LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 15 februari 2015, zesde zondag door het jaar

Lezingen
Leviticus 13, 1-2.45-46
Psalm 32
1 Korinthiërs 10, 31-11, 1
Marcus 1, 40-45

Welkom
We zijn samen gekomen in deze kerk om te zingen en te bidden. Wat bindt ons nu? De teksten van vandaag spreken over reinheid en onreinheid. Mensen maken graag onderscheid en schermen zich af. Vroeger was het melaatsheid, afgelopen jaar was het Ebola die hele mensengemeenschappen van dorpen en steden uit elkaar sloeg. Maar er zijn ook andere onreinheden waar mensen bang voor zijn. Mensen vrezen elkaar om verschillen in hun opvattingen, hun tradities en geloof.

De genezing door Jezus vandaag zet ons op een nieuw spoor en helpt ons de angst voor de ander te overwinnen. Er komt een nieuw fundament onder onze gemeenschap, dat we vandaag willen vernieuwen. Bidden we God daartoe om ontferming.

Homilie
De begrippen van reinheid en onreinheid zijn voor ons een vreselijke gedachte. Alsof mensen onrein en dan buitengesloten zouden kunnen worden. Deze mensen moet je juist te hulp komen. Nee, ze moeten volgens Leviticus buiten het kamp wonen en zijn daar ongetwijfeld aan allerlei gevaren overgeleverd. Natuurlijk snappen wij, die met strenge hygiëne regels opgegroeid zijn, dat de gezondheid van het volk beschermd moet worden. Maar de sociale gevolgen zijn enorm.

Toch hebben deze regels Israël eeuwen lang geholpen te overleven. In de periode van het woestijn bestaan werd het volk voortdurend door ziekte en verzwakking bedreigd. De eigenheid van Israël ten opzichte van andere volken was uitzonderlijk. Dit volk had een eigen en eigenzinnig geloof. Het was een klein volk dat meende er een heel ander, namelijk monotheïstisch geloof op na te kunnen houden, een geloof zonder beelden, een geloof in een liefhebbende God die echter geen andere goden naast zich duldt: een jaloerse God die als een minnaar om exclusieve liefde vraagt.

Voor Israël was de verleiding altijd zeer groot om dit geloof los te laten en het te vermengen met andere religies. Dat komt politiek vaak beter uit en dat geeft mogelijkheden om eens met een meisje uit een ander volk te trouwen. We lezen in vele Bijbelboeken dat vorsten en anderen vreemde invloeden binnenhalen en zich laten verleiden om het niet zo nauw te nemen met de liefde tot de ene God van Israël. Dit loopt steevast verkeerd af en het blijkt een doodlopend spoor te zijn.

De onreinheid in Leviticus, waarin de oude woestijnwetten zijn opgetekend, gaan over huidziekte, over besmetting. Maar de samenhang tussen lichamelijke ziektes en innerlijke, geestelijke gebreken is voor deze periode ook groot. Als je ziek bent, dan is er meer aan de hand, dan heb je ongetwijfeld een nog veel groter innerlijk probleem. We hoorden het vorige week over de schoonmoeder van Petrus: haar koorts duidde ook op een groter probleem dan simpelweg wat verhoging. De koorts verhinderde haar om haar taken op te pakken en dienstbaarheid te betonen. Pas na de ontmoeting met Jezus kwam ze weer tot zichzelf. Zo is de onreinheid van vandaag ook meer dan alleen maar een uiterlijk probleem. De ziekte slaat ongetwijfeld naar binnen. Of andersom: de innerlijke problemen worden als huidziekte lichamelijk geopenbaard.

Dat Jezus de melaatse man geneest is niet zozeer een gelukkig gebeuren voor deze individuele man. Hij laat zien dat er een grotere kracht is dan het onderscheid tussen reinheid en onreinheid. Wie door Jezus geraakt wordt, zal van onreinheid geen last meer hebben. Jezus sticht als het ware een nieuwe gemeenschap met een nieuw fundament. Deze gemeenschap is niet gebaseerd op de mate van reinheid, maar op gerechtigheid. Dat is het bijzondere van de gemeenschap rondom Jezus, dat is de vernieuwing die Hij gebracht heeft: een gemeenschap rondom de boodschap van het Evangelie. Dat maakt ons allen als het ware rein.

