LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 21 maart 2021, 5e zondag van de veertigdagentijd

Lezingen
Jeremia 31, 31-34
Psalm 51
Hebreeën 5, 7-9
Johannes 12, 20-33

Welkom
Welkom bij deze vijfde etappe van de veertigdagentijd. Het lijden van Jezus komt dichterbij en dat besef grijpt hem aan. Hij spreekt vandaag onomwonden van zijn ontroering en zijn angst. Anders dan bij de andere evangelisten te lezen valt, spreekt Jezus hierover volgens het Johannes evangelie in het openbaar. Hiermee wordt onderstreept dat de weg van Pasen een harde en pijnlijke weg is. Wie denkt dat hij/zij lijden en verdriet kan ontwijken in deze wereld, leeft in een droomwereld en een illusie.

Desalniettemin schenkt de eerste lezing van vandaag vertrouwen: het verbond dat in de schepping verankerd ligt, zal door God gerespecteerd worden. Het is niet vanzelfsprekend, maar God neemt ons mee. Deze laatste weken van de veertigdagentijd proberen we het lijden van Jezus mee te voelen, ook in het lijden van de vele mensen die in deze wereld snakken naar hulp en naar solidariteit. We ontwijken hen niet, integendeel we omarmen hen in gebed, in hulpverlening en in ondersteuning.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Winnen of verliezen zijn de twee meest gebruikte woorden deze week. Sommigen likken hun wonden en anderen kraaien victorie. Uitkomsten waren soms voorspelbaar en soms verrassend, maar wat het ons allemaal verder helpt, is nog onduidelijk. Winnen en verliezen zijn in verkiezingstijd heldere begrippen, maar in het evangelie zijn ze tegenstrijdig. We kunnen het koninkrijk van Jezus' verkondiging omschrijven als ‘het omgekeerde van deze wereld’. In die wereld gaat God een verbond aan met de losers van deze wereld, met de uitgestotenen en de vluchtelingen en degenen die tussen de machtigen en de rijken vermalen worden. Wat zegt dat over ons in datzelfde verbond? Denken wij dat het een instrument is om succesvol te zijn? Het verbond is geen garantie voor maatschappelijk succes.

Wie het Eerste Testament leest, maar ook de Evangeliën, weet hoe mensen zichzelf buiten Gods liefde kunnen plaatsen. Ook al kunnen we steeds op God vertrouwen, toch raken we regelmatig het zicht daarop kwijt. Het verbond waarin we gedoopt en opgevoed zijn, mag dan een onvoorwaardelijk verbond van liefde zijn, toch wordt het soms een dode letter, een vruchteloos ritueel.

We lezen dat het volk met Mozes in de woestijn het leven wil bouwen op zekerheden. Het gouden kalf is daar het dieptepunt van, maar er zijn zoveel andere passages waarin men van God de oplossing van problemen eist. Wanneer God niet aan de verwachtingen voldoet, dan keert men zich van Hem af: het Verbond levert blijkbaar te weinig op. Ook dat is een moderne verleiding. Hoeveel mensen hebben God niet de rug toegekeerd, omdat Hij niet beantwoordt aan het beeld dat we zelf van hem gecreëerd hebben en niet voldoet aan de eisen die wij Hem stellen? Wat hebben we aan het verbond als we daarmee niet kunnen winnen in het leven en daardoor niet succesvol zijn?

In het evangelie zien we hoe de farizeeën en schriftgeleerden de wet gebruiken als criterium om Jezus te beoordelen, terwijl zijn boodschap juist andersom is: in het leven van de mens die allerlei beslissingen moet nemen van barmhartigheid en tederheid, van vergeving en naastenliefde, blijkt hoezeer de wet van God, zijn onderwijzing, een voedende bron is. De schriftgeleerden zien het verbond echter als een instrument van macht, maar het verbond vraagt dienstbaarheid. Deze gaat voor Jezus zover dat Hij zijn leven geeft. Wordt dat van ons gevraagd? Het mag niet zo zijn dat we onze talenten in de grond stoppen. Jezus wil ook niet dat we ten onder gaan. Hij geeft een andere betekenis aan het woord verliezen. Hij verliest zijn leven, maar wat Hij er mee wint, is groter dan het leven.

