LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 22 augustus 2021, eenentwintigste zondag door het jaar

Lezingen
Jozua 23, 1-2a.15-17.18b
Psalm 34
Efeze 5, 21-32
Marcus 6, 60-69

Welkom
Een zomerperiode geeft gelegenheid om in rust te kijken naar je eigen leven en opnieuw keuzes te maken. Hoe ga ik komend werkjaar zaken aanpakken? Waar investeer ik in en wat laat ik los? U begrijpt dat dit voor mij een bijzondere invulling krijgt dit jaar.

Iedere eucharistie is een beslissing om je bij die keuzes te laten voeden door de weg van Christus. Het dramatische slot van het broodhoofdstuk uit het Johannes evangelie dat we vandaag horen, loopt uit op de vraag van Jezus: willen jullie mij soms ook verlaten? Het hoofdstuk begint met het vredige samenzijn van vijfduizend menen die door Jezus gevoed worden in de broodvermenigvuldiging en het eindigt met een grote groep leerlingen die Jezus in de steek laten. Hoe is dat voor ons? We laten ons voeden als Jezus ons het voedsel aanreikt, maar ook als we keuzes moeten maken die ons uitdagen en die van ons een persoonlijk engagement vragen? In de aanblik van de wereld, het geweld en de onrust, de stuurloosheid, focussen wij ons in deze viering op Christus die ons bijeenhoudt en die met ons is. Laten we ruimte maken voor zijn Geest.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
De beelden van de Taliban in Afghanistan die Kabul overnamen, schokten deze week de wereld. Voor sommigen kwam dit volkomen onverwacht, anderen zagen het al langer aankomen. Er was veel discussie over de aanpak van deze crisis. Onzeker en zeer spannend is de vraag op welke manier dit regime de samenleving gaat invullen. Moeten vrouwen en meisjes voor hun toekomst vrezen? Is de godsdienstvrijheid die toch al zeer beperkt was, nu ten dode opgeschreven? Kunnen de katholieke religieuzen een veilig heenkomen vinden? Of moeten ze daar blijven om te getuigen van de liefde van Christus? We zien dramatische beelden van chaos rond het vliegveld: duizenden mensen trachten de duistere toekomst van dit land te ontvluchten. Dat leidt tot de politieke vraag: wie laten we toe en wie niet?

Onwillekeurig moet ik denken aan de manier waarop Europa aankeek in de vijftiende en zestiende eeuw tegen de opkomst van de Islam in Oost-Europa. De Ottomanen stonden in 1529 voor de poorten van Wenen. Door het gebrek aan samenwerking tussen de christelijke vorsten was de verdediging een zwakke vertoning, ondanks de onophoudelijke oproep van pausen als Adrianus VI tot samenwerking. Ook toen vreesden velen het einde van het christelijke Avondland. Achteraf zeggen we dat Europa minder negatief had kunnen denken over de ontwikkelde cultuur van de Ottomanen. Süleyman, de prachtlievende, was een vorst met een hoogstaande en intellectuele cultuur. Dan krijgt het christendom het verwijt onverdraagzaam te zijn geweest. Maar achteraf is dat te gemakkelijk: als men zich bedreigd en kwetsbaar voelt, is een uitgestoken hand een moedig, maar ook een risicovol gebaar.

Hoe zit het dan met onze verdraagzaamheid nu? Is de Westerse houding nu richting de Taliban dezelfde onverdraagzaamheid als toen in de zestiende eeuw? Reikt onze moderne verdraagzaamheid niet verder dan mensen die ons Westerse waardensysteem delen? Begrijp me goed: ik zie niet graag Afghanistan terugkeren tot een archaïsche samenleving van onderdrukking en een theocratisch-islamitische staat. De vraag die ik vandaag stel is welke bijdrage wij in onze samenleving leveren aan de opbouw van een waardensamenleving waar mensen geëerbiedigd worden, ook kwetsbare mensen, minderheden, inclusief religieuze minderheden en mensen met minder gangbare opvattingen. Kunnen we dat opbrengen? Wortelt onze eigen houding jegens anderen, zelfs onze vijanden, in de woorden van Christus? De woorden van Jezus die in het zesde hoofdstuk van Johannes steeds indringender worden, leiden tot irritatie bij de leerlingen. Jezus onderwijst hen over het brood en de wijn die deel zijn van het leven van Christus, van zijn lichaam en bloed en daarmee ons doet delen in zijn levensoffer. In de verschillende onderdelen van dit gesprek voert Jezus de spanning op: je kunt pas deelhebben aan het mysterie van zijn leven en dus het eeuwig leven, als we bereid zijn ons leven tot inzet van het koninkrijk te maken.

