertrouwen, dat een evenwicht tussen rechtvaardigheid en barmhartigheid kent, een evenwicht dat wij niet goed kunnen hanteren.

De tekst van de eerste lezing uit het boek Wijsheid is een mooi gebed dat ons kan helpen om ons aan Gods oordeel toe te vertrouwen. God zorgt voor de hele akker. God heerst over allen en behandelt allen met zachtheid. Macht en zachtheid gaan blijkbaar bij God hand in hand: God wil zijn vriendschap bieden aan de mensen en God wil altijd de kans bieden tot inkeer te komen. Om in het beeld van het evangelie te spreken: voor God is er altijd een kans dat onkruid zich kan ontwikkelen tot graan. Biologisch is dat natuurlijk onmogelijk, maar moreel is dat wel mogelijk. De mogelijkheid tot bekering wil God nooit uitsluiten. In die zin moeten we de hoop niet opgeven dat deze ramp in het bestaande conflict een katalysator voor een doorbraak naar vrede kan zijn. Als dat toch zo mocht zijn!

De akker is symbool voor de wereld waar goed en kwaad met elkaar vermengd zijn. Het verlangen om de wereld op te schonen, is begrijpelijk, maar niet realistisch gelet op ons beperkt onderscheidingsvermogen. Onze rol als kerk, als geloofsgemeenschap geïnspireerd door het evangelie, is niet om een akker met alleen maar graan te zijn. Ook de kerk kent immers haar onkruid. Maar de kerk kent ook het geduld dat hoort bij de verwachting van het oordeel dat uiteindelijk door God geveld zal worden. De daders van ongerechtigheid zullen zich voor Hem moeten verantwoorden en zijn oordeel zal rechtvaardig zijn.

In de tussentijd leven we als kerk in de wereld en worden we geconfronteerd met het onkruid en ook met het onkruid dat wij zelf bij tijd en wijle zijn. Het is aan onszelf om ons niet tot onkruid te ontwikkelen en ons te laten meeslepen door haat en geweld, want zo zijn er al genoeg. Laten we een geloofsgemeenschap zijn waar mensen troost en hoop vinden. Laten we die nooit opgeven, maar aan de wereld als levensbron aanbieden. Dan krijgt het graan de kans zich te ontwikkelen en vrucht te dragen.

Amen

RKK viering, 13 juli 2014

Homilie
Zon en regenbuien wisselen elkaar deze zomer af. Groeizaam weer wordt er dan gezegd en menige tuin staat er weer bloeiend bij. De zomerperiode biedt ook veel mensen weer ruimte om tot bloei te komen. Jezus is hoopvol: het zaad van Gods Woord zal overvloedig vrucht dragen. We hoeven ons niet blind te staren op teleurstellingen en mislukkingen, zegt Hij. We beseffen heel goed dat onze samenleving negatief is ingesteld: daar waar zaken misgaan, daar waar mensen fouten maken en misbruik maken van hun positie, wordt dit breed uitgemeten. Natuurlijk moeten misstanden aan de kaak gesteld worden, maar er spelen vaak andere motieven om mensen onderuit te halen. Het kan simpelweg jaloezie zijn of een afleidingsmanoeuvre om de eigen fouten te bedekken. Of men is belust op sensatie: het kwade fascineert meer dan het goede.

Jezus heeft een andere focus zonder zijn realisme te verliezen. Driekwart van het gezaaide gaat verloren en we herkennen de omstandigheden die verhinderen dat mooie woorden en beloften van mensen geen stand houden. Maar God blijft altijd overvloedig zaaien. God is verspillend met zijn goedheid en beperkt dit niet tot de mensen van wie Hij een positieve bijdrage verwacht. Nee, God richt zich met zijn gaven van leven en liefde tot alle mensen, niemand uitgezonderd.

Met een zekere zorgeloosheid gaat de zaaier te werk door breed het zaad uit te laten waaien: niet alleen zijn eigen akker bedient hij. Overal mag Gods Woord gehoord worden. De zaaier wil niet te berekenend te werk gaan en zich geen zorgen maken over wat er met het zaad gebeurt. Daar begint het Koninkrijk al dat Jezus verkondigt: het begint met vrijgevigheid en vrijmoedigheid. In tegenstelling tot een samenleving die vast zit in procedures en protocollen, maakt Gods Woord ons vrij omdat het op onverwachte momenten vrucht kan dragen. Wanneer dit gebeurt is het zelfs overvloedig en dat maakt het verlies aan verloren woorden meer dan goed.