Winnen en verliezen: de paradox van het evangelie doet ons nadenken over de kern van ons leven. Wat Jezus op Goede Vrijdag gaat verliezen is niet de essentie van zijn bestaan. Die essentie ligt in zijn verbond met God, zijn kindschap van God. Hij leeft uiteindelijk van wat de Vader Hem geeft en dat is meer dan dit aardse bestaan, dat sowieso betrekkelijk en beperkt is. Dat gaat allemaal voorbij.

Ook winst en verlies gaan voorbij: de winnaars van vandaag zijn de verliezers van morgen. Dat mag de huidige balans relativeren, maar we moeten het wel doen met de gegeven balans. Als gelovigen houden we vast aan het evangelie als richtsnoer en fundament voor ons geweten en wij laten ons daar niet zomaar vanaf brengen, noch door winnaars, noch door verliezers. We volgen Christus die ook in de aanblik van het lijden van het Kruis dat zich vandaag aan Hem toont, toch de weg van de liefde bleef gaan. Moge het ons gegeven zijn om in donkere tijden te leven vanuit het licht van Pasen dat ons wenkt en uitnodigt en vertrouwen geeft. Amen

Verkondiging 14 maart 2021, 4e zondag van de veertigdagentijd

Lezingen
2 Kronieken 36, 14-16.19-23
Psalm 137
Efeziërs 2, 4-10
Johannes 3, 14-21

Welkom
Welkom bij deze vierde etappe van de veertigdagentijd. Bij hun nachtelijke ontmoeting spreken Nicodemus en Jezus over de weg van Licht. Hoe kunnen we in onze duistere tijden de waarden van ons geloof overeind houden? In tijden van verkiezingen vallen vaak harde woorden en onthullen mensen hun ware aard. Daar worden we somber en verdrietig van. We zijn onderweg naar het kruis van Christus, dat ons waarschuwt voor het geweld dat steeds weer de kop op steekt. Zijn we waakzaam? Zijn we alert? In het vieren van de eucharistie waarin we het Brood van Christus delen, weten we ons uitgenodigd heel de wereld te laten delen. Daarom bidden we om gerechtigheid en vrede.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Zelden wordt er voorgelezen uit het boek Kronieken, dat - zoals de naam zegt - de geschiedenis van het Joodse volk vertelt en alle gebeurtenissen in Israël op een rijtje zet. Zomaar een neutrale geschiedschrijving bestaat niet. De auteur ziet er Gods hand in. Er wordt betekenis gegeven aan de ondergang van Israël: men heeft dat aan zichzelf te danken. Niet alleen heeft men God verlaten, maar het evenwicht tussen arbeid en rust, tussen handel en ontspanning, tussen economie en natuur is verstoord. Het sabbatsgebod wordt niet meer nageleefd, slaven worden niet meer vrijgelaten, het evenwicht tussen mensen, rijk en arm, kansrijk en kansarm, wordt niet meer hersteld.

In moderne termen zouden we zeggen: de menswaardigheid staat op het spel. De mens heeft zijn/haar verlangen naar macht, welvaart en onbegrensd genieten tot grote hoogten gevoerd. Het gaat ten koste van de natuur, ten koste van de armen en kwetsbaren. Soms lijkt het of grote delen van de mensheid allerlei waarden van solidariteit en naastenliefde en keuzes voor soberheid en matigheid heeft laten varen. Wij zullen in onze tijd niet zo gemakkelijk meer de verantwoordelijkheid op God afschuiven. Ons beeld van God is veranderd: Hij is juist degene die ons tot vrije mensen heeft geschapen met een geweten om verstandige keuzes te maken, keuzes om uit liefde de wereld als een rechtvaardige en gezonde samenleving op te bouwen. Als zaken fout gaan zoals het boek Kronieken beschrijft, zal de mensheid zich moeten afvragen: wat hebben we laten liggen en welke waarden zijn we vergeten?

Het ideaal, de droom van Mozes van het beloofde land, waar het volk jarenlang naar op zoek is geweest, is in rook opgegaan. Men is vergeten dat men de slavernij ontvlucht is en dat het nieuwe Israël is opgebouwd door gezamenlijke inspanningen, door elkaar ruimte te gunnen en voor elkaar op te komen, door zichzelf het een en ander te ontzeggen voor het geluk van de ander.