Wij vormen de kerk van deze tijd, in een nieuwe parochie. We werken met zes geloofsgemeenschappen samen. Het is een lange weg geweest, maar nu ligt er een fundament voor de kerk in dit deel van Den Haag. Hoe houden we deze kerk bij elkaar? De verleiding is groot om elkaar de maat te nemen: zo moet je katholiek en gelovig zijn. Of onze eigen voorkeuren en gewoonten en tradities willen we vasthouden en aan anderen overdragen. Al gebruiken we deze termen van onreinheid en reinheid niet meer, zoiets kan toch onder ons kerk-zijn verscholen liggen.

In Christus is er echter geen onreinheid en reinheid. De link met Christus is fundament, die brengt ons samen. Het zijn geen opvattingen, meningen en dogma’s die ons samen houden. Het is de roep van Christus die ons herinnert aan wat God ons gegeven heeft: het leven en het vermogen om het leven door te geven. Deze Christus wil ons aanraken en ons vervullen met zijn Geest. Het is niet de geest van deze tijd, niet de geest van de huidige samenleving, maar de Geest van Christus die leven geeft, die ons met elkaar verbindt, als kerk, kerk van Den Haag, kerk van Rotterdam, kerk van Rome en wereldkerk. Laten we leven van die verbondenheid met Christus, dan kunnen we de wereld het bewijs leveren, want dat is de vervolg stap. We zijn niet kerk voor onszelf, maar die bron die wij met elkaar delen kan ook gedeeld worden met de hele wereld. De kerk is geroepen om het teken te zijn dat tegenstellingen overwonnen kunnen worden. Laten wij die opdracht met elkaar waarmaken, op het fundament van Christus die ons allen raakt met zijn woord en zijn sacrament.

Amen

Verkondiging 8 februari 2015, vijfde zondag door het jaar

Lezingen
Job 7, 1-4.6-7
Psalm 147
1 Korinthiërs 9, 16-19.22-23
Marcus 1, 29-39

Welkom
De klacht van Job lijkt een klacht zonder hoop. Het is wonderlijk dat dergelijke teksten in de Bijbel staan. Het lijden en de zorgen van mensen worden blijkbaar serieus genomen. Er wordt door God naar geluisterd, al merkt Job daar in het grootste deel van zijn verhaal niets van. Pas wanneer hij werkelijk in relatie met God treedt, komt er schot in de zaak. Job doorbreekt het klagen, mopperen en debatteren met zijn vrienden met een gesprek dat hij met God zelf begint. Dan pas gebeurt er iets dat hem helpt, dat hem troost, dat hem uiteindelijk ook geneest.

Daarom zijn wij hier om weer in onze relatie met God te treden, zijn nabijheid te ervaren. Laten we alles achterlaten wat ons verhindert om in relatie met God te staan en laten we ons hart en ons hele bestaan voor zijn aanwezigheid openen. Vragen we God om vergeving voor het gemak waarmee we ons neerleggen bij de koorts van deze tijd en ons overgeven tot een passieve en gelaten houding.

Homilie
Met koorts ligt de schoonmoeder te bed. Ze kan geen gasten ontvangen. We weten hoe belangrijk de gastvrijheid in het Midden Oosten is. Die is van levensbelang. Het belang van de gastvrijheid herinnert aan de periode in de woestijn: als je daar gasten de deur wijst en zegt dat bezoek nu even niet gelegen komt, kan dat voor de gasten wellicht de dood betekenen, omdat er in de woestijn nu eenmaal niets te vinden is.

Gastvrijheid is meer dan een kopje thee zetten, maar het betekent iemand in je leven opnemen, iemand in je bestaan toelaten. Je gast wordt deel van je bestaan. Het gezin dat we in onze westerse cultuur kennen, is soms als een bolwerk en een burcht: kom niet aan mijn tijd, mijn huis, mijn leven. Mensen sluiten zich op in hun kleine bestaan.

Gastvrijheid levert in de Bijbel veel op: Abraham ontvangt zo de belofte van zijn toekomst, Jacob ontmoet zijn geliefde Rachel door de gastvrijheid van zijn schoonvader. Iemand die geen gastvrijheid verleent, beantwoordt niet aan de roeping die de mens van godswege heeft ontvangen. Nu komt er een gast in het dorp Kafarnaüm en de schoonmoeder kan hem niet ontvangen: de rabbi van haar schoonzoon, die het leven van haar hele familie op zijn kop heeft gezet, sinds Petrus zei dat hij deze rabbi wilde volgen.