Het Koninkrijk betekent dat we ons niet klein laten maken door teleurstellingen. Zij maken ons niet somber of pessimistisch. We kunnen het zien aan de voorbeelden die mgr van den Hende heeft gegeven in het geloofsgesprek op TV voorafgaande aan de viering: mensen die op basis van een Bijbelwoord, vanuit de inspiratie van hun gelovig hart een initiatief zijn begonnen dat uitgegroeid is tot een belangrijk charitatieve instelling, of het nu gaat om een voedselbank, een vakantiehuis voor gehandicapten, of de Vincentiusvereniging. Het zijn mooie concrete voorbeelden van het zaad van Gods woord dat overvloedig vruchten draagt.

Het evangelie leeft en draagt vruchten. Op allerlei manieren staan mensen op om met Jezus het evangelie uit te zaaien. Denk niet dat het zal mislukken en verstikt of verdord of verdroogd zal raken. God zal op voldoende plaatsen zijn Woord vrucht laten dragen. Laten we met Jezus blijven zaaien, blijven vertellen van ons geloof en van ons leven als christenen. We hoeven het niet te verbergen uit angst voor onbegrip, maar we mogen ons licht op de Korenmaat stellen. Je zult verbaasd staan van de vruchten die het zal opleveren. Misschien minder vaak dan je hoopt, maar dan wel overvloedig en onmetelijk! Dan zul je zien dat het Koninkrijk als een bloeiende tuin bemoedigt en verrijkt en mensen geluk kan bieden!

Amen

Verkondiging 14e zondag door het jaar, 6 juli 2014

Lezingen
Zacharias 9, 9-10
Psalm 145
Romeinen 8, 9.11-13
Mattheüs 11, 25-30

Woord van welkom
Welkom op deze zondag waarop we de gewone doorgaande lezing van Mattheüs weer hernemen. De tekst van vandaag bevat een troostende boodschap voor ons wanneer we het leven te ingewikkeld vinden of te zwaar. Jezus is degene die met ons meeloopt en het juk met ons meedraagt. Hij kent ons leven en ons ziet ons bestaan wanneer het moeilijk wordt. Het past ons christenen niet om te kreunen en te klagen, maar we vertrouwen de wereld en ons leven aan Hem toe. Uiteindelijk is het alleen aan Hem om deze wereld om te vormen tot zijn koninkrijk. Het is aan ons om de kleine tekenen aan te wijzen, te versterken en daar vreugde aan te ontlenen.

Dat kan soms tot het verwijt leiden dat we er als christenen gemakkelijk over denken. Maar het is nu eenmaal zo: als gelovige katholieken zien we meer. We kijken als het ware achter de schermen van de geschiedenis en schatten de gebeurtenissen anders in. Als we Zacharias lezen die vertelt dat de Messias op een ezel het koninkrijk komt vestigen, zal de wereld om ons heen dat niet begrijpen. Maar wij kennen de wegen van God die anders zijn en die uiteindelijk hun doel bereiken.

Ook in deze eucharistie toont God ons zijn aanwezigheid in eenvoudig brood. Het delen van dit brood en het delen van Jezus’ aanwezigheid zijn ook tekenen van het komende rijk. Laten wij kracht ontlenen aan deze tekenen van Gods nabijheid. Vragen we God om vergeving voor die keren dat we niet vanuit ons doopsel leefden.

Homilie
De beelden van Zacharias staan in schril contrast met de beelden van de moderne wereld die we op ons beeldscherm krijgen. Tanks en legervoertuigen lopen landen en volken onder de voet. Mensen vluchten voor hun leven omdat de conflicten, die in hun omgeving uitgevochten worden, niet hun conflicten zijn. De oorlogshandelingen verwoesten hun leefmilieu en hun huizen en kerken en andere dierbare gebouwen, maar ze zijn zelf geen partij in deze conflicten en dat willen ze ook niet zijn. Vluchten lijkt dan de enige optie. Er lijkt geen leefruimte meer te zijn en een record aantal mensen is op de vlucht.