Hoe staat het nu met onze beschaving? Tijden van verkiezingen zijn een uitdaging om het gesprek en het debat op beschaafde wijze te voeren. De bisschoppen hebben een brief geschreven met daarin adviezen en een beschrijving van waarden, die we ter harte kunnen nemen in onze gewetensvolle afwegingen. Zo zijn er ook andere religieuze leiders die burgers wijzen op hun verantwoordelijkheid: de toekomst van onze wereld en het klimaat, het herstel van menswaardigheid, en het opkomen voor kansarmen. Naast de bescherming van waarden en het evenwicht in onze samenleving, is het hooghouden van de beschaving een grote uitdaging. Wie zich op sociale media begeeft en eens de moeite neemt om door te lezen wat er achter tweets en posts van mensen die hun nek uitsteken, verschijnt als reactie, weet wat ik bedoel. De hoeveelheid scheldwoorden en haatmails die met name vrouwen treft, maar ook andere opiniemakers, de felheid waarmee mensen bedreigd worden die bepaalde meningen verkondigen of voor hun eigen persoonlijke weg kiezen: het is weerzinwekkend. Debatten waar mensen onderuit gehaald worden en voor leugenaar, dictator of fascist worden uitgemaakt, leggen een groot probleem bloot waar we vooralsnog geen antwoord op hebben. Het gebrek aan beschaving en eerbied is zo giftig als de slang in de woestijn waar Johannes naar verwijst.

In het teken van Christus zien we waar een dergelijk gebrek toe leidt: tot de ondergang van de mens, tot zijn kruisiging. Dat is het oordeel dat de mens dan over zich afroept. Durven we dat onder ogen te zien: durven we het kruis van Christus te zien als een waarschuwing aan het adres van onze samenleving om de eerbied jegens de mens, iedere mens, ook als zij/hij anders denkt en leeft dan wij, hoog te houden? Protesteren we wel genoeg tegen beledigingen en haatmails? Durven we afstand te nemen van mensen die langs de zijlijn staan te schelden en die mensen en groepen veroordelen? Het kruis van Christus laat zien wat er gebeurt, als mensen zich door haat en vooroordelen laten meeslepen. Daarop volgt op de een of andere manier altijd de dood, in welke vorm dan ook. Als wij kijken naar het kruis van Christus, mogen wij de boodschap verstaan dat er een uitweg is in het evangelie, een uitweg van eerbied, van aandachtige zorg voor anderen, een leven van verantwoordelijkheid voor de arme en kwetsbare, ook als het onszelf wat kost en als we daarvoor iets van onszelf moeten inleveren. Dat is ware en duurzame gerechtigheid, dat is was Christus bedoelt met de weg van Licht. Amen

Verkondiging 7 maart 2021, derde zondag van de veertigdagentijd

Lezingen
Exodus 20, 1-17
Psalm 19
1 Korinthe 1, 22-25
Johannes 2, 13-25

Welkom
Welkom bij deze derde etappe van de veertigdagentijd. Van de woestijn en het bergland komen we nu in de tempel: de ruimte waarin Gods woord klinkt als de bron van leven. Niet alleen de tempel is belangrijk, ook de weg daarheen: de weg naar Pasen kan vergeleken worden met een pelgrimage naar het Godshuis. Wat vinden we daar? Zijn het de woorden van God, zoals de tien geboden van het Eerste Testament? Of zijn het woorden en gebaren van commercie, is God handelswaar geworden? Hoe leven we met God: zijn we met hem aan het onderhandelen? Is ons gebed gekleurd door onze verlangens, door wat we van Hem willen verkrijgen? Of is ons gebed ruimte om te luisteren, ruimte voor ontmoeting? We zien ons hart als een open tempel waar we voor God ruimte maken.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Wellicht heeft u gisteren beelden gezien uit de woestijn van Irak, de verlaten plek van Ur. De paus heeft daar gebeden met vertegenwoordigers van andere religies, waarvan sommige wortels hebben uit de tijd van ver vóór Mozes en het Jodendom: stromingen met exotische namen zoals het Mandeïsme, het Jezidisme, de Zoroasters, Kakai en de Baha’i. De laatste groep is ook in Nederland georganiseerd. Oude wijsheden zijn verzameld zonder meteen in de vraag naar de waarheid te stappen. Daar waren ook christelijke groepen en verschillende katholieke tradities samen gekomen. Een uithoek in de wereld, maar een centrale plek van geloof.

De ontmoeting in Ur zegt ons dat een gelovige altijd bereid moet zijn de stem van God te verstaan en in beweging te komen. Omdat Abraham deze plek verlaten heeft en de ruimte heeft gezocht om het verbond met God opnieuw aan te gaan, heeft de weg van geloof zich verder ontwikkeld tot in onze dagen. Het voorbeeld van Abraham heeft de paus geïnspireerd om naar Ur te gaan en daar weer te putten uit de bronnen van geloof van Abraham. Kunnen we vandaar weer bouwen aan een nieuwe beweging van geloof die de mensheid vooruit helpt?

Het is een groot contrast tussen de oude stenen, de ruïne van de ziggoerat, enerzijds, het heilige gebouw dat ooit met groot geloof is opgebouwd en anderzijds de levende mensen van verschillende religies die samen bidden en nadenken over wat hen samen bindt. De oude stenen vormen een huis en wat is er in dat huis? Een huis biedt bescherming en veiligheid. Een huis brengt samen, maar houdt de dreiging buiten. Het goede wordt bijeen gebracht en het kwade blijft buiten, op afstand. Ieder religieus gebouw heeft die functie. De tempel van Jeruzalem is het symbool waar al het goede mag zijn en waar mensen verzameld worden die het goede van God willen ontvangen. De tempel brengt samen en verbindt. Het is de zetel van Gods Naam. Het is een lege tempel waar slechts enkele voorwerpen stonden tot eer van God, maar de plek van God was ruimte, openheid. De grote teleurstelling van allen die de tempel veroverden: er was niet veel te vinden.

Maar de tempel waar Jezus vandaag op zijn weg naar Pasen aankomt, is verontreinigd. Waar raakt Jezus zo onthutst over? Wat is het dat deze woede in hem opwekt? Wie het evangelie van Johannes kent, weet dat deze passage nog maar aan het begin van het evangelie staat. Vlak daarvoor was het verhaal van de bruiloft te Kana. Dat verhaal eindigt met de mededeling dat Jezus afdaalt naar Kafarnaüm. Nu gaat Hij op naar Jeruzalem. De opgang wordt een afgang: de tempel is een teleurstelling. Wat een openbarende plek moet zijn, is een Godsverhullende plek geworden. Daar is God niet te vinden.

Er dient een nieuwe tempel te komen. Niet opgebouwd met stenen, maar de mens zelf. De mens dient het beeld van God te dragen. Die mens hoeft het niet op akkoordjes te gooien met God en hoeft niet te handelen en onderhandelen met God, zoals de wisselaars in de tempel bezig zijn. Naar hen kunnen wij met afkeuring kijken, maar laten we onze eigen omgang met God onderzoeken: handelen wij ook niet met God? Eisen wij geen beloning en resultaat van ons gebed? Hebben we van ons eigen gebedsleven soms ook zo’n volle tempel gemaakt, waar van alles in wordt opgeslagen maar de ruimte voor God soms te klein is geworden? Waar is de stilte en de luistervaardigheid, een ontvankelijke houding waarin we alles wat we meemaken uit Gods hand ontvangen? Is Gods aanwezigheid in ons leven afhankelijk van al die handel? Of is die aanwezigheid een geschenk dat uit genade, gratis en om niet wordt gegeven? Een aanwezigheid die ons heiligt.

De paus roept de religieuze leiders op de ogen te richten op de sterren. Wanneer ons gebed gericht is op de openheid van de hemel, dan kunnen de ijdelheden die ons klein maken en ons laag bij de grond houden, niet overwinnen. De wolken van haat en onverdraagzaamheid nemen het zicht weg op die open hemel die ons allen overkoepelt. Die hemel inspireerde Abraham om te vertrouwen op Gods belofte van een onmetelijk nageslacht. Kunnen wij ook op die open hemel vertrouwen en bidden in de richting van de sterren? Amen