We kunnen slechts speculeren over de oorzaak van haar koorts. Dat is niet zomaar verhoging, maar er is iets fundamenteel fout in haar leven. Het bezoek van Jezus brengt de ommekeer: hij doet haar opstaan. We zijn in het eerste hoofdstuk van Marcus, maar het woord dat hier gebruikt wordt verwijst al direct naar de uitkomst van het hele verhaal: de opstanding van Christus zelf.

De vrouw die ziek is, is eigenlijk op weg naar de ondergang, naar de dood. Op zich beseffen we dat we allemaal die weg gaan. Maar voor ons als gelovige mensen is dat niet het perspectief. Ons perspectief is opstanding. Dat betekent dat we in onze keuzes en onze visie op het leven een andere dimensie toevoegen: ons leven is onderdeel van Gods heilsplan.

Daar waar dit plan wordt tegengewerkt, daar waar ziekte en ellende de kop opsteken, stellen wij er een gebaar van dienstbaarheid tegenover. Zoals de schoonmoeder van Petrus opstaat om dienstbaar te zijn, is het ook aan ons om, zodra we beseffen wat Pasen betekent, dienstbaar te zijn aan elkaar en aan de mensen die we ontmoeten.

Blijkbaar is het voor Jezus en zijn apostelen ook een doorbraak: een moment van inzicht. Na de nacht in gebed door te hebben gebracht, en nadat Hij gehoord had dat de mensen hem zochten, besluit Hij om naar de mensen toe te gaan, om ook anderen te doen opstaan tot dienstbaarheid. De sleutel is de aanraking door Jezus Christus. Wij zijn misschien bevoorrecht dat we Hem mogen ontvangen in zijn Woord en zijn Sacrament in deze eucharistie, maar betekent niet dat dat we dit voor onszelf houden.

We willen mensen dienstbaar zijn opdat ook zij Jezus ontmoeten en leren kennen. Dat is onze opdracht. Er kan veel tussen mensen en Jezus Christus instaan. Het kunnen de gebeurtenissen in deze wereld zijn die aan God worden toegeschreven, of gelovige mensen die een verkeerd beeld van God naar voren brengen.

De koorts van deze tijd is dat mensen in ons land denken dat we zonder religie beter af zijn en helemaal zonder kerk. Men ziet daarin een bron van geweld en onderdrukking. Door die koorts komt de schoonmoeder, de kerk, op bed te liggen, verlamd en passief. Maar wij verkondigen niet onszelf, we verkondigen niet een instituut: wij verkondigen de liefde die sterker is dan de dood, de liefde waarvoor mensen liever hun eigen leven geven dan anderen onheil aandoen. We hebben nog een hele weg te gaan en deze periode van loutering en zuivering waar we doorheen gaan, zal zeker vruchten dragen. Ook al zien wij die zelf nu niet, we geven de hoop niet op.

Het is belangrijk om zelf met Jezus in gesprek te blijven. Dat was het keerpunt voor Job, dat was het keerpunt in de ziekte van de schoonmoeder. Dat is voor ons het fundament! Mogen wij die weg vasthouden, vastberaden en vol hoop, dan zal de verkondiging van Gods rijk vruchten dragen.

Amen

Verkondiging 1 februari 2015, vierde zondag door het jaar

Lezingen
Deuteronomium 18, 15-20
Psalm 95
1 Korinthiërs 7, 32-35
Marcus 1, 21-28

Welkom
Welkom bij deze viering op de eerste zondag na de installatie van het nieuwe pastorale team. Vandaag wordt er in de passage van het Eerste Testament een profeet aangekondigd. Mozes kondigt deze profeet aan die in zijn voetsporen zal gaan en die iedereen zal moeten volgen. In onze tijd staan er regelmatig mensen op die graag profeet willen zijn, mensen die verlangen naar hun moment of fame. Uiteindelijk hebben ze bedroevend weinig te vertellen. Ze wekken slechts medelijden op en zulke mensen hebben vooral onze aandacht en zorg nodig.

Aan het begin van deze viering onderzoeken we ons geweten en ons leven om na te gaan welke profeten we volgen en door wie laten we ons laten leiden: door de stem van God en zijn oproep tot opbouw van het Koninkrijk of door de harde schreeuwers van onze tijd? Vragen we God om vergeving voor het gemak waarmee we de schreeuwende profeten van deze tijd volgen in plaats van de stem van Christus ruimte te geven.

Homilie
Het uitdrijven van geesten gaat gepaard met veel geschreeuw. Blijkbaar beseft de kwade geest dat hij aan het kortste eind zal trekken en probeert hij zijn tegenstander en de omstanders te intimideren. Vaak lukt het en trekken de schreeuwers de meeste aandacht. Maar in het evangelie loopt het anders. Daar maakt het geschreeuw weinig indruk en stelt het weinig voor en met enkele woorden van Jezus wordt de macht van de boze gebroken.