Deze maanden wordt het begin van de eerste wereldoorlog herdacht. In Nederland gaat dit aan veel mensen voorbij omdat ons land toen ontsnapte aan de oorlogshandelingen. Vluchtelingen uit België moesten geholpen worden en er was een tekort aan voedsel. Maar daar bleef het bij wat de gevolgen van de eerste wereldoorlog betreft. Er kwam echter in Europa een mensenverwoestende oorlogsmachine op gang die niemand meer kon beheersen. Aanvankelijk leek het in die tijd nog of oorlog een praktische oplossing kon zijn om orde op zaken te stellen en een nieuw evenwicht tussen de grootmachten te brengen. Uiteindelijk waren er alleen maar verliezers en miljoenen doden en miljoenen gehandicapte en getraumatiseerde mensen.

Nu worden met de herdenkingen de mensen gevoelig gemaakt voor deze verschrikkingen, opdat ze niet meer plaats zullen vinden. Heeft dat enig effect? Weten we tegenwoordig inderdaad wel beter? Is het heus? Is het zeker dat het niet meer kan gebeuren? Daar kan gerust aan getwijfeld worden omdat het nationalisme en de aandacht voor het eigenbelang weer welig tieren en dat heeft in de loop van de geschiedenis weinig geholpen. Het project Europa is in crisis en wordt slechts als een economische instelling gezien die ons eigenbelang vooruit moet helpen. Andere internationale instellingen zijn een zwakke speelbal van het nationalisme. We zien het dichtbij komen in de Oekraïne en we zien het in het Midden-Oosten.

Zacharias toont een andere weg; een weg die Jezus Christus goed begrepen heeft. Hij is concreet die weg gegaan. Hij nam een ezel en betrad de stad Jeruzalem. Hij veroverde deze stad door de mensenharten te veroveren. Wat kan een ezel uithalen tegenover de zwaar bewapende Romeinen en sterke soldaten van de tempelbewaarders? Wat haalt een ezel uit tegenover de tanks van deze tijd? Helemaal niets op het eerste gezicht. Hetzelfde kunnen mensen zich afvragen wat het gebed van vrede op ons plein voor de kerk, het vredesplein, uithaalt wanneer er elders in de stad mensen demonstreren ter ondersteuning van de islamitische strijders in Irak.

De fundamentele vraag hierbij is de vraag naar het koninkrijk van God. Het is een rijk waar zachtmoedigheid het wint van geweld, waar verzoening het wint van wraak, waar leven het wint van de dood, en dan wel leven voor alle mensen van goede wil. Maar hoe komt dat rijk tot stand? Wie zal het vestigen? Het is de vraag die Johannes de Doper ook aan Jezus stelt. Dat gaat net vooraf aan de tekst van vandaag: Johannes die gevangen is laat aan Jezus vragen hoe het nu zit met het koninkrijk van God. Daar klinkt teleurstelling en twijfel door. Het antwoord van Jezus maakt duidelijk dat het eigenlijk ons verstand te boven gaat, maar dat we ons niet moeten laten verleiden om het spel te spelen dat de wereld wil spelen, een spel van geweld en macht en vergelding. We zien het in Israël en Palestina gebeuren: haat en geweld roepen alleen nog maar meer haat en geweld op. Mensen nemen dan geen beslissingen meer, dat kunnen ze niet meer door verbittering en boosheid. Je kunt het ze ook bijna niet verwijten als er drie tieners zomaar vermoord worden.

Maar het antwoord van Jezus vraagt ons om ons door zíjn boodschap te laten meenemen, waar haat en vergelding geen plaats hebben. Zelf je eigen woede, boosheid en teleurstelling loslaten lijkt enorm veel gevraagd, maar uiteindelijk is dat de weg om rust en verlichting voor je ziel te vinden. Wie bereid is de oorlog af te leren, ziet een nieuwe wereld verschijnen en kan de mens met nieuwe ogen bekijken. Durven wij het aan om in de voetsporen van Jezus en Zacharias als het ware de ezel van de zachtmoedigheid te berijden?

Amen.