De weg naar vrede en veiligheid en geluk, is nooit een rechte of gemakkelijke weg, maar kent obstakels en moeilijkheden. We kunnen die slechts aanpakken in het vertrouwen dat God met ons gaat, in het vertrouwen dat ons bestaan nu al deel is van het leven van God. Als wij in de eucharistie het Brood uit de hemel ontvangen, getuigen wij van het geloof dat we dat leven van God in ons dragen. Het is onze opdracht dit uit te dragen en ieder mens die we ontmoeten, het besef mee te geven dat hij/zij dit ook meedraagt. Dat geldt evenzeer de mensen die we niet begrijpen, de mensen die onze tegenstanders zijn, ja zelfs de bebaarde mannen van Afghanistan.

Willen wij de weg van Christus blijven gaan? Het is de slotvraag van Jezus: geloven is altijd een vrije keuze. Het antwoord van Petrus, van wie we de wankelmoedigheid ook kennen, is overweldigend: “wij geloven dat U de Heilige Gods bent. Tot wie zouden we anders gaan?”. Moge de heilige Geest ons inspireren om ons ook in spannende tijden die woorden van de eerste apostel eigen te maken en getuigen te zijn van Gods liefde voor alle mensen. Amen.

Verkondiging 25 juli 2021, Hoogfeest H. Jacobus de Meerdere

Lezingen (van de feestdag zelf)
Handelingen 12, 1-3
Psalm 125
2 Korinthe 4, 7-15
Mattheüs 20, 20-28

Welkom
Welkom op dit hoogfeest van Jacobus, de patroon van de pelgrims, de patroon van onze stad, de patroon van onze geloofsgemeenschap. Iedere apostel is de persoonlijke verbinding tussen ons en Christus: een apostel is iemand die de boodschap heeft verstaan en die deze boodschap een deel van zijn persoon heeft laten worden. De apostel heeft zich vereenzelvigd met de zending die Christus van de Vader heeft ontvangen. De apostel weet zich gezonden, maar beseft dat hij onderweg ook veel ontvangt. Een mens is uit verlangen met een doel onderweg en weet door zijn weg dat verlangen ook op te roepen bij anderen.

Zes weken geleden was hier een pelgrim die te voet onderweg is naar Santiago de Compostela, Thijs Evers. Ik volg hem via Polarsteps. Hij is inmiddels ten Zuiden van Bordeaux op weg naar de beklimming van de Pyreneeën. Dagelijks vertelt hij van ontmoetingen, van het landschap, van kerken en bijzondere ingrepen van de Voorzienigheid. Een pelgrim is kwetsbaar, maar weet zich gedragen en beschermd. Dit leidt niet tot roekeloosheid, maar tot vertrouwen en dankbaarheid. Dat is een mooie levenshouding die we zelf ook kunnen beoefenen. Zo mag onze pelgrimstocht ook zijn, als we thuisblijven of op vakantie gaan: open staan voor tekenen van Gods voorzienigheid. Dan ga je nooit alleen.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Waar leidt het avontuur met Jezus toe? De moeder van Johannes en Jakobus heeft haar doelen duidelijk gesteld: ze pusht haar jongens tot grote hoogte. Niet vreemd dat een moeder het beste voor haar kinderen verlangt. Maar het gesprek dat Jezus vervolgens voert met de twee leerlingen zelf, heeft een ander perspectief: de weg van het lijden gaan, de beker van het lijden met Jezus drinken. Zij spreken hun bereidheid uit, maar beseffen zij wat dit betekent? Wanneer dit wordt opgeschreven, is Jacobus al om het leven gebracht door Herodes. Dus de schrijver weet dat de beker inderdaad wordt leeggedronken door onze patroon; na Johannes de Doper is hij de eerste die in de Naam van Christus zijn leven geeft.

Gisteren zat ik met een groep mensen op het Plein en dacht ik na over ieders roeping: maatschappelijk betrokken, werkzaam voor de publieke zaak bij ministeries of een gemeente, behulpzaam voor NGO’s, betrokken bij het onderwijs, het hotelwezen, de politiek. Zoveel wegen, zoveel talenten en zoveel roepingen. Nu heeft een roeping een vijftal stappen: moed, proberen, gezamenlijkheid, keuze en trouw.

Op de eerste plaats is er moed nodig en vertrouwen dat deze weg iets voor je is. Taken kunnen soms groot en omvangrijk lijken en je kunt denken: dat is niets voor mij. De moeder van de twee broers wist dit onder woorden te brengen. De twee jongens zelf zagen dit misschien zelf niet. Durven wij groot te denken en moed te vatten om taken aan te pakken? Geen van de apostelen dacht bij de roeping door Jezus aan een wereldmissie van evangelieverkondiging. Maar zij gaven antwoord op een stem en gaven gehoor aan wat Hij bij hen opriep. Ze mochten het proberen en dat betekent, zoeken en onzeker zijn, dat betekent ook dat niet alles lukt.

De apostelen worden door Jezus al tijdens zijn leven uitgezonden en zij krijgen macht om duivels uit te drijven en zieken te genezen. Tot hun grote verbazing lukt het ook om wat zij van Jezus hebben meegekregen, vruchten te laten dragen. Zij zijn succesvoller dan ze hadden durven denken. Zij beseffen ook dat het niet hun eigen kracht is, maar de Geest van Christus, die hen vervult.

Roeping veronderstelt ook spreken met anderen, met vrienden en begeleiders. In het gesprek groeit inzicht. Roeping is ook een sociaal gebeuren dat in een gemeenschap groeit. Het is ook de roepstem van concrete mensen in je omgeving die jou stimuleren en op gedachten brengen. De stem van de Eeuwige komt op die manier ook naar je toe. Natuurlijk veronderstelt een roeping dat je op pad gaat en een weg inslaat. Of die weg de goede is, weet niemand van tevoren. Het is een weg die allerlei bochten kent en wendingen die je niet voorziet. Tussen al die veranderingen kan er toch een rode draad zichtbaar blijven. Het is de opdracht om een keuze in veranderde omstandigheden toch weer trouw te blijven. Een keuze die bijgesteld wordt, kan toch betekenen dat je trouw blijft aan je roeping.

Trouw aan jezelf is een mooi modern populair uitgangspunt. Echter voor ons als evangelische mensen is er een grotere opdracht: het evangelie van Christus brengt mensen geluk en vrede, ook in moeilijke omstandigheden. Kunnen wij trouw aan dat evangelie zijn? En kunnen wij telkens weer terugverwijzen naar Christus die de bron is van ons leven en het Scheppende Woord van de Vader zelf, die zijn levenwekkende Geest zendt? Trouw vraagt ook luisteren naar wat er op je pad komt, luisteren naar wat er door woorden, mensen en gebeurtenissen duidelijk gemaakt wordt. Kun je daartussen onderscheiden wat je werkelijk tot apostel, gezondene maakt? Als wij leerlingen van Jezus zijn in de Geest van Jacobus dan zijn wij mensen die het met moed samen willen proberen om trouw te zijn aan onze keuzes. De heilige Geest moge ons inspireren, vandaag en alle dagen bij alle vormen van roeping die we in onze kerk en onze samenleving kennen. Amen.

Verkondiging 18 juli 2021, zestiende zondag door het jaar

Lezingen
Jeremia 23, 1-6
Psalm 23
Efeze 2, 13-18
Marcus 6, 30-34

Welkom
De beelden van het allesverslindende water spoelen langs onze ogen. Duitsland, België, Oostenrijk en Limburg zijn zwaar getroffen. Er zijn veel blijken van medeleven en hulpvaardigheid tussen mensen. Het is een prachtig teken dat mensen elkaar te hulp snellen. Aan de andere kant wordt een journalist op klaarlichte dag in Amsterdam doodgeschoten. Het zoveelste slachtoffer in een lange reeks van geweld. Gisteren werd in de Grote Kerk stil gestaan bij het vele geweld. Een tegenwicht is nodig. Burgers met een religieuze en levensbeschouwelijke achtergrond namen het voortouw om de goede krachten bij elkaar te brengen. Onze viering van de eucharistie is ook zo’n tegenwicht. In ons herdenkingsmaal van de gestorven Christus, komt Hij in ons midden en voedt ons met zijn Geest van verzoening en vrede. Laten we in deze viering stil staan bij wat het betekent om met Paulus Christus de Vrede van ons leven te noemen!

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
De vier lezingen (inclusief de psalm) verrijken ons vandaag met namen voor God. Deze namen zijn pijlers onder ons Godsbeeld en helpen ons niet alleen om beter over God te denken, maar evenzeer om onze eigen verantwoordelijkheid in deze wereld op ons te nemen. De vier woorden zijn: Gerechtigheid, Herder, Vrede en Tederheid. God maakt zich kenbaar als wachter voor het samenleven van mensen, met kracht en met tederheid. Twee eigenschappen die tegengesteld lijken, maar bij God in evenwicht zijn.

De profeet Jeremia ziet de Koninkrijken Juda en Israël ten onder gaan door ontbrekend leiderschap. Er wordt geen verantwoordelijkheid genomen en de zittende leiders verschuilen zich achter strategieën om de macht te bewaren en voor hun eigen hachje te zorgen. God heet bij de profeet Gerechtigheid. Het is God er blijkbaar alles aan gelegen om de schapen van zijn volk samen te brengen en te houden. En het zijn vooral de kwetsbaren die Hij hierbij in het oog wil houden. De zorg voor hen is de lakmoesproef van een samenleving die zich rechtvaardig wil noemen. We weten dat Israël Gods oefentuin is opdat heel de mensheid begrijpt wat het betekent om samen te leven. Zijn we net als Israël niet gezakt voor dit examen de laatste jaren? God ziet de misdaden van zijn volk (hoe actueel kan een oudtestamentische profeet zijn!), maar dat belemmert Hem niet om zijn volk te herstellen. Wij mogen daarom ook geloof hebben in dat herstelvermogen: de ramp in Limburg laat ook zien dat er veel goeds tussen mensen bestaat. Wie haalt dat naar boven? Is daar een ramp voor nodig? Maar gelukkig zijn we die onderlinge hulpvaardigheid niet vergeten. Daar zien we dat gerechtigheid en hulpvaardigheid nog bestaan.

Voor psalm 23 is het dal van doodse duisternis het dieptepunt waar een mens in kan verkeren. Blijkbaar is dat dal niet te vermijden. Een Herder is dan nodig. Lees de psalm aandachtig en dan ontdek je dat op het meest beroerde moment, het moment van de grootste eenzaamheid de psalmist overgaat van de derde persoon naar de tweede: van een beschrijving van wie God is, wordt het een gebed. Dit is een mooi teken voor ons geloofsleven: we kunnen wel óver God praten, maar kunnen we ook mét Hem praten? Ook in deze psalm wordt onze weg een weg van gerechtigheid genoemd. Ons spreken over God en met God is niet vrijblijvend: het vraagt handelen. De samenkomst gisteren in de Grote Kerk was voor ons als Haagse Gemeenschap van Kerken dan ook een goede kans om aan deze opdracht inhoud te geven.

Paulus brengt de titel Vrede naar voren: we weten dat vrede het evangelische herkenningswoord van de verrezen Christus is. Paulus benadrukt dat Christus door zijn levensoffer heeft laten zien dat de Liefde van God de Vader een scheppende en leven gevende liefde is. Daar waar dood en verderf heersen, toont Christus de kracht van Gods liefde. Kunnen wij in dat voetspoor van vrede gaan? Dat is geen naïeve alles-komt-wel-goed mentaliteit, maar een weerbare vrede, die krachtig genoeg is om geweld en agressie te weerstaan. We laten ons geloof in de goede God die Vrede schenkt niet afnemen door gewelddadige krachten in de samenleving. Onze keuze om bij de kerk te horen en naar de kerk te gaan, is een krachtig getuigenis dat daartegen in gaat. Als ik u nog moet uitleggen waarom het zin heeft naar de kerk te gaan, dan doe ik dat nu!

Jezus sluit in het evangelie vandaag aan bij de ervaring van Jeremia: de mensen zijn de weg kwijt en ze hebben hun oriëntatievermogen verloren. Naast de strenge en veeleisende dimensie van gerechtigheid die Jeremia naar voren schuift, legt Jezus de nadruk op de Tederheid van God: Jezus is begaan met de mensen en dat bepaalt zijn handelen en spreken. De vertaling spreekt van medelijden; ik vertaal dat met tederheid. Daarin klinkt door dat God begaan is met onze wereld: al in Exodus 3 maakt God aan Mozes duidelijk dat Hij het lijden van zijn volk in Egypte ziet. In Christus, zijn Zoon maakt Hij dat weer duidelijk: het onderricht van Christus verbindt, bemoedigt en versterkt. Wij kunnen daaruit putten, bemoediging en inspiratie halen. Dat is het fundament van onze kerk.

Gerechtigheid, Herder, Vrede en Tederheid: vier woorden die we mogen koppelen aan ons beeld van God. Moge deze beelden ons inspireren om met deze God verbonden te blijven. Amen.