De sociale media in onze tijd maken veel mensen tot profeten, tenminste daar lijkt het op. De drempel om profetische boodschappen te laten horen is in onze tijd heel laag geworden. Iedereen kan naar aanleiding van bepaalde incidenten berichten posten en commentaren leveren in blogs. Wie naar aanleiding van het incident in Hilversum de commentaren leest, raakt onder de indruk van de reacties van de mensen. Er wordt aan de jongen met zijn nepwapen van alles toegeschreven en toegewenst en er worden allerlei conclusies getrokken die naar mijn idee niet helpen en weinig rust brengen.

Zoals elders in het evangelie blijkt bij het optreden van een boze geest dat er vaak nog vele andere boze geesten in de buurt zijn. Legioen is dan de naam die boven komt drijven. Het begint met één man die zichzelf niet is en dat trekt veel andere boze geesten aan die een vernietigende invloed kunnen hebben. Het is dan maar de vraag waarvoor je meer bevreesd moet zijn: die ene boze geest die gemakkelijk onschadelijk kan worden gemaakt of die veelheid aan opgewonden en boze stemmen die van zich laten horen.

De profeet waar Mozes van spreekt biedt een uitweg uit de woestijn. U weet dat het volk in de woestijn zich eigenlijk geen raad weet. Ze hebben het huis van de slavernij in Egypte verlaten, maar weten niet of ze nu beter af zijn. Immers: er is weinig eten en drinken en ze weten de weg in de woestijn niet goed. Is die droom van het beloofde land wel waar? Of beter gezegd, is die droom van het beloofde land de ontberingen wel waard? Is het niet beter om maar genoegen te nemen met de woestijn en daar het beste van te maken? Moeten we niet simpelweg accepteren dat de wereld een woestijn is en dat we volgens de maatstaven van de woestijn moeten leven?

Die verleiding is momenteel erg aan de orde. Bang voor incidenten, bang voor alles wat onze rust verstoort, bang voor wat niet in ons verwachtingspatroon past, roepen de profeten van deze tijd allen om het hardst om maatregelen en om veiligheid.

De boosheid van de geest die in de man van het evangelie aan het woord komt, heeft te maken met zijn gevangenschap. Deze geest is opgesloten in zichzelf en begint te roepen. De geest van de jongen die met zijn nepwapen stond te zwaaien, was ook opgesloten in zichzelf, zonder sociaal netwerk en menselijke verbanden, zonder voldoende mensen die met hem nadachten over zijn leven en zijn toekomst in deze wereld; een jongen die met zijn geest teruggeworpen was op zichzelf en daar geen raad mee wist. Dit is eerder een teken van een gebrek in onze samenleving dan simpelweg de verstoordheid van deze jonge geest.

Wat Jezus laat zien in zijn verhaal waarin hij de profetie van Mozes tot waarheid brengt, is dat zijn Geest voortkomt uit de Geest van God. Het begin van het evangelie van Marcus dat we deze weken lezen tot aan de vasten, maakt ons duidelijk dat deze profeet Jezus spreekt vanuit zijn verbondenheid met God en dat de weg die Hij wijst een weg van verbondenheid met God is. Dat is de waarborg dat onze geest niet tot een boze geest wordt, dat we niet hoeven te roepen en te schreeuwen om aandacht naar onszelf te trekken, maar dat we geroepen zijn om ruimte te maken voor de Geest van God. Dat betekent dat we niet snel van ons stuk zijn, wanneer we een boze geest ontmoeten.

De droom van het beloofde land, de beloften van het Koninkrijk bepalen onze weg en dat is een uitweg uit de woestijn, een uitweg uit de hardheid van mensen ten opzichte van elkaar, een uitweg uit de boosheid van mensen die steeds weer opnieuw verontwaardigd zijn over alles en iedereen, maar die niet in staat lijken te zijn om een andere oplossing te bieden.

Christus houdt ons een andere weg voor. Hij toont ons het gelaat van de Vader en herinnert ons aan onze verantwoordelijkheid om mee te bouwen aan het Koninkrijk. De zorg voor elkaar en in het bijzonder voor de verloren zielen, zet daar de toon en stopt boze stemmen van geesten die onrust zaaien. Mogen wij als kerkgemeenschap een bron zijn van rust en vertrouwen en vrede.

